Skip to main content
  • Archivaris
  • 387

'Geleide democratie' in Rusland

In de aanloop naar de Russische presidentsverkiezingen van 14 maart heeft de 'Kremlinpartij' in het Russisch parlement inmiddels de absolute meerderheid behaald en is de oppositie 'weggepromoveerd'. De weg voor een tweede ambtstermijn van Vladimir Putin ligt daarmee open en Rusland gaat verder op de weg van de 'geleide democratie'.

door Vadim Donetsky

Tijdens de parlementsverkiezingen van 7 december 2003 gaf een groot deel van de Russische kiezers aan genoeg te hebben van ruim tien jaar 'markthervormingen' die gepaard gingen met de afbraak van sociale voorzieningen, de daling van het levenspeil en groeiende maatschappelijke ongelijkheid. Maar tegelijkertijd is er geen werkelijk politiek alternatief in de Russische arena van de oppositie, die wordt gedomineerd door ex-stalinisten en de groeiende invloed van criminele zakenlieden. Een groot deel van de kiezers stemde daarom op 'Eén Rusland', ook wel de 'Kremlinpartij' genoemd omdat zij de voornaamste steunpilaar is van president Putin en de huidige Russische regering, maar het lijkt erop dat een groot deel van de kiezers met een stem op de Kremlinpartij een keuze tegen zichzelf maakte. In totaal kreeg de partij ruim 300 van de 450 zetels in het Russisch parlement en behaalde daarmee een tweederde meerderheid. De partij domineert nu het parlement.
De liberale partijen Yabloko en Unie van Rechtse Krachten (SPS) verdwenen volledig uit het parlement omdat ze de kiesdrempel van 5% niet haalden, ondanks de ruime ondersteuning door de Russische oligarchen en door hen gefinancierde grootschalige verkiezingscampagnes. Het falen van deze partijen kan worden verklaard uit het feit dat zij worden geassocieerd met privatisering, vrije markt en oligarchie, momenteel zeer onpopulaire begrippen in Rusland.
De ultranationalistische LDPR van Vladimir Zhirinovsky behaalde 12% van de stemmen. De demagoog Zhirinovsky krijgt op de Russische televisie alle gelegenheid zijn standpunten te uiten, treedt zelfs op in showprogramma's waar hij een graag geziene gast is omdat hij altijd wel voor wat leven in de brouwerij zorgt, en een populaire hiphop-groep heeft een hit met teksten van Zhirinovsky, wiens stem op de plaat zelf ook te horen is.
Een nieuwe partij aan het Russisch politiek firmament is 'Rodina' (Moederland) die 9% van de stemmen kreeg. De partij werd pas een paar weken voor de verkiezingen opgericht door de econoom Glaziev en de nationalist Rogozin, die ooit nog kandidaat-vicepresident van de populaire generaal Lebed was tijdens de presidentsverkiezingen van 1996. De KPRF (Communistische Partij van de Russische Federatie) tenslotte behaalde met 13% van de stemmen een historisch dieptepunt. Daarmee lijkt de rol die de partij gedurende de afgelopen tien jaar speelde, namelijk die van ongevaarlijke katalysator van maatschappelijke ontevredenheid, definitief uitgespeeld. Vanaf het moment van ineenstorting van de Sovjet-Unie was de KPRF een oppositiepartij, maar dat belette haar niet om het op een groot aantal thema's eens te zijn met de achtereenvolgende Russische regeringen: van het opheffen van de Sovjet-Unie, via privatiseringen, de oorlog in Tsjetsjenië tot het goedkeuren van de Amerikaanse inval in Irak. Uiteindelijk is de KPRF nu verworden tot een partij die de belangen van de 'nieuwe rijken' in Rusland vertegenwoordigd, die haar zien als instrument tegen Putin. Een aantal kandidaten op de verkiezingslijst van de KPRF behoorde dan ook tot vertegenwoordigers van de grote, al dan niet op criminele wijze geprivatiseerde, ondernemingen.

weinig vertrouwen
Wat ontbrak in het Russisch politiek spectrum van de verkiezingen was een partij die werkelijk voor de belangen van de bevolking opkomt. Alle deelnemende partijen vertegenwoordigden ofwel de ondernemers of de staatsbureaucratie. Zij verschilden slechts van elkaar in de vraag of de economie volgens de vrije markt principes of door de staat moet worden geleid: junglekapitalisme versus staatskapitalisme. Geen wonder dus dat de opkomst bij de verkiezingen laag was, de opkomstcijfers van 1996, 1999 en nu 2003 geven een steeds dalende lijn aan. De gemiddelde Rus heeft weinig geloof en vertrouwen in de politiek. Ondanks de mooie verhalen van premier Kasjanov dat in 2003 de Russische economie flink was gegroeid merkt de gemiddelde Rus hier weinig van: de prijzen in de winkels stijgen, lonen en pensioenen blijven vrijwel gelijk. Ook de nog steeds voortdurende oorlog in Tsjetsjenië geeft weinig vertrouwen. Op 5 december, net twee dagen voor de verkiezingen, was er een explosie in een trein in Zuid-Rusland die aan 41 mensen het leven kostte en 150 anderen verwondde en twee dagen na de verkiezingen was er een explosie in hartje Moskou met zes doden en 14 gewonden. Ook de internationale gespannen situatie geeft geen aanleiding tot vertrouwen in de politiek: tijdens de OVSE-top in Maastricht werd Rusland door de VS openlijk vernederd en aangevallen met de eis tot terugtrekking van Russische troepen uit Moldova en Georgië. Maar de belangrijkste oorzaak van het gebrek aan vertrouwen en geloof is de snelle toename van maatschappelijke ongelijkheid in de Russische Federatie: de enorme financiële kloof tussen de 'nieuwe rijken' met als summum de oligarchen die van hun zakgeld westerse profvoetbalclubs kopen alsof het om een leuk speeltje gaat, en de grote maatschappelijke onderlaag die nauwelijks het hoofd boven water kan houden. Een aantal cijfers toont aan hoe het met de maatschappelijke ongelijkheid is gesteld in het huidige Rusland: in 1991 waren de hoogste inkomens in Rusland 4,5 maal hoger dan de laagste, in 2000 was dit verschil al gegroeid naar 14,3 maal. Twee procent van de Russen krijgt samen 33,5% van het totale nationale inkomen, een onderlaag van 10% van de bevolking krijgt samen 2,4% hiervan. Aan het eind van 2001 leefde volgens het Staatsbureau voor de Statistiek ongeveer eenderde van de bevolking, zo'n 50 miljoen mensen, onder het bestaansminimum van 1600 roebel (ongeveer 43 euro) per maand, terwijl het vermogen van de oligarch Chodorkovsky wordt geschat op 8 miljard dollar! En samen met Chodorkovsky zijn er nog 16 andere Russen die in de Forbes-lijst van de rijksten ter wereld voorkomen.

