Skip to main content
  • Archivaris
  • 373

Een 'creatief' antwoord

Derde weg in de sociaaldemocratie (deel 1)

De Nederlandse PvdA halveerde bij de verkiezingen in mei 2002. De Duitse bondskanselier Schröder werd herkozen. De Britse Tony Blair loopt aan het lijntje uit Washington. Ogenschijnlijk grote verschillen in Europa. Maar toch is er een overeenkomst: het zijn allemaal sociaal-democraten. Wat is er mis?

door Paul Dozenvuller

Terwijl de PvdA nog niet bekomen is van de verkiezingsnederlaag van 15 mei staan de verkiezingen van 22 januari 2003 er alweer aan te komen waarvoor campagne zal moeten worden gevoerd. Het rapport 'De Boer' was niet bepaald enthousiast over de vorige verkiezingscampagne, maar tijd tot bezinning wordt de partij niet gegeven. Wim Kok hield de partij acht jaar in een conservatief-liberale greep waarbij voor discussie nauwelijks plaats was. Vanaf de regeringszetels beheerde de PvdA de boedel van de bourgeoisie, zonder al teveel vragen te stellen, maar af en toe werd dorpsidioot Jan Pronk in de gelegenheid gesteld wat linksige frasen in de ether te slingeren. Ach ja, de PvdA is toch links? Zo heeft de partij zich sinds haar oprichting in 1946 geafficheerd, maar na ruim 56 jaar zijn de tijden wel veranderd. Tijd voor het op zoek gaan naar een nieuwe identiteit lijkt de partij niet gegeven: het verkiezingscircus gaat weer op toernee!
Internationaal wordt binnen de sociaaldemocratie wel de discussie over vernieuwing, modernisering, kortom over de toekomst van het reformisme gevoerd. Aan de vooravond van de Europese verkiezingen in juni 1999 presenteerden Tony Blair en Gerhard Schröder een gezamenlijk pamflet onder de titel "The Third Way/Die Neue Mitte". De tekst was bedoeld als raamwerk voor de gezamenlijke politiek van de 'moderne sociaaldemocratie' in het huidige en toekomstige Europa. Tot die gezamenlijke politiek is het niet gekomen. Eerder heeft de Derde Weg/Het Nieuwe Midden geleid tot een polarisatie binnen de Europese sociaaldemocratie, tussen wat wordt genoemd de 'Derde Weg' en de 'oude' sociaaldemocratie.

Vernieuwing
Voorstanders van de Derde Weg zijn zich ervan bewust dat de benaming al zeer oud is en al werd gebruikt door talloze politieke stromingen. In 1951 werd een Nederlandse Derde Weg opgericht als reactie op de Koude Oorlog tussen een Amerikaans blok (eerste weg) en Russisch blok (tweede weg). En in het begin van de jaren 90 formeerde zich een Derde Weg-fractie binnen de Amerikaanse Democratische Partij met de bedoeling om Bill Clinton als presidentskandidaat naar voren te schuiven. Zomaar twee voorbeelden uit een lange reeks. De eerste termijn van Clinton als president sinds 1992 werd de periode van globalisatie van de markteconomie en het neoliberalisme. Overheden trokken zich meer en meer terug, regeringen bezuinigden op de uitgaven voor de publieke sector; onderwijs, gezondheidszorg, openbaar vervoer en talloze andere voorzieningen werden het slachtoffer. Tot protest kwam het slechts sporadisch.
Derde Weg-aanhangers presenteren nu hun ideologische vernieuwing als het antwoord op het falen en de fouten in de elkaar bestrijdende politieke en economische ideologieën, gemakshalve 'socialisme' en 'liberalisme' genoemd, ofwel 'staat' tegenover 'markt' en 'planning' tegenover 'vrije marktmechanisme'. Voorstanders van de Derde Weg komen als voornaamste motief voor hun streven met het argument dat alle andere sociale filosofieën uit de tijd zijn en niet in staat om de hedendaagse maatschappelijke problemen het hoofd te bieden. Marxisme en communisme (oftewel de stalinistische planeconomie) hebben volgens de Derde Weg bewezen een "doodlopende weg in de geschiedenis te zijn" omdat "de economische theorie van het socialisme altijd ontoereikend was en het vermogen van het kapitalisme om zich te vernieuwen en de produktiviteit uit te breiden heeft onderschat. Het socialisme is er ook niet in geslaagd om het belang van markten te begrijpen als informele middelen die voorzien in de essentiële gegevens voor kopers en verkopers." Er zit geen enkel nieuw aspect in deze argumenten tegen planning en het wetenschappelijk socialisme. Zij werden eerder gebruikt door een aantal liberale en reformistische critici van het communisme, door vroegere generaties sociaaldemocraten en burgerlijke economen. Waar het in deze gemakkelijke kritiek aan ontbreekt is dat de zo geprezen 'markteconomie' niet de hemel op aarde is, maar dat crises, -en als gevolg daarvan oorlogen, armoede, het negeren van mensenrechten-, een integraal onderdeel van de aard van het kapitalisme zijn en dat de aanhangers van de vrije markteconomie weigeren om zelfs maar het rationele alternatief van een economisch planningsmodel in overweging te nemen die niet alleen de bureaucratie kan zuiveren van corruptie en machtsmisbruik, maar ook bijdraagt aan de dynamiek van democratische controle op de blindheid van de markt.

