Terug naar hoofdinhoud
  • Archivaris
  • 352

Definities van antisemitisme

In de discussie tussen Peter Zegers en Peter Edel, die sinds kort in Kleintje Muurkrant is ontstaan, draait het voortdurend om antisemitisme. Het kan daarom geen kwaad om eens naar de verschillende definities van dit begrip te kijken.

door Peter Edel

Om te beginnen is antisemitisme vooral een vaag begrip. Het verwijst naar het boek Genesis uit het Oude Testament, waar Sem beschreven staat als de zoon van Noach. Sem wordt hier voorgesteld als de oorsprong van de Israëlieten, maar ook van de volken die bekend staan onder de verzamelnaam Arabieren. Dit leidt tot wonderlijke gevolgtrekkingen ten aanzien van de huidige situatie in Israël, waar de afwijzende houding van Arabieren jegens Israël vaak als antisemitisme wordt beschouwd. Aan de hand van de eveneens Semitische oorsprong van de Arabieren, zou men het onrecht van Israël ten aanzien van de Palestijnen echter net zo goed antisemitisme kunnen noemen. Het zal echter duidelijk zijn dat met antisemitisme doorgaans de haat, of vooroordelen, tegen de afstammelingen van de stam van Juda wordt bedoeld. Het zou daarom meer op z'n plaats zijn om het over anti-judaïsme te hebben. Maar goed, dat gebeurt niet, waardoor we het dus moeten doen met een behoorlijk onnauwkeurige begrip. Bovendien zijn er factoren die de zaken er nog onoverzichtelijker op maken.
Heel belangrijk voor een definitie van antisemitisme is de positie van degene die dit begrip naar voren brengt. Dat kan zijn om, uit overwegingen van rechtvaardigheid, personen terecht te wijzen die haat of vooroordelen tegen Joden koesteren. Doorgaans is het dan wel duidelijk wat er aan de hand is. Minder duidelijk wordt het als de beschuldiging van antisemitisme in een ideologische context plaatsvindt. Antisemitisme kan dan de meest uiteenlopende vormen aannemen. Een voorbeeld heb ik in dit verband al eens genoemd: in Kanttekeningen deel II(e) beschreef ik hoe de Amerikaan Nathan Perlmutter, een voormalig directeur van de 'Anti-Defamation League of B'nai B'rith', zelfs antisemitisme weet te destilleren uit kritiek op het defensiebudget van de VS (1).
Vanuit een ideologische context kan zelfs de afwezigheid van antisemitisme als een anti-Joodse ontwikkeling worden geïnterpreteerd. Zowel in de VS, als in Israël, vinden zionisten en orthodoxe Joden dat de afwezigheid van Jodenhaat assimilatie van de Joodse gemeenschap in de hand werkt. Dit zou afbreuk doen aan de Joodse identiteit, hetgeen als een negatieve ontwikkeling voor de Joodse gemeenschap wordt beschouwd. Zelfs associaties met de holocaust zijn daarbij niet vreemd (2).
Natuurlijk zijn dergelijke invullingen van antisemitisme extreme voorbeelden. Maar ook de meer algemeen geldende definitie, die het zionisme aan Jodenhaat geeft, liegt er niet om. Uitgangspunt daarbij is het in de Talmoed beschreven beginsel dat Joden superieur zijn aan niet-Joden. Antisemitisme zou als consequentie hiervan ontstaan zijn als uiting van niet-Joodse jaloezie. Volgens het zionistische denken is antisemitisme daarnaast altijd irrationeel van karakter. Het wordt daar voor ondenkbaar gehouden dat kritiek, op een in moreel opzicht zo superieur volk, rationele gronden zou kunnen hebben. Het zionisme beschouwt de geschiedenis als een eeuwige strijd tussen Joden en niet-Joden. Men gaat er dan ook vanuit dat iedere niet-Jood vanaf zijn geboorte een antisemiet is. Verder houdt het zionisme vast aan het idee dat iedere kritiek op de Joodse gemeenschap tot de verschrikkingen van Auschwitz kan leiden: de zogenaamde 'lessen van de holocaust'.

