Orthomoleculaire geneeskunde
Ton Geurtsen's artikel over de orthomoleculaire geneeskunde in Kleintje Muurkrant nummer 373 laat aan duidelijkheid niets te wensen over. Het hierover bij Renckens en Nienhuys ontstane misnoegen (gepubliceerd op de achterpagina van het vorige Kleintje) lag in de lijn der verwachting. Daar ik in hun duo-commentaar uitsluitend de pen van Renckens herken, laat ik zijn mede-ondertekenaar maar buiten beschouwing en heb ik het verder alleen over de eerste.
door Theo Jonkhart
In zijn blinde woede tegen alles wat afwijkt van de dogma's van 'de reguliere leer' kan Renckens in het geval van de orthomoleculaire/cellulaire medische wetenschap bitter weinig inbrengen. Dus haalt hij er zaken bij die niets met de inhoud te maken hebben. Met suggestieve en niet terzake doende zinnen als "deze Duitse arts, die zijn vitamineverzendbedrijf in Nederland vestigde, omdat zijn praktijken in Duitsland verboden zijn" en dat "de rechter er aan te pas moest komen", toont hij zijn gebrek aan steekhoudende argumenten.
Het eerste is, zoals ieder weten kan, uitsluitend een gevolg van het feit dat in Duitsland - dankzij haar farmaceutische industrie - voedingssupplementen boven een zekere concentratie als geneesmiddel (!?) worden beschouwd en in Nederland niet. Het tweede had slechts te maken met Dr. Rath's, soms ietwat te enthousiaste wijze van actie voeren. Renckens eigen veroordeling door het gerechtshof, om dr. Houtsmuller nog langer te bestempelen als kwakzalver en leugenaar, op straffe van een dwangsom van 4500 euro voor iedere overtreding noem ik daarom dus niet.
Hiermee zijn we aangekomen bij waar Renckens en zijn antikwakers, als exponent van het inmiddels volledig door het farmaceutisch kartel ingelijfde reguliere medische circuit, staan. Deze medische tak heeft zich, sinds haar ontstaan uit de middeleeuwse aderlaters, altijd met hand en tand verzet tegen iedere nieuwe zienswijze. Tientallen in het verleden door hen eerst verketterde of vervolgde onderzoekers worden heden ten dage net zo makkelijk door hen geprezen. Met zijn altijd alles over een kam scherend - en badinerend commentaar, etaleert hij keer op keer, zonder enige schroom, geen snars van de werking van essentiële voedingsstoffen te weten. Zelfs tegen de uiteindelijke capitulatie door zijn orthodoxe confrères ten aanzien van het belang van extra toediening van foliumzuur blijft hij fulmineren (door de 'kwakzalvers' trouwens al in 1965 aangetoond en niet pas 10 jaar geleden zoals hij vrolijk beweert). Maar wellicht kan ik hem dit gebrek aan kennis niet euvel duiden, want onderricht in de complexe werking en onderlinge werking van voedingsstoffen is in de medische opleidingen bewust ten grave gedragen door invloed van het farmaceutisch industrieel complex en haar slippedragers. Dit ten faveure van hun onbetaalbare gepatenteerde lichaamsvreemde middeltjes. Van deze waardeloze spullen is 98% bewezen onwerkbaar en het gebruik ervan vormt inmiddels, na hart- en vaatziekten, kanker en beroerten, de vierde doodsoorzaak ('Journal of the American Medical Association' 1998; 279:1200-1205).
Renckens noemt extra vitaminen intake gevaarlijk, en dat terwijl nergens klinisch bewijs bestaat voor ook maar één sterfgeval. Renckens verlangt van anderen steeds maar bewijzen en geeft ze zelf niet. Renckens en zijn reguliere receptenschrijvers beschouwen al die honderdduizenden slachtoffers zelfs niet als een soort bedrijfsrisico. Zijn 'Vereniging tegen Kwakzalverij' vindt zelfs dat "ongewenste nevenwerkingen bij goedgekeurde medicijnen in een zodanige verhouding staan tot het gunstige effect, dat de toepassing verantwoord is te achten". Je moet maar durven.
