Skip to main content
  • Archivaris
  • 369

De eeuwige antisemiet

Uit de aard van de zaak zoeken zionisten naar argumenten om de joodse status van de staat Israël te verdedigen. De dreiging en de gevaren van antisemitisme nemen daarbij een primaire plaats in. Aan het begin van de twintigste eeuw had het zionisme daarmee een sterk argument in handen. De pogroms in Oost-Europa zorgden er destijds voor dat velen de vorming van een joodse staat als de enige redding voor het jodendom herkenden.

door Peter Edel

Later werd dit argument kracht bijgezet door het antisemitisme van de nazi's en de judeocide tijdens de Tweede Wereldoorlog. Maar na de oorlog begon een nieuwe situatie. Mede omdat joden in de diaspora door assimilatie nog nauwelijks als afzonderlijke bevolkingsgroep herkenbaar waren, verdween het antisemitisme op de achtergrond. Dat wil niet zeggen dat er met het einde van de Tweede Wereldoorlog een volledig einde kwam aan anti-joodse opvattingen. Sentimenten van deze aard bleven aanwezig in zowel de westerse wereld als het Oostblok. Maar antisemieten waren niet langer in staat aanspraak te maken op de massa. Antisemitisme was voortaan geen politiek uitgangspunt meer, ook niet voor extreem rechts dat zich grotendeels op andere bevolkingsgroepen richtte (1). De situatie van de joden in de diaspora werd door deze ontwikkeling veiliger dan ooit te voren. Het geweld tegen hen verdween vrijwel volledig, terwijl antisemitisme op het niveau van belediging terecht kwam. In deze situatie dreigde het zionisme zijn belangrijkste argument te verliezen.
Volgens de grondleggers van het zionisme moest de joodse staat voor eens en voor altijd bescherming bieden aan joden. Een land waar joden zonder angst konden leven, dat was het argument voor Israël. Maar nadat de zionisten hun staat hadden opgericht kwamen zij direct in een oorlogssituatie terecht. Daarnaast nam het gewapende verzet van de Palestijnen tegen de bezetting van hun land door de jaren heen alleen maar toe. In tegenstelling tot de idealen van de vroege zionisten, werd Israël daardoor op den duur de onveiligste plaats voor joden ter wereld.
Terwijl angst vooral sinds de jaren zestig tot het dagelijks leven van veel Israëliërs behoort, zijn gevoelens van onveiligheid onder joden in de diaspora vrijwel verdwenen. In zowel Europa als de VS konden zij zich bovendien tot één van de meest succesvolle bevolkingsgroepen ontwikkelen. Het bestaansrecht van Israël als vluchtplaats voor elders in de wereld vervolgde joden, won onder deze omstandigheden niet aan overtuiging. De effecten van de holocaust waren weliswaar nog actief maar het zionistische establishment realiseerde zich dat de joodse status van de staat Israël daar niet eeuwig op kon drijven. Daarom zochten zij naar een argument om de wereld te overtuigen dat Israël ook in de toekomst noodzakelijk zou blijven als toevluchtsoord voor bedreigde joden. Dit argument vond men in het 'eeuwige antisemitisme'.

