Bossche rellen
door Ewald Conspira
Voor elke buurt in DenBosch zijn "ze" bezig een WOS te maken, een Wijk Ontwikkelings Strategie. "Ze" zijn uiteraard niet de wijkbewoners, maar de politieke en (semi-)ambtelijke regenten. In het kader van die ontwikkelingsstrategie bracht woningbouwcorporatie Brabant Wonen op 15 december jongstleden, middels een buurtbijeenkomst, naar buiten dat zo'n beetje alle huidige huurwoningen in de wijk Bartjes-Noord in DenBosch gesloopt gaan worden (da's pas ontwikkeling zullen ze denken, bewoners weg en rijkere huurders en kopers ervoor in de plaats).
Bartjes-Noord, de wijk tussen de Graafseweg, Westenburgerweg en Muntelbolwerk, is inmiddels wereldberoemd aangezien precies in deze wijk, één dag na die buurtvergadering, drie avonden achter elkaar de stoeptegels door de lucht vlogen. Op zich hadden die rellen niets met bedoelde sloopplannen te maken, de directe trigger voor al die loskomende frustratie was een door de politie doodgeschoten Bosschenaar. Dankzij de "mobiele dichtheid" waren binnen enkele minuten alle vrienden en bekenden van het slachtoffer op de hoogte gebracht en aangezien hij een zeer bekend figuur was binnen de voetbalsupportersvereniging van FC-DenBosch (de "M-side"), was er al snel een hoop volk op de been. Vrijwel onmiddellijk na die vreselijke gebeurtenis vonden er reeds gewelddadige schermutselingen plaats in de wijk De Hambaken - de plek waar dat schietincident plaatsvond - tussen de politie en het toegestroomde publiek.
De burgemeester van DenBosch, prominent CDA'er Rombouts, vond het nodig om meteen publiekelijk (in een gedetailleerde verklaring op de regionale televisie) achter "zijn manschappen" te gaan staan, zodoende extra spiritus op het vuur spuitend.
Aangezien de schietpartij plaatsvond in De Hambaken, een qua bevolkingssamenstelling met de Graafsewijk vergelijkbare buurt, was het vuurtje niet meer in te tomen. Een flink aantal vrienden en bekenden rondom de doodgeschoten Pierre Bouleij besloot om, nadat Rombouts zélf de link naar de FC DenBosch M-side legde door de voetbalwedstrijd later die dag te verbieden, een demonstratieve optocht naar het stadhuis te houden om bij de burgemeester zelf verhaal te halen. Er gaan 's middags een rij ruiten van het stadhuis aan diggelen en er staan twee groepen tegenover elkaar op de Bossche markt. Driehonderd boze burgers en ongeveer evenveel politie en Mobiele Eenheid. De burgers worden vervolgens van de markt af verdreven, weg van de plek waar de middenstand bezig was een kerstmarkt op te bouwen, en het baldadige volk vluchtte de Hinthamerpromenade in, nagezeten door de ME. Onderweg naar supporterscafé 't Huukske op de Graafseweg sneuvelden er een aantal winkelruiten op die promenade. De eerste brandjes en rellen vinden aan het begin van de Graafseweg plaats vanaf een uur of zeven die zaterdagavond 16 december 2000.
Het heeft weinig zin om hier de precieze gang van zaken te herhalen van wat er daarna allemaal gebeurde, het heeft alle media gehaald. Kort gezegd: de staat van beleg afgekondigd en drie avonden rellen achtereen; iedere keer op precies hetzelfde plekje, de in het begin van dit artikel beschreven driehoek Bartjes-Noord en de zijstraatjes van de Graafseweg.
Inmiddels heeft de burgemeester van DenBosch heel wat kritiek over zich heen gekregen waarom het zo lang duurde voordat de rust wederkeerde. Dat vind ik eigenlijk allemaal niet zo interessant. Ik ben zelf vaak genoeg bij rellen betrokken geweest om te kunnen begrijpen dat je een groep stenengooiende mensen niet zo heel gemakkelijk in toom kunt krijgen en al helemaal niet op die plek, maar ik ben het met de kritiek op Rombouts eens daar waar gesproken wordt over een zwalkend beleid: eerst de boel aanjagen door met geweld de mensen de binnenstad uit te jagen, vervolgens pogen de boel te stabiliseren en dé-escaleren door niet in te grijpen terwijl de straat wordt opengebroken en er veel ruiten ingegooid werden en zelfs een kantoorpand in de fik werd gezet. Dan, in de dagen erop, steeds onduidelijke signalen: af en toe een charge en je dan weer terugtrekken, tsja, dat leidt tot iedere keer opnieuw hergroeperen van de stenengooiers en met nieuwe moed de hens erin. Kortom, slecht ingeschat en ingegrepen. Vooral het inzetten van een totaal overbodig waterkanon op maandagavond was een grote strategische blunder of regelrechte provocatie om de dag erop een noodverordening te kunnen afkondigen.