Het klassieke antisemitisme
In tegenstelling tot wat vaak binnen het zionisme wordt beweerd, valt het ontstaan van antisemitisme doorgaans heel goed rationeel te verklaren. Zoals aan de hand van de contrasterende belangen die eeuwenlang tussen Joden en niet-Joden hebben gespeeld. Neem bijvoorbeeld het antisemitische geweld in de Middeleeuwen. Volgens de zionistische invalshoek zou het ontstaan daarvan op irrationele gronden zijn gebaseerd. De geschiedenis, zoals beschreven door de Israëlische mensenrechtenactivist Israel Shahak, laat echter zien dat er in dit verband zeer zeker rationele oorzaken kunnen worden aangewezen (3). Shahak beschrijft hoe het stelsel van wetten en voorschriften binnen het judaïsme, dat bekend staat als de Talmoed, een strikt onderscheid maakt tussen Joden en niet-Joden. Ook de manier waarop Joden met niet-Joden dienen om te gaan staat hier nauwkeurig omschreven. De Talmoed leert dat Joden alleen diensten aan niet-Joden mogen bewijzen, als daar een betaling tegen over staat, of als de Joodse gemeenschap er bij gebaat is. In andere gevallen is het een Jood verboden om een niet-Jood een dienst te bewijzen, zeker tijdens de Sabbat. Een uitzondering maakt de Talmoed waar het diensten betreft aan een niet-Joodse heerser. In dat geval gelden aparte regels, want niet-Joodse monarchen dienen gehoorzaamd te worden. Joden worden zelfs verplicht om voor hun welzijn te bidden. En terwijl het Joodse medici volgens het klassieke judaïsme verboden is om op de sabbat een niet-Jood te genezen, worden zij er volgens dezelfde wetgeving toe aangezet om zich op die dag tot het uiterste in te zetten als een niet-Joodse machthebber door ziekte is getroffen. Daarom koos de niet-Joodse elite in de Middeleeuwen bij voorkeur voor Joodse medici. Maar niet-Joodse heersers konden ook in andere opzichten op hun Joodse onderdanen vertrouwen. Vaak incasseerden Joden de belastingen voor hen en bestierden zij op andere gebieden hun financiën.
Israel Shahak beschrijft hoe de Joodse elite mindergeliefd werd bij de klasse der landarbeiders, die op wrede wijze onderdrukt en uitgebuit werd door dezelfde machthebbers waar de Joodse elite zich aan had verbonden. Een belangrijke factor hierbij was de afkeer van landarbeid, die de rabbijnen onder hun aanhang predikten, hetgeen de boerenbevolking evenmin erg lekker zat. Als er boerenopstanden uitbraken troffen deze niet alleen de niet-Joodse machtselite, maar tegelijk ook de gehele Joodse gemeenschap. Want de ongeletterde boerenbevolking maakte helaas de ernstige fout om alles wat Joods was verantwoordelijk te stellen voor collaboratiepraktijken, die in feite alleen aan de Joodse elite konden worden toegeschreven. Binnen dergelijke omstandigheden ontstonden de pogroms: de uitbarstingen van geweld tegen de Joodse gemeenschap die kenmerkend waren voor het 'klassieke antisemitisme' uit de Middeleeuwen.
