Simulatie van schandalen
In zijn artikelen over het zionisme noemde Peter Edel de ideologische kant van deze nationalistische beweging als oorzaak van onder andere de problematiek in het Midden-Oosten. In dit artikel overweegt hij of er verschil bestaat tussen protest tegen een ideologie en protest tegen schandalen die door dezelfde ideologie worden voortgebracht.
door Peter Edel
Voor de gelegenheid wil ik deze vraagstelling verbinden aan de denkbeelden van de uit Parijs afkomstige publicist Jean Baudrillard. Volgens de rode draad in diens werk gaat wat wij als werkelijkheid ervaren schuil achter 'simulaties'. Deze door media, politiek en wetenschap veroorzaakte simulaties zijn zo talrijk en complex dat het onmogelijk te bepalen is wat waar is en wat niet. Baudrillard spreekt in dit verband zelfs van "een copie zonder origineel" en brengt daarmee de authenticiteit van de werkelijkheid in het geding.
Met dergelijke stellingen is Baudrillard een specifieke exponent van het postmodernisme, een tak van de filosofie waarover binnen links veel wantrouwen bestaat. Logisch enerzijds, want binnen de verschillende linkse ideologieën hecht men nu eenmaal zwaar aan een 'harde' niet voor meerdere uitleg vatbare werkelijkheid. Aan de pluriforme werkelijkheid waar het postmodernisme de wereld mee wil confronteren, heeft links dientengevolge weinig boodschap. Baudrillard is met zijn behoorlijk naar het irrationele neigende opvattingen over gesimuleerde werkelijkheden bovendien een inspiratiebron voor science fiction schrijvers geworden (zoals voor de gebroeders Wachowski, de makers van de filmreeks The Matrix). Die link met science fiction-achtige toestanden laat zich evenmin goed combineren met het sterk rationele linkse denken.
Wat links evenmin kan bekoren is de sombere levensverwachting die het postmodernisme kent wat betreft ideologieën. Zo stelde een andere postmodernist, de eveneens uit Frankrijk afkomstige Francois Lyotard, onomwonden dat politieke en religieuze ideologieën hun langste tijd hebben gehad. Hij sprak in dit verband over het einde van de "grote vertellingen".
Het ligt voor de hand dat aanhangers van wat voor ideologie dan ook zich onmogelijk kunnen verenigen met dit beginsel van het postmodernisme. Dat geldt dan ook zeker niet alleen voor links, want binnen de orthodox-christelijke kringen waar ik zo nu en dan contact mee heb, beschouwt men postmodernisme om dezelfde reden als een vies woord. En in dit opzicht niet ten onrechte. Er valt immers weinig voor te zeggen dat ideologieën een gepasseerd station zijn. Denk bijvoorbeeld aan het sterk ideologisch getinte fundamentalisme, dat de wereld momenteel - in zowel christelijke, islamitische als joodse vorm - in de ban houdt. De postmodernen spreken in dit verband van een laatste opleving en in die zin juist van een postmodern verschijnsel, maar erg overtuigend komt het allemaal niet over. In feite is het volstrekt onvoorstelbaar hoe een wereld er zonder ideologieën uit zou zien.