achter de schermen
Onder Putin begeeft de Russische politieke lijn zich gestaag in de richting van een 'geleide democratie', ofwel een toename van het aantal ondemocratische maatregelen en een uitbreiding van de staatsrepressie. Dit wordt gekenmerkt door een grotere bewegingsvrijheid voor de FSB, de opvolger van de KGB, een afzwakking van de democratische en burgerlijke vrijheden en een inkomenspolitiek die de beter gesitueerden bevoordeelt. Ongeacht de hoogte van het inkomen is er maar één belastingschaal: 13% en is de afdracht van sociale lasten verlaagd naar 5%. De vroegere staatspensioenen worden in een hervormingsoperatie overgeheveld naar geprivatiseerde investeringsfondsen en de toch al schamele sociale wetgeving wordt nog verder uitgekleed. Al deze maatregelen werden genomen in de afgelopen drie jaar Putin-bewind.
Alle verdere beslissingen zullen bij de huidige politieke verhoudingen in toenemende mate achter de schermen binnen regeringskringen worden genomen en het door de regering gecontroleerde parlement speelt nog slechts een decoratieve rol in het spel van de geleide democratie. Het parlementair systeem in Rusland is terug naar de situatie van zo'n 100 jaar geleden en het land is opnieuw een éénpartijstaat aan het worden, hoewel nu nog gesproken kan worden van een anderhalve partijstaat: de 'Kremlinpartij' plus de andere fracties in het parlement.
Met een absolute parlementaire meerderheid zal Putin het bij de presidentsverkiezingen ook niet moeilijk krijgen. Van de tien kandidaten die zich hebben aangemeld is er niet één die een bedreiging voor Putin zal vormen. Sterker nog, volgens Russische politieke analisten heeft juist het Kremlin voor extra kandidaten gezorgd om zo de verkiezingen een democratisch tintje te geven. Eén van die kandidaten is Irina Hakamada, die er niet in slaagde via de SPS-lijst terug in het parlement te komen, maar volgens sommigen nu door het Kremlin is gevraagd zich als onafhankelijke kandidaat te stellen in de race met Putin. Hetzelfde zou gelden voor de kandidatuur van Glaziev van 'Rodina' (zie boven), van de vroegere directeur van de Russische Centrale Bank Viktor Gerashenko en van de voorzitter van de Federatieraad (Russische Eerste Kamer) Sergej Mironov. Andere kandidaten zijn Vladimir Bryntsalov, lid van de 'Kremlinpartij', die meedoet vanwege de reclame die de verkiezingen opleveren voor zijn farmaceutische produkten, met de verkoop waarvan hij multimiljonair is geworden, Oleg Malyshkin van de LDPR, Nikolai Kharitonov van de KPRF, Ivan Rybkin en Anzori Aksentiev-Kikalishvili. Oleg Malyshkin, lijfwacht van Zhirinovsky, is door de LDPR als kandidaat naar voren geschoven om "Putin te beschermen tegen het polemisch talent van Zhirinovsky zelf", aldus de partij. Ook opmerkelijk is dat KPRF-leider Zhuganov plaatsmaakt voor Kharitonov, iets wat te wijten zal zijn aan de teleurstellende nederlaag van de KPRF bij de parlementsverkiezingen waarvoor Zhuganov verantwoordelijk wordt gehouden. Anzori Aksentiev-Kikalishvili is een duistere zakenman uit Kaliningrad met allerlei contacten binnen de georganiseerde criminaliteit en Ivan Rybkin tenslotte is de kandidaat die door oligarch Berezovsky, die al jaren in Londen verblijft omdat er in de Russische Federatie diverse arrestatiebevelen op hem wachten, naar voren is geschoven. In dit gezelschap zal het voor Putin een gelopen race worden en zijn de presidentsverkiezingen in Rusland nog slechts een formaliteit die onderdeel van de 'geleide democratie' uitmaken.

Dit artikel is verschenen in Kleintje Muurkrant nr 387, 23 januari 2004