Mijn verdedigingsrede
Martin Hulsing diskwalificeert mijn pamflet "De Pax Americana" als het zoveelste complotverhaal. Hulsing houdt duidelijk niet van complotten, sterker nog, hij is dogmatisch tegen ieder complotdenken, en alles wat er enigszins op lijkt, wekt de toorn op van zijn "gezond verstand".
door Fred Hamburg
In zijn drang anderen te overtuigen van zijn enig juiste uitgangspunt vergat Hulsing zijn dogmatisch ongeloof te onderscheiden van het rationele standpunt dat ik voorsta. Zo zag hij met name niet - terwijl het er gewoon staat (zie p.34, 35 en noot 89) - dat de hele passage over de Twin Towers in mijn pamflet gebaseerd is op "Bayes Formula", dus op een vorm van statistiek. Inderdaad voer ik, zoals Hulsing terecht constateert, in mijn essay drie mensen op die hun sporen hebben verdiend in staatszaken op hoog niveau. Ik noemde daarbij niet alleen de Duitse oud-minister Andreas von Bülow, maar ook Dr. Mahmoud Khalaf (lid van de Egyptische Academie, lid van de Scientific Association of the US Army en fellow van de British Royal Institute for Home Defense) en Mohammed Heikal, voormalig minister van Buitenlandse Zaken van Egypte. Deze drie coryfeeën, die geen van alle geloven in het officiële verhaal van 11 September, bracht ik niet zomaar voor het voetlicht. Ik had ze alle drie nodig omdat ik via de formule van Bayes wilde aantonen dat het officiële WTC verhaal nogal onwaarschijnlijk is. Deze formule gaat evenwel uit van een voorafkans. Ik had dus een kansschatting nodig, het liefst van onafhankelijke experts van het hoogste niveau. Mij restte nu alleen nog het probleem niet-specifieke uitspraken om te zetten in een kansgetal. Nu wordt in de statistiek traditioneel voor het verwerpen van een hypothese een significantieniveau van vijf procent aangehouden. Dit getal kon dus heel goed dienen als grens voor de onwaarschijnlijkheid van het WTC gebeuren (de grens waar de onwaarschijnlijkheid zo groot is dat men de hypothese van de Arabische kapers verwerpt). Had Hulsing beter opgelet bij statistiek, dan had hij direct de zinvolheid van dit getal gezien en zichzelf niet belachelijk gemaakt met de opmerkingen die hij daarover heeft gemaakt. De gemeenschap van Bayesiaanse statistici heeft overigens zeer fundamentele kritiek geleverd op deze grens van vijf procent. Bayesianen zijn in het algemeen tegen de willekeurige significantieniveaus, maar als je ze dan toch gebruikt, zeggen ze, neem dan veel kleinere niveaus, bijvoorbeeld niveaus van hooguit 1 procent. Ik hield me maar aan het traditionele, ruime niveau, maar niet zonder reden. Ik wist natuurlijk dat ik nog pagina 35 t/m 41 zou gaan schrijven, pagina's waarop 35 punten worden opgesomd (en in de literatuur zijn er nog veel meer te vinden) waaronder vele vragen zijn gerangschikt die omdat ze niet zijn beantwoord de geschatte voorafkans verlagen! Anders dan een samenzweringstheoreticus, ben ik dus veeleer iemand die op rationele gronden skeptisch staat tegenover allerlei mediaberichten die door de goegemeente kritiekloos worden geslikt. Gezien het voorgaande, waaruit blijkt dat ik weloverwogen te werk ga, is de kritiek van Hulsing op "De Pax Americana" nogal emotioneel. Zijn kritiek is (door slecht lezen) ook nog eens feitelijk onjuist. Natuurlijk was het duidelijk dat ook voor 11 September Amerika een imperialistisch spel speelde, maar mijn bewering is dat na 11 September dit over-duidelijk was. En precies zo heb ik het ook gezegd. De WTC-attack was namelijk uniek en de eruit voortvloeiende wereldwijde aanvalsoorlog tegen terreur waarbij zelfs bondgenoten alleen maar voor of tegen kunnen zijn, is een novum van de eerste orde. Herbert Kremp, de duitse top-journalist, denkt er net zo over.