Erg belangrijk voor het postmodernisme is verder de groeiende invloed van informatie. Baudrillard gaat zelfs zo ver op te merken dat de werkelijke rijkdom tegenwoordig alleen nog uit informatie bestaat. Maar daar slaat hij de spijker natuurlijk royaal mis. Want hoe belangrijk informatie ook mag zijn in de (post)moderne samenleving, het feit blijft dat je het niet kan eten. Of zoals Hakim Bey schrijft: "Informatie als cultuur kan in metaforische zin 'rijkdom' genoemd worden, omdat ze praktisch en wenselijk is - maar ze kan nooit rijkdom zijn in exact die elementaire mate waarin oesters en room, of tarwe en water, 'op zich' rijkdom betekenen. Informatie is nooit meer dan informatie 'over iets'. Evenals geld, is zij nooit het ding zelf." (1)
Kortom, het valt niet te ontkennen dat het postmodernisme zich uiteindelijk in meer dan één opzicht tegenspreekt. Of zoals Karel Glastra van Loon in het voorwoord van mijn boek "De schaduw van de ster" schreef: "zichzelf in de staart bijt" (2). Maar als het postmodernisme na dit beknopte overzicht al door de mand valt, waarom dan toch er naar verwijzen bij de vraagstelling uit de inleiding van dit artikel of er een verschil bestaat tussen protest tegen een ideologie en protest tegen schandalen die door dezelfde ideologie worden voortgebracht? Ik moet toegeven dat ik hoe dan ook tot op bepaalde hoogte onder de indruk ben van het postmodernisme, al komt dat niet zo zeer door de politieke implicaties. Veel sterker weegt voor mij als beeldend kunstenaar wat postmodernisme voor de hedendaagse beeldende kunst betekent. En dan gaat het met name over de rol die het postmodernisme in een toekomstige samenleving voor de kunst - en de kunstenaar - ziet weggelegd (3). Wat betreft de politieke kant van de zaak, moet ik onderstrepen dat het postmodernisme "zich in de staart bijt." Toch produceren sommige postmodernisten op deelgebieden wel degelijk interessante thesen over politiek die ook binnen een linkse context van belang kunnen zijn. Daar bevindt zich ook ongeveer mijn oordeel over de politieke kant van het postmodernisme: interessant op details.
Over één zo'n detail zal het in het vervolg van dit artikel gaan. Al de andere aspecten van het postmodernisme horen in een ander artikel thuis - dat ik wellicht nog ga schrijven.
Watergate
Evenals Lyotard wijst Baudrillard er regelmatig op dat het zo machtige domein der ideologieën zich feitelijk in zware crisis bevindt. Ideologieën zijn er naar zijn mening a-priori op gericht zichzelf te vestigen, met als gevolg dat ze immoreel en gewelddadig van karakter zijn en weinig ruimte overlaten voor overwegingen van humanistische aard. Hier past direct al de vraag of dit oordeel op werkelijk iedere ideologie van toepassing is. Maar met de ideologie van het kapitalisme kiest Baudrillard voor een overtuigend voorbeeld. Volgens Baudrillard kan een ideologie zich alleen legitimeren door een moreel kader om zich heen te werpen. Daardoor zijn de door een ideologie veroorzaakte schandalen paradoxaal genoeg essentieel om dezelfde ideologie, te laten voortbestaan. In het geval van de kapitalistische ideologie omschreef Baudrillard het in 1983 als volgt: "(...) capital, which is immoral and unscrupulous, can only function behind a moral superstructure, and whoever regenerates this public morality (by indignation, denunciation, etc.) spontaneously furthers the order of capital (...)" (4)
Baudrillard noemde als voorbeeld Watergate, de in de jaren zeventig door de The Washington Post onthulde afluisteraffaire. Zelf heb ik wat betreft Watergate altijd twijfels gehad. Goed, Nixon had kennis van het afluisteren van tegenstanders binnen het democratische kamp. Maar wat stelde dat voor vergeleken met vergrijpen van andere presidenten? Zo denk ik aan de betrokkenheid van George Bush Sr. bij Iran-Contra. De implicaties van dat schandaal gingen wel even verder als die van Watergate, maar het gevolg was niet dat Bush het veld moest ruimen zoals Nixon. Baudrillard ziet Watergate als een bewust georkestreerd - of in zijn woorden "gesimuleerd" - schandaal dat de zich in crisis bevindende kapitalistische ideologie van een morele presentatie voorzag: "tending towards scandal as a means to regenerate a moral and political principle, towards the imaginary as a means to regenerate a reality principle in distress. The denunciation of scandal always pays homage to the law. And Watergate above all succeeded in imposing the idea that Watergate was a scandal - in this sense it was an extraordinary operation of intoxication. The reinjection of a large dose of political morality on a global scale." (5) In dit verband kon er voor Baudrillard geen sprake van toeval zijn dat de tipgever van The Washington Post, de beroemde "Deep Throat", naar alle waarschijnlijkheid een oudgediende van de Republikeinse partij was. Voor Baudrillard draaide het schandaal niet om de Watergate-kwestie op zich, maar om de ideologische context van kapitalisme waarin het plaatsvond: "Watergate is not a scandal: this is what must be said at all cost, for this is what everyone is concerned to conceal, this dissilumation masking a strenghtening of morality, a moral panic as we approach the primal (mise en) scene of capital: its instantaneous cruelty, its incomprehensible ferocity, its fundamentel immorality - this is what is scandalous (...)" (6).