Maar de diepere oorzaak van deze kwestie ligt in het vele tientallen jaren lang politiek verwaarlozen van grote groepen mensen, in die zin is den Bosch illustratief voor de rest van het land en omgekeerd.
Tijdens de rellen werd het Kleintje een paar keer door de in DenBosch in grote getale aanwezige landelijke media gebeld en ge-emaild, onder andere met een verwijzing naar ons voorpagina-artikel van het vorige Kleintje (van 15 december 2000). Bijna profetisch stond daar een artikel met als titel "Is DenBosch leefbaar?", handelend over de arrogantie der regenten en de dramatische gevolgen die dit zal hebben en een artikeltje over de gigantische rijkdom van woningbouwcorporatie Brabant Wonen, terwijl ondertussen de woonlasten voor grote groepen mensen alleen maar hoger worden. Nu de economische vooruitzichten ronduit negatief schijnen zal dit vraagstuk, de kwestie bestuurders - bestuurden, rijke geprivatiseerde en ongecontroleerde woningcorporaties en arme huurders wederom bovenaan de politieke agenda terechtkomen, waar het jarenlang vanaf is geweest. Inmiddels is de politiek echter de greep op de corporaties zo ongeveer kwijt; hebben de huurders via inspraakregelingen wel iets te zeggen, maar niks te beslissen en ligt de echte macht bij de ongecontroleerde directeuren (die zich dan deftig 'bestuurder' noemen). Kortom het soort ontwikkelingen dat onherroepelijk verbonden is aan de heilloze privatisering van overheidsdiensten, nutsbedrijven en (gezondheids-)zorginstellingen. Hoe (sociaal) slecht die ook presteren, zij hebben een monopoliepositie verworven op de sociale markt van wonen, uitkeringen of gezondheidszorg.
In NRC van 28 december jongstleden stond een fraaie analyse van de Bossche rellen van Willem de Haan en Jan Nijboer. Zij zijn respectievelijk hoogleraar en universitair hoofddocent criminologie aan de Rijksuniversiteit van Groningen en hebben een aantal jaren geleden de Groningse Oosterparkbuurt-rellen onderzocht door met veel stenengooiers te spreken. Nu de gemeente DenBosch aan Professor Dr. U. Rosenthal van het Crisis Onderzoek Team (COT) - en eerste kamerlid voor de VVD - de opdracht heeft verleend de Bossche rellen te onderzoeken zou ik een pleidooi willen houden voor die Groningse onderzoekers. Zij hebben het allemaal al opgeschreven, dus erg veel werk lijkt er niet meer te doen voor het COT.
Het Groningse universitaire duo analyseert aldus: het moment waarop dit soort rellen uitbreekt is vrijwel altijd onverwacht, niemand is erop voorbereid. Verklaringen moeten achteraf worden gezocht in "dieper liggende gevoelens van wantrouwen en machteloosheid bij de voetbalsupporters en een deel van de bewoners van buurten die in de afgelopen decennia vaak ingrijpende veranderingen hebben doorgemaakt. Zij belichamen een specifieke buurtcultuur die kan worden gezien als een collectief antwoord op de opeenstapeling van problemen zoals langdurige werkloosheid of arbeidsongeschiktheid en uitkeringsafhankelijkheid, inkomensachteruitgang, status- en prestigeverlies, overlast door drugsverslaafden en jongeren met relatief weinig toekomstperspectief." Dan schrijven de Groningse onderzoekers - en dat geldt ook voor de Bossche situatie: "Het meest opmerkelijke aan de rellen in Groningen was dat volwassen buurtbewoners werkeloos toezagen hoe jongeren zich te buiten gingen aan vernielingen en openlijke geweldpleging. Het geweld tegen de politie werd oogluikend toegestaan en door een deel van de omstanders zelfs openlijk toegejuicht." En even verder signaleren ze een volgende kraakheldere parallel met DenBosch: "Zij voelen zich achtergesteld, door gezagsdragers niet serieus genomen en voelen zich machteloos tegenover wat er over hun hoofden voor hen wordt beslist. In deze situatie is een gevoel van saamhorigheid ontstaan dat soms sterk wordt geromantiseerd en onder andere vorm krijgt in de grote betrokkenheid bij het wel en wee van de plaatselijke voetbalclub. Teleurstelling over de tegenvallende resultaten, ergernis over 'gerommel in het bestuur' en angst voor het voortbestaan van de club in het betaalde voetbal, versterken het gevoel speelbal te zijn van beslissingen van anderen. Het resultaat van dit alles is een collectief en diepgeworteld wantrouwen tegenover autoriteiten en met name tegenover de politie."
