Skip to main content
  • Archivaris
  • 364

Kabbala & Gnosis (deel 1)

Belofte maakt schuld. In het voorlaatste deel van mijn antwoord aan Peter Zegers schreef ik op een later moment terug te zullen komen op de verbanden tussen kabbala en gnostiek. Aangezien het in de discussie rond mijn artikelen nogal stil is geworden, is dit wellicht het moment om hier nader bij stil te staan.

door Peter Edel

Vooralsnog heb ik in 't Kleintje nooit een woord geschreven over kabbala en gnostiek. Waar Zegers zijn kritiek in dit verband op baseerde, was een korte passage uit een lezing die ik in 2000 deed bij het 'Katholiek Nederlands Persbureau' (KNP). Aangezien de meeste lezersters van het Kleintje waarschijnlijk niet over deze lezing zullen beschikken, heeft Zegers mij min of meer gedwongen om de verbanden tussen de kabbala en de gnostiek hier alsnog te beschrijven. Aanvankelijk had ik daar mijn bedenkingen tegen. Ik heb al eens eerder op het punt gestaan om iets over dit onderwerp te schrijven, maar heb daar toen van afgezien vanwege het complexe karakter ervan, dat zich minder leent voor een artikel. Gezien de beperkte ruimte is het moeilijk om een volledig beeld te schetsen. Daar staat tegenover dat een uiteenzetting hierover strikt genomen al veel eerder in het Kleintje had moeten staan. In het verleden zijn in dit tijdschrift immers tal van artikelen verschenen over occulte stromingen die zich op gnostiek en kabbala baseren, zoals de door Madame Blavatsky opgerichte 'Theosofische Vereniging'. Alles bij elkaar opgeteld was de kritiek van Peter Zegers het duwtje dat ik nodig had. Het risico dat het allemaal wat snel gaat in de twee delen die ik eraan zal besteden, nemen we maar voor lief.

Simeon-Ben-Jochai en Mozes de Léon
Het Hebreeuwse woord kabbala staat voor 'ontvangen'. Kabbalisten geloven dat Mozes in het geheim een mystieke leer 'ontving', toen hij door Jehova de Tien Geboden overhandigd kreeg. De leer van de kabbala zien kabbalisten als het dieper gelegen geheim achter die Tien Geboden. In tegenstelling tot de 'decaloog' echter was de kabbalistische kennis in de Israëlische traditie niet voor ieders oren bestemd. Daarom kregen alleen wijzen en ouderen er over te horen en werd de kabbala aanvankelijk niet op schrift gesteld. Door de vernietiging van Jeruzalem in de eerste eeuw door het Romeinse leger van Titus, zou de later beroemd geworden rabbijn Simeon-Ben-Jochai besloten hebben om dat alsnog te doen. Simeon-Ben-Jochai werd door Titus ter dood veroordeeld, maar wist verscholen in een grot gedurende twaalf jaar te overleven. In deze periode zou hij de noodzaak hebben ingezien om de mystieke kennis van de kabbala op schrift te stellen, zodat deze niet verloren ging voor latere generaties. Er zijn echter geen kabbalistische geschriften uit deze tijd bekend, waardoor er geen bewijs voor te leveren is dat er aan het begin van de jaartelling sprake was van een kabbalistische traditie.
Aan de andere kant staat het vast dat er destijds wel al een mystieke stroming binnen het judaïsme bestond. De manier waarop de joods/Romeinse geschiedschrijver Flavius Josephus de sekte der Essenen beschreef, wijst in ieder geval sterk in die richting (1). De kabbala wordt door Josephus echter nergens genoemd in De Joodse Oorlog. Kabbalistische teksten duiken voor het eerst op als de kabbala in de 13e eeuw aan een opmars door Europa begint. Het spoor begint in Spanje. Rond 1280 gaf de joodse mysticus Mozes de Léon (1250-1305) daar een kabbalistische geschrift aan zijn relaties. Deze tekst kreeg aanvankelijk als titel Sefer ha-zohar mee, maar werd later bekend als Zohar ('lichtglans'). Volgens De Léon werd Zohar oorspronkelijk geschreven door Simeon-Ben-Jochai, hetgeen ook nu nog door kabbalisten wordt volgehouden. Omdat er nooit exemplaren van dit kabbalistische geschrift zijn gevonden van voor de 13e eeuw, wordt er over het algemeen echter vanuit gegaan dat De Léon zelf de schrijver is geweest. Vast staat dat deze Spaanse mysticus, mede door de uitstekende reputatie van Simeon-Ben-Jochai, het nodige aanzien binnen de joodse gemeenschap in Spanje wist te verwerven met zijn prille kabbalistische beweging. Korte tijd later viel de kabbala goed in de smaak bij de religieus joodse elite in de Provence, een streek in Zuid-Frankrijk waar zich destijds een belangrijke concentratie van judaïstische kennis bevond (2). Van hieruit verspreidde de kabbala zich naar andere joodse gemeenschappen in Europa.

