Hoge Raad veroorzaakt criminaliteit
De Pikmeer-arresten I en II hebben het mogelijk gemaakt dat in Nederland overheidsdienaren en bewindslieden die de wet overtreden, strafrechtelijk niet aangepakt (kunnen) worden, ja geheel immuun zijn voor strafvervolging. Dit heeft kwalijke praktijken mogelijk gemaakt, waardoor de belangen van ons allemaal, vooral ook op langere termijn, zeer ernstig geschaad worden.
Door Ad van Rooij
De Nederlandse overheid blijft nog steeds de bindende Europese richtlijnen, verordeningen en verdragen schenden wat betreft het impregneren van hout met verboden middelen, als arseenzuur en chroomtrioxide, om zo zwarte lijststoffen te lozen. Daardoor is er in Nederland sprake van een voortgaande massale en zeer ernstige vergiftiging van het milieu. Bovendien heeft dit alles geleid tot het ontstaan van een milieumaffia van forse omvang en invloed.
Op 24 januari 2001 heb ik de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden schriftelijk te kennen gegeven wat de gevolgen van de Pikmeer-arresten I en II zijn, nl. criminele netwerken.
Minister A. Jorritsma-Lebbink van Economische Zaken (EZ) en minister J.P. Pronk van VROM hebben door het afsluiten van convenanten (branche-organisaties, lagere overheden en andere belanghebbenden) dergelijke netwerken "gelegaliseerd" zonder dat daartegen nog strafrechtelijk kan worden opgetreden.
Zo heeft een in het verleden door de minister van VROM afgesloten convenant met de houtimpregneerbranche (VHN) tot gevolg dat de metaalindustrie (SHELL/Billiton/Hickson) jaarlijks honderdduizenden kilogrammen arseenzuur, chroomtrioxide e.d. (zwarte lijststoffen) via geïmpregneerd hout, uiteindelijk in water, bodem en lucht heeft kunnen dumpen en dat nog steeds doet. Zulks in strijd met onder andere de vanuit de Europese Commissie rechtstreeks aan de lidstaten opgelegde verordeningen (EG) nrs. 142/97 en 143/97 van 27 januari 1997. Met andere woorden: de minister van VROM maakte misbruik van de Pikmeer-jurisprudentie om o.a. SHELL/Billiton/Hickson behulpzaam te zijn bij het met grote winsten dumpen van uiterst gevaarlijk afval in water, bodem en lucht zonder dat zij daarvoor strafrechtelijk kunnen worden vervolgd.
Milieusubsidie
Om deze massale dumping van hoog problematisch afval van o.a. SHELL/Billiton/Hickson te stimuleren heeft de minister van VROM onder de dekmantel van het "KOMO-keur" zelfs vele miljoenen guldens aan (milieu) subsidie uitgegeven. Zo heeft bij voorbeeld het houtimpregneerbedrijf de Gebr. van Aarle B.V. te Sint Oedenrode van het ministerie van VROM grote bedragen aan milieusubsidie ontvangen voor het jaarlijks dumpen van zo'n 6000 kilogram arseenzuur en zo'n 9000 kilogram chroomtrioxide.
Dit in tegenstelling tot u en ik. Als wij 10 kilogram arseenzuur of 10 kilogram chroomtrioxide bij minister Pronk in de tuin dumpen dan ga je daarvoor minstens de bak in. Als je dat niet gelooft, probeer het maar!!
De minister van Volksgezondheid E. Borst Eilers weet welke enorme hoeveelheden van dit levensgevaarlijke gif zo verspreid worden. Zij staat er bij, kijkt ernaar, en doet niets.
Het genoemde convenant heeft ertoe geleid dat intussen nagenoeg geheel Nederland is vergiftigd met o.a. het uiterst kankerverwekkende arseenzuur en chroomtrioxide. Wanneer stopt deze waanzin !
Dit convenant heeft er tevens toe geleid dat de heer J. Blenkers, plv. regionaal inspecteur milieuhygiëne zuid, geen Nederlands meer kan lezen. Ik heb hem nl. bij brief van 30 januari 2001 verzocht om tegen houtimpregneerbedrijf Gebr. van Aarle B.V. te Sint Oedenrode direct handhavend op te treden. Dit bedrijf brengt immers dagelijks grote hoeveelheden arseenzuur op een ongecontroleerde wijze in water, bodem en lucht en handelt als zodanig in strijd met de bindend voorgeschreven verordening (EG) nr. 142/97 (pbEG L25) van 27 januari 1997 van de commissie van de Europese Gemeenschappen.