Sociaal economische factoren
Voor zionisten vormt het 'eeuwige antisemitisme' een constante, onveranderlijke lijn door de geschiedenis, die in het begin der tijden is begonnen en zich uitstrekt tot in een oneindig verre toekomst; letterlijk 'eeuwig' dus. Deze lezing van de geschiedenis biedt nauwelijks bewijzen en laat veel onverklaard. Hoe verklaren zionisten bijvoorbeeld dat de geschiedenis een afwisseling laat zien van relatief veilige levensomstandigheden voor joden en explosies van jodenhaat? Als het eeuwige antisemitisme werkelijk zo onveranderlijk en constant is als de zionisten verkondigen, dan is dat een merkwaardig historisch feit. Maar hiaten van deze aard doen er niet veel toe: bij de mythe van de eeuwige antisemiet draait het niet om geschiedschrijving maar om een ideologie in dienst van de staat Israël.
Zionisten menen dat antisemieten door de eeuwen heen dezelfde drijfveer hebben gehad bij het discrimineren en vervolgen van joden. Dat er verschillende vormen van antisemitisme zijn, laten zij onbesproken. Zo maken zionisten geen onderscheid tussen klassiek en modern antisemitisme. Het gaat om jodenhaat en daarmee uit. Details schuiven zionisten terzijde. Zo willen zij niets horen over oorzakelijke verbanden bij het ontstaan van antisemitisme en geweld tegen joden.
Antisemitisme is vaak voortgekomen uit religieuze en raciale waanbeelden. Maar in een aantal gevallen is de maatschappelijke rol van joden eveneens van invloed geweest op het ontstaan ervan. Dat gebeurde bijvoorbeeld in de Middeleeuwen, toen de niet-joodse handel een opmars maakte. Deze verschuiving in het middeleeuwse kapitalisme had tot gevolg dat de traditionele sociaal economische positie van de joodse gemeenschap in het gedrang kwam. De confrontatie met andere bevolkingsgroepen die hier het gevolg van was, uitte zich in geweldsexplosies tegen joden. Want het wegvallen van hun traditionele functie in de handel had tot gevolg dat christelijke machthebbers de joden in een primitief bankwezen konden dwingen. Voor de machtselite was dit zeer lucratief, aangezien een groot deel van de joodse woekerwinsten in hun eigen zak verdween. Aan de andere kant namen joodse woekeraars veel bezit van niet-joden over. Daardoor maakten zij zich gehaat onder de lagere bevolkingsgroepen, met antisemitisch geweld als gevolg (2).
Zionisten bestrijden ten zeerste dat maatschappelijke factoren van invloed zijn geweest op het ontstaan van jodenhaat. Alleen de vaststelling dat in de Middeleeuwen veel joden actief waren in de sociaal economische sector, is voor hen een uiting van antisemitisme. Zij menen dat joden in deze redenatie de schuld van hun eigen vervolging krijgen. Maar met een schuldvraag, of antisemitisme heeft het benoemen van dergelijke oorzaken van antisemitisme niets te maken. Dat laatste te meer omdat joden geen controle hadden over de veranderingen in het economische landschap waardoor hun positie op de tocht kwam te staan. Antisemitisme is hier dan ook ver te zoeken. In plaats daarvan heeft het er meer van weg dat zionisten weigeren de historische feiten over het ontstaan van jodenhaat onder ogen te zien, omdat deze strijdig zijn met hun theorie over het eeuwige antisemitisme -en daarmee met de belangen van de staat Israël (3).

Een psychologische afwijking.
In de eeuwige antisemiet komt de vooronderstelling naar voren dat antisemitisme los van joden tot ontwikkeling komt in de geschiedenis. Goed en kwaad zijn in dit dualistische model strikt van elkaar gescheiden: de joodse gemeenschap kan door zijn hoge morele niveau nooit een rol spelen bij het ontstaan van antisemitisme, terwijl het kwaad zich geheel aan de kant van de niet-joden bevindt. Klinkt bekend? Kan goed, want de 'eeuwige antisemiet' lijkt verdacht veel op de 'eeuwige jood'; met dien verstande dat de rollen zijn omgedraaid. Waar joden volgens antisemieten al het kwaad in de wereld belichamen, daar is dat voor zionisten omgekeerd het geval met niet-joden. Lijkt een weinig genuanceerde benadering van de geschiedenis, maar voor zionisten is het de enige manier waarop zij de wereld kunnen overtuigen dat joden ook in de toekomst het doelwit van antisemieten zullen blijven. Zelfs een tweede holocaust noemen zionisten vaak als een realistisch gegeven. En dat allemaal om het wankele bestaansrecht van Israël als joodse staat op te kalefateren.
Het eeuwige antisemitisme is voor zionisten op iedere niet-jood van toepassing. In ieder van hen schuilt naar hun mening een potentiële antisemiet. Laten gojim niet de indruk krijgen dat zij zich aan deze regel kunnen onttrekken door zich positief op te stellen ten aanzien van Israël. Ook zo'n goj blijft een apart geval volgens de zionistische dogmatiek, zelfs als hij bij wijze van spreken zijn of haar gehele maandsalaris aan de joodse staat overmaakt. De totale afkeer van niet-joden die zich door toedoen van het zionisme van het judaïsme meester heeft gemaakt, komt extreem tot uitdrukking binnen het religieuze zionisme in Israël. In mijn nog niet al te lang geleden in Kleintje Muurkrant verschenen artikelenserie over de kabbala schreef ik al over rabbijn Abraham Yithak Kook, één van de geestelijk vaders van de militante kolonistenorganisatie 'Gush Emunim'. Maar het kan wellicht geen kwaad om nog eens te herhalen dat zelfs de meest 'goede daad' van een 'slecht persoon' voor hem tot het rijk van het kwaad behoorde. Goede daden van niet-joden versterkten volgens Kook de macht van de Satan, terwijl de zonde van een jood naar zijn mening gevuld was met: "a great light and much salvation".