Dat het klassieke antisemitisme vooral zijn oorsprong kende in de onderste bevolkingslagen wil niet zeggen dat de heersende macht de handen in onschuld kon wassen. Onder aanvoering van de kerkelijke elite werden anti-Joodse gevoelens onder de bevolking maar al te vaak opgestookt. Toch was dit geen regel. Shahak wijst erop dat uitbarstingen van geweld jegens Joden, vaak niet door middeleeuwse heersers gestimuleerd werden. Niet zelden werden Joden zelfs in bescherming genomen door de niet-Joodse machtselite. Dat deed men zeker niet uit humanitaire overwegingen, want ook hier heerste zonder meer een rabiaat antisemitisme. Al was het alleen maar omdat de Joden door christelijke heersers verantwoordelijk werden gehouden voor de dood van Jezus. Maar er waren ook perioden waarin praktische overwegingen de religieuze opvattingen overschaduwden. Vaak werd het ontstaan van pogroms voorkomen omdat de heersende macht in veel opzichten afhankelijk was van de diensten die de Joodse elite in de aanbieding had. Daarnaast was men vaak bevreesd dat geweld tegen de Joodse gemeenschap zou escaleren tot algemene opstanden. Anti-Joodse wetten werden daarom vaak uitgevaardigd om volksopstanden te voorkomen of te beteugelen.
Eén van de anti-Joodse maatregelen was dat Joden waren uitgesloten van bepaalde beroepsgroepen. Daarbij waren de niet-Joodse machthebbers wel zo slim om geen beslissingen te nemen die in het nadeel van henzelf of de Joodse elite waren. Zo zullen de rabbijnen weinig problemen hebben gehad met het verbod voor Joden om in de landbouw te werken. Daar hadden zij, zoals eerder beschreven, sowieso al weinig mee op. Maar de middeleeuwse heersers dachten natuurlijk in de eerste plaats aan zichzelf. Er was hen veel aan gelegen om de economische rol van de Joodse elite, die voor hen zo lucratief was, onaangetast te laten. Daarom werd de metaalhandel (lees: de handel in munten) één van de weinige beroepsgroepen waar Joden wel in werden toegelaten. Het was langs deze weg dat veel Joden in het bankwezen terecht kwamen, hetgeen gedurende de Middeleeuwen niet alleen voordelig was voor de niet-Joodse machtselite was, maar ook voor de Joodse elite.

Het moderne antisemitisme
Zoals uit het bovenstaande blijkt, was het klassieke antisemitisme sterk gekoppeld aan het feodalisme. In landen waar dit sociaal economische systeem het langst standhield, bleef de Jodenhaat uit de onderste lagen van de bevolking het langste voortduren. Zoals in Rusland, waar de pogroms tot in de twintigste eeuw aanhielden. Daar stond tegenover dat geweld tegen Joden drastisch beperkt raakten in landen waar het feodalisme vroeg overboord was gezet. Dat was het geval in West-Europa, zoals in Duitsland waar het verval van het feodalisme ertoe leidde dat Joden zich binnen de niet-Joodse samenleving begonnen te assimileren. Pogroms waren, op dat moment in ieder geval, niet meer aan de orde in Duitsland. Maar dat betekende niet dat de Duitse Joden voortaan gevrijwaard zouden blijven van antisemitisme. Want te midden van de sterk assimilerende Joodse gemeenschap kwam in Duitsland en Oostenrijk een vorm van Jodenhaat tot ontwikkeling die enige decennia later virulenter van aard zou blijken dan alle eerdere vormen van antisemitisme bij elkaar opgeteld.
Dit 'moderne antisemitisme' kwam niet in de plaats van reeds bestaande vormen van antisemitisme. Integendeel, want de nieuwe Jodenhaat, die rond het begin van de twintigste eeuw ontstond, bouwde in belangrijke mate voort op al langer bestaande uitingen van antisemitisme. Maar er werd wel iets nieuws toegevoegd. Dit nieuwe element bestond uit het raciaal onderscheid, dat voortaan door antisemieten tussen Joden en niet-Joden werd gemaakt. Tijdens het klassieke antisemitisme kende het onderscheid tussen Joden en niet-Joden een tamelijk relatief karakter. Een bekeerde Jood werd bijvoorbeeld doorgaans, vanuit christelijk perspectief, niet meer als Jood beschouwd. Met het ontstaan van het moderne antisemitisme kwam dat anders te liggen. Jood zijn werd niet meer in de eerste plaats gezien als het belijden van een religie, of het deel uitmaken van een volk. Volgens de moderne antisemieten waren Joden een ras; een inferieur ras om precies te zijn. En daaraan konden Joden zich volgens hen niet onttrekken door zich tot het christendom te bekeren.
