Terug naar hoofdinhoud
  • Archivaris
  • 353

Het revisionistische zionisme

deel 1: Wladimir Jabotinsky

Bij de recente verkiezingen in Israël is Ariel Sharon de grote favoriet. Peter Edel neemt in twee artikelen de geschiedenis door van diens Likud-partij. In dit artikel wordt de oorsprong van Likud beschreven en in het volgende Kleintje gaat het over de rol van Likud in de Israëlische politiek.

door Peter Edel

Het onderscheid tussen het Likud-blok en de Arbeiderspartij in Israël kent zijn oorsprong in de vooroorlogse periode, toen verschillende zionistische fracties streefden naar de oprichting van een joodse staat in Palestina. Aan de basis van dit streven stond de 'World Zionist Organisation', die aan het einde van de negentiende eeuw door Theodor Herzl werd opgericht (1). Het socialistische karakter van de WZO had niet tot gevolg dat veel socialisten met een joodse achtergrond zich er door aangesproken voelden. Als zij er al zionistische opvattingen op na hielden, dan kozen socialistische joden eerder voor andere zionistische initiatieven, waar het streven naar een joodse staat in een daadwerkelijk links ideologische en internationalistische context werd geplaatst zoals de marxistische 'Poale Zion' (Werkers van Zion). Een veel groter aantal socialistische joden was echter aangesloten bij linkse groeperingen die helemaal niets met joods nationalistisme (of wat voor vorm van nationalisme dan ook) te maken wilden hebben.
In tegenstelling tot Poale Zion, besteedde de WZO nauwelijks aandacht aan socialistische thema's; over klassenstrijd had niemand het bij de WZO. Het joodse nationalisme stond voor de opvolgers van Herzl in alle opzichten voorop. De problemen van de joodse arbeider kon volgens de WZO uitsluitend door een joodse staat worden opgelost. Een verbetering van de sociaal-economische omstandigheden van joden in de diaspora kende daarom geen enkele prioriteit voor de WZO.

Jabotinsky
Hoewel de WZO weinig te maken had met socialisme, ontstond er binnen de zionistische wereldbeweging toch een stroming die zich meende te moeten distantiëren van het linkse karakter dat Theodor Herzl en zijn volgelingen zich hadden aangemeten. De centrale figuur in deze beweging was de in 1880 in Rusland geboren journalist en schrijver Wladimir (of Ze'ev) Jabotinsky. Deze zionist werd destijds als uiterst controversieel aangemerkt en verdient alleen om die reden extra aandacht. Daar komt nog bij dat hij in de naoorlogse periode de grote inspirator zou worden van het Likud-blok.
Binnen het zionisme verwierf Jabotinsky veel aanzien als oprichter van het 'joodse legioen' dat eerder aan de kant van de Britten tegen Turkije had gevochten. Desondanks werd hij bij zijn dood in 1940 tot de meest verachte personen binnen de joods politieke wereld gerekend. Die reputatie had Jabotinsky vooral te danken aan de overeenkomst die hij sloot met de reactionaire leider Simon Petlyura uit Oekraïne. Perlyura was in de periode tussen 1918 en 1921 verantwoordelijk was voor een serie pogroms waar zo'n 100.000 joden het slachtoffer van werden (2). Dat weerhield Jabotinsky er echter niet van om zijn aanhang op te dragen Petlyura terzijde te staan toen deze besloot om de Sovjet Unie aan te vallen.
Deze beslissing kwam Jabotinsky op veel kritiek te staan in zionistische kringen. De Poale Zion, de eerder genoemde Marxistische tegenhanger van Jabotinsky's ultrarechtse zionisme, drong aan op een onderzoek. Jabotinsky wist zich hier een tijd uit te draaien door verhoren tot in het oneindige uit te stellen. Toen het er evenwel naar uitzag dat zijn getuigenis niet meer uitgesteld kon worden, verliet hij in 1923 plotseling de WZO (al keerde hij daar korte tijd later terug voor een korte periode). Het onderzoek was vervolgens van de baan, al betekende dat zeker niet dat de verontwaardiging over zijn deal met Petlyura verstomd was geraakt. Jabotinsky liet kritiek echter heel eenvoudig van zich afglijden (3).

