Banvloek-respons
Jaren achtereen ging er vrijwel geen Kleintje voorbij zonder een artikel van Peter Edel over de geschiedenis van het zionisme of de apartheidspolitiek van de staat Israël. Nadat eind 2002 veel commotie in Nederland was ontstaan over zijn boek "De Schaduw van de Ster" (1), verschenen nog een aantal artikelen in het Kleintje vanuit Antwerpen, maar daarna werd het stil rond Edel. Die stilte doorbrak hij uiteindelijk met de publicatie van "Banvloek", een compact boekwerk waarin zowel de ontstaansgeschiedenis als de nasleep van "De Schaduw van de Ster" staan beschreven (2). Maar in het Kleintje verschenen ondertussen geen artikelen meer van Edel.
door Peter Edel
Mogelijk veronderstellen mijn politieke tegenstanders dat zij mij na al die jaren eindelijk het zwijgen hebben opgelegd. En gezien het feit dat ik wel erg radicaal met publiceren ben gestopt, kan ik me daar wel iets bij voorstellen. Maar de werkelijkheid ziet er anders uit. Dat ik niet terugschrok van de kritiek na de publicatie van "De Schaduw van de Ster", blijkt bijvoorbeeld uit de artikelen die begin 2003 verschenen in het Kleintje en op de discussiesite Indymedia. Bovendien schreef ik in deze periode het december jl. verschenen "Banvloek". Aan de andere kant is het waar dat ik sinds april 2003 verder niets meer heb gepubliceerd. Maar dat heeft een andere oorzaak dan mijn politieke tegenstanders wellicht vermoeden - of hopen. Mijn regelmatige lezers zullen weten dat ik pas begin jaren negentig begon met schrijven. Daarvoor fotografeerde ik en maakte ik beeldende kunst. Er is in het begin nog een tijd geweest waarin ik zowel kunst maakte als artikelen schreef. Maar het duurde niet lang voordat de nadruk op onderzoek en publiceren kwam te liggen. Dat laatste heeft in de loop der jaren nogal dwars gezeten, omdat ik me altijd in de eerste plaats beeldend kunstenaar ben blijven voelen. Ik heb ook altijd de verwachting gehad dat ik uiteindelijk weer bij het visuele aspect van de kunsten terug zou keren, als ik eenmaal alles op papier had gezet wat me op het hart lag. Dat laatste is precies wat er gebeurde. De ommekeer vond plaats op de dag dat ik de digitale fotografie ontdekte. Daar was ik direct zo vol van dat ik voorlopig geen enkele behoefte meer voelde om nog iets te schrijven.
Biblion
Maar bijna een jaar later beginnen mijn vingers weer te jeuken. Aanleiding is een bespreking van "Banvloek" die ik onlangs in handen kreeg. Een van de weinige besprekingen moet ik zeggen, want het bleef opmerkelijk stil rond dit boek. Zelfs mijn traditionele critici zoals Peter Zegers en de "Fabel van Illegaal" hebben vooralsnog niets van zich laten horen. Dat kwam niet onverwacht. De vermaarde Nederlandse publicist Wim Klinkenberg schreef al eens dat onwelgevallige meningen in Nederland op twee soorten reacties kunnen rekenen. De publicist in kwestie kan een storm van kritiek over zich heen krijgen, maar het is ook mogelijk dat hem de zwijgdood wordt toebedeeld. Ik heb beiden meegemaakt. Want waar "De Schaduw van de Ster" tot veel ophef leidde in politiek en media, bleef het rond "Banvloek" vrijwel volledig stil. De uitzondering bestaat uit een stukje dat mevrouw Hanna Blok onlangs in opdracht van de 'informatieonderneming Biblio' over "Banvloek" schreef ten behoeve van de Nederlandse bibliotheken. Er staan in dat stukje zoveel fouten dat ik het me simpelweg niet kan permitteren niet te reageren. Ik zal het stukje in kwestie hieronder in zijn geheel overnemen.
