Skip to main content
  • Archivaris
  • 388

nederland gifstaat

Beste Ad van Rooij, je schrijft al jaren in Kleintje Muurkrant over jouw pogingen om een einde te maken aan de verspreiding van geïmpregneerd hout, dat vol zit met levensgevaarlijke stoffen. Al jaren doe je verslag van je vergeefse pogingen om de vervuilers, de politici en andere mensen, die dat op hun geweten te hebben ter verantwoording te roepen. In de laatste aflevering van Kleintje Muurkrant (23 januari 2004) vraag je jezelf af bij wie je aangifte moet doen van alle wetsovertredingen en strafbare feiten en vraag je alle lezers ideeën aan te leveren die je daarmee kunnen helpen. Bijgaande reactie helpt je misschien een stukje verder.
Voor de staalindustrie in Duitsland (Ruhrgebied) was en is er grote behoefte aan cokes, een brandstof, die gemaakt wordt uit steenkool. Bij de verwerking van steenkool tot cokes ontstaat in grote hoeveelheden het afvalproduct "naphthaline", een verbinding uit teer en olie. Creatieve chemici voegen chloor toe aan voornoemde naphtaline, waardoor er een vloeibare stof "chlornaphthalin" ontstaat die enorm goed tegen schimmels en andere soorten houtrot blijkt te werken. Commerciële ondernemers zien een markt van de eerste orde, maar kijken niet of nauwelijks naar de werking van die nieuwe stof op de mens. Het nieuwe, goedkoop uit afval en chloor te produceren product chlornaphthalin, wordt zoals te doen gebruikelijk middels uitgekiende reclamecampagnes in de zeventiger en tachtiger jaren als goedkoper en beter dan ooit in de markt werd gezet. Het middel verkoopt als een speer en stimuleert de verkoop van hout. Hectoliters van het nieuwe middel verdwijnen in houten buiten- en binnenwanden van huizen en vakantiehuizen, in tuinhuisjes, in schuurtjes, in schommels, in schuttingen, etc. Duizenden mensen, die in contact komen met het middel worden in de loop van de jaren ziek of gaan dood. Met Duitse Gründlichkeit wordt er onderzoek verricht. De resultaten zijn onthutsend. Het causale verband tussen stof en ziekte ligt voor vele mensen met verstand van zaken vast. In de negentiger jaren leverde notabene een officier van Justitie Erich Schöndorf, bijgestaan door een deel van het OM en mensen met naam en toenaam zoals jij strijd tegen de verspreiding van het ziekmakende middel. Er wordt aangifte gedaan. Tot op het hoogste niveau wordt er geprocedeerd. De ondernemers krijgen geen straf en ook civielrechtelijk wordt er geen recht gedaan. Dat heeft niets te maken met de waarheid noch met de juistheid en de ernst van de feiten en zeker niet met 't imponerende verzet van Erich Schöndorf, maar alles met de staat van het Duitse Recht. De officier van Justitie, Erich Schöndorf, heeft zijn toga aan de wilgen gehangen en een adembenemend boek geschreven over zijn jarenlange ervaringen in dit Duitse gifschandaal. De titel luidt veelbetekenend "Von Menschen und Ratten". In het voorwoord van het boek vat Günther Wallraff een groot probleem van alle slachtoffers en mensen die zich zoals jij en ik en vele anderen tegen onrecht verzetten in één zin samen: "de huidige staat van het Recht is een deel van de problemen van de samenleving, maar niet een deel van de oplossing".
In ons land worden hoeders van ons Recht, zoals de Officier van Justitie Mr. A.M Fransen, die zich te buiten gaan aan onrecht en willekeur, door de wet (het opportuniteitsbeginsel van art. 12 WVS) beschermd. Mr. Fransen kan zich daarom met een meesterlijk Jantje van Leiden afmaken van jouw aangifte met het argument dat onderzoek naar en vervolging van andere en volgens hem belangrijkere strafbare feiten meer opportuun is. Daarom komen jouw aangifte van strafbare feiten net als de onze tegen de valsheid in geschrifte plegende Euro-parlementariërs en tegen de Nederlandse Orde van Advocaten, die de leden van de stichting in het openbaar als "telefoonterroristen" en op andere wijze diskwalificeerde in tegenstelling tot Duitsland niet eens op het bord van de onafhankelijk rechter. Hetzelfde geldt voor onze aangifte tegen de oud-rechter van der Biezen, die mijn collega/freelance journalist Gerritsen en mij per brief aan de redactie van een gerespecteerd tijdschrift uitmaakte voor onderandere "twaalfderangs journalisten". Het geldt ook voor vele aangiftes van onze geestverwanten, wier ervaring op internet (www.sdn.nl) staan.
Volgens mij ligt onze enige kans bij de media. "The medium is the message" schreef MacLuhan in de zestiger jaren. Jouw boodschap heeft net als die van mij en onze geestverwanten recht op aandacht van de media. Het is daarom wellicht een idee om van de strafbare feiten, die wij en onze geestverwanten aan de kaak willen stellen aangifte in Duitsland te doen. Ik denk dat het een goed idee is om jouw protesten, die van ons en onze geestverwanten te bundelen en kort en pakkend samengevat pakkend op miljoenen pamfletten te verspreiden. Ook een hele grote muurkrant, die mensen wel moeten lezen is een idee om aandacht te krijgen. Het noemen van de feiten, hoe ernstig die ook zijn, blijkt echter keer op keer onvoldoende. Daarom mijn laatste idee, dat uit de actualiteit voortspruit. Wellicht kun je eens aan een borreltafel waar een paar columnisten zitten het verhaal de wereld in helpen dat jij jouw in jaren opgebouwde spanning en onvrede geregeld samen met een Brabantse hoer in een bed van geïmpregneerd hout vol met de jou bekende schadelijke stoffen al blowend hebt kunnen, mogen en moeten ontladen. Het is maar een idee Ad, maar wel een idee dat je een goede kans geeft dat de grote media zich eindelijk tot jou en de feiten die je te melden hebt richten. Als dat helpt, mag je mij in je verhaal gerust in dat hoerenbed erbij leggen.

Sterkte en wees met recht gegroet, Harry Teerstra

(freelance journalist met een bijzondere belangstelling voor het rechtsbedrijf en lid van Advocadur, een ideële stichting, die dat rechtsbedrijf de tegenspraak levert, die het nodig heeft en van Jubilet een ideële uitgever, die boeken over juridisch letsel uitgeeft - zoek op 'advocadur' in het elektronisch archief van Kleintje Muurkrant op internetadres www.stelling.nl/kleintje)

Dit artikel is verschenen in Kleintje Muurkrant nr 388, 19 februari 2004