Afbraak van het opbouwwerk
De laatste weken wordt er heel wat gefilosofeerd over wat er aan de hand is binnen de hedendaagse politieke arena. We zitten met een rechtse regering en met heel veel onbeantwoorde vragen. Hieronder een poging om met behulp van een terugblik enig licht te laten schijnen richting toekomst.
door EvertJan Vermeijldert
De moord op Pim Fortuyn heeft heel veel emoties losgeweekt. Zijn poging om politieke aansluiting te vinden bij grote delen van de bevolking heeft zichtbare gevolgen gehad in de nieuwe politieke groepering Lijst Pim Fortuyn (LPF). Indien Fortuyn niet zou zijn vermoord had deze beweging een gezicht gehad, een leider die zich stevig geprofileerd zou hebben. Op dit moment is het duidelijk dat de LPF aan de rechterzijde van het politieke spectrum zal opereren. Meer kernergie en autowegen. Minder wao, immigratie en asielzoekers.
Onduidelijk is nog of er iemand met smoel aan het roer van de fractie zal komen te staan. Zoniet, dan is de kans groot dat (in dit steeds meer op de Verenigde Staten lijkende politieke circus dat draait om de poppetjes) de lijst met volgelingen van Pim Fortuyn uiteen zal vallen. Indien zich wel een populistische leider aandient dan kan de LPF uitgroeien tot een politieke beweging waar nog lang rekening mee gehouden dient te worden en die zich zal nestelen in het politieke vacuüm dat ontstaan is door het failliet van paars pappen en nathouden.
Op dit moment lijkt Mat Herben (1) niet in de schaduw van Fortuyn te kunnen staan wat aanvoerder van de Fortuyn-troepen betreft. In deze spannende periode van politieke instabiliteit ("het verdampen van politiek gezag") en persoonlijke bedreigingen bij links en rechts is het moeilijk de toekomst te voorspellen en staat iedereen letterlijk in de rij om uit te leggen waarom het allemaal zo ver heeft kunnen komen. Ook wij willen wel een duit in 't zakje doen.
25 jaar Kleintje
Mede vanwege de 25-jarige praktijk van het maken van Kleintje Muurkrant in het provincieplaatsje 's-Hertogenbosch is er wel het een en ander te zeggen over de opkomst van de LPF. We hebben het in 't Kleintje al vaker gehad over de voortwoekerende verdieping van de kloof tussen de bestuurders en de tegenwoordig niet meer zo makke lammeren die zij denken te vertegenwoordigen. Precies deze kloof lijkt één van de oorzaken te zijn voor de opkomst van de populist Fortuyn en uiteindelijk in die van de LPF. Zonder kloof geen Fortuyn, zonder Fortuyn geen LPF. Fortuyn heeft het disfunctioneren van bestaande politieke leiders en partijen op het scherm gebracht. Misschien niet altijd even redelijk, maar wel de vinger leggend op de zelfgenoegzaamheid van de gevestigde politici, die voor zo velen een doorn in het oog was. Hij heeft echter maar weinig oplossingen aangedragen. Dat belooft weinig goeds voor zijn volgelingen op de LPF-lijst. Mat Herben zegt weliswaar trots dat hij Fortuyns teksten kan dromen, maar belangrijker is natuurlijk welke ideeën en oplossingen deze Herben zelf heeft.
Vijfentwintig jaar Kleintje Muurkrant maken in 's-Hertogenbosch betekent ook vijfentwintig jaar spreekbuis van politieke actie. Variërend van het kraken van panden voor, met en door woningzoekenden tot het oprichten van de actiegroep "De Maat is Vol". Van deelname aan een lokaal woonlastencomité tot en met acties ter verdediging van het Bossche woonwagencentrum. 25 Jaar geleden was er ook al sprake van een behoorlijk diepe kloof tussen de kaste van politici, ambtenaren en bazen aan de ene kant en grote groepen bewoners in diverse volksbuurten in deze stad, ook wel "klassentegenstellingen" genoemd. In die zeventiger jaren was er echter ook sprake van een behoorlijk grote groep activisten die vanuit diezelfde buurten en wijken 'de politiek' bestookten met sociale plannen, integratie-voorstellen, buurtprojecten en opbouwwerk. Er waren bijvoorbeeld nogal wat jonge mensen afkomstig van de Bossche Sociale Academie die stage liepen in Bossche buurten en wijken. Vaak bleven zij daar plakken om samen met buurtbewoners van onderaf activiteiten vorm te geven. Er werd vergaderd, georganiseerd en gedemonstreerd. En er was communicatie tussen bevolkingsgroepen en politici die behoorlijk onder druk gezet werden en zich vervolgens moesten verantwoorden voor hun doen en (na)laten.
