Zonder wrijving geen spanning
- Zonder wrijving geen spanning
Rond 1990 werd kernenergie algemeen gezien als een tijdelijke overbrugging van fossiele naar duurzame energie. Vanaf 1995 probeert de nucleaire lobby van het tussenoplossing-idee af te komen en kernenergie weer als de energie oplossing voor de toekomst op de politieke agenda te krijgen.
door Theo B.M. Radestra (Die Toilluds)
De meest recente en meest openbare lobbypoging ondernam Professor Tim van der Hagen in het Technisch Weekblad van 23 mei. Net als eerdere lobbyisten haalde ook hij, ondanks het kweekreactor-fiasco, hetzelfde scenario uit de ijskast; na jaren lange ontwikkeling en nieuwe technologische inzichten is het kernafvalprobleem als sneeuw voor de zon verdwenen met de nieuwe generatie kernreactoren, maar er zijn nog enkele technische problemen.
Volgens Prof.dr.ir Tim H.J.J. van der Hagen, hoofd van de afdeling reactorfysica van het Interfacultair Reactor Instituut (IRI) in Delft, gaat een nieuw, groots opgezet onderzoeksprogramma naar een nieuwe generatie reactoren, waarin duurzame energie-opwekking centraal staat, een nieuwe impuls geven aan kernenergie.
"Een aantal jaren geleden is een commissie in de Verenigde Staten tot de conclusie gekomen dat kernenergie, of je het nou leuk vindt of niet, nodig is om in de toekomst in onze energiebehoefte te kunnen voorzien. Dan is echter wel een nieuw type reactor nodig. Die moet inherent veilig zijn, geen afval produceren en zuinig zijn met grondstoffen. Duurzaamheid is het toverwoord. Tien landen hebben het initiatief genomen om die te ontwikkelen en ook de Europese Unie is inmiddels aangehaakt. In Nederland werken wij en NRG in Petten eraan."
De IRI en NRG werken aan drie concepten van verschillende typen reactoren. "De gedachte is namelijk dat je niet één type reactor hebt, maar dat je clusters hebt van reactoren die samen een duurzame cyclus vormen. Dus de ene reactor levert bijvoorbeeld elektriciteit, de ander warmte en de derde stookt het afval op. Er zijn twee gasgekoelde systemen die korrels gebruiken als brandstof. De Very High Temperature Reactor is een bewezen inherent veilig systeem. Hij geeft een hoog rendement en je kunt er waterstof mee maken, maar levert wel afval op. De Gas Cooled Fast Reactor (GFR) is juist geschikt om radioactief afval op te stoken en maakt via het kweekproces veel efficiënter gebruik van de uraniumgrondstof. Het is echter een nieuw concept, waarvan de inherente veiligheid nog niet vast staat. Dat is een van de dingen die we hier bij het IRI onderzoeken. Een derde mogelijkheid is de Molten Salt Reactor, die thorium, uranium en afval kan opbranden. Een voordeel is dat het proces zich bij een druk van 1 bar afspeelt. Daardoor zijn de reactoren beter te bouwen."
"Er is momenteel geen publiek, dus ook geen politiek draagvlak. Toch denk ik dat we kernenergie weer bespreekbaar moeten maken. [...] Als je in Nederland vijf fossiel gestookte centrales vervangt door kerncentrales, bespaar je een hoeveelheid CO2-uitstoot ter grootte van de volledige verkeersuitstoot. Hoewel het afval probleem technisch opgelost is, bestaat er geen draagvlak voor die aanpak. Dat draagvlak moet vergroot worden door een verdere reductie van de toch al geringe afvalstroom, zoals dat mogelijk is met de nieuwe reactorconcepten. De hele nucleaire industrie dient het duurzaamheidprincipe te hanteren. In het verleden is door een aantal landen te nonchalant omgesprongen met de verwerking van radioactief materiaal."