Renckens en zijn antikwakers hebben het altijd weer over "dat behoorlijk onderzoek moet aantonen dat er genezende werking van uit gaat" en "wetenschappelijke bewijzen die in de daartoe bestemde media gepubliceerd dienen te worden." Alsof het medisch kartel de publicist dán pas juichend op de schouders neemt en de zieke mensheid wederom van een ziekmakende gesel verlost is. Dat dit een drogreden is maken de twee volgende historische voorbeelden pijnlijk duidelijk.
Hij heeft het nu wel zo quasi deskundig over scheurbuik, maar nog kort geleden kwaakten zijn reguliere soortgenoten van een paar generaties eerder er nog lustig op los dat scheurbuik te wijten was aan (lach niet) 'zuurvergiftiging'. In 1916 legden zij nog verband met 'duivelse bacillen' en daarna kwam 'constipatie' aan de beurt. Tenslotte kwamen twee Duitse dokters die in 1942/1943 te maken hadden met het toezicht op Russische krijgsgevangenen met de theorie dat scheurbuik iets te maken had met luizen. En dát terwijl James Lind er toch al 200 jaar eerder - in 1750 - middels een simpel voedingsexperiment achter was gekomen dat gebrek aan 'iets' (wat we nu vitamine C of ascorbinezuur noemen) er mee te maken moest hebben. Overigens was dit zelfs al weer vóór zijn ontdekking door dokter Thomas Willis vastgesteld en in zijn schotschrift over "De werking van medicijnen in het menselijk lichaam" verwoord. Maar dat was ook maar onbewezen onzin waar maar beter niet naar geluisterd diende te worden.
Jarenlang dacht de reguliere ziekenkaste dat pellagra een besmettelijke tropische bacil was, verwant aan de slaapziekte en de tsetse vlieg in plaats van een gebreksziekte. Nadat militaire experimenten met inentingen de gele koorts overwonnen hadden dacht ze dat alle tropische ziekten wel even door inentingen overwonnen konden worden. Arsenicum en andere gifstoffen waren zelfs het proberen waard, maar pellagra bleef een eeuw lang(!) de grote medische bollebozen van Europa verbazen.
Al die tijd beweerden veel boeren uit Italië en Spanje - waar de ziekte een epidemie geworden was - dat, als je iemand die aan pellagra leed goed te eten gaf, hij weer vlug gezond zou worden. Maar dat was te eenvoudig voor het medisch vernuft dat op zoek was naar entstoffen, tsetse vliegen, proefschriften en Nobelprijzen.
In 1914 was pellagra (voornamelijk een vitamine B1 tekort dat ontstaat door het raffineren en bewerken van granen, met name rijst) een epidemie geworden in het zuiden van de VS. Vooraanstaande geleerden hadden al jaren vergeefs geëxperimenteerd en waren overtuigd dat het besmettelijk was. Joseph Goldberger toonde na diverse voedingexperimenten, met gevangenen, aan dat dit de grootst mogelijke nonsens was en publiceerde dit in een medisch tijdschrift. Ja, dus op de correcte wijze die Renckens voorstaat (!). Dieet was de oorzaak en dieet bracht genezing, precies wat de Italiaanse boeren al gezegd hadden. Kreeg Goldberger de Nobelprijs dat jaar, of later? Gaf het Congres of de vereniging voor geneesheren hem een medaille? Een paar doktoren met wat meer intelligentie aanvaardden zijn bevindingen. Net als in deze tijd viel de luidruchtige meerderheid hem zo scherp mogelijk aan. Hij werd belachelijk gemaakt en zijn bevindingen werden in twijfel getrokken. Er waren toch wetenschappelijke epidemologische bewijzen voor het feit dat pellagra een kwaal was zoals tyfus, dat de ziekte besmettelijk was en door een bacil veroorzaakt moest worden? Ze gaven het niet op. "Blinde, zelfzuchtige jaloerse, bevooroordeelde ezels", noemde Goldberger ze. Hij probeerde sceptici te overtuigen door zichzelf maar eens te injecteren met bloed van pellagra patiënten, hij dronk zelfs afscheidingen uit hun ingewanden, hij slikte de poederachtige geschilferde huid van wie aan de gevreesde ziekte leed naar binnen. Hij ging er niet aan dood, maar de toegang tot de tempel van de geneeskundige roem bleef hem toch ontzegd.