politiserende hulpverlening
In eigen actievoerdersters-kringen werd volop gediscussieerd over termen als "politiserende hulpverlening". Mensen werkzaam bij het Jongeren Advies Centrum kozen er bijvoorbeeld voor om zoveel mogelijk de gemeenschappelijke achtergrond van persoonlijke problemen van buurtbewoners te laten zien. Die visie stond toen loodrecht op de heersende opvattingen van de hulpverlening waarin alles als individueel probleem beschouwd werd. De Bossche kraakbeweging in samenwerking met het Komitee Jongeren Huisvesting, probeerde de individuele problemen van woningzoekenden bijvoorbeeld aan elkaar te knopen door middel van collectieve woon- en werkprojecten in kraakpanden te realiseren. Ergens eind zeventiger, begin tachtiger jaren startte de overheid met een enorme operatie, heel misleidend "decentralisatie van het welzijnswerk" genoemd, waarin veel van dit politiserende welzijnswerk wegbezuinigd werd.
Diegenen die overbleven werden gedisciplineerd en uiteindelijk gedegradeerd tot uitzendkrachten van de lokale overheid. De individuele hulpverlening werd flink toegejuicht en versterkt, zie de Sociale Dienst, 't RIAGG en de Reclassering bijvoorbeeld. In die disciplinering werd wel duidelijk gemaakt dat de hulpverlening zich niet moest bezighouden met het helpen organiseren van bevolkingsgroepen en het leggen van verbanden met maatschappelijke misstanden, maar met het oplossen van de problemen van individuele burgers.
Ook de huisvesting van overgebleven organisaties werd uit de wijken gehaald en ondergebracht in een groot gemeentepand, een welzijnsfabriek met een manager aan het hoofd. Diegenen die aan deze inlijving bij de ambtenarij niet meewerkten konden op een drastische afname van hun exploitatie- en loonkosten subsidie rekenen. De minder radicale welzijnswerkers werden een verlengstuk van de steeds technocratischer functionerende overheid in plaats van nog langer te functioneren als de handen en voeten van buurtbewoners binnen een zorgzame samenleving. Deze hulpverleners nieuwe stijl zag je dan ook -in mantelpak of stropdas- allerlei deskundigheid bevorderende certificaten vergaren en knokken om de managementposities. Uitkeringen en doekjes voor het bloeden uitdelen werd door de plaatselijke regenten nog wel even ondersteund, maar politiek gevoelig liggende onderwerpen zoals het organiseren en integreren van bevolkingsdelen die daarmee voor zichzelf op leren komen werd onmogelijk gemaakt. Hulpverlening zoals tijdrovende taallessen aan moslimvrouwen om ze uit hun isolement te halen, ondersteuning van huurders tegen allerlei door de woningbouwverenigingen opgelegde dure (ver)bouw- of afbraakplannen of tot politieke activiteiten leidend jongerenwerk; kortom alles wat er toe bijdroeg dat de plaatselijke politici minder comfortabel konden regeren, werd natuurlijk niet erg enthousiast gesubsidieerd, en even later letterlijk weggesaneerd. Op deze wijze verdween vrijwel alle politiserende hulpverlening en verdween er ook veel zichtbaar verzet. Buurt- en wijkbewonersters moesten het maar zelf zien te rooien terwijl de problemen waarmee deze mensen te maken kregen steeds erger werden en erger nog, hiervoor werd geen gehoor gevonden bij de politiek.
