Skip to main content
  • Archivaris
  • 388

Urenco Gate

In het Twentse Almelo staat de Nederlandse uraanverrijking van Urenco. Tijdens de ontwikkelingsfase in de jaren zeventig lijkt het even mis te gaan, de technologie wordt gestolen. Toch is de handelsgeest van Urenco & Co zo sterk, dat het deze financiële tegenslag te boven komt.

door Bart Meinen

Van verspreiding van kernwapenkennis zou nimmer sprake zijn, de hoogwaardige civiele technologie kan immers alleen met veel moeite eventueel misbruikt worden voor militaire doeleinden. Ook juridisch lijkt er geen vuiltje aan de lucht. De nucleaire industrie verwerpt haast iedere link naar kernwapens. Toch heeft met name Urenco een duidelijk militaire oorsprong. De geschiedenis van de Nederlandse uraanverrijking begint met een brief van 24 april 1939 aan Rijksmaarschalk Hermann Göring over de mogelijkheid van het ontwikkelen van een 'uraniumbom' door het Derde Rijk. Deze brief wordt mede ondertekend door de Duitse kernfysicus Wilhelm Groth. De nazi's zien in dat gascentrifuge weinig energie kost, weinig ruimte in beslag neemt en gemakkelijk kan worden uitgebreid naar gelang de behoefte. Door deze drie eigenschappen is het de meest goedkope en eenvoudig te verbergen methode om uraan te verrijken voor de productie van kernwapens. Begin jaren vijftig start de 'geestelijk vader van het ultracentrifuge procédé', de Nederlandse fysicus Jacob Kistemaker, met het onderzoek naar de scheiding van uraan-isotopen bij de door de staat ingestelde stichting Fundamenteel Onderzoek Materie (FOM). Het jaarverslag van het FOM over 1957 meldt: "[...] op het gebied van de ultracentrifuge-ontwikkeling, [...] zal worden voortgebouwd op een reeds langer bestaand onofficieel contact tussen prof. Kistemaker en prof. Groth [...]".
In 1974 begint de bouw van de eerste uraanverrijking in Almelo; de gezamenlijke Nederlands-Duitse demonstratie fabriek SP1 (Seperation Plant 1). In 1975 moet de Pakistaan Abdul Quadeer Khan in allerijl vertrekken naar zijn thuisland, omdat hij door collega Frits Veerman wordt betrapt op het kopiëren van staatsgeheime procédés voor de verrijking van uraan in het Almelose Ultracentrifugeproject. In 1976 wordt in Almelo SP1 in bedrijf genomen. De centrifuges van deze eerste verrijkingsfabriek zijn van prof. Groth's ontwerp, mede ondertekenaar van de brief aan Göring.

Pakistan en Nederland
In datzelfde jaar verrijst in Pakistan het 'Dr. A.Q. Khan Research Laboratories' (KRL) complex in Kahuta, dichtbij Islamabad. De inrichting wordt verzorgd door Nederlandse toeleveranciers. Abdul Quadeer Khan wordt in Nederland bij verstek veroordeeld voor spionage, maar wegens vormfouten later weer vrijgesproken. Khan beschikt bij het opzetten van zijn eigen ultracentrifugeproject in Pakistan over een lijst met toeleveranciers van Urenco, waaruit hij jarenlang ongestraft kan putten. Zo levert het Nederlandse bedrijf Van Doorne's Transmissie honderden voorgevormde rotoren voor de gascentrifuges. In 1980 gaat Slebos Research vrijuit na levering van 6.500 speciaal geharde buizen voor het ultracentrifugeprocédé. Op de sponsorlijst van een door het KRL georganiseerd Pakistaans symposium in september 2003, komen we het Nederlandse Slebos Research wederom tegen.
Het KRL complex ligt aan de basis van de ontwikkeling van de 'islamitische atoombom', waarmee Pakistan op 28 mei 1998 de zevende kernwapenmacht wordt door het uitvoeren van vijf ondergrondse kernproeven. Wat het Derde Rijk eind jaren dertig voor ogen stond, wordt zestig jaar later door Pakistan gerealiseerd.