Dit raciale antisemitisme ontwikkelde zich in verschillende 'völkische', pan-Germaanse en neo-gnostische bewegingen, die aan het einde van de negentiende eeuw in Duitsland en Oostenrijk binnen de hogere lagen van de bevolking ontstonden. Wat betreft het laatste verschilde het moderne antisemitisme van eerdere vormen van Jodenhaat, en vooral anti-Joods geweld, die vooral uit de onderste lagen van de bevolking voortkwamen.
Het zal voor zich spreken dat een raciaal onderscheid tussen Joden en niet-Joden, volgens hedendaagse wetenschappelijke maatstaven, nergens op gebaseerd is. Er bestaan geen redenen om aan te nemen dat Joden in raciaal opzicht van andere blanken verschillen. Bovendien zijn er ook Joden die tot andere 'echte' rassen behoren. Daar komt nog bij, dat als de afstammelingen van Abraham werkelijk een apart ras vertegenwoordigen, ook de Arabieren daartoe zouden moeten behoren (Ismaël kan immers onmogelijk van ras zijn veranderd toen hij door Abraham werd verdreven).
Als ergens het zionistische standpunt op van toepassing lijkt te zijn dat Jodenhaat irrationeel is, dan is het wel op het raciale beginsel van het moderne antisemitisme. Toch is dat niet het geval, want het raciale onderscheid tussen Joden en niet-Joden, werd al door de grondleggers van het zionisme ronduit erkend. En sindsdien is er weinig veranderd, want raciale principes vormen tegenwoordig nog altijd de basis van de staat Israël. De enige vorm van antisemitisme, die op geen enkele rationele overweging is gebaseerd, vormt dus de uitzondering op de zionistische regel dat Jodenhaat altijd irrationeel van karakter is.

Naoorlogs antisemitisme
Hoe het raciale onderscheid vervolgens door de nazi's werd opgepikt en hoe het de basis ging vormen van de grootste verschrikkingen uit de twintigste eeuw, zal ik hier niet beschrijven. Niet omdat ik dat geen relevante kwestie zou vinden, maar vooral omdat dit elders al uitvoerig genoeg is gebeurd. In plaats daarvan wil ik laten zien dat er in de naoorlogse periode geen einde kwam aan antisemitisme, maar dat de karaktertrekken ervan wel sterk veranderden.
Op die ontwikkeling waren twee invloeden van toepassing. In de eerste plaats was er de Joodse gemeenschap in Europa, waar de overgrote meerderheid volledig assimileerde. Joden werden daardoor in afnemende mate een specifieke groep binnen de samenleving, met als gevolg dat zij geleidelijk aan steeds minder vaak het doelwit van antisemitisme werden. Ook in de VS, waar de Joodse gemeenschap één van de succesvolste bevolkingsgroepen van het land werd, was deze tendens duidelijk zichtbaar. Joden werden ook daar gerespecteerde leden van de samenleving (met als voorlopig hoogtepunt de recente nominatie van Joseph Lieberman tot 'running mate' van Al Gore). Binnen de Amerikaanse en Europese samenleving ontbrak voortaan iedere grond voor een politiek georiënteerd antisemitisme, zoals dat voor de oorlog de kop had opgestoken. Bij extreem rechts speelt antisemitisme tegenwoordig dan ook alleen nog een rol binnen relatief kleine neo nazi groepen. Figuren als Le Pen en Haider zijn wel zo slim om antisemitisme geen deel uit laten maken van hun politieke programma; ze zouden geen kans maken als ze dat wel deden. In plaats van Joden richten zij zich op allochtonen, die in veel opzichten als de 'nieuwe Joden' gelden.