Eichmann en Goldhagen
De mythe over de eeuwige antisemiet trad in 1963 voor het eerst als zionistische propaganda op de voorgrond met het proces tegen de oud-nazi Adolf Eichmann in Jeruzalem. Ben Goerion en andere zionisten wilden met dit tribunaal vooral de indruk vestigen dat alleen Israël bescherming kon bieden aan joden, omdat de niet-joodse wereld altijd antisemitisch was geweest en dat ook altijd zou blijven. Deze indruk konden zij naar eigen mening het best bereiken door de holocaust tijdens het proces weer te geven als de uiteindelijke consequentie van de jodenhaat door de eeuwen heen. Daarom werd Eichmann niet afgebeeld als de specifieke exponent van het nationaal socialisme die hij was, maar als icoon van het 'eeuwige antisemitisme'.
Ook bijna vier decennia na het proces tegen Eichmann is de uit het eeuwige antisemitisme voortgevloeide holocaust nog altijd een belangrijke pilaar onder de zionistische propaganda. De Amerikaanse historicus Daniel Goldhagen sloot hier midden jaren negentig bij aan met zijn bestseller "Hitler's Willing Excutioners". Volgens Goldhagen waren niet alleen de nazi's verantwoordelijk voor de holocaust, maar was de gehele Duitse bevolking er nauw bij betrokken. De oorzaak van de holocaust kan zich voor Goldhagen alleen bevinden in het antisemitische aspect van de Duitse cultuur, dat naar zijn mening altijd gericht is geweest op het vernietigen van joden. Volgens Goldhagen koesterde iedere Duitser in de jaren veertig het hartstochtelijke verlangen joden te vermoorden. Met deze generalisering van niet-joden bevestigt Goldhagen de zionistische doctrine over de eeuwige antisemiet. Ergo: alleen een joodse staat kan joden bescherming bieden. Goldhagen viel veel kritiek ten deel. Historici als Raul Hilberg, Ian Kershaw, Christopher Browning en Saul Friedländer trokken het wetenschappelijke gehalte van Goldhagen's these sterk in twijfel. De Amerikaanse historicus Norman Finkelstein ontving "Hitler's Willing Executioners" als een uithangbord van het zionisme. En terecht, want in navolging tot andere zionisten heeft ook Goldhagen de wetenschappelijke lezing over het ontstaan van antisemitisme vervangen door een ideologie in dienst van de staat Israël.

Japan
Omdat zionisten zich aan een onwetenschappelijke geschiedschrijving vasthouden, is het niet moeilijk hun bewijsvoering onderuit te halen. Zo bestaat er een overweldigende hoeveelheid bewijs dat antisemitisme zich vaak volgens de wetten van oorzaak en gevolg gedraagt en niet uitsluitend op het kwaadaardige karakter van niet-joden terug te voeren valt. Daarom moeten zionisten steeds nieuwe argumenten bedenken om het eeuwige antisemitisme levend te houden. Eenmaal in het nauw gedreven, beroepen zij zich soms op hun vaststelling dat van antisemitisme tevens sprake is in landen waar nauwelijks joden wonen. Dit is voor hen het ultieme bewijs dat jodenhaat volledig uit de verderfelijke geest van de gojim is ontsproten en los van joden tot ontwikkeling komt.
In zijn aan ondergetekende gerichte smaadschrift van vorig jaar bracht Eric Krebbers van "De Fabel van de Illegaal" iets dergelijks ter sprake (4). Hij noemde als voorbeeld Japan, een land waar niet veel joden wonen, maar dat desalniettemin toch een antisemitische traditie kent. Voor Krebbers is dit het bewijs dat antisemitisme onder alle omstandigheden een verschijnsel is waar joden geen invloed op hebben, zoals de theorie over de eeuwige antisemiet leert. Krebbers staaft deze bewering niet met een bewijsvoering. Dat is niet vreemd, want hij heeft voor deze bewering heel wat historische feiten naast zich neer moeten leggen. In werkelijkheid heeft de oorsprong van het antisemitisme in Japan zich zeker niet los van een joodse context ontwikkeld. In het begin van de 20e eeuw vochten Japanse soldaten samen met anticommunistische Russen tegen het bolsjewisme in Siberië. Daarbij namen zij veel over van het oplaaiende antisemitisme in Rusland dat zich aan het einde van de 19e eeuw manifesteerde, toen de Russische joden klem kwamen te zitten tussen het verval van het feodalisme en een crisis binnen het kapitalisme. Dit antisemitisme richtte zich tegen de joodse gemeenschap in het Chinese Mantsjoerije dat in 1931 door Japan werd bezet. Los van de vraag wat de betekenis was van het Japanse antisemitisme, waren bij het ontstaan ervan dus wel degelijk joden in de buurt (5). Bovendien valt het antisemitisme onder Japanners goed te traceren via hun contacten met antisemieten uit Rusland. Dat is iets anders dan het uit het niets opduikende antisemitisme dat Krebbers in Japan signaleert. Het ligt voor de hand dat het Japanse antisemitisme in Mantsjoerije later de oversteek naar Japan heeft gemaakt en zich vervolgens tot een in het heden strekkende antisemitische traditie heeft ontwikkeld. In ieder geval valt het Japanse antisemitisme af als sluitend bewijs voor de bewering van Krebbers dat jodenhaat altijd voortkomt uit de geest van niet-joden (6).
Laat ik afsluiten door op te merken dat ik zowel de mythe van de 'eeuwige jood', als die van de 'eeuwige antisemiet', een walgelijke manier vind om tegen de mensheid aan te kijken. Een generaliserende scheiding tussen goed en kwaad bij het definiëren van bevolkingsgroepen is een verkeerde kijk op de werkelijkheid. In de praktijk kan dat alleen maar tot separatisme en haat leiden. Zowel de geschiedenis als het heden tonen dat aan.