Mijn allervroegste herinnering aan oorlogsbeelden is de strijd van Frankrijk in Algerije. Ik herinner me nog steeds het beeld van een tank in de straten van Algiers in het Polygoon-journaal in de Cineac in Den Haag. De strijd in Vietnam heb ik geheel op TV kunnen volgen en zover als ik me kan herinneren ben ik altijd tegen de Amerikaanse politiek geweest. Misschien kan Hulsing hieruit afleiden dat ik al behoorlijk droog achter de oren ben en niet zomaar tot classificaties kom. Daarnaast heb ik trouwens ook nog het nodige bestudeerd. Maar wellicht is Hulsing nog te jong om de gebeurtenissen van vandaag in een historisch perspectief te plaatsen. Je moet daarvoor in zekere zin ook door de jaren wat rustiger zijn geworden in je oordeel. Hulsing zal bovendien ook wel rabiaat tegen inductie, abstractie, generaliseren, en extrapoleren zijn, want zo'n anti-theoretische (dus anti-wetenschappelijke) houding gaat normalerwijs samen met "naïef empirisme". Gemakshalve beroept men zich dan liever op het "gezonde verstand", wat dat dan ook is. Hulsing probeert daarbij de mensen wijs te maken dat ik niet kan schrijven en dat Papieren Tijger niets van uitgeven weet. Hij probeert namelijk mensen wijs te maken dat hij over een Gouden Standaard beschikt zodat hij uit kan maken wie goed kan schrijven of uitgeven en wie niet. Dit laatste is natuurlijk erg gevaarlijk omdat de geschiedenis bol staat van veroordelingen die naderhand volstrekt verkeerd bleken te zijn. Er zijn beroemde schrijvers zat die jarenlang hebben moeten leuren voordat iemand brood zag in hun pennevruchten. Maar het verweer ertegen is ook niet zonder problemen, al was het maar alleen dat het altijd makkelijker is een leugen te debiteren dan haar te weerleggen. Het is dan ook niet mijn bedoeling om zijn analyse nog verder te corrigeren, ook al is deze verder overal onjuist. Ik heb daar een goede reden voor. Want omdat hij mij uitvoerig citeert kunnen de lezers zelf zien dat ik rationeel denk en formuleer hetgeen niet altijd het geval is in de tekst van Hulsing. Geen enkel woord in mijn essay is zomaar gebruikt, ook niet de term "mediacratie". Deze laatste term, bijvoorbeeld, duidt het type controlemaatschappij aan dat uitvoerig beschreven is in J.R. Beniger's "Control Revolution", een klassiek werk dat iedereen die over media schrijft eigenlijk behoort te hebben gelezen. In mijn essay heb ik dit boek in essentie samengevat op p.8 en 9.
"De Pax Americana" is overigens niet zozeer een essay over complotten (het woord komt er maar één keer in voor en dan nog tussen haakjes), maar veeleer een - functioneel geordend - betoog over de buitenlandse politiek van de VS die neerkomt op een strategie van "plunder by trade" - een strategie die gewaarborgd wordt door mediamanipulatie, intelligence, "covert action", en - uiteindelijk - militaire macht. Dat na 11 September de vraag beantwoord moest worden hoe de attack op de Twin Towers hierin past, spreekt vanzelf. Uiteraard was deze het resultaat van een complot, hoe anders zou je zoiets kunnen fabrieken, maar door wie en met welk beoogd effect? En om die vraag rationeel te beantwoorden, greep ik dus terug op statistiek. Alleen hierom al zou iedereen "De Pax Americana" moeten kopen. Nergens, niet in kranten, niet in magazines en ook niet op internet, ben ik een verhaal tegengekomen dat dezelfde weg inslaat als mijn essay. Uiteindelijk, zoals ik zelf zei en zoals Hulsing terecht citeert, hangt alles natuurlijk af van wat je gelooft. Maar om de waarheid van 11 September te achterhalen, en niet te blijven steken in een "dogmatisch" geloofsstandpunt, heb je meer nodig dan een "gezond verstand" (wat dat ook moge zijn), namelijk een contra-intuïtieve beslisstrategie om uit te maken hoe waarschijnlijk iets is na verwerking van binnenkomende
informatie.
Dit artikel is verschenen in Kleintje Muurkrant nr 385, 21 november 2003