Irak
Het meer dan twintig jaar geleden door Baudrillard beschreven mechanisme van simulaties is vandaag de dag nog uiterst herkenbaar. Neem bijvoorbeeld de economische crisis waar de wereld zich momenteel in bevindt. Is deze echt, of is hier sprake van een bewust veroorzaakte simulatie, gericht op het vergroten van de opbrengsten van multinationals? De wereldwijd sterk toegenomen werkloosheid in combinatie met de enorme winsten van grote ondernemingen, wijst in de richting van simulatie.
Ook schandalen waarmee de kapitalistische ideologie zich van een moreel kader voorziet, worden nog altijd gesimuleerd. Zo is er het recente "schandaal" over de foto's uit Irak, waarop te zien is hoe Irakese gevangenen door Amerikaanse militairen gemarteld en vernederd worden in de beruchte Abu Ghraib gevangenis. Maar hoe schandalig dergelijke praktijken ook mogen zijn, als we Baudrillard volgen blijft het de vraag of het werkelijke schandaal zich niet elders bevindt. Want bestaat het schandaal in feite niet uit de massamoord die sowieso door de Amerikanen wordt begaan in Irak? Of, verder redenerend in de trend van Baudrillard: bestaat het schandaal in werkelijkheid niet uit het kapitalisme dat alle misstanden in Irak in de eerste plaats mogelijk maakt? Is het niet zo, dat je van een onmenselijke ideologie als het kapitalisme niet anders kan verwachten dan marteling en vernedering van tegenstanders? Er is namelijk weinig voor te zeggen dat het onmenselijke Amerikaanse optreden in Irak een uitzondering is. De herinnering aan het sadistische handelen van Amerikaanse militairen in Vietnam is in dit verband veelzeggend. Er is dus wel wat voor te zeggen dat het vernederen en martelen van Irakese gevangenen is aangegrepen om doelbewust een schandaal te simuleren waarmee de ware aard van de onderliggende ideologie verhuld blijft achter een moreel jasje. Hierbij mag niet onvermeld blijven dat het "schandaal" rond het martelen en vernederen van Irakezen is aangeslingerd door de Amerikaanse media, precies zoals bij Watergate. Bovendien blijkt uit verklaringen van betrokken Amerikaanse militairen dat de voor hen belastende foto's niet toevallig werden gemaakt.