Met het bovenstaande wil ik zeker niet beweren dat er in de naoorlogse periode geen antisemitische incidenten zijn geweest in Europa en de VS. Het valt immers moeilijk uit te sluiten dat er idioten rondlopen voor wie Joden, om wat voor reden dan ook, al het kwaad in de wereld vertegenwoordigen. Dat soort mensen zijn er altijd geweest en zullen er waarschijnlijk ook altijd blijven. Hetzelfde geldt voor esoterische filosofieën die vandaag de dag nog altijd een raciaal onderscheid tussen Joden en niet-Joden maken, zoals de theosofie en de antroposofie. De vraag of dergelijke vormen van antisemitisme een bedreiging voor de Joodse gemeenschap kunnen worden, zoals het dat voor de oorlog was, moet echter ontkennend beantwoord worden. Daarvoor verschilt de positie van de tegenwoordige Joodse gemeenschap teveel van die in de jaren dertig. In plaats daarvan zijn het zoals gesteld veel eerder buitenlanders die momenteel het kind van de rekening worden.
De tweede belangrijke factor die van invloed is geweest op het naoorlogse antisemitisme is het ontstaan van de staat Israël in 1948. De zionistische ideologie die aan dit land ten grondslag lag streefde ernaar om Joden voor eens en voor altijd een afdoende bescherming tegen antisemitisme te bieden. Van dat streven is echter weinig terecht gekomen, moet worden vastgesteld. Dat komt niet in de laatste plaats omdat het zionistische nationalisme in het Midden-Oosten tot een sterk anti-Joodse opstelling onder veel Arabieren heeft geleid. Radicale zionisten in Israël zullen in dit verband beslist beweren dat de Arabische wereld altijd al een verlengstuk is van het 'eeuwige antisemitisme', maar in werkelijkheid ontstond het antisemitisme onder Arabieren pas toen de zionistische kolonisten uit Europa er aan het begin van de twintigste eeuw hun kamp begonnen op te slaan. Oriëntaalse Joden kenden tot op dat moment geen problemen met hun Arabische landgenoten (4).
Toch valt niet te ontkennen dat zich recentelijk binnen moslimkringen een vorm van antisemitisme heeft ontwikkeld, waarmee men aanmerkelijk verder gaat dan het antizionisme dat men hier uit de aard van de zaak sowieso zou verwachten. Vooral de laatste tijd is dat duidelijk zichtbaar. Zo kan ik het volkladden van synagogen met hakenkruizen en andere foute symbolen onmogelijk een rechtvaardige actie noemen ten aanzien van het onrecht dat Palestijnen door Israël wordt aangedaan. Men richt zich hierbij immers op Joden buiten Israël en die hoeven met de misdaden, die uit naam van de zionistische ideologie worden gepleegd worden, natuurlijk niets te maken te hebben. Wat dat betreft maken Arabische jongeren op straat tegenwoordig min of meer dezelfde vergissing als de boerenbevolking in de Middeleeuwen. Met dien verstande dan dat de zionisten tegenwoordig de rol van de Joodse elite hebben overgenomen en de Arabieren de middeleeuwse boeren zijn geworden (5).
Hoewel ik niet wil tegenspreken dat het antisemitisme onder Arabische jongeren zich momenteel aan het verharden is, bestaat er volgens mij toch een groot verschil met het historische antisemitisme. Want het is natuurlijk volstrekt duidelijk dat de aanvallen op Joodse doelen in de laatste maanden nooit waren voorgevallen als daar in Israël geen aanleiding toe gegeven was. Waar antisemitisme vroeger altijd een reactie was op de sociaal/economische positie van Joden in de diaspora, daar is dat nu beslist niet meer het geval. Met het zionistische beleid van de staat Israël is ondertussen echter een nieuwe factor tot ontwikkeling gekomen die in de diaspora tot antisemitisme leidt. Mede gezien de oorspronkelijke ontstaansredenen van het zionisme en het feit dat een groot aantal andere antisemitische factoren ondertussen grotendeels uit de wereld zijn verdreven, is dit natuurlijk een erg bizarre constatering. Ik kan er echter niets anders van maken.