'Goed' voorbeeld doet volgen
De Nederlandse handelsgeest lijkt over te slaan naar de Britse en Duitse aandeelhouders van Urenco. In 1978 wordt bekend dat BNFL (Urenco's Britse klant en aandeelhouder) uraan betrekt uit het door Zuid-Afrika bezette Namibië. Volgens decreet nr. 1 uit 1974 van de Verenigde Naties is daarom de export van grondstoffen uit Namibië verboden. Het Brits staatsbedrijf wordt niet vervolgd voor het roven van delfstoffen. In het voorjaar van 1996 lijkt Urenco deze VN-overtreding goed te maken door medewerkers uit te lenen aan VN-inspectieteams in Irak. In de Iraakse installaties worden centrifuge technologie en centrifuge rotoren van Urenco aangetroffen. Het materiaal is door ex-medewerkers van een voormalig Duitse aandeelhouder geleverd. Het is tevens een Duitse aandeelhouder dat in de jaren zeventig, in ruil voor een deel van de uraanerts productie, verrijkingstechnologie aan Brazilië verkoopt. Tot de Braziliaanse verrijking in bedrijf wordt genomen, levert Urenco verrijkt uraan aan Brazilië, dat 't gedeeltelijk doorverkoopt aan Irak.
Intussen zit Pakistan ook niet stil. Geheel volgens de Urenco & Co stijl, proberen ook KRL medewerkers handel te drijven. Met alle gevolgen van dien. In 2002 ontdekken de VS dat Noord-Korea zich tot de Dr. A.Q. Khan Research Laboratories heeft gewend voor een alternatieve methode om 'kernbrandstof' te produceren. Volgens David Albright, oud-inspecteur van het Internationaal Atoom Energie Agentschap (IAEA), speelt Pakistan in de jaren negentig kennis van het Almelose gascentrifugeprocédé door aan Noord-Korea, in ruil voor rakettechnologie. Medio 2003 stuit het IAEA in Iran op dezelfde centrifugetechniek als die wordt gebruikt in Pakistan. Iraanse functionarissen laten blauwdrukken zien die afkomstig zijn van Urenco. Iran zou het ontwerp in 1987 via een tussenpersoon in handen hebben gekregen. Als het Energie Agentschap bij wapeninspecties eind 2003 in Libië ook centrifuges van Nederlands fabrikaat aantreft, is voor Amerika de maat vol.

'Schuldigen' aangepakt
"Libië, Irak, Iran, Noord-Korea? Dat zijn 'schurken Staten', die behoren tot de 'as van 't kwaad'! Amerika zal nu wel korte metten maken met Urenco & Co." Op 23 december 2003 pakt Pakistan, onder Amerikaanse druk, drie medewerkers van het Dr. A.Q. Khan Research Laboratories op. De nationale held, Abdul Quadeer Khan zelf, wordt alleen verhoord. Tevens worden in Nederland de gehele maand december van dat jaar harde kamervragen gesteld over 'Urenco Gate', door zowel PvdA als VVD. Een week na de vergaande ingreep van Pakistan, opent het NOS acht uur journaal op oudejaarsavond met dit item. Op 19 januari 2004 beweren de ministers Bot en Brinkhorst dat de AIVD, samen met het IAEA, nog verder onderzoek verricht naar de herkomst van de technologie. De dag ervoor maakt Pakistan bekend dat het nog zes betrokkenen heeft verhoord.
Van Urenco & Co is dan nog niemand verhoord of opgepakt. De onderhandelingen over de Amerikaanse Urenco tak, in Louisiana, schijnen tijdelijk te zijn opgeschort.
Voor de rest is het business as usual...

Bart Meinen is mede oprichter van het Nederlands Euregionaal Nucleair Overleg (NENO) Postbus 187, 7550 AD, Hengelo (home.hetnet.nl/~antinucleair) Kijk voor eerdere artikelen over dit onheilspellende onderwerp in 't elektronisch archief van Kleintje Muurkrant, bijvoorbeeld naar de serie artikelen "atoomalarm aan het eind van het millennium" opgetekend door Peter Edel in de nummers 322, 323 en 324 (www.stelling.nl/kleintje)

Dit artikel is verschenen in Kleintje Muurkrant nr 388, 19 februari 2004