Zionisme
En hoe zit het met mijn stokpaardje, die andere - nationalistische - ideologie, het zionisme? Laten we voorop stellen dat het zionisme, evenmin als het kapitalisme, weinig boodschap heeft aan overwegingen van humanistische aard. Ik zal daar niet lang bij stil staan; dat heb ik in de afgelopen jaren al voldoende gedaan. Van het zionisme zijn niet alleen Palestijnen het slachtoffer geworden, maar ook joden als het zo uitkwam; en dat zegt op zich al genoeg. Het is duidelijk dat het zionisme evenals het kapitalisme, dringend behoefte heeft aan een kunstmatige morele ruggegraat. In dat kader kunnen bijvoorbeeld de met enige regelmaat opduikende fraude-schandalen in de Israëlische politiek worden geïnterpreteerd. Zoals recentelijk de zaak rond het aannemen van steekpenningen door premier Sharon van zakenman Appel. Het zal allemaal wel dat Sharon en passant wat munten in zijn zak stopt; ik twijfel er geen moment aan. Maar is dat nu werkelijk het schandaal waar het in Israël om draait? Gaat het niet veel meer om het gewelddadige en onmenselijke karakter van het zionisme, dat tot racisme, haat en massamoord leidt en daarmee de wereld in zijn ban houdt? Ook hier moeten minuscule gesimuleerde schandaaltjes de proporties van het werkelijke schandaal buiten zicht houden. Van een iets andere orde zijn de onderzoekscommissies in Israël wanneer het tot buitensporige excessen tegen de autochtone bevolking van Palestina gaat. Neem bijvoorbeeld de Kahan-commissie in de jaren tachtig naar aanleiding van de rol van het Israëlische leger en toenmalig defensieminister Sharon bij het bloedbad van Sabra en Shatila. Sharon werd naar aanleiding van dit onderzoek min of meer als verantwoordelijke aangewezen. Maar was dat de werkelijke bedoeling van deze commissie, of ging het er vooral om een morele verschijningsvorm van een ideologie te simuleren die op zich lak heeft aan menselijke waarden? Het feit dat deze veroordeling voor Sharon persoonlijk nauwelijks gevolgen had (hij kon later weer minister en zelfs premier worden alsof er niets was gebeurd) wijst in de laatste richting. Nader beschouwd staat het zionisme bol van simulaties; niet alleen op moreel gebied, maar vooral ook wat betreft religieuze zaken. Is het niet zo dat het joodse volk volgens de religieuze traditie geen recht kan doen gelden op een eigen staat zolang het Opperwezen daar niet het sein toe geeft door de lang verwachte Messias te sturen? Om deze bepaling te ontwijken heeft het (oorspronkelijk strikt atheïstische) zionisme een variant van het joodse geloof gesimuleerd. De meeste religieuze joden geloven daardoor niet meer in het joodse geloof, maar in een buitengewoon goed geslaagde simulatie. Zo goed dat organisaties van joden die zich nog wel aan de oorspronkelijke leer houden - en dientengevolge afwijzend ten aanzien van het zionisme staan zoals 'Neturei Karta' en 'Satmar' - vaak als absurde en afwijkende sektes worden beschouwd. Het gaat zelfs zo ver dat vrijwel niemand binnen de pro-Palestijnse beweging dergelijke antizionistische joden serieus neemt (7).
Kwantum filosofie
De denkbeelden van Jean Baudrillard impliceren een dilemma. Want uit zijn redenatie volgt dat protest tegen de schandalen van het kapitalisme hetzelfde is als ten onrechte erkennen dat deze ideologie een morele kant heeft. Ik stel daar op mijn beurt tegenover dat niet protesteren gelijk staat aan het goedkeuren van het schandaal. Dat laatste spookte door mijn hoofd toen ik op 15 mei jl. voor alle zekerheid toch maar aanwezig was op de manifestatie tegen de Amerikaanse wreedheden in Irak en de Israëlische apartheidsmuur bij de Amerikaanse ambassade in Amsterdam. (8)
Dit is duidelijk zo'n punt waar het postmoderne denken van Baudrillard zichzelf tegenspreekt. Of zoals Karel Glastra van Loon het zou uitdrukken "zichzelf in de staart bijt". Maar kunnen we van een filosofie die de geldigheid van de ons omringende werkelijkheid in het geding brengt, verwachten dat het een sluitende these produceert? Een vergelijking met de fysieke wetenschap dringt zich op. Want ook in de kwantum mechanica heeft de objectieve werkelijkheid plaats gemaakt voor een model waarin geen absolute uitspraken mogelijk zijn. Er blijft alleen een kansberekening over; met andere woorden: "niets is waar, maar alles is mogelijk". (9)