"In 2002 publiceerde Edel, in België vooral bekend als beeldend kunstenaar, 'De schaduw van de ster', waarin hij de historie van het zionisme beschrijft vanuit een anti-Israëlisch standpunt. Hij pleit voor een Palestijnse staat en is ervan overtuigd dat die er ook zal komen. Zijn pleidooi wordt echter ontsierd door verdachtmakingen naar Israëlische zijde. Ook in Nederland stoorden critici zich aan zijn ongenuanceerde opstelling. In 'Banvloek' beklaagt de auteur zich over die reacties. 'De schaduw van de ster' is volgens hem wel een anti-Israëlisch, maar geen antisemitisch geschrift: de lezers hebben niet begrepen wat hij bedoelde - geen handig excuus voor een auteur. Hij herhaalt de namen van zijn critici, waarbij opnieuw Ronnie Naftaniël (CIDI) die na Edels publicatie een strafklacht tegen hem indiende, het moet ontgelden. Het laatste deel van het boek bevat een relaas vol verdachtmakingen: veel mensen, zelfs uit zijn naaste omgeving, lieten hem in de steek. Dat iemand een standpunt inneemt, is begrijpelijk; daarbij geldt echter niet slechts een gelijk, maar zijn ook andere, genuanceerde keuzes mogelijk, zoals onder meer naar voren komt uit reacties van critici als Glastra van Loon, 'Barend en van Dorp' en de door Edel als 'lafhartig' gekwalificeerde Marijnissen."
Ik heb in Nederland tientallen malen geëxposeerd, terwijl ik dat in België nog nooit heb gedaan. In tegenstelling tot wat mevrouw Blok beweert, ben ik in België als beeldend kunstenaar dientengevolge - helaas, moet ik zeggen - totaal onbekend. De enige keer dat er iets over mijn persoon in Belgische kranten heeft gestaan, was naar aanleiding van "De Schaduw van de Ster". Veronderstelt mevrouw Blok dat ik van Belgische nationaliteit ben? Het lijkt er veel op. Maar op de flaptekst van "De Schaduw van de Ster" staat heel duidelijk dat ik in 1959 in Amsterdam geboren ben. Dit doet mij op mijn beurt veronderstellen dat mevrouw Blok dit boek niet heeft gelezen. In de inleiding van "De Schaduw van de Ster" kondig ik aan de geschiedenis van het zionisme vanuit een anti-zionistisch perspectief te beschrijven. Dat is iets anders dan het anti-Israëlische standpunt wat mevrouw Blok er van maakt. Deze nuance mag aan haar dan niet besteed zijn, maar het woord Israël verwijst naar de religieuze geschiedenis van het Israëlitisch/joodse volk, terwijl ik met het woord zionisme in de eerste plaats refereer aan een nationalistische (en atheïstische) beweging die zijn oorsprong aan het einde van de negentiende eeuw kent. Dat is nogal een verschil. De ondertitel van "De Schaduw de Ster" luidt "zionisme en antizionisme" en staat met duidelijke letters op de boekomslag. Wederom betwijfel ik of mevrouw Blok dit boek heeft gelezen. In plaats daarvan lijkt het er meer op dat ze zich baseert op wat ze over "De Schaduw van de Ster" heeft gelezen en gehoord.
Volgens mevrouw Blok pleit ik voor een Palestijnse staat. Maar dat is wat ik in "De Schaduw van de Ster" en "Banvloek" nu precies niet doe. In plaats van een afzonderlijke Palestijnse staat streef ik naar de vestiging van een seculiere democratie waarin de rechten van alle in het land levende bevolkingsgroepen gewaarborgd zijn. Een Palestijnse staat zie ik als een bevestiging van het apartheidsbeginsel dat aan het zionisme ten grondslag ligt. Uit de aard van de zaak kan ik mij daarmee als antizionist niet verenigen.
Mevrouw Blok meent dat de lezers naar mijn mening niet hebben begrepen wat ik bedoelde. Het zijn haar woorden, want ik kan me niet herinneren dat ik me aldus heb uitgedrukt. Kan ook niet, want mijn lezers - en vooral de critici - hebben verdomd goed begrepen wat ik bedoelde in "De Schaduw van de Ster". Ze zijn het er niet mee eens, of willen de harde feiten niet onder ogen zien. Maar dat is wat anders dan dat ze het niet begrepen hebben. Wat ik in "Banvloek" wel heb geschreven, is dat verschillende critici het nodig vonden zaken aan "De Schaduw van de Ster" toe te schrijven die er niet in staan. Of dat zij bepaalde zaken die er wel in staan, hebben verzwegen, om mij dat vervolgens te verwijten. En dat natuurlijk allemaal gericht op de belangen van de zionistische zaak. Mevrouw Blok doet dat nog eens over.
