Terug naar hoofdinhoud
  • Archivaris
  • 368

Sociale en politieke crisis

OEKRAINE DEEL 1

Op 31 maart waren er parlementsverkiezingen in Oekraïne. Deze verkiezingen werden gezien als graadmeter voor de steun waarover president Leonid Koetsjma nog kan beschikken. Het regime van Koetsjma bevindt zich in een diepe sociale en politieke crisis die de situatie in Oekraïne er niet makkelijker op maakt.

door Bas van der Plas

Drie verkiezingsblokken streden om de macht in de Verchovna Rada, het Oekraiense parlement. In dit parlement van 450 zetels wordt de helft van de kandidaten gekozen via partijlijsten, de overige 225 zetels zijn voor 'onafhankelijke' kandidaten in de districten waarin het land staatkundig is ingedeeld.
Toen begin april de uitslagen werden bekendgemaakt bleek het verkiezingsblok 'Onze Oekraïne' van ex-premier Viktor Joesjtsjenko 23% van de stemmen te hebben behaald, de Communistische Partij kreeg 20% en het blok 'Voor een Verenigde Oekrane' 12%. Waarnemers van de OVSE prezen de vooruitgang in het democratiseringsproces van de voormalige Sovjetrepubliek, maar merkten op dat de door de staat gefinancierde televisiezenders buiten proportioneel veel aandacht hadden gegeven aan de kandidaten die achter president Koetsjma staan.
Het zal de inwoners van Oekraïne allemaal nauwelijks interesseren, door de voortdurende sociale en politieke crisis in het land hebben zij wel andere zorgen aan hun hoofd.

strijd voor overleving
Door de diepe sociale en politieke crisis in het land heeft Koetsjma niet alleen brede massa's van de bevolking van zich vervreemd, maar ook de economische elite van Oekraïne en zelfs het buitenland. Voor de Oekraiense werknemers en boeren is de alledaagse realiteit er een van lage lonen -als die al worden uitbetaald-, de ineenstorting van gezondheidszorg en onderwijs, onveiligheid en uitzichtloosheid. Ook de in de laatste tien jaar gevormde middenklasse in de steden, die door Koetsjma zoveel vooruitgang en voorspoed werd beloofd, moet nu noodgedwongen deelnemen aan de dagelijkse strijd voor overleving. En de sinds het uiteenvallen van de Sovjet-Unie in Oekraïne ontstane nieuwe economische machthebbers, een bourgeoisie dus die, hoe cynisch, voor een groot deel voortkomt uit de rangen en standen van de vroegere communistische partij, zien het regime van Koetsjma als een hinderlijk obstakel om de economische en politieke banden met het vroeger zo vermaledijde westerse imperialisme te intensiveren. Om kort te gaan heeft het regime van Koetsjma zoveel delen van de Oekraiense samenleving tegen zich in het harnas gejaagd, dat het wankelt aan de rand van een afgrond.

moord op journalisten
In november 2000 werd in een bos bij Kiev het verminkte lichaam gevonden van de journalist Georgi Gongadze. Hij bleek vermoord. Oleksander Moroz, parlementsvoorzitter en leider van de Socialistische Partij, blijkt over bandopnamen te beschikken die moeten aantonen dat president Koetsjma opdracht gaf voor de moord op Gongadze. Het 'bewijs' voor de moord bleek toch niet geheel overtuigend en Koetsjma bleef in het zadel. Uiteindelijk werd de moord in de schoenen geschoven van twee 'hooligans', die later zelf werden vermoord. Nog veel onopgeloste raadsels omringen de zaak Gongadze, maar een feit is dat er in de afgelopen vijf jaar al elf journalisten werden vermoord in Oekraïne.
Vanuit het tumult dat de moord op Gongadze veroorzaakte werd de protestbeweging 'Oekraïne zonder Koetsjma' opgericht. De moord was echter slechts het topje van de ijsberg van de politieke en economische crisis waarin Oekraïne verkeert. De werkelijke oorzaak moet worden gezocht in herstel van het kapitalisme in Oekraïne. Kapitalistisch herstel betekent in essentie wat Marx de 'primitieve accumulatie van kapitaal' noemde, evenwel nu in een vorm die hij niet had voorzien, namelijk kapitalistische herstel door de vernietiging van een vroegere 'socialistische' economie.
Deze primitieve accumulatie omvat de algehele vernietiging en plundering van de zich in staatseigendom bevindende produktiemiddelen en de herinvoering van uitbuiting van de werkenden als loonslaven. Op het platteland betekent het dat steeds meer land van kleine boeren in handen komt van grootgrondbezitters voor de grootschalige landbouw. Evenals de rest van de economie heeft de landbouw ernstig te lijden onder een gebrek aan investeringen. Dit alles leidt tot economische neergang en een sociale armoede die te vergelijken is met de crisis van de jaren 30 in het Westen.