Verpaupering, wegvallen van buurtvoorzieningen en grote delen van het 'verenigingsleven', steeds minder mensen die zich inzetten voor integratie en buurtproblemen, instortende buurt- en wijkcomités, ga zo maar door. De 'terugtrekkende overheid' liet mensen letterlijk in de steek. Deze depolitiserende regenten-tactiek vormde een onderdeel van de wijze waarop veel lokale overheden hebben afgerekend met de kraakbeweging in Nederland. Laat ze hun inbeslaggenomen panden maar huren en kopen dan hebben ze hun handen meer dan vol, dan zakt de onderlinge solidariteit wel in elkaar en kan elke gemeente voor zichzelf de krakers uit elkaar spelen.
polderen
Behalve met de volkshuisvesting is het zo ook gegaan met het club- en buurtwerk en met alternatieven op het gebied van de gezondheidszorg bijvoorbeeld. De opkomst van diverse volksbewegingen werd zo op indirecte wijze gestuit. Het opkomend verzet tegen het establishment werd zo onzichtbaar gemaakt. De woede en het onbegrip bleven uiteraard aanwezig. Maar nu waren er geen sociaalwerkersters meer om de boel in toom te houden, uit te leggen, te analyseren, vaardigheden bij te brengen en eventueel resterende verontwaardiging in acties te kanaliseren. Deze strategie van "decentralisering" heeft zowel wat betreft de kraakbeweging als andere volksbewegingen zoals anti-kernenergiebeweging, vredesbeweging en bijvoorbeeld de vrouwenbeweging succes gehad. Binnen enkele jaren verdween het merendeel van het collectieve verzet als sneeuw voor de zon. De aloude verdeel en heers strategie had zich weer eens oppermachtig getoond. Het veelbesproken 'poldermodel' is hiervan een uitvloeisel en een tot nu toe geslaagde poging de werkelijke tegenstellingen in de maatschappij verborgen te houden. Soms worden er van overheidswege aan de bevolking wat concessies gedaan in de vorm van een hogere uitkering ofzo, maar dat wordt ergens anders teruggepakt door eigen bijdragen op ziektekosten, afbraak en uitverkoop van het openbaar vervoer, rentedragende studiefinanciering en ga zo maar even door.
Na het invoeren bijvoorbeeld van de voordeurdelersregeling (die het solidariserende groepswonen onaantrekkelijk zoniet onmogelijk maakte) zei de toenmalige minister Brinkman dat het verzet hiertegen hem zeer meegevallen was. De overheid had namelijk het fundament -het collectieve wonen en werken- van het meest activistische deel van de bevolking aangepakt en die liet het er onder dreiging van een forse inkomenskorting vrijwel bij zitten. Daarna begon het pas echt. De WAO kwam aan de beurt, de pensioendiefstallen en daarna de privatiseringsgolf, de Europese Eenwording, de euromuntjes en de verkwanseling van collectieve grondstoffen aan Esso en Shell, de uitverkoop van nutsbedrijven en 't openbaar vervoer. Het is al jarenlang vrij spel voor het kapitaal en haar overheid in de afbraak van het collectieve bezit en de overheveling daarvan naar de particuliere sector.