Het overtreden van dergelijk rechtstreeks vanuit de EEG bindend opgelegde voorschriften is een van de zwaarste (milieu)misdrijven die een bedrijf kan plegen. Ik had dan ook verwacht dat plv. regionaal inspecteur hiertegen onmiddellijk handhavend zou optreden. Het tegenovergestelde blijkt waar te zijn. In zijn reactiebrief van 14 februari 2001 doet hij net of ik dit alles niet heb geschreven en geeft hij een uitgebreide uitleg over de CPR 15-2 en de CPR 15-2/3 waarom ik in zijn geheel niet heb verzocht. Zo helpt milieuinspecteur dr. J. Blenkers de organisatiecriminaliteit met het dumpen van o.a. enorme hoeveelheden arseenzuur in strijd met de vanuit Europese Gemeenschap bij verordening nr. 142/97 rechtstreeks opgelegde voorschriften. Wie roept dr. J. Blenkers hiervoor ter verantwoording?
Of is dit ook afgedekt door de Pikmeer arresten I en II van de Hoge Raad? Dan heeft deze Hoge Raad nog heel veel uit te leggen.
Vorig jaar werd door minister Jorritsma (EZ) en minister Pronk (VROM) een convenant gesloten met de Nederlandse Elektriciteitsmaatschappijen en de Federatie Energie Ned over de kolengestookte elektriciteitscentrales in Nederland. Die mogen op grond van dat convenant jaarlijks miljoenen kilogrammen kankerverwekkende stoffen als arseen, chroom VI, kwik, cadmium, Pak's, dioxines e.d. in strijd met nagenoeg alle Europese richtlijnen en verordeningen en zonder de daarvoor vereiste vergunningen in water, bodem en lucht en in secundaire produkten zoals cement, beton, asfalt e.d. dumpen.
Onder de dekmantel van CO2-reductie, groene stroom, duurzame energie, secundaire brandstof e.d. worden door de ministers van EZ en VROM hiervoor zelfs vele miljoenen guldens aan (milieu)subsidie uitgegeven.
In de zaak nummer 200001376/2 van 23 januari 2001, in een geschil tussen de vrijwillige milieurechercheur drs. A.W.G. van Bergen en Gedeputeerde Staten van Gelderland, heeft staatsraad mr. J.P.H. Donner van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State zelfs beslist dat de kolengestookte EPON-elektriciteitscentrale te Nijmegen zonder een daarvoor vereiste milieuvergunning, en zonder een vereiste lozingsvergunning, via de lucht jaarlijks bovenop de rest nog eens enorm veel fluor en kwik mag lozen in het oppervlaktewater. Deze staatsraad mr. Donner heeft hiermee beslist in strijd met richtlijn 76/464/EEG en verwijst het hierop betrekking hebbende arrest van het Europese Hof van Justitie in zaak C-231/97 van 29 september 1999 naar de prullenbak.
Wie roept staatsraad mr. Donner hiervoor ter verantwoording?
Of is hij bij voorbaat gedekt door de Pikmeerarresten?
Dan heeft deze Hoge Raad nog heel veel uit te leggen.
Om aan bovengenoemde criminaliteit een einde te maken heb ik de Hoge Raad bij brief van 24 januari 2001 verzocht om met cassatie in het belang der wet de Pikmeer-jurisprudentie zodanig te herzien dat ook bewindslieden zoals minister Jorritsma (EZ) en Pronk (VROM) hiervoor strafrechtelijk kunnen worden vervolgd. Bij brief van 16 februari 2001 heeft mr. Th.B. ten Kate, Procureur Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden, beslist dat ingevolge het bepaalde in artikel 95 lid 1 van de Wet op de rechtelijke organisatie het rechtsmiddel cassatie in het belang der wet niet openstaat tegen uitspraken van de Hoge Raad zelf. Hiermee heeft mr. Th.B. ten Kate zelf erkend dat de Hoge Raad de hierboven beschreven criminaliteit heeft veroorzaakt. Bovendien plaatst mr. Th.B. ten Kate daarmee de Hoge Raad der Nederlanden boven het Europese Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen te Luxemburg. Deze kwestie wordt nu voorgelegd aan het Europese Hof van Justitie.
(Ad van Rooij is hogere veiligheidskundige en betrokken bij het Ecologisch Kennis Centrum te Sint Oedenrode. Al hetgeen hij hierboven heeft beschreven kan hij staven met feitelijke bewijsstukken. Een overstelpende hoeveelheid informatie over dit soort zaken kunt u vinden bij de stichting Sociale Databank Nederland op internetadres www.sdnl.nl.ekc-home.htm)
Dit artikel is verschenen in Kleintje Muurkrant nr 354, 9 maart 2001