De schepping volgens de kabbala
In de kabbala wordt het ontstaan van de schepping verklaard aan de hand van getal- en woordsymboliek. Aldus is de kabbala bij velen bekend die zich interesseren in het occulte wereldbeeld. Minder bekend -maar daarom niet minder belangrijk- is het gegeven dat de kabbala strijdig is met één van de meest kenmerkende fundamenten van het judaïsme, omdat het afwijkt van het monotheïsme. In de kabbala ligt niet één god ten grondslag aan het stoffelijke universum, maar een heel scala aan goddelijke wezens. Die zijn voortgekomen uit een duistere en afstandelijke spirituele god die kabbalisten 'En Sof', of de 'eerste oorzaak' noemen. Volgens de kabbala is de 'eerste oorzaak' te abstract voor normale stervelingen om begrepen te worden. Dat gaat zo ver dat het ontstaan van het materiële universum niet direct met de 'eerste oorzaak' in verband wordt gebracht, maar met de mystieke structuur die daaruit is voortgevloeid. Alleen aan de hand van dit niveau is de mens volgens de kabbala in staat om de schepping te doorgronden. Daardoor bevindt de metafysische structuur, die uit de 'eerste oorzaak' is voortgevloeid, zich ergens tussen het goddelijke en het wereldlijke.
Uit de 'eerste oorzaak' vloeide een mannelijke god voort, die 'wijsheid', of 'vader' wordt genoemd. Hij wordt vergezeld door een godin die als 'kennis' of 'moeder' te boek staat. Deze twee behoren volgens de kabbala onverbrekelijk met elkaar verbonden te zijn, waardoor over een huwelijk wordt gesproken. Uit het samengaan van de vader en de moeder kwamen twee jongere goden voort die, niet geheel verrassend, 'zoon' en 'dochter' worden genoemd. De zoon heet echter ook wel het 'kleine gezicht', of de 'gezegende heilige', terwijl de dochter in de kabbala tevens bekend staat als de 'dame' of de 'Shekhinah'.
Evenals de vader en de moeder dienen zoon en dochter onder ideale omstandigheden in een (incestueus) huwelijk verenigd te zijn. Kabbalisten geloven dat de eerste oorzaak de schepping vooral bedoeld heeft om zoon en dochter tot elkaar te laten komen. Door de zondeval van de mens, die de dochter (hier verbeeld door Eva) in het paradijs veroorzaakte door het beroemde appeltje te eten, raakte zij echter van de zoon (in dit geval Adam) verwijderd. De situatie werd nog penibeler toen bleek dat Satan zich in de dochter interesseerde. Sommige kabbalisten menen dat het bij verleidingen bleef, maar anderen huldigen het standpunt dat Eva in het paradijs door Satan werd verkracht. Tot overmaat van ramp ging de zoon seksuele verbintenissen aan met vrouwelijke schepsels die eveneens met Satan worden geassocieerd.
Kabbalisten menen dat het de taak van het joodse volk is om de breuk tussen zoon en dochter te herstellen, die door de zondeval werd veroorzaakt. In de kabbalistische traditie deed Mozes hiertoe een min of meer geslaagde poging na de terugkeer van de Hebreeërs uit Egypte. Als reïncarnatie van de zoon verenigde hij zich toen onder de berg Sinaï met een dame die men destijds voor de 'Shekhinah' hield. Het dreigde echter alsnog fout te gaan toen een aantal Hebreeërs een gouden kalf begon te vereren. Dit deed Mozes in woede uitbarsten omdat de dochter zich hierdoor van hem zou verwijderen. Door de spijtbetuigingen van de Hebreeërs bleef het huwelijk tussen de zoon en de dochter echter op het nippertje in stand.
Naast het incident met het gouden kalf, zijn volgens kabbalisten ook andere in het Oude Testament beschreven gebeurtenissen van invloed geweest op het liefdesvuur tussen de zoon en de dochter. Ontwikkelingen die als positief worden beschouwd voor het judaïsme, zoals de verovering van het beloofde land, of de bouw van de eerste en tweede tempel, waren volgens dezelfde kabbalisten een stimulans voor het ontstaan van een duurzame verbintenis tussen dit metafysische duo. De vernietiging van de tempels en de verbanning van de joden naar Babylon, zien zij daarentegen als gebeurtenissen waardoor de zoon en de dochter uit elkaar werden gedreven (3).
De verbintenis tussen de zoon en de dochter komt ook in rituele zin naar voren. Volgens de kabbala is het de taak van iedere jood om, met gebeden en andere religieuze handelingen, de eenheid tussen de zoon en de dochter te bevorderen. Binnen fundamentalistisch joodse kringen in Israël, waar de kabbala tot de dagelijkse religieuze praktijk behoort, houdt men zich daar nauw aan. Hier wordt voor iedere rituele handeling een kabbalistische spreuk uitgesproken: 'In het belang van de (seksuele) samenkomst tussen de gezegende heilige en zijn Shekhina' (4). De uitgesproken zegeningen bij het wassen van de handen, voor en na het eten, kennen een soortgelijke intentie. Bij één van die gelegenheden richt de jood zich tot God, maar bij de andere tot Satan. Fundamentalistische joden zijn echter zeker geen satanisten, laat daar geen misverstand over bestaan. De achterliggende gedachte is dat Satan verzot is op joodse gebeden en dat hij zo door joden bezig gehouden kan worden, waardoor hij de Shekhina in ieder geval op dat moment niet lastig zal vallen (5).