En nu duiken de volksbewegingen dus weer op. Maar in een erg ongestructureerde vorm. De onder de oppervlakte smeulende onvrede is natuurlijk niet kleiner geworden maar juist groter. De onvrede is hier en daar ook vermengd met veel ongeduld en 'n algeheel gebrek aan respect voor de regenten. Enerzijds is de welstand toegenomen en is men steeds veeleisender/verwender geworden. Anderzijds is de gelegenheid om als individu invloed op 't beleid te hebben nu vrijwel verdwenen. De toenemende gevoelens van individuele onmacht uiten zich bij de niet meer politiek actieve delen van de bevolking veelal ongericht als een drang tot saboteren en vernielen en beginnen steeds vaker de vorm aan te nemen van openlijke haat tegenover de "regentenkliek". Het volk begint te lijken op een nauwelijks te (be)sturen massa die vanwege iedere denkbare emotie door het lint kan gaan. En dan hoeft er in principe alleen nog maar een kwaadwillende populist op te staan en we hebben weer te maken met heksverbrandingen, scheld- en lynchpartijen. Er is de laatste weken veel te weinig aandacht voor de daadwerkelijke steun die Fortuyn verkreeg door zijn haatdragende, op angsten en racisme gefundeerde uitspraken over asielzoekers en aanhangers van de islam. Zeker na de keiharde oorlogsretoriek van Bush & Co na 11 september vorig jaar en de zogenoemde "oorlog tegen het terrorisme" is de angst bij grote delen van de bevolking flink toegenomen. Wanneer je dit combineert met de sluimerende onrustgevoelens over een inzakkende economie dan ontstaat er al snel een zoektocht naar schuldigen en zondebokken. Fortuyn wees schaamteloos naar asielzoekers en islamieten, grote delen van het volk keken langs zijn uitgestoken vinger dezelfde kant uit. Wanneer Fortuyn geconfronteerd werd met het uitspelen van de gevaarlijke "asielzoekerskaart" en de vergelijkingen die er gemaakt zijn tussen hem en extreem-rechts zei hij: "die extreem-rechtse jongeren zijn bij mij in goede handen". Misschien had hij daar gelijk in, maar hij is niet meer en het is niet ondenkbaar dat we Fortuyn nog gaan missen. Van zijn bij elkaargesprokkelde volgelingen hoeven we zeker geen krachtig extreemrechts in toom houdende leiding te verwachten.
De avond voor de TweedeKamerverkiezingen marcheerden er door de straten van 's-Hertogenbosch een honderdtal mensen om "pimmetje" te herdenken. Een angstaanjagend gezicht: voorop bijna dertig kaalkoppen in bomberjacks met grote zwarte rouwvlaggen, die aan het einde van de korte demonstratie "vol=vol" riepen, en daarachter een honderdtal burgers waaronder veel 'echte' buurtbewoners. Veel dezelfde mensen die vanaf een afstandje de gigantische vechtpartijen volgden in december 2000 in de Bossche Graafsewijk. De zogenaamd plotselinge uitbarsting van volkswoede jegens de overheid na de moord op Pierre Bouleij. En wat is daarmee en daarna gebeurd? Enkele discussies in de gemeenteraad, een duur rapport van wat academici en dat was het dan. Een beetje politicus kijkt wel uit om hierbij de kop uit te steken, fractiediscipline, politiek opportunisme, de bestuurlijke arrogantie van de burgervader en zijn team, de wens om te regeren in plaats van te controleren; het zal van alles wel wat zijn.
Maar die uiting van volkswoede zit diep, heel diep. Kijk maar naar de verkiezingsuitslagen en in welke Bossche wijken (6) "pimmetje" scoorde.
1. Mat Herben is voormalig eindredacteur van het blad "Manna" van de orthodox-katholieke ondernemer Piet Derksen, hoofdredacteur "De Defensiekrant" en lid van de Haagse vrijmetselaarsloge "Via Lucis".
2. "Buurten vergeleken 1999", Bureau Onderzoek en Statistiek van de gemeente 's-Hertogenbosch, mei 1999
3. "Bossche Avonden. Onderzoek naar het optreden van bestuur, justitie en politie tijdens de ongeregeldheden in 's-Hertogenbosch (16-18 december 2000)", COT Universiteit Leiden, april 2001
4. "Publieke Tranen. De drijfveren van de emotiecultuur", Henri Beunders. Amsterdam: Uitgeverij Contact, 2002
5. In Vrij Nederland van 6 april jongstleden stond een fraai citaat van de conservatief José Ortega Y Gasset uit 1933: "Zodra in de geschiedenis de man van de daad verschijnt en men over hem begint te spreken en hem het hof gaat maken, treedt een tijdperk van hernieuwde barbarij in. Zoals de albatros aan de vooravond van een storm, zo verschijnt de man van de daad aan de horizon bij het aanbreken van iedere crisis".
6. Op internet is dit uit te pluizen via www.s-hertogenbosch.nl/stad/oens/gemeenteraad.cfm We zullen hier in het Kleintje zeker op terugkomen.
Dit artikel is verschenen in Kleintje Muurkrant nr 368, 7 juni 2002