desoriëntatie
Tientallen jaren van bureaucratische dictatuur hebben hun sporen achtergelaten in Oekraïne. Ook de omvorming van de vroegere communisten tot 'sociaaldemocraten' en 'hervormers' heeft geleid tot een desoriëntatie op politiek vlak. Door alle repressie van de Sovjetperiode en de schandalen na de val van de Sovjet-Unie heeft de Oekraiense bevolking al haar vertrouwen in de politiek verloren. Dit is de voornaamste reden waarom de nieuwe heersende machthebbers niet op verzet van enige betekenis stuiten. En wanneer het al tot verzet komt, zoals de stakingen van de mijnwerkers in Donetzk en andere delen in het oosten van het land en de volksopstand van vorig jaar in Dnjepropetrovsk, dan doen de 'hervormers' hun uiterste best om het verzet te breken.
Bij de presidentsverkiezingen van december 1999 won Koetsjma met gemak van zijn rivaal Simonenko, kandidaat van de Communistische Partij van Oekraïne (KPU). Een paar maanden later duwde hij een reactionair referendum door de strot van de bevolking dat hem presidentiële volmachten gaf ten koste van het parlement, dat wil zeggen, ten koste van de democratische controle. Sindsdien heeft een groot deel van de bevolking Koetsjma de rug toegekeerd. Niet alleen de maanden op hun magere lonen en pensioenen wachtende arbeiders en boeren, ook de middenklassen, die zich vroeger rond Koetsjma schaarde vanwege zijn anticommunistische stellingname.

plundering
Terwijl de Oekraiense economie voor het eerst sinds 1990 enige vooruitgang lijkt te boeken is de werkloosheid gigantisch gestegen. Van een officieel getal van 2,4% van de beroepsbevolking in 1997 naar 8% in het jaar 2000 wordt nu een nog snellere stijging verwacht. Maar zoals gebruikelijk laten deze officiële cijfers niet de vele malen slechtere werkelijkheid zien.
Degenen die thans aan de touwtjes trekken in de Oekraiense economie zijn onderling sterk verdeeld. Dit heeft alles te maken met de tegenstrijdigheden van kapitalistisch herstel in het land die typerend zijn voor de overgangsperiode van de primitieve accumulatie van kapitaal naar volwaardig kapitalisme. In de nadagen van de Sovjet-Unie ontstonden de eerste elementen van een nieuwe klasse van kapitalisten in de vorm van plunderaars van de staatseconomie. In Rusland leidde dit tot een mafiocratie (zie mijn boek: "Brat, een gids door crimineel Rusland", uitg. Papieren Tijger, Breda 2001). In een later stadium vindt een differentiatie plaats. Dan wordt het onderscheid gemaakt tussen de kapitalisten die de overgang wisten te maken van plundering naar de produktie van meerwaarde en degenen die die overgang niet maakten.
In Oekraïne staan de leidende politieke kringen in dienst van de eerste variant. Gestreefd wordt naar een neoliberale, pro-Westerse politiek die uiteindelijk moet leiden tot aansluiting van Oekraïne bij het neoliberale project dat wij kennen als de Europese Unie.

(wordt vervolgd)

Dit artikel is verschenen in Kleintje Muurkrant nr 368, 7 juni 2002