De gnostiek
Door het polytheïstisch karakter van de kabbala is er alle reden om aan te nemen dat deze mystieke leer zijn oorsprong kent in oosterse religieuze filosofieën. Bovendien doet de wijze waarop Mozes geheime kennis van Jehova ontving, tevens sterk denken aan de religieuze praktijk van oosterse religies. Het is daar vrij gebruikelijk om geheime kennis van meester op leerling over te dragen. Verder wijst het sterk dualistisch geladen karakter van het onderscheid tussen vader, moeder, zoon en dochter, eveneens in oostelijke richting.
Een dergelijk sterk dualisme stond tevens centraal in de klassieke gnostiek, een mystieke stroming die aan het begin van de jaartelling in het Midden-Oosten ontstond en ook onder joden veel aanhang kende. Zo geldt de mystieke beleving van de eerder genoemde sekte der Essenen zonder meer als gnostisch. Dat blijkt niet alleen uit de beschrijving van Flavius Josephus, maar ook uit de 'Dode-Zeerollen' die in 1947 en 1956 werden gevonden in grotten 20 kilometer oostelijk van Jeruzalem. De invloed van de gnostiek op het judaïsme rond het begin van de jaartelling, kan niet los worden gezien van de vele gnostische elementen die later in de kabbala opdoken. In veel opzichten komt de kabbala daardoor zelfs naar voren als een specifiek joodse variant van de gnostiek.
Vanuit het Midden-Oosten begon de gnostiek in de 2e en 3e eeuw aan een enorme opmars door Europa en Azië, die zich gedurende eeuwen voort zou zetten. De meest wijd verspreide vorm van gnostiek in de Middeleeuwen was het manicheïsme. De invloedssfeer van dit religieuze systeem strekte zich in de 9e en 10e eeuw uit van de Atlantische tot de Stille Oceaan en vormde destijds min of meer een wereldgodsdienst (6). Door de enorme verspreiding ontwikkelde de gnostiek zich al snel tot een opponent van het christendom. Het is dan ook niet onbegrijpelijk dat christelijke kerkleiders de gnostiek als een uiterst bedreigende vorm van ketterij beschouwden. Gnostici werden om die reden te vuur en te zwaard bestreden door de rooms katholieke kerk. In de 13e eeuw nam de vervolging van gnostici de vorm van massamoord aan toen gnostische katharen in Zuid-Frankrijk, tijdens de 'Albigensische kruistocht', en masse door christenen over de kling werden gejaagd. Overlevende gnostici kozen er destijds voor om hun religieuze beginselen voortaan maar in het geheim te praktizeren, hetgeen tot het ontstaan van 'geheime genootschappen' zou leiden, zoals de middeleeuwse rozenkruisers.

