Gebrek aan objectiviteit
Het is mij bij regelmaat opgevallen, dat bij de berichtgeving door de Nederlandse media betreffende het MiddenOostenconflict in het algemeen en de recentelijk uitgevoerde grootscheepse Israëlische militaire acties in het Gaza-gebied in het bijzonder in meerdere of mindere mate sprake is van een opvallend gebrek aan objectiviteit.
Door Astrid Essed
Niet alleen is er zelden sprake van fundamentele kritiek op de in de bezette Palestijnse gebieden uitgevoerde Israëlische militaire acties, daarenboven bestaat in vele gevallen bij de media de neiging, ieder Palestijns verzet impliciet als 'terroristisch' te karakteriseren zonder het maken van een duidelijk onderscheid tussen de tegen Israëlische burgers gerichte zelfmoordacties en de militaire aanvallen op het Israëlische leger. Ook is 't opvallend, dat de Israëlische bezetting en de daaraan inherente onderdrukking, vernederingen en rechteloosheid als voornaamste oorzaak voor het Palestijnse verzet door de media veelal wordt onderbelicht waardoor een en ander een bijna irrationeel element krijgt.
Recent in Gaza
De afgelopen periode is er sprake geweest van massale Israëlische legeracties in zowel de in Gaza-stad liggende dichtbevolkte woonwijk Zeitoun als in het vluchtelingenkamp Rafah in het zuiden van Gaza, waarbij werd binnengevallen met tanks, pantservoertuigen en gevechtshelicopters, terwijl zowel Zeitoun als Rafah vanuit de lucht werden bestookt met raketten. Daarenboven zijn in Rafah door het Israëlische leger honderden huizen vernietigd waardoor meer dan 1100 Palestijnen dakloos geworden zijn. Verder vonden er een aantal liquidaties op Palestijnse leiders en activisten plaats, onder andere één op de auto van een Palestijn, die op slag dood was, een ander op een huis van een Hamas-leider, eveneens met dodelijke afloop en recentelijk nog drie in Gaza-stad, een op een flatgebouw, een ander op een centrum voor hulp aan nabestaanden van zelfmoordplegers en de meest recente op de auto van een Hamas-commandant en zijn assistent, die eveneens op slag dood waren. Het resultaat van deze recentelijk gepleegde Israëlische militaire acties is een Palestijns dodental van meer dan 42 en meer dan 100 gewonden.
Bij recentelijk in Gaza gepleegde Palestijnse acties is de afgelopen periode twee keer sprake geweest van een bomaanslag tegen zowel in Rafah als in Zeitoun binnenkomende Israëlische tanks waarbij in het geheel 11 militairen zijn omgekomen. In tegenstelling van hetgeen in sommige media wordt gesuggereerd, zijn deze acties in tegenstelling tot de zeer verwerpelijke zelfmoordacties tegen Israëlische burgers, geen terroristische acties, aangezien ieder volk en/of haar organisaties volgens het internationaal recht gelegitimeerd is zich te verzetten tegen het leger van een bezettingsmacht.
Internationaal Recht
In tegenstelling tot de recentelijk tegen het Israëlische leger in Rafah en Zeitoun uitgevoerde Palestijnse militaire acties is er bij de recent gepleegde Israëlische militaire acties wel degelijk sprake van ernstige schendingen van het Internationaal Recht (4de Conventie van Geneve). Volgens de officiële Israëlische lezing vonden deze acties plaats om "Palestijnse terroristen" op te sporen en "het verbreden van de buffer tussen Zuid-Gaza en Egypte" (in het geval van de huisvernietigingen in Rafah). Niet alleen zijn de hiervoor gebruikte middelen om tot arrestatie over te gaan in dezen buitenproportioneel - tanks, gevechtshelicopters, pantservoertuigen en raketbeschietingen - van veel fundamenteler belang is het feit, dat volgens de principes van het internationaal recht dergelijke aanvallen, gedaan op drukbevolkte woonwijken en vluchtelingenkampen, absoluut verboden zijn, aangezien in alle gevallen bij gevechtshandelingen een onderscheid gemaakt dient te worden tussen burgers en strijders. Het verrichten van een willekeurige militaire aanval op burgers is een oorlogsmisdaad en dus streng verboden volgens het internationaal recht, dat onder alle omstandigheden militaire aanvallen op burgers verbiedt.
De recentelijk door het Israëlische leger uitgevoerde huisvernietigingen zijn streng verboden volgens het internationaal recht (artikel 53) "behoudens in de gevallen waarin militaire operaties een zodanige vernieling volstrekt noodzakelijk maken". Echter in een dergelijk geval moeten de bewoners in kwestie tijdelijk geëvacueerd worden en tijdelijke nieuwe onderkomens worden verstrekt (artikel 49). Als echter de militaire operaties beëindigd zijn, moeten de bewoners weer teruggebracht worden naar hun oorspronkelijke woonplaatsen met uiteraard volledig herstel van hun vorige woonsituatie. Ook moeten de bewoners bij evacuatie in de gelegenheid gesteld worden belangrijke en/of waardevolle persoonlijke bezittingen mee te nemen.