Door haar onzorgvuldige stijl van schrijven, wekt mevrouw Blok verkeerde indrukken. Zoals het hierboven staat lijkt het er zelfs een beetje op alsof dhr. Naftaniël naar aanleiding van "De Schaduw van de Ster" een strafklacht indiende. Maar dat is niet het geval. In plaats daarvan was een in 1996 in het tijdschrift "Ravage" verschenen artikel aanleiding tot die strafklacht. Daar komt nog bij dat een strafklacht indienen op zich van weinig betekenis is. Iedereen kan een strafklacht indienen, maar dat zegt niets over de vraag of iemand wel of niet schuldig is aan een strafbaar feit. De uitkomst van de strafklacht die dhr. Naftaniël tegen mij heeft ingediend, was dat de rechter het Openbaar Ministerie tot twee maal toe niet ontvankelijk verklaarde. Ik ben dan ook niet veroordeeld. Maar dat lezen we niet bij mevrouw Blok. Dat zij voorbij gaat aan het rechtsbeginsel dat iemand onschuldig is tot hij of zij is veroordeeld, draagt bij aan de subjectieve indruk van haar stukje.
Een climax van stommiteit bereikt mevrouw Blok als zij Karel Glastra van Loon opvoert als één van mijn critici. Zelden heb ik een recensent een grotere blunder zien maken. Karel Glastra van Loon behoort namelijk niet tot mijn critici. In plaats daarvan heeft hij een - mag wel zeggen - lovend voorwoord voor "De Schaduw van de Ster" geschreven. Ook naar aanleiding van de commotie die eind 2002 rond dat boek ontstond, is Glastra van Loon mij altijd blijven steunen. Dat kwam onder andere naar voren in een artikel dat Trouw destijds publiceerde. Eerder heb ik al verondersteld dat mevrouw Blok "De Schaduw van de Ster" niet heeft gelezen. Maar op basis van wat zij over Karel schrijft weet ik dat vrijwel zeker. Ik betwijfel zelfs of ze "De Schaduw van de Ster" ooit in handen heeft gehad, want de naam van Karel Glastra van Loon staat met grote letters op de cover. Maar mevrouw Blok plaats hem dus bij mijn critici.
Mevrouw Blok kwalificeert de opvattingen van mijn critici Barend en van Dorp en Jan Marijnissen als "genuanceerd gelijk". Ik vraag me af hoe genuanceerd het gelijk van dit drietal kan zijn. Ik heb het al allemaal eens eerder geschreven, maar voor de gelegenheid herhaal ik het nog maar eens: in december 2002 openden de presentatoren van het RTL4 programma 'Barend en van Dorp' frontaal de aanval op "De Schaduw van de Ster". Desalniettemin maakten beiden er geen geheim van dat ze mijn boek niet gelezen hadden. Dat noem ik nog eens een "genuanceerd gelijk". Hetzelfde kan ik schrijven over Jan Marijnissen, die nota bene beweert sympathie te hebben voor de Palestijnse zaak. Marijnissen had mijn boek evenmin gelezen en stelde daarom alles in het werk om te voorkomen dat ik door Barend en van Dorp uitgenodigd zou worden. Tijdens de uitzending verklaarde hij niet in het programma te zijn verschenen als ik daar ook aan tafel had gezeten. Op die manier kon de Pim Fortuyn van links een charmeoffensief in de richting van het zionisme lanceren, met de kennelijk bedoeling daarmee pro-Israëlische stemmen veilig te stellen bij de destijds naderende verkiezingen. Zo genuanceerd is het gelijk van de politieke opportunist Jan Marijnissen. Van mevrouw Blok mag ik de manier waarop hij bij Barend en van Dorp bezig was niet lafhartig noemen. Maar weet iemand een beter woord?