Modewoorden
De verdedigers van de 'Derde Weg' gaan ervan uit dat het kapitalisme wellicht niet het allerbest denkbare systeem is, maar wel het enige! En ook, zo wordt gesteld in het pamflet van de 'Derde Weg', "zijn er nog 'onontdekte' en voortdurende bronnen van dynamiek in het kapitalistische systeem die in het verleden zijn genegeerd". Zo menen zij dan toch aan de hoofdtaak van het burgerlijk socialisme toe te komen: het afvijlen van de scherpste kantjes van het kapitalistische produktiesysteem. Wanneer het kapitalisme dynamischer, efficiënter en produktiever zou zijn dan enig ander systeem dan zou staatsbemoeienis met de kapitalistische markteconomie een negatieve invloed kunnen hebben, bijvoorbeeld door het remmen van de dynamiek. Vandaar ook dat de 'Derde Weg' kiest voor meer neoliberale uitgangspunten. Neoliberalen kritiseerden niet alleen de communisten vanwege de staatsplanningsmoloch, maar ook de 'oude' sociaaldemocratie die een (te) grote staatsinvloed op het produktiesysteem wilden. Het Derde Weg-pamflet stelt in dit verband dat het niet alleen gaat om het verstrijken van de uiterste houdbaarheidsdatum van tegengestelde ideeën, maar vooral ook om een creatief antwoord te geven op nieuwe ontwikkelingen. Dan volgt een reeks modewoorden die duidelijk moeten maken wat er allemaal wel niet veranderd is: globalisering, individualisering, postmaterialisme, ecologie... of, zoals het Blair-Schröder pamflet het letterlijk stelt: "modernisering gaat over het accepteren van de voorwaarden die objectief zijn gewijzigd". De economische en politieke ontwikkelingen van de laatste decennia worden gerelateerd aan de veranderingen in waarden onder de bevolking, ingegeven door het zogenaamde 'nieuwe individualisme' of de 'postmateriële waarden'. De nieuwe waarden van de 'Derde Weg' zijn niet alleen een acceptatie van de maatschappelijke werkelijkheid die ontstond ten gevolge van objectieve economische ontwikkelingen, zoals globalisering, maar vooral een uitdrukking van wat de moderne mens voorstaat: "De politiek van de Derde Weg zou moeten vasthouden aan een kern van sociale rechtvaardigheid, en tegelijkertijd moeten accepteren dat de reeks vraagstukken die uitstijgt boven de traditionele links-rechtsverhoudingen groter is dan ooit tevoren. Gelijkheid en individuele vrijheid kunnen botsen, maar op gelijkheid gebaseerde maatregelen vergroten dikwijls ook de reeks vrijheden voor individuen. Vrijheid zou volgens sociaaldemocraten moeten betekenen de autonomie van actie, die op haar beurt weer een betrokkenheid van de bredere sociale gemeenschap vereist. Met het loslaten van het collectivisme zoekt de politiek van de Derde Weg naar een nieuwe relatie tussen het individu en de gemeenschap, een herdefiniëring van rechten en plichten," zo meldt het pamflet.
Uit de tekst wordt dan inmiddels duidelijk dat de voorgestane 'derde weg' niet die tussen socialisme en kapitalisme is, maar tussen sociaaldemocratie en het burgerlijk neoliberalisme, allebei systemen die gebaseerd zijn op het beheer van de kapitalistische boedel. De geschiedenis van de naoorlogse sociaaldemocratie is vooral een geschiedenis van het steeds verder opschuiven naar rechts, om deze term toch maar te blijven gebruiken ondanks dat zij volgens Blair en Schröder tot het verleden behoort.