In de eerste plaats is in dit geval geen sprake van een militaire noodzaak - creatie van een bufferzone met Egypte - aangezien van vijandelijkheden tussen Israël en Egypte geen sprake is. Bovendien zou in dat geval de bevolking tijdelijk geëvacueerd moeten worden en tijdelijk nieuwe onderkomens ter beschikking gesteld worden. In dit geval echter worden de huizen van de betreffende personen vernietigd zonder enige compensatie of verdere bescherming, hetgeen een oorlogsmisdaad is volgens het Internationaal recht. Het is dan ook uitermate betreurenswaardig, dat het Israëlische Hooggerechtshof, dat aanvankelijk deze huisvernietigingen had verboden als zijnde illegaal, nu toch het leger toestemming heeft gegeven deze praktijken te continueren vanwege "veiligheidsredenen". Het Israëlische leger voert als argumentatie aan beschoten te worden vanuit deze huizen door "Palestijnse militanten". Ten eerste vervalt hiermee het reeds eerder door het leger aangevoerde argument van de "bufferzone". Ten tweede snijdt de aangevoerde "militaire noodzaak" hierbij evenmin hout aangezien die betrekking heeft op grootschalige militaire operaties in een oorlogssituatie, niet op beschietingen door licht-gewapende Palestijnse strijders op een modern en technologisch zeer geavanceerd leger als het Israëlische, dat behoort tot één van de zes sterkste legers ter wereld. Daarenboven is de grootschalige vernietiging van alle huizen in het betreffende gebied vanwege de eventuele aanwezigheid van een aantal Palestijnse strijders in een aantal huizen, als collectieve straf (artikel 33) een flagrante schending van het internationaal recht.
Liquidaties
Zoals reeds opgemerkt, zijn zowel de recentelijk door het Israëlische leger uitgevoerde liquidaties als de buitengerechtelijke executies ernstige schendingen van het international recht, dat stelt dat iedereen recht heeft op een proces. Nog afgezien daarvan zijn ook deze liquidaties weer uitgevoerd op burgerdoelen als straten, flatgebouwen en huizen met een onacceptabel risico voor de burgerbevolking, waarbij er sprake is van oorlogsmisdaden bij burgerslachtoffers, omdat de aanwezigheid van burgers in burgerdoelen te voorzien was. Opvallend is verder dat naast de te verwachten kritiek op de Israëlische legeracties vanuit de Arabische wereld, een groot aantal Derde Wereldlanden, de Secretaris Generaal van de VN Kofi Annan en de overigens nog steeds volledig vrijblijvend geuite EU-kritiek, eveneens kritiek geleverd werd uit onverdachte hoek, namelijk door de VS en vanuit Israëlische kabinetskringen zelf. De Amerikaanse kritiek vertaalde zich in de door de minister van Buitenlandse Zaken Powell gedane veroordeling van de huisvernietigingen in Rafah en de voor de VS ongebruikelijke politieke gedragslijn, dit keer geen veto uit te spreken over de VN-Veiligheidsresolutie ter veroordeling van de Israëlische legeracties in Rafah, maar zich slechts van stemming te onthouden. Ongebruikelijker echter was in dit kader de door de Israëlische minister van Justitie Lapid gedane uitspraak dat het beeld van een oude Palestijnse vrouw, die op de brokstukken van haar huis zocht naar medicijnen, hem deed denken aan zijn in Auschwitz omgekomen grootmoeder. Nog afgezien van eventuele persoonsgerichte drijfveren in dezen getuigt een dergelijke uitspraak van het feit, dat ondanks de nog steeds voortdurende onvoorwaardelijke Amerikaanse politieke en militaire steun in de hoogste Israëlische politieke kringen het besef begint door te dringen, dat de door de Westerse landen betrachtte immuniteitspolitiek ten aanzien van Israël, die dit land jarenlang in staat gesteld heeft het Internationaal Recht ongestraft met voeten te treden, steeds meer aan erosie onderhevig is.
Betreffende de media is het opvallend, dat zij slechts zelden ingaan op de inhoudelijke kant van de steeds breder wordende internationale kritiek ten aanzien van Israël waardoor de consument - kijker/luisteraar/(teletekst)lezer - doorgaans weinig inzicht wordt gegeven in het juridisch kader tegen welk een en ander geplaatst dient te worden.
Wanneer wij in verband met de bovenstaande recente gebeurtenissen de Israëlische en Palestijnse acties de revue laten passeren is het opvallend dat - hoewel er bij de Israëlische acties sprake is van zeer ernstige schendingen van het internationaal recht c.q. het plegen van staatsterrorisme (aangezien de definitie van terrorisme is het plegen van militaire aanvallen op burgers) - een en ander zelden als zodanig door de media benoemd wordt. De recentelijk gepleegde Palestijnse acties echter, die geheel gelegitimeerd waren volgens het internationaal recht werden echter door de media in mindere of meerdere mate ten onrechte geassocieerd met terrorisme. Het zou dan ook aanbeveling verdienen, wanneer de media niet alleen de illegale Palestijnse zelfmoordacties tegen Israëlische burgers tegen de meetlat van het internationaal recht houden, maar tevens de legitimiteit van de recentelijk gepleegde Palestijnse acties als zijnde gericht tegen het leger van de Israëlische bezettingsmacht, benadrukken. Van groot belang is daarbij tevens dat de media meer nadruk leggen op de realiteit van de Israëlische bezetting en het vaak illegale karakter van Israëlische legeracties. Een en ander zal leiden tot een eerlijkere en objectievere berichtgeving, hetgeen tenslotte de voorwaarde is voor een betrouwbare en integere journalistiek.
Dit artikel is verschenen in Kleintje Muurkrant nr 392, 11 juni 2004