Samenzweringsantisemitisme
Een aparte categorie wordt gevormd door wat ik hier samenzweringsantisemitisme zal noemen. In de artikelenserie "Misverstanden rond samenzweringstheorieën", die ik verleden jaar voor Kleintje Muurkrant heb geschreven, gaf ik al aan dat samenzweringstheorieën voor mij niet noodzakelijkerwijs antisemitisch hoeven te zijn. Voor een aantal samenzweringstheoretici spelen Joodse kwesties niet of nauwelijks een rol. Als ultieme voorbeeld in dit verband noemde ik de samenzweringstheorieën van de Israëliër Barry Chamish die vanwege zijn achtergrond moeilijk met antisemitisme in verband gebracht kunnen worden. Maar Chamish is wat dat betreft niet de enige. Ook bij de in 1999 overleden Amerikaanse samenzweringstheoreticus Jim Keith (toch jarenlang een dinosaurus binnen het samenzweringsdenken) ben ik nog nooit een spoortje antisemitisme tegengekomen. Maar, zoals ik eerder al heb geschreven: er zijn samenzweringstheorieën in soorten en maten en een aantal daarvan zijn inderdaad ronduit antisemitisch. Hoewel het samenzweringsantisemitisme in feite teruggaat naar de Franse Revolutie, kreeg het een sterke impuls door de verspreiding van de "De protocollen der ouderen van Zion", een al vaker in deze kolommen omschreven geschrift, waarin een plan stond opgesteld om tot Joodse wereldheerschappij te komen. Ondertussen is echter duidelijk dat de Protocollen door antisemieten in Rusland, of in Frankrijk, werden verzonnen om Joden in diskrediet te brengen. Onder nazi's werden de Protocollen zeer populair, terwijl de Arabische wereld er zich tegenwoordig ook nog vaak van bedient.
Ook naoorlogse samenzweringstheoretici brengen de Protocollen vaak ter sprake. De context waarin dat gebeurt is vaak echter nogal gecompliceerd, aangezien niet zelden wordt ontkend dat dit geschrift een Joodse oorsprong kent. In plaats daarvan worden de Protocollen hier bij voorkeur in verband gebracht met de plannen van een maçonnieke elite. Ook op die manier wordt echter ontkend dat de Protocollen een antisemitische achtergrond kennen. Een voorbeeld van een dergelijke samenzweringstheoreticus is de Brit David Icke. Het valt niet te ontkennen dat in zijn theorieën verschillende elementen voorkomen die naar antisemitisme verwijzen. Tegelijk is dit maar één van de aspecten in het samenzweringsdenken van Icke. Ik ken hem vooral als een samenzweringstheoreticus die uit de meest uiteenlopende hoeken en gaten theorieën opduikt, waarbij een geheimzinnig karakter het enige criterium is. Dat complex aan samenzweringstheorieën wordt vervolgens door Icke met een soort New Age sausje overgoten. Is Icke om die reden een antisemiet? Volgens mij niet zonder meer. Zeker, in zijn publicaties komen gedeelten voor waarmee hij die indruk wekt. Maar elders lijkt hij antikatholiek, of anticommunistisch, of antikapitalistisch. Icke is daarom voor mij eerder anti-alles, dan antisemitisch. Het is vooral door zijn verwijzingen naar antisemitisch gedachtegoed dat hij vaak voor antisemiet wordt uitgemaakt. Als er in de oorlog echter geen Joden, maar katholieken waren vermoord, dan was Icke nu in de eerste plaats anti-paaps. Peter Zeegers kan mij dit verwijten, maar volgens mij zijn er nog meer redenen waarom een regelrechte vergelijking tussen Icke en de Chileense UFO-loog Miguel Serrano niet in de haak is. Want aan de hand van het neonazisme van de laatstgenoemde valt te verwachten dat Serrano's antisemitisme raciale trekken vertoont. En dat element is bij Icke in de verste verten niet te vinden. In " ....and the truth shall set you free" neemt hij zelfs nadrukkelijk stelling tegen raciale denkbeelden (6).