Het raakvlak tussen de paradoxen van de kwantum mechanica en het postmodernisme is zonder meer evident. Het postmodernisme was waarschijnlijk zelfs ondenkbaar geweest zonder kwantum mechanica. Het 'onzekerheidsprincipe' van de kwantum fysicus Werner Heisenberg houdt de postmoderne filosofen niet zonder reden al jaren in de ban (10). En wat te denken van de 'vele-werelden-theorie', waarbij voor ieder mogelijke gebeurtenis een apart universum ontstaat. Het klinkt als science fiction, als de simulaties van Baudrillard en The Matrix. Maar tegelijkertijd wordt deze these serieus in overweging genomen door de wetenschap. Sterker nog: voor veel wetenschappers heeft de vele-werelden-theorie ondertussen de plaats ingenomen van de meer conventionele Kopenhaagse interpretatie uit 1927, waarbij natuurkundigen als Bohr en Einstein nog probeerden de kwantum mechanica in een rationeel kader te plaatsen. De meeste kwantum fysici hebben dat pad ondertussen verlaten. Vandaar dat de 'postmoderne' wetenschap volgens de eerder genoemde filosoof Francois Lyotard niets met waarheid te maken heeft, maar alles met onzekerheid en chaos (11). Baudrillard lijkt het verband tussen kwantum mechanica en postmodernisme eveneens goed begrepen te hebben. Het komt onderandere naar voren in zijn terminologie, waarbij hij spreekt van 'singulariteiten', een belangrijk begrip in zowel de astrofysica als de kwantum mechanica (12).
Hoewel ik het oorspronkelijk niet van plan was, viel er om redenen van volledigheid uiteindelijk dus niet te ontkomen aan de wetenschappelijke context - of volgens velen het randgebied daarvan - waarbinnen het denken van Baudrillard en het postmodernisme plaatsvindt. Daarmee ben ik terechtgekomen bij het artikel dat ik eerder al noemde; het artikel dat ik nog van plan ben te schrijven. Wat dit artikel betreft concludeer ik dat Baudrillard, ondanks alle tegenstrijdigheden en paradoxen, met een interessante these komt als hij schrijft dat het kapitalisme zich van doelbewust gegenereerde schandalen bedient om een morele verschijningsvorm te simuleren. In die zin bestaat er inderdaad een verschil tussen protest tegen een ideologie en protest tegen schandalen die door dezelfde ideologie worden veroorzaakt. Maar het blijft een dilemma.
1. Hakim Bey, "Informatie oorlog", 1996, www.mediamatic.net/cwolk/view/3000
2. Peter Edel, "De schaduw van de ster", voorwoord Karel Glastra van Loon, 2002, Epo, Antwerpen.
3. Zie wat betreft de relatie tussen kunst, politiek en postmodernisme verder mij in december jl. verschenen boek Banvloek, 2003, uitgeverij Papieren Tijger, Breda,
4. Jean Braudillard, Simulations, 1983, Semiotext(e), USA, p.27.
5. idem, p.27.
6. idem, p.28-29
7. Neturei Karta en Satmar zijn voortgekomen uit 'Agudat Israel'. Ooit was dit een antizionistische organisatie waar vooral veel chassidische joden bij aangesloten waren. Maar het uitroepen van de staat Israël en vooral de in vele ogen miraculeuze overwinning van het Israëlische leger in de oorlog van 1967, werden door veel religieuze joden - waaronder veel chassidim - als het signaal van hogerhand gezien dat het tijd voor een joodse staat was geworden. In deze zin werd het zionisme de Messias waar het jodendom al die eeuwen op had gewacht. Voor de aanhang van Neturei Karta en Satmar kan hier alleen maar sprake zijn van een van de valse Messiassen die de joodse traditie eveneens in het vooruitzicht stelt. Het kan niet ontkend worden dat het zionisme als Messias weinig gelijkenis heeft met de voorspelling van een Messias in het joodse geloof. Zo laat het traditionele atheïsme van de zionistische beweging zich moeilijk verenigen met het religieuze karakter van een Messias. Religieuze zionisten hebben op dit punt wel allerlei argumenten, maar die zijn nog krommer dan die van het postmodernisme.