'het nieuwe denken'
Uit de ingeslagen weg van de moderne sociaaldemocratie blijkt dat zij nog slechts appelleert aan de hoger geschoolde arbeiders en middenklassen, waarbij bijvoorbeeld achterstandsbuurten geen 'markt' meer zijn voor de sociaaldemocraten. Uit die buurten lijken eerder de 'maatschappijbedreigende' moderne plagen te komen als onveiligheid, (des)integratie en een gebrek aan normen en waarden, in het PvdA-verkiezingsmanifest voor januari 2003 "de hufterigheid op straat" genoemd. De nieuwe kiezers voor de sociaaldemocratie zijn de beter opgeleiden en beter betaalden, die baat hebben bij belastingvermindering, subsidies op koopwoningen, eigen pensioenvoorzieningen van de belasting willen aftrekken en zich particulier kunnen verzekeren tegen ziektekosten. Reeds de 'oude' sociaaldemocratie accepteerde het feit dat het kapitalisme onderhevig is aan een cyclus van crises, waarvan de onderste lagen in de maatschappij steeds geheel of gedeeltelijk het slachtoffer worden. Het was de taak van de staat iets te doen om de verwoestende effecten van het kapitalistische produktieproces voor deze onderste lagen in de maatschappij te verzachten. Wanneer werkloosheid niet de schuld van de werklozen was dan moesten zij bescherming ontvangen, waarvoor de kosten zouden moeten worden opgebracht door de werkgevers, de werknemers en de staat.
De 'moderne' sociaaldemocratie verwerpt deze solidariteit. Zij argumenteert dat de staat niet moet zijn "louter de passieve incasseerder van de verliezen door economische tekortkomingen", zoals het in het pamflet van de 'Derde Weg' staat. Sociale rechtvaardigheid is "meer dan het doorgeven van financiële transacties". Er wordt nu geargumenteerd dat "de algemene aanspraak op sociale uitkeringen moet worden beëindigd uit naam van het in toom houden van de overheidsuitgaven en dat mensen moeten worden begeleid om terug aan het werk te gaan". De Melkertbanen waren wellicht al een voorbode van dit 'nieuwe denken'? En diegenen die, ondanks de stormen van het kapitalisme, hun banen toch nog hebben weten te behouden, moeten volgens de Derde Weg er wel begrip voor hebben en op voorbereid zijn dat "het bezetten van dezelfde baan voor het leven iets van het verleden is". In plaats daarvan ondersteunen de sociaaldemocraten "de groeiende vraag naar flexibiliteit". Vier en twintig uurs economie, uitzendbureaus, flexibele werktijden... Door aanpassingen in het onderwijs zullen individuen worden "klaargestoomd voor de op kennis gebaseerde economie van de toekomst" en zullen zij nieuwe en betere banen krijgen.

Wat het 'nieuwe denken' van de sociaaldemocratie werkelijk betekent voor toekomstige maatschappelijke verhoudingen zal aan de orde komen in een vervolg op dit eerste deel.

Dit artikel is verschenen in Kleintje Muurkrant nr 373, 15 november 2002