De zondeval
De scheppingsmythologie binnen de klassieke gnostiek kent veel overeenkomsten met die van de kabbala. De hierboven beschreven associatie van het stoffelijke universum met een reeks (half)goden, geldt bijvoorbeeld als een zuiver gnostisch thema. Maar het verhaal over de verleiding van Eva door Satan komt bijvoorbeeld ook in het gnostische scheppingsverhaal naar voren (7). Volgens de gnostische traditie werd uit de dochter -die gnostici 'Sofia' noemen- een lagere god geboren: de 'demiurg'. Deze figuur maakte een einde aan de spirituele en immateriële toestand die de mens in het begin der tijden zou hebben gekend volgens de gnostiek. Gnostici ervaren de door de demiurg veroorzaakte materiële toestand van de mens als een dwangbuis, die onder andere tot het verlies van de godenstatus heeft geleid.
De in het Oude Testament beschreven zondeval interpreteren gnostici als het menselijk verval in de materie. De overeenkomsten met de kabbala liggen hier voor het oprapen, want de zondeval leidde in deze mystieke leer van het judaïsme niet alleen tot een verwijdering tussen zoon en dochter, maar vooral ook tot het spirituele verval van Adam. Ook in de kabbala was de mens in aanvang een zuiver spiritueel wezen. Toen Adam nog onbekommerd in de tuin van Eden rondscharrelde, ging hij volgens Zohar nog slechts gekleed in 'hemels licht'. Pas toen Adam en Eva uit het paradijs werd verstoten kregen zij het velletje van God dat het vlees symboliseert. Verder draait de kabbala er niet omheen dat de mens in essentie een spiritueel wezen is, waarvan het stoffelijk lichaam geen deel uitmaakt (8). Gnostischer kan het niet.
In de klassieke gnostiek wordt de afkeer voor de materiële gevangenschap van de mens goed geïllustreerd met de denkbeelden van de gnosticus Marcion, die in de eerste eeuw leefde. Marcion ging zo ver om zijn volgelingen op te roepen zich niet voort te planten. De mens zou zijn oorspronkelijke spirituele status dan vanzelf wel terugvinden, verwachtte hij. Jehova, de oorspronkelijke god van de joden, was volgens Marcion de oorzaak van alle materiële ellende. Daarom wordt in verband met Marcion wel over 'metafysisch antisemitisme' gesproken.
Nu komt Jehova in de dagelijkse praktijk van het judaïsme niet bepaald naar voren als een lagere god, waarmee gelijk de indruk ontstaat dat kabbala en gnostiek hier afstand van elkaar nemen. Zoals ik eerder echter beschreef is het stoffelijke universum ook volgens Zohar niet direct door God geschapen, maar door het iets minder goddelijke niveau dat uit de 'eerste oorzaak' voortvloeide (9). Waar het op neerkomt, is dat de namen en rollen van metafysische figuren binnen gnostiek en kabbala van elkaar kunnen verschillen, maar dat de polytheïstische structuur achter de schepping in beide gevallen vrijwel identiek is.
Ook later is het inwisselbare karakter van namen en rollen binnen kabbala en gnostiek bepalend gebleven voor de merkwaardige verhouding tussen beide occulte stromingen. Aan de gevolgen van dit verschijnsel in de 20e eeuw, zal ik in het tweede deel van dit artikel toekomen.