noten:
1. Zoals het 'Front National' (FN) van Le Pen in Frankrijk. Ondanks het feit dat deze rechtse extremist in het verleden anti-joodse uitlatingen heeft gedaan ("De holocaust is een detail in de geschiedenis") richt zijn politiek zich tegen Arabieren en andere buitenlanders in Frankrijk. Zijn verscholen antisemitisme neemt niet weg dat hij hierbij bijval van joodse zijde krijgt. In media in Frankrijk en in Israël hebben Franse joden uitgelegd waarom zij hun stem op Le Pen uitbrachten. Natuurlijk betekent dit niet dat alle joden in Frankrijk op Le Pen hebben gestemd. Berichten over joodse bijval voor Le Pen komen echter in een opmerkelijk licht te staan als blijkt dat het 'World Jewish Congress' het jaarlijkse filmfestival van Cannes als antisemitisch heeft bestempeld omdat een groot deel van de stemmen in de stad Cannes naar het FN ging. Zie verder onderandere "Le Pen is good for us", Jewish Supporter Says", Ha'aretz, 4 mei 2002.
2. Zie over het ontstaan van antisemitisme verder het artikel "Definities van antisemitisme" in Kleintje Muurkrant 352.
3. Wie zich in de historische sociaal economische rol van de joodse gemeenschap wil verdiepen, zou het eind jaren dertig geschreven "The Jewish Question" van de Belgische verzetsman en Trotskist Abram Leon moeten lezen. Leon: "We must not start with religion in order to explain Jewish history; on the contrary, the preservation of the Jewish religion or nationality can be explained only by the 'real Jew', that is to say, by the Jew in his economic and social role". (Abram Leon, "The Jewish Question, A Marxist Interpretation", New York: Pathfinder Press, 1970, p. 66-67)
4. "De Fabel van de Illegaal" nummer 46, zomer 2001
5. Het antisemitisme van Japanners bevond zich met name in de vooronderstelling dat joden een belangrijke macht in de wereld vertegenwoordigden. In de hoop daar voordeel uit te putten besloot de Japanse marionettenstaat in Mantsjoerije tot een alliantie met de lokale zionisten. De laatstgenoemden wilden daarop ingaan omdat zij meenden dat Mantsjoerije mogelijk als vluchtplaats voor joden uit Europa kon dienen. In ruil daarvoor ondersteunden zij de machtspolitiek van Japan in Azië. Ook de as Tokyo-Berlijn kon hier geen verandering in brengen. De hoofdzakelijk revisionistische zionisten in Mantsjoerije waren niet blij met de samenwerking tussen Japan en nazi-Duitsland, maar het was voor hen geen reden de afspraken met de Japanners op te breken. Uiteindelijk wisten een paar honderd Europese joden een veilig heenkomen in Mantsjoerije te vinden door de alliantie van de zionisten met de fascisten in Japan. (Lenni Brenner, "Zionism in the Age of the Dictators", Westport, Connecticut: Lawrence Hill, 1983, p. 183-186.)
6. Krebbers noemt alleen Japan als voorbeeld van een land waar nauwelijks joden wonen, maar waar zich toch jodenhaat heeft ontwikkeld. Er zullen beslist nog meer landen zijn waar weinig of geen joden leven. Ik vond een artikel van de Israëlische publicist Israel Shamir. Volgens hem wonen in Tsjetsjenië niet of nauwelijks joden. Over antisemitisme in dat land schrijft hij niet. Wel dat de Russische president Poetin de bestrijding van antisemitisme als argument heeft genoemd voor de onderdrukking van de Tsjetsjeense moslims. (Israël Shamir, "A Yiddische Medina" te vinden via de internetpagina's www.israelshamir.net)

Dit artikel is verschenen in Kleintje Muurkrant nr 369, 12 juli 2002