Terug naar hoofdinhoud
  • Archivaris
  • 352

Het Laatste Oordeel

(manuscript gevonden op de achterzijde van een schilderij van Jheronimus Bosch)

Wee, ghy Burgeren van deez' verdoemde en gedegenereerde stad,
binnen de ghemeentengrenzen heeft ghy uwen langsten tijd gehad,
na eeuwen van wanbeheer, ende verloochening van Myne gheboden,
is op den drempel dezer eeuwe geduld ende respijt vervloden.

En verdoemd, ghy Regenten uit deez' tot vuur en as gedoemde stad,
voorwaer, ook met de Uwen heb ik voldoend' respijt, geduld gehad,
in uwen manie tot beton, staal, verstening, speculatie ende eigengewin,
is 't vagevuur gekomen, ende Uwen Schepper grijpt dan eind'lijk in.

Te langhe leste heeft ghy ons geduld en vergevingszinne geprovoceerd,
van alle Myne waarschouwingen heeft ghy welhaast niemendal geleerd,
eeuwenlang heeft ghy staan zeiken uwe straelen tegen mynen Sint Jan,
ende tegen Uwe urinegeuren trekt Uwen Schepper te langen lest Zyn plan.

De muren zullen scheuren, en instorten zal den trotsen toren,
vanuit Uwen hoogmoed zal Mynen letsten wrake worden gheboren,
uw eigengewin, speculatie en arroganten houding betaelt ghy duur,
daarvoor zulde Ghy tot in eeuwigheid smeulen in 't verzengend vagevuur.

Myne geestelyken afgezant op dezen aerde en binnen deeze stad,
verdoemd zy hy, met zyne perversiteiten heb ik te lange geduld gehad,
alwaar hy in de Sint Jan in 't geniep zynen broek laet zakken,
betastend enen keuter, of moet hy als gemeenlyck kakken?

Regenten Claessen en Van Onck saamgezworen in den drank,
overtreedende Myne gheboden, en blasphemie als dank,
de Kagieën, Neefsen ende deez' clownerie die Knillis heet,
hebben 't Kwaed met hunne keetenen aaneengesmeed.

Alle zogenaemde vertegenwoordigers van den stedelyken burgery,
verkrachtten Myne wetten, en uiteindelyck verkrachtten Mij,
vanuit den diepten onder het door U op 't Kerkplein gestort gesteente,
rommelt reeds 't Armageddon dat zal vermolmen uw gebeente.

Niets zal ik laeten zoals Ghy 't heeft gepland in Uw kadaster,
en een einde zal ik maeken aan Uw voortdurend arroganten laster,
tot stof en as zal ik Uw stad 's-Hertogenbossche doen verdwynen,
en in Mijn vagevuur en helle zult Ghy voor eeuwig kwijnen.

Dit artikel is verschenen in Kleintje Muurkrant nr 352, 12 januari 2001