De huidige voorraad makkelijk toegankelijk uranium kan in zestig jaar op zijn. "Maar de brandstof wordt heel inefficiënt gebruikt. Wanneer je met bijvoorbeeld een GFR-reactor het uranium opkweekt, werk je honderd keer efficiënter. Dan heb je dus genoeg voor zesduizend jaar. Bovendien kost uranium nu maar 25 dollar per kilo. Aangezien de brandstofkosten een geringe rol spelen in de kilowattuurprijs, is het economisch rendabel om ook armere ertsen aan te boren en zelfs om uranium uit zeewater te halen. De voorraad is dan schier eindeloos."
Bij de kernafval-recyclage-scenario's van ECN en NRG te Petten wordt uitgegaan van het splijtingsafval van een kerncentrale. De afvalstromen van voor de kerncentrale ontbreken; erts puin van de uraniummijn, radioactief zuur van de mengmolen bij de 'Yellow Cake' productie, het stralende afval van de conversiefabriek waar de cake wordt omgezet in 'natuurlijk uranium' in de vorm van uraniumhexafluoride, het sterk verarmde uraniumhexafluoride dat in het Oostblok achterblijft bij de verrijking van verarmd uranium uit Westerse verrijkingsinstallaties en de nucleaire restproducten van de splijtstoffabriek. Deze afvalstromen worden ook niet door Professor Van der Hagen genoemd, net als de CO2 uitstoot bij deze processen en bij de transporten die ermee gemoeid zijn. Heeft het 'Oost-Indische' geheugenverlies van Van der Hagen ook iets te maken met het onderstaande bericht?
"De TU Delft is van plan om het budget van zijn reactorinstituut IRI met meer dan een derde te korten. Het IRI is daarmee een van de slachtoffers van een herverdeling van budgetten. De TUD verkeert financieel in zwaar weer en kijkt daarom strenger naar de kosten. Het IRI heeft bij monde van prof.dr.ir. T.H.J.J. van der Hagen zijn hoop met name gevestigd op de landelijke overheid. Het reactorinstituut, onvermijdelijk duur in de exploitatie, is in Nederland uniek en heeft daardoor ook een landelijke taak. Het IRI opende onlangs nog een nieuwe vleugel om het ruimtegebrek, gevolg van expansie in de afgelopen jaren, het hoofd te kunnen bieden."
Op 11 maart 2001 kwam het Nederlands Euregionaal Nucleair Overleg (NENO) met zes manieren om de nucleaire industrie te bevorderen, de twee eerste stappen zijn: Stap 1: Overtuig de Staat van het strategisch en technologisch belang, zodat het de gigantische kosten dekt. Beloof dat deze investering zal worden terug betaald bij een winstgevende productie. Stap 2: Sluit in de startfase langdurige contracten af met buitenlandse bedrijven. Hierdoor kan de Staat na terugbetaling van de leningen de industrie moeilijk stoppen, vanwege een miljarden schadeclaim van het bedrijfsleven en een politiek conflict met andere landen.
Nogmaals: "Het IRI heeft bij monde van prof.dr.ir. T.H.J.J. van der Hagen zijn hoop met name gevestigd op de landelijke overheid. Het reactorinstituut, onvermijdelijk duur in de exploitatie, is in Nederland uniek en heeft daardoor ook een landelijke taak." Dit lijkt verdacht op Stap 1, maar dit kan alleen bevestigd worden indien de IRI langdurige contracten afsluit met buitenlandse bedrijven, nadat de Nederlandse overheid met geld over de brug is gekomen.
Bronnen:
- Technisch Weekblad 23 mei 2003
- home.hetnet.nl/~antinucleair
- Jaarverslag 1996 Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN) - Voorheen Reactor Centrum Nederland (RCN)
Nawoord:
- Op 25 april 1963 om vier uur 's nachts vond de eerste kettingreactie plaats in de reactor van de IRI te Delft. Naar aanleiding hiervan is een lustrumboek verschenen getiteld: "Geboeid door straling en strategie".
Dit artikel is verschenen in Kleintje Muurkrant nr 380, 13 juni 2003