Als we voor Lind, Willis en Goldberger bijvoorbeeld de naam Rath in de plaats zetten, zien we dat er uit het verleden niets geleerd is. Dat dezelfde domme hardleersheid ook het kenmerk van de huidige generatie alwetende 'genezers' is, en vooringenomenheid tegen alles wat niet 'des farmacies' is wel in hun genen lijkt te zitten. Het vertrouwen dat dit soort geneesheren genieten berust voornamelijk op onwetendheid van hun patiënten. En beiden willen dat graag zo houden.
Mocht het verschil tussen een bewijs en een medisch bewijs nog niet duidelijk zijn, of het verschil tussen een feit en een wetenschappelijk feit, dan wil ik dat graag even uitleggen. Als ik koorts heb is dat geen feit, behalve voor mij. Als ik dat aan een dokter vertel, dan is dat wat hij een anekdotisch bewijs noemt, of een getuigenis. Als de dokter mijn temperatuur opneemt en die neerschrijft, dan wordt mijn koorts een medisch bewijs. Als een andere dokter dat overschrijft, hebben we een wetenschappelijk feit. Mocht ik bewijs nodig hebben dat ik vorige week hoge koorts had, en mocht ik mijn dokter om mijn grafiek vragen, dan zal ik die niet krijgen. Dat onmiddellijk voor de hand liggende feit blijkt nu een wetenschappelijk feit geworden. Alleen een andere dokter kan zoiets krijgen. Als ik vervolgens een klacht indien omdat de dokter me geen wetenschappelijke feiten omtrent mijn vroegere toestand aan de hand wil doen, dan is dat weer een anekdotisch bewijs. En zo kan ik doorgaan.
Voedsel welke voldoende voedingsstoffen bevatten bleken dus een simpele oplossing voor diverse ziekten. Vroeger tenminste, toen alles er nog in zat. Daarom moet dat nu met voedingssupplementen. Ook omdat het voedsel dat we nu eten veelal geraffineerd is, of 'verrijkt' met lichaamsvreemde hulpmiddelen of in kassen met kunstmest de uitgeputte grond wordt uitgejaagd. E-nummers, gemodificeerd zetmeel, suikers, transvetzuren, pesticide resten, acrylamiden en wat dies meer zij, doen dagelijks aanvallen op ons immuunsysteem. Maar voedingsstoffen zijn volgens Renckens "ruim voldoende aanwezig in een gevarieerd dieet." Ongelooflijk, het staat er echt. Hij die persisterend om wetenschappelijke bewijzen vraagt wordt heden ten dage bij voortduring, zelfs uit voor hem allerlei onverdachte hoeken, met nieuwe wetenschappelijke bewijzen om de oren geslagen die aantonen dat zijn werkelijkheid in en andere dimensie ligt. De laatst gepubliceerde gegevens van onder anderen de British Academy of Paediatric Nutrition en van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) in Zwitserland en het 'Centre for Disease Control' (CDC) in Washington over de voortdurend toenemende tekorten van essentiële voedingsstoffen in onze landbouwprodukten zijn alarmerend. En dit zijn beslist geen bolwerken van kwakzalvers. Ook hun conclusies laten ondermeer steevast zien dat de gebruiker van een westers voedingspatroon nog slechts een kwart van zijn dagelijkse behoefte van bijvoorbeeld het spoorelement zink via de voeding binnen krijgt. Zink tekort is medeverantwoordelijk voor het ontstaan van immuunziekten, infecties, virale aandoeningen, onvruchtbaarheid, dementie, hypoglycemie en diabetes mellitus. Moderne productiemethoden zijn meer gericht op kwantiteit dan op waardevolle bestanddelen. Het aanbod van lege calorieën neemt almaar toe. Essentiële stoffen die het lichaam nodig heeft om goed te functioneren verdwijnen systematisch uit de voedselketen. Je zou haast denken dat er een duivels pact bestaat tussen de voedingsproducenten, -industrie en de farmaceutische geneeskunde. De eersten leveren onvolwaardige producten waardoor allerhande chronische ziekten ontstaan, welke vervolgens door de tweede worden 'bestreden' met toxische chemicaliën, alias medicijnen, die de vitamine tekorten nog meer verergeren en slechts symptomen verlichten, waardoor aldus een jarenlange afzet gewaarborgd blijft. En maar blijven collecteren bij de burgers (die zich bijkans suf betalen aan hun ziektekosten verzekering en maar niet beter worden) voor 'onderzoek' naar het uitroeien van de huidige gebreks- en immuunziekten waarvan de oorzaken en oplossingen al bekend zijn. En de burgers maar blijven geven en gireren alsof het moderne aflaatbrieven betreft.