Spirituele verlichting
Volgens de gnostiek is het zaak om tot onthechting te komen van de zo verachte stoffelijke wereld. Alleen door afstand te nemen van de materie kan de mens volgens de gnostiek zijn spirituele godenstatus hervinden. Gnosis betekent dan ook niets anders dan kennis, dat wil zeggen de kennis van het goddelijke in de mens, zelfkennis dus. Vanuit de verschillende gnostische tradities hebben zich tal van methoden ontwikkeld, waarmee de mens in staat wordt geacht om zich uit de gevangenschap van de materie te bevrijden, zoals meditatie en het beoefenen van geheimzinnige rituelen. In de praktijk variëren deze methoden van het zuiverste ascetisme tot de meest extreme vormen van hedonisme.
Een uitermate belangrijk aspect in de gnostiek is de clausule waaruit volgt dat niet iedereen is voorbestemd tot het bereiken van een spirituele verlichting. De gnostiek verdeelt de mensheid in drie groepen. Daarvan komen de 'pneumatici' zonder meer in aanmerking voor een evolutie naar een spirituele status. Hier tegenover staan de 'hylici', of 'materiemensen', waaronder de bevolkingsgroepen worden begrepen die ongeschikt zijn voor de spiritualiteit, omdat hun plaats zich in de materie zou bevinden. Tussen de pneumatici en de hylici bevinden zich dan nog de 'psychici', of 'zielsmensen', die alleen onder bepaalde omstandigheden spiritueel verlicht kunnen raken (10). In dit onderscheid vertoont de gnostiek overeenkomsten met het oeroude kastensysteem uit India met al zijn sociale klassen. Gnostici verplaatsen de sociale rangorde van het kastensysteem weliswaar naar een spirituele tegenstelling, maar op zich verandert dat niets aan het gegeven dat een dergelijk onderscheid ook in de gnostiek is aangegrepen om bepaalde bevolkingsgroepen minderwaardig te verklaren. Over de raciale concepten die uit dit beginsel zijn voortgekomen volgt eveneens meer in het volgende Kleintje.

Sefiroth
Als ieder ander gnostisch systeem kent ook de kabbala een traject waarlangs de in de materie gevangen mens naar het spirituele kan worden teruggeleid (waarbij ik vooralsnog even in het midden laat of iedereen hier ook werkelijk voor in aanmerking komt volgens de kabbala). Adam zou van de engelen kennis hebben ontvangen, waarmee hij zijn spirituele geluk kon hervinden, dat hij met de zondeval was kwijtgeraakt. Daarbij staat de 'boom des levens' centraal. Die moest door Adam in symbolische zin beklommen worden alvorens hij tot zijn oorspronkelijke immateriële status terug kon keren. Daarbij moest hij omhoog zien te klauteren via de verschillende bewustzijnsniveaus die hij tijdens de zondeval langs zich heen zag schieten. Deze bewustzijnsniveaus, tien in getal, staan in de kabbala bekend als 'sefiroth' en hebben wonderschone namen zoals 'gerechtigheid', 'schoonheid' en 'liefde' (11). De kabbala kent verschillende wegen om de boom des levens van het onderste tot het hoogste niveau te bestijgen. De eerste manier is gelijk de meeste directe. Want door uit het stoffelijk lichaam te treden (uit de aard van de zaak een gnostisch thema) is het volgens kabbalisten mogelijk om de sefiroth 'astraal' te doorgronden. In het tweede pad naar een spirituele verlichting wijzen innerlijke visioenen (eveneens een gnostisch thema) de weg langs de sefiroth. Een derde methode die wordt voorgeschreven om de spirituele staat te hervinden, bestaat uit het bestuderen van de kabbala. Gezien de complexe symboliek die daarbij geïnterpreteerd dient te worden, staat deze methode voor kabbalisten tevens te boek als de meest omslachtige weg.