Let wel, zij beschrijven hier de situatie in Groningen maar die komt precies overeen met die in DenBosch inclusief het gerotzooi rondom de voetbalclub. Ook FC DenBosch was een paar maanden geleden vrijwel failliet en de gemeentelijke overheid voelde zich gedwongen zich met de voetbalclub te bemoeien. Dan vervolgen de Groningse onderzoekers met: "dat het vervolgens uit de hand loopt is voor een deel het onbedoeld gevolg van de pogingen van het bevoegd gezag om de situatie onder controle te houden. De premature en in de ogen van betrokkenen pertinent onware uitspraken van de autoriteiten over de toedracht bij de aanhouding evenals het afgelasten van de voetbalwedstrijd van FC DenBosch worden door de betrokken supporters ervaren als onaanvaardbare ingrepen van hogerhand." Helemaal bingo deze analyse van de gebeurtenissen in dit provinciestadje. Opgehaalde bruggen, woedende volksmassa's, een krakkemikkig ingezet waterkanon, schreeuwende politici die pogen hun eigen slaatje eruit te slaan, stereotype televisie-journalisten die wellustig televisie kijkend volk oproepen de broeierige sfeer te komen opsnuiven. Het zijn allemaal ingrediënten voor 't driedaagse Beleg van DenBosch.
Het Beleg van DenBosch
Het begin van dat Beleg van DenBosch viel overigens samen met de laatste avond van een driedaagse theaterproductie die plaatsvond in Theater Bis te DenBosch onder de naam "Het Beleg van DenBosch". Toeval? Natuurlijk! En dat was niet het enige toeval rondom deze theaterproductie. Het Nijmeegse theaterduo Rien Stegman en Jan van den Berg (van Theater AdHoc) wil met het project "Het Beleg van DenBosch" - dat in maart en april 2001 overigens wordt voortgezet - "de grenzen van de zelfgenoegzaamheid" onderzoeken in DenBosch. Als een soort parlementaire enquêtecommissie hebben ze gesproken met publieke figuren en 'gewone burgers' van de stad om dit bloot te leggen. Eén dag nadat het Nijmeegse duo in DenBosch arriveerde, viel de draak bij het station van zijn sokkel en halverwege hun onderzoek werd duidelijk dat de restauratie van de SintJan 'zomaar ineens' veertig miljoen gulden duurder zal uitvallen. Ze besloten hun eerste 'theatrale documentaire' dus op de avond van de eerste rellen, en een paar dagen later werd daadwerkelijk door burgemeester Rombouts de staat van beleg in DenBosch afgekondigd, inclusief noodverordening, met op alle invalswegen een politieblokkade en een samenscholingsverbod in sommige delen van de stad. We mochten 's-avonds nog wel de straat op gelukkig. Op 7, 8 en 9 maart vervolgt Theater AdHoc hun onderzoek in Theater Bis, de stad is gewaarschuwd.
Even serieus weer, ik ben niet erg nieuwsgierig naar het onderzoek van het COT van professor Rosenthal en naar het verloop van alle juridische procedures rondom het keien werpen, ik ben voornamelijk nieuwsgierig naar de uitkomsten van het Rijksrecherche-rapport naar de precieze omstandigheden vlak voor en tijdens het neerschieten van Pierre Bouleij. Ik wil precies weten wat er gebeurd is.
Wat voor melding is er bij de politie binnengekomen? Wat staat er op de geluidsband van de communicatie tussen politiebureau en de ingezette agenten? Waarom zijn die agenten/s naar binnen gegaan terwijl een getuige heeft verklaard dat het duidelijk was dat Bouleij totaal over de rooie was en dat die getuige vervolgens aanbood te bemiddelen. Kenden de betrokken politie-agenten het slachtoffer, wisten zij wel met wie ze te maken hadden toen ze het huis binnentraden? Immers, het ligt toch zeer voor de hand dat elke Bossche politieagent/e Pierre Bouleij kende, gezien zijn staat van dienst; hij stond overal bekend als een agressief type, had reeds een FC DenBosch stadionverbod en stond een paar weken voor zijn dood nog voor de Bossche rechtbank met een vergelijkbaar messenzwaai-incident. Waarom was de burgemeester zo stellig en gedetailleerd in zijn eerste reacties en gebruikte hij het woord "noodweer"? Waarom, waarom? Vragen te over, maar antwoorden ho maar. Geheel volgens de tandeloze traditie van de Bossche regenten en regenten-in-spe (raadsleden) is het politieke debat verschoven naar later. We nemen maar aan dat dan het onderzoek van de Rijksrecherche integraal onderdeel zal uitmaken van de raadsstukken, alles zal van de raad naar de straat moeten.
Dit artikel is verschenen in Kleintje Muurkrant nr 352, 12 januari 2001