Ik schrijf dit alles zeker niet om Icke te verdedigen, want ik blijf er van overtuigd dat we het hier over een grote gek hebben; daarover hoeven we niet te discussiëren. Hoe Icke het hele reilen en zijlen op aarde met buitenaardse intelligenties in verband brengt, nee ik heb zelden zoveel onzin gelezen. Aan de andere kant vind ik het echter te simpel om hem zonder meer tot antisemiet te bestempelen, want dat etiket dekt de lading niet; in ieder geval niet geheel.

Ik heb dit artikel geschreven om te laten zien dat er talloze verschijningsvormen van antisemitisme zijn. Die kunnen op verschillende manieren worden ingedeeld. Aan de ene kant is er het sociaal/economische en religieuze antisemitisme, terwijl zich aan de andere kant een raciale variant van Jodenhaat bevindt. Verder zou men antisemitisme in kunnen delen in vormen die wel, of niet, in geweld tegen Joden tot uiting komen. Ik wil dit onderscheid niet maken om te beweren dat de ene vorm van antisemitisme verwerpelijker zou zijn dan de andere, al kan het niet ontkend worden dat de raciale verband de meest bloedige sporen in de geschiedenis heeft achtergelaten. Waarom ik wel veel belang hecht aan een zuivere definitie van antisemitisme is omdat dit begrip, onder invloed van ideologisch misbruik, in toenemende mate aan vervlakking onderhevig is. Daarbij wordt er aan voorbij gegaan dat antisemitisme talloze uitingsvormen kent. In plaats daarvan zijn de eerder genoemde 'lessen van de holocaust' gekomen, waarbij iedere vorm van kritiek op de Joodse gemeenschap een vorm van antisemitisme is die tot massamoord leidt. Als een dergelijke simplificatie plaatsvindt in een zuiver historiografische context, dan valt daar al veel op aan te merken. Aangezien het in Israël als basis voor onderdrukking wordt gebruikt, is het echter ronduit verwerpelijk.

noten:
1. Zie Kleintje Muurkrant nummer 330
2. Hier blijkt overigens hoe sterk de onderlinge verbondenheid is tussen aan de ene kant antisemitisme en aan de andere kant de zionistische en orthodox Joodse ideologie. Vaak zegt men daar Jodenhaat voor eens en voor altijd uit de wereld te willen helpen, maar in de praktijk blijkt men er in ideologisch opzicht niet buiten te kunnen. Met andere woorden: zonder antisemitisme verliest Israël z'n bestaansrecht. Zie verder "The Holocaust and Collective Memory", pagina 185, Peter Novick, 1999, Bloomsbury, London.
3. "Jewish History, Jewish Religion, The Weight of Three Thousand Years", Israel Shahak, 1994, Pluto Press, Londen.
4. Dit blijkt onder andere uit de volgende verklaring van Charlie Biton, die voorheen namens de communistische partij 'Rakach' in de Knesset zat: "Anti-Semitism arose in industrial Europe. In Morocco there was no anti-Semitism. the European Jews were an exploitive class, and in Israel they are the same. The Zionist movement came here and turned this country into an offshoot of Europe." Zie in dit verband verder "The Seventh Million, the Israelis and the Holocaust", Tom Segev, 1993, Hill and Wang, A Division of Farrar, Starus and Giroux, New York.
5. Het antisemitisme onder Arabische jongeren zou voor mij heel anders komen te liggen als, in plaats van synagogen, vestigingen van El-Al, of zionistische organisaties als het CIDI, het doelwit van acties zouden vormen. Maar dan uiteraard wel zonder anti-Joodse symbolen en dergelijke.
6. "....and the truth shall set you free", David Icke, pagina 136, 1996, Bridge of Love Publications, Londen.

Dit artikel is verschenen in Kleintje Muurkrant nr 352, 12 januari 2001