De christelijke kabbala
Aan het einde van de middeleeuwen kende de kabbala een vaste plaats binnen het klassieke judaïsme. Hoe machtig de kabbala ook daarna binnen de diaspora is gebleven, blijkt uit de lotgevallen van de 'reform joden', die zich aan het einde van de 18e eeuw aan het dwingende karakter van het klassieke judaïsme wilden ontworstelen. Meer dan tegen wat voor ander element binnen het judaïsme dan ook, moesten zij zich toen verzetten tegen de kabbalisten (12). Maar de kabbala was niet alleen van grote invloed op het judaïsme. Deze mystieke leer werd in de Middeleeuwen tevens een inspiratiebron voor allerlei niet-joods occultisten. Zij zouden er verschillende nieuwe elementen aan verbinden, waardoor een specifiek niet-joodse variant van de kabbala ontstond.
Er is wel overwogen dat deze 'christelijke kabbala' nauwelijks nog iets te maken had met de oorspronkelijke mystieke leer binnen het judaïsme. Voor dat laatste is door alle toegevoegde elementen wel wat te zeggen. Het is duidelijk dat de joodse en niet-joodse varianten van de kabbala in veel opzichten los van elkaar tot ontwikkeling zijn gekomen. Hier staat echter tegenover dat essentiële bestanddelen van de kabbala, zoals het spirituele evolutieproces, ongewijzigd werden overgenomen door de niet-joodse kabbalisten. Aldus transformeerde de levensboom, inclusief de sefiroth, tot één van de vaste gereedschappen van de middeleeuwse alchemisten. Later dook het naar spiritualiteit strevende element uit de kabbala op in de symboliek van de vrijmetselarij en andere niet-joodse occulte genootschappen (13). In dergelijke kringen gaf men zeker een eigen invulling aan de kabbala, maar ook hier bleef het basisprincipe ongewijzigd. Tegenwoordig is Zohar van Mozes de Léon in iedere new age boekhandel verkrijgbaar, om daar vaker door niet-joden dan door joden te worden gekocht. Gojim-kabbalisme kan dus nog steeds niet los gezien kan worden van de kabbala, zoals die zich binnen het middeleeuwse judaïsme ontwikkeld heeft. Maar de overeenkomst tussen de niet-joodse en de joodse kabbala gaat ook om zwaarder wegende redenen verder dan alleen de naam. Dat laatste bleek in de 19e en 20e eeuw, waarin zowel de joodse, als de niet joodse uitleg van de kabbala aanleiding hebben gegeven tot raciale opvattingen. Hierover volgt meer in het tweede deel van dit artikel.

noten:
1. "De Joodse Oorlog & Uit mijn leven", Flavius Josephus, Baarn: Ambo, 1992 (pagina 190)
2. "Inleiding tot de kabbala, Het hart van de joodse mystiek", Daniel C. Matt, San Fransisco: Harper, 1997 (pagina 19)
3. "Jewish History, Jewish Religion, The Weight of Three Thousand Years", Israel Shahak (pagina 33). Tegenwoordig ervaren joodse kabbalisten de verdrijving van Palestijnen en de bouw van nederzettingen in de door Israël bezette gebieden als gebeurtenissen die de zoon en de dochter tot elkaar brengen.
4. idem, pagina 34
5. idem
6. "Gnosis en raszuiverheid, De Ariosofie van Lanz von Liebenfels", Jan Willem de Groot. pagina 228 (verschenen in "De Hang naar zuiverheid, de cultuur van het moderne Europa", 1998, Het Spinhuis, Amsterdam.)
7. Vermeldenswaardig is dat de verleiding van Eva door Satan tevens een rol speelt in de ideologie van de extreemrechtse Moon-sekte, die in Nederland bekend staat als de 'Verenigingskerk'.
8. "The Lord God made coats of skins unto Adam and to his wife, and clothed them. (Gen.iii.21)" - The Royal Masonic Cyclopedia, pagina 399-416, Kenneth MacKenzie, 1877, The Aquarian Press, Wellingborough, Northamptonshire.
9. "Driehoek Delta en Davidschild", Jac. P van Term (pagina 43) & The Royal Masonic Cyclopedia, pagina 399-416.
10 "De Arische Gnosis", afstudeerscriptie Jan Willem de Groot (pagina 12)
11. De boom des levens uit de kabbala vertoont genoeg overeenkomsten met "Yssgradil", de levensboom uit Scandinavische legenden. Dit is merkwaardig omdat Noord-Europese invloeden zelden of nooit genoemd worden in relatie tot de gnostiek en de kabbala. Overigens leidt Yssgadril als trefwoord op internet naar diverse extreem rechtse en new age sites.
12. "Jewish History, Jewish Religion, The Weight of Three Thousand Years", Israel Shahak (pagina 32)
13. The Royal Masonic Cyclopedia, pagina 399-416.

Dit artikel is verschenen in Kleintje Muurkrant nr 364, 1 februari 2002