Neturei Karta en Satmar beroepen zich daarentegen op de traditionele uitleg van de joodse traditie en houden vast aan de komst van een Messias volgens klassieke definities. Daarmee zijn zij in feite de fundamentalisten in deze. Dit in tegenstelling tot de kolonisten van Gush Emunim die doorgaans met het begrip fundamentalisme in verband gebracht worden. Als het naleven van aloude wetten en bepalingen de norm is, vormen zij strikt genomen een afwijkende sekte. Mijn voorkeur gaat in dit geval uit naar de fundamentalisten, want in tegenstelling tot de Gush Emunim aanhang is men bij Neturei Karta en Satmar wel bereid islamieten als gelijken te aanvaarden.
8. Tijdens deze manifestatie bracht een aantal activisten een van de foto's tot uitdrukking waarop te zien is hoe een gevangen Irakees wordt vernederd. Volgens Baudrillard moet dat dus een simulatie van een simulatie zijn. Maar er is sowieso iets merkwaardigs met de betreffende foto, waarop een man met een zwarte plastic zak over het hoofd op een sokkel staat, terwijl hij in beide handen een snoer vasthoudt. De opname is zo vaak door de media getoond dat het als een archetype van de vernederingen en martelingen van gevangenen in de Abu Ghraib gevangenis is gaan gelden. Bovendien werd de foto niet alleen op het Museumplein tot uitdrukking gebracht, maar ook door demonstranten in andere landen. Maar wat is er nu precies op te zien? Of met andere woorden, wat wilden de voor deze vernedering verantwoordelijke Amerikaanse militairen uitdrukken. Moest de arme man een kerstboom voorstellen, want daar lijkt het wel op. Of stond hij daar onder bedreiging van elektrokutie? Een kennis van me sprak zelfs van een bij de Ku Klux Klan aangesloten vogelverschrikker. Van de foto gaat in ieder geval een merkwaardig soort artistieke werking uit, waardoor het lijkt alsof er een kunstenaar met een uiterst demonische inslag aan het werk is geweest.
9. Uitspraak van 'the old man on the mountain' Hassan I Sabbah, de grondlegger van de middeleeuwse orde der Assassijnen.
10. Heisenberg ontdekte in 1926 dat het onmogelijk is tegelijkertijd de snelheid en de positie van een subatomair deeltje te bepalen. Hieruit vloeide een totaal nieuwe wetenschappelijke benadering voort, waarbij deeltjes gelijktijdig ook de functie van golven kunnen hebben aangezien beide zich in een 'quantum realiteit' bevinden. Daarmee introduceerde Heisenberg een element van onzekerheid binnen de op absolute waarden gerichte wetenschap. Maar het onzekerheidsprincipe werkt en hetzelfde geldt voor de kwantum mechanica in het algemeen. De wetenschap kon daarom niet anders dan deze leer te accepteren. Bovendien heeft de ontwikkeling van de kwantum mechanica niet alleen theoretische, maar ook praktische gevolgen. Zo zou de wereldwijde vlucht van de computertechnologie in de afgelopen decennia ondenkbaar zijn geweest zonder aan kwantum mechanica gerelateerde ontdekkingen. Werner Heisenberg zou na het opstellen van het onzekerheidsprincipe overigens aan een project in Duitsland werken dat een atoombom voor Adolf Hitler moest opleveren.
11. www.philosophers.co.uk/portal_article.php?id=19
12. Onder singulariteiten worden in de fysieke wetenschappen punten verstaan waar algemeen geldende wetten uit de natuurkunde niet meer van toepassing zijn. Dat is bijvoorbeeld het geval bij zwarte gaten, dat wil zeggen: ineengestorte sterren die zo'n dichtheid bereiken dat niets zich aan aantrekkingskracht kan ontkomen. Factoren als tijd leiden hier een volstrekt eigen bestaan.
Dit artikel is verschenen in Kleintje Muurkrant nr 392, 11 juni 2004