Over bestuurlijk elan
Oral history is een vorm van geschiedschrijving waarin de belangrijkste bronnen van de historicus niet de traditionele geschreven bronnen zijn, maar de vertelde ervaringen, gevoelens en indrukken van mensen zelf. Meestal worden dergelijke bronnen ontsloten door interviews, maar ook andere bronnen worden gebruikt zoals videoregistraties, foto's en ga zo maar door. Maar het menselijk geheugen is feilbaar, gevoelig voor suggestie en gebeurtenissen uit het verleden zullen dan ook zeker verkleurd worden. Een vergelijkingsperspectief geeft de historicus dan een kader, een bredere context.
Nu schijnt het dat ook het bestuur van deze stad ('s-Hertogenbosch) gecontroleerd wordt door een door de kiesgerechtigde bevolking gekozen gemeenteraad. Nou is de opkomst al decennia niet om over naar huis te schrijven, daaraan is inmiddels iedereen wel gewend. Ook is men er al wel aan gewend dat decennia lang de bossche notabelen, of zij die zich als zodanig beschouwden, toch deden wat de belangen van de binnenstadondernemers diende; veel aandacht hadden voor Kultur en uiteraard lippendienst bewezen wanneer zich weer een zoveelste achterstandsgroep aandiende die in hun argeloosheid verwachtte dat de gemeentepolitiek iets voor hen kon betekenen. Dat gebeurt inmiddels niet meer zoveel. Niet omdat het gemiddelde inkomen in deze stad zulke hoogten bereikt heeft dat er geen sprake meer is van grote en grove materiƫle ongelijkheid, maar vooral omdat er een breed besef lijkt te bestaan dat het toch allemaal geen reet uitmaakt. "Ze doen toch wat ze willen" is het devies. Nu is dat niet helemaal waar, want als het aan de vooruitziende burgerbestuurders gelegen had dan was de oude binnenstad van Den Bosch zo ongeveer gesloopt, torenflats zouden ondertussen de skyline bepalen en de auto zou vrij toegang tot het kloppend dynamische moderne stadscentrum gekregen hebben. Maar dat is dan ook zo ongeveer het enige wapenfeit dat tegen het volksgezegde "ze doen toch wat ze willen" pleit. Want de rest is wel bekend, vanaf de sloop van het De Gruytercomplex, via het designplaveisel van de binnenstad en de tomeloze vrije- sectorbouw achter het station naar de samengevoegde kultuurrijkjes van de babbelende cultuurprinsjes. Terwijl ondertussen nutsvoorzieningen en openbaar busvervoer verkocht zijn: die mooie plannen moeten toch ergens mee betaald worden. Voor de gemiddelde wijkbewoner in de sociaaleconomisch minder bedeelde wijken kon er niet zoveel af. Mocht er zich weer eens gezeur van de lokale bewoners voordoen dan werd het standaardrecept van een opbouwwerker die een plan maakt naar de volgende die een plan maakt en de daaropvolgende die een plan maakt gehanteerd. Veel gepraat en vooral weinig concrete daden, ook weinig vertrouwen in het zelforganiserend vermogen van wijkbewoners om de eigen omgeving aan te pakken en de dienstverlening van De Gemeente aan te laten sluiten op wat zij in die omstandigheden wilden hebben. Nee zo gaat het niet in dit land en zeker niet in dit stadje. Gebrek aan elan zouden wij het kunnen noemen, ware het niet dat deze houding symptomatisch is voor de ambtelijke aanpak van de bureaucratie en het volslagen gebrek aan elan om die bureaucratie (waar de belastingbetalers toch voor betalen) nou eens te laten doen wat de bevolking wenst. Nee, deze stad en dit landje lopen wat betreft modernisering van de bureaucratie nogal achter. Die slagen er maar niet in om op volwassen wijze te praten met en zich te verplaatsen in de leefwereld van wijkbewoners om van daaruit te bezien welke problemen er in de buurt spelen, welke oplossingen of uitkomsten er daarbij voor de hand liggen en te werken aan de realisatie van die uitkomsten.
Maar terug naar de realiteit van het gebrek aan elan van de Bossche politiek. Geen elan om het tekort aan betaalbare (dus niet aan de top van de huursubsidie geprikte) woningen binnen een drietal jaren terug te brengen; geen elan om de bestaande sloopplannen voor goedkope huizen te stoppen; geen elan om de budgetten voor de wijkaanpak te verhogen en samen met wijkbewoners plannen te maken met zulke budgetten; geen elan om de auto uit de binnenstad te weren; geen elan om het openbaar (bus) vervoer te verbeteren; geen elan om met de fikken van de markt af te blijven; geen elan om het aantal horecagelegenheden in de binnenstad aan banden te leggen; affijn ga zo maar door. En dan zijn er een aantal patjepeeƫrs die zich beklagen dat er geen elan meer is om de stad in de vaart der volkeren op te stoten, met Heimweh naar die goeie ouwe tijd toen er nog wat gebeurde in deze stad. Van die types die de prijs van alles en de waarde van niks kennen. Op naar de volgende verkiezingen.
Dit artikel is verschenen in Kleintje Muurkrant nr 373, 15 november 2002