Terug naar hoofdinhoud
  • Archivaris
  • 385

Karel van Wolferen en de kritiek

Het boek "De ondergang van een wereldorde" van Karel van Wolferen, universiteitsprofessor aan de Universiteit van Amsterdam en hoofd van het ICPEI, is verscheidene dingen: het is een opsomming van feiten en gebeurtenissen, het is een analyse, en het is ook heel duidelijk een schotschrift.

door Louis Paul

Zijn boek is al enige maanden geleden verschenen en ondertussen hebben de bijlagen van kranten, de opiniebladen, de diverse actualiteiten magazines van radio en televisie relatief veel, maar uiteraard kortstondig, aandacht aan de schrijver en zijn boodschap besteed. Van Wolferen, het is al vaak geschreven en gezegd, waarschuwt in zijn boek en in interviews voor de recente ontwikkelingen in de VS. De Amerikaanse regering wordt geleid door een intellectueel inferieure president die zelf geleid wordt door een groep mensen waarop het gebruikelijke etiket "neo-conservatief" eigenlijk niet van toepassing is. De regering bestaat uit een groep mensen die weliswaar enerzijds een uiterst conservatief of zelfs reactionair gedachtengoed koestert, maar anderzijds door een revolutionair elan bezield is. Dit revolutionaire elan is nu wat de wereldorde op springen heeft gezet. De Amerikaanse samenleving als geheel is bovendien steeds meer religieus (apocalyptisch) geïnspireerd en eenzijdig, intolerant, waardoor ook de media niet meer als hoeder van de meerstemmige democratie optreden.

Hoewel er ontegenzeggelijk rake observaties en analyses gegeven worden door Van Wolferen is zijn boek toch enerzijds te optimistisch en anderzijds te pessimistisch. Van Wolferen meent dat pas met de preventieve oorlog tegen Irak de geloofwaardigheid van de VS fundamenteel is aangetast. In de tijd voorafgaand aan deze unilaterale actie, die de NAVO en de VN buitenspel zette, zag Van Wolferen de VS, ondanks alle mogelijke tegenwerpingen, als democratisch en moreel model voor de rest van de wereld. Op dit beeld is natuurlijk wel iets af te dingen. Anderzijds lijkt Van Wolferen de hoop op een correctie van het Amerikaanse beleid te hebben opgegeven. Daarmee onderschat hij de veerkracht en de zelfkritische traditie van de VS. Er komen momenteel steeds meer stemmen op in de VS die het beleid van George W. Bush en de zijnen veroordelen. De vraag is in hoeverre deze kritische stemmen de overhand kunnen krijgen in de tot op heden uiterst kritiekloze media en in de samenleving als geheel. Toegegeven, het lijkt erop dat slechts een dunne (intellectuele) bovenlaag van de Amerikaanse bevolking te hoop loopt tegen de regering van George W. Bush. De vraag is hoe groot die laag electoraal is. Een meerderheid van de bevolking lijkt zich vooralsnog te laten drogeren door bijvoorbeeld het televisie network FOX en de retoriek van Bush jr. Als we de recente verkiezingen in California, Kentucky, en Mississipi en de zelfcensuur inzake de televisieserie over het presidentschap van Ronald Reagan als graadmeters moeten nemen, ziet dat er nog niet gunstig uit. Maar misschien zal er straks toch een democratische presidentskandidaat zijn die Bush jr. uit het Witte Huis verjaagt, net zoals destijds Clinton dat met Bush sr. deed. Die nieuwe president zal dan overigens wel met de gare rapen, zowel op binnenlands als op buitenlands gebied, van George W. Bush in zijn maag zitten. Er kan veel gebeuren in twaalf maanden. Wellicht komen de VS nog voor de presidentsverkiezingen bij zinnen. Kortom, Van Wolferen ziet het verleden van de VS te rooskleurig en de toekomst, naar ik hoop, te somber in.

Even interessant als het boek van Van Wolferen zelf zijn de reacties op zijn werk. In de Nederlandse media was er naar verhouding veel aandacht voor hem en zijn boek. Een paar reacties waren uiterst positief (Henk Hofland in NRC-Handelsblad; Jan Sluis op Indymedia). De meeste commentatoren (Chris van der Heijden in Vrij Nederland; Aart Brouwer in De Groene Amsterdammer; Ben Knapen in NRC-Handelsblad; Jan Blokker in de Volkskrant) varieerden van overwegend instemmend tot gedeeltelijk afwijzend. Enkele reacties echter waren ronduit kwaadaardig. Frans Verhagen verkneukelde zich over het feit dat ondanks buitenlandse hoon de Amerikanen toch maar mooi George W. Bush hadden gekozen als president ("Well, though shit, Bush