In tegenstelling tot wat Renckens beweert is uit talloze klinische onderzoeken dubbel en dwars bewezen dat hoge doses vitamine C niet alleen bij cardiovasculaire aandoeningen, maar ook bij diverse kankersoorten een gunstig verloop op de ziekte hebben. Dat dit niet zo zou zijn berust op onder andere gemanipuleerd tegenonderzoek welke, in de zucht om maar het tegendeel te bewijzen, maar al te vaak in vitro worden gedaan. Natuurlijk krijg je in een retort andere resultaten, maar appels met peren vergelijken schijnt nooit een belemmering voor een regulier antibewijs te zijn. 'The Medical Letter' bracht ooit het bericht in de wereld dat hoge doses vitamine C nierstenen zouden veroorzaken. Uit onderzoek bleek later dat dit slechts sporadisch, in geval van een nauwelijks voorkomende erfelijke ziekte, wel eens zou kunnen voor komen. Eerder lost vitamine C nierstenen op. Charles Moertel van de Mayo clinic, deed in de 'New England Journal of Medicine' kond van kankerbehandelingen met hoge doses vitamine C waarin aangetoond werd dat deze niet werkten. Later bleek dat zijn patiënten van te voren excessieve chemotherapie hadden ondergaan ... geen wonder! Met de zogenaamde "latere onderzoekingen welke weerlegden dat vitamine C een gunstige invloed op het verloop van kanker heeft" doelt Renckens kennelijk op bovenstaand vals bewijs dat nog steeds de ronde doet in de reguliere wandelgangen.
Argumentatio ad verecundiam, ofwel argumenteren op basis van autoriteit - omdat er bijvoorbeeld Dr. voor je naam staat - is natuurlijk een bedenkelijke manier van argumenteren. Maar zijn relaas toont aan dat dit vermoedelijk toch wel het geval moet zijn, want anders praat je wel anders. Als er al door een niet reguliere behandeling genezing plaats zou vinden, komt dit volgens Renckens "nooit door die behandeling maar door een zich plotseling gunstig ontwikkelend ziekte verloop". Om foute antwoorden zit hij nooit verlegen.
Galilei en velen met hem hebben het helaas aan den lijve ondervonden en Max Planck heeft het uitstekend verwoord: "Een nieuwe wetenschappelijke waarheid zegeviert niet doordat zij haar tegenstanders overtuigt en tot inzicht brengt, maar veeleer omdat de tegenstanders ervan tenslotte uitsterven en een nieuwe generatie opgroeit die met de nieuwe waarheid vertrouwd is." Al duurt het lang: ook nu zal dit weer zo gaan. De geschiedenis levert het bewijs.
(Theo Jonkhart uit Enkhuizen is te benaderen via
Dit artikel is verschenen in Kleintje Muurkrant nr 375, 24 januari 2003