Hanna Blok
Je zou denken dat het voor "Biblion" zaak is besprekingen van boeken zo neutraal mogelijk te houden. Het lijkt immers voor de hand te liggen dat de bibliotheekbezoeker een zo breed mogelijk pakket aan informatie moet worden voorgeschoteld, zonder dat de politieke en religieuze opvattingen van de recensent in kwestie daar een rol bij spelen. Daarom meende ik in eerste instantie dat de tekortkomingen in het stukje van mevrouw Blok tekenen zijn van gemakzuchtigheid. Maar nadat ik haar naam had nagetrokken op internet, bleek dat toch iets anders te liggen. Zo komt de naam van mevrouw Blok naar voren op de website van het 'Overlegorgaan joden en christenen' (OJEC). Het OJEC dat, zoals de naam al aangeeft, een platform wil zijn voor overleg tussen joden en christenen, werd in 1981 opgericht door: "drie joodse kerkgenootschappen, zes christelijke kerkgenootschappen en drie organisaties van een andere aard, die in relatie staan tot de staat Israël". En jawel, onder de drie laatstgenoemde organisaties bevindt zich het "Centrum Informatie en documentatie Israël" (CIDI) van meneer Naftaniël. In 1996 was mevrouw Blok namens het OJEC voorzitter van de werkgroep "Jodendom in Onderwijs en Catechese" (3), terwijl zij twee jaar later betrokken was bij het door het OJEC gepubliceerde 'lesboek' "Van matzes, mitswes en mezoezes, leer- en lesboek over jodendom" (4). Verder schreef mevrouw Blok in 1996 een inleiding voor het boek "Markante Nederlandse zionisten", dat wordt aangeprezen op de website van Likoed-Nederland - en daar voor leden met korting te koop is (5).
Kortom: het lijkt er niet erg op dat mevrouw Blok geheel onbevooroordeeld aan het werk ging toen zij "Banvloek" voor "Biblion" besprak. Als wijlen sjeik Yassin gevraagd was "Der Jüdenstaat" van Theodor Herzl te bespreken, was het resultaat even voorspelbaar geweest. Ondertussen moet ik constateren dat de Nederlandse bibliotheekbezoeker geconfronteerd dreigde te worden met een zionistische getint filter, als hij of zij op zoek is naar boeken over de geschiedenis van het zionisme, of de apartheidspolitiek van de staat Israël. Mijn uitgever heeft daar ondertussen bezwaar tegen gemaakt en heeft "Biblion" verzocht "Banvloek" opnieuw te laten bespreken. En niet zonder resultaat. Want kort voor het ter perse gaan van dit Kleintje liet "Biblion" mijn uitgever weten dat "Banvloek" inderdaad opnieuw besproken zal worden, door een andere recensent. Het zal mij benieuwen wie men daar ditmaal voor zal benaderen. Ik heb wel een suggestie, want als meest aangewezen persoon in dit verband wil ik Milo Anstadt van "Een ander joods geluid" noemen. Niet omdat hij het volledig met mij eens is, want dat is hij zeker niet. Zo uitte hij in een verleden jaar in "Ravage" verschenen bespreking van "De Schaduw van de Ster" stevige kritiek op mijn standpunt dat alleen een seculiere democratie in Israël/Palestina een garantie kan zijn voor een duurzame vrede in het Midden-Oosten. Maar in tegenstelling tot mevrouw Blok en de meeste andere recensenten, beschikt Anstadt wel over voldoende kennis over de geschiedenis van het zionisme om over mijn boeken te kunnen oordelen.
1. "De schaduw van de ster, zionisme en antizionisme" / Peter Edel. - Antwerpen: Uitgeverij EPO, 2002
2. "Banvloek" / Peter Edel. - Breda: Uitgeverij Papieren Tijger, 2003
3. www.xs4all.nl/~ojec/ojec_jaarversl_1996.html
4. www.xs4all.nl/~ojec/ojec_jaarversl_1998.html
5. www.likud.nl/bel0512.html
Dit artikel is verschenen in Kleintje Muurkrant nr 391, 14 mei 2004