Als het op zijn streven naar een joodse staat aankwam, was Jabotinsky een 'hardliner' van de eerste orde. Het is vooral in dat opzicht dat hij door politici van het Likud-blok tegenwoordig nog altijd als het grote voorbeeld wordt gezien. Jabotinsky wilde van geen enkel compromis weten en dat was precies waar de leiders van de WZO in zijn ogen mee bezig waren, toen zij instemden met het besluit van Churchill om Trans-Jordanië uit te zonderen van het gebied dat, volgens de bepalingen van de eerdere Balfour Declaration, door de Britten aan de zionisten was voorbehouden (4). In Jabotinsky's interpretatie van het zionisme bestond alleen een 'Groot Israël', dat zich van de Middellandse Zee tot de Eufraat uitstrekte. Andere meningen binnen het zionisme dan deze waren voor hem onbespreekbaar en aan 'revisie' toe. Vandaar dat deze beweging bekend is geworden als het 'revisionistische zionisme.'
Op basis van zijn kritiek op de WZO deed Jabotinsky in 1925 zijn eigen revisionistisch zionistische partij het levenslicht zien (5). Tot op dat moment was de autoriteit van de WZO over het politieke zionisme nog volkomen geweest, maar Jabotinsky plaatste daar voor het eerst vraagtekens bij. Op termijn zou het rechtse revisionisme uitgroeien tot de grote rivaal van de linkse WZO.
De opvattingen van Jabotinsky over het ontstaan van een joodse staat kende zo nu en dan profetische trekjes met een grimmig karakter. Zo maakte hij zich in de jaren twintig al geen enkele illusie over de bereidwilligheid van de Arabische wereld om naar de pijpen van de zionisten te dansen. Toen er binnen de WZO nog alom vanuit werd gegaan dat de autochtone bevolking in Palestina uiteindelijk wel begrip zou hebben voor de zionistische zaak, verwachtte Jabotinsky al dat de joodse kolonisatie van Palestina alleen onder dwang plaats kon vinden. Daarbij was een volledige militaire superioriteit, die ieder Arabisch verzet tegen het zionisme bij voorbaat uit zou sluiten, volgens hem noodzakelijk. En als daarbij grof geweld moest worden toegepast dan moest dat voor Jabotinsky maar. In verband met een joodse militaire overmacht in Palestina sprak hij over een 'Iron Wall'. In een gelijknamige publicatie uit 1923 schreef hij:"We cannot give any compensation for Palestine, neither to the Palestinians, nor to the Arabs. Therefore a voluntary agreement is inconceivable. All colonization, even the most restricted must continue in defiance of the will of the native people. Therefore it can continue and develop only under the shield of force that compromises an Iron Wall the local population can never break through. This is our Arab policy. To formulate it any other way would be hypocrisy." (6)

Betarim, Achimeir en Kareski
Door met Petlyura in zee te gaan gaf Jabotinsky al in de jaren twintig blijk van uiterst rechtse denkbeelden en het was dan ook niet extreem rechts, maar veel eerder het communisme, dat hij als de grote vijand zag. Ook de socialistische leiders van de WZO waren volgens hem maar een stel communisten. Van dat soort mensen kon volgens Jabotinsky alleen maar verwacht worden dat zij in de nabije toekomst een overeenkomst met Stalin en de Arabieren zouden sluiten en daar wilde hij niets van weten.
Door het nationalistische, anticommunistische en militaristische karakter van het revisionistische zionisme, begon deze beweging zich al snel te spiegelen aan het opkomende nationaal socialisme in Duitsland, waar nationalisme, anticommunisme en militarisme eveneens hoog in het vaandel stonden. Dergelijke ideologische aspecten van het nationaal socialisme wekten veel ontzag bij revisionistische zionististen; zo sterk zelfs dat het manifeste antisemitisme van de nazi's er bijna door vergeten werd. Men vond simpelweg dat Hitler het beste was dat Duitsland op dat moment kon gebeuren.
De militaristische eigenschap van de nazi's, om zich bij alle gelegenheden in een uniform te hullen, maakte veel indruk op de jonge aanhangers van het revisionistisch zionisme. Vooral het uniform van de SA vond men daar prachtig. Leden van de 'Betar' (de revisionistisch zionistische jongerenvereniging) hulden zich in uniformen die precies zo bruin waren als die van de SA (7). Aldus uitgedost verschenen de 'Betarim' destijds op zionistische bijeenkomsten, waar zij veel verontwaardiging teweeg brachten.
De revisionisten waren ook in Palestina vertegenwoordigd. Hun leider daar, Abba Achimeir, maakte er geen geheim van dat hij een diepe bewondering voor Hitler en Mussolini koesterde. De dictatoriale opvattingen van dit tweetal zag Achimeir ook wel zitten ten aanzien van de joodse staat in Palestina. In 1928 publiceerde hij een artikel in de krant Doar Hayom over de komst van Jabotinsky naar Palestina, onder de titel "On the arrival of our Duce." (8) Achimeir zag de vaak socialistisch georiënteerde joodse kolonisten in Palestina als een grotere bedreiging voor het zionistische streven, dan de Arabische wereld. Daarom riep hij een militie in het leven om de strijd tegen de socialistisch/zionistische vakbond 'Histadrut' aan te gaan. Deze 'Brith HaBiryonim' pleegde terroristische aanslagen op socialistische kolonisten (9). Achimeir werd op die manier min of meer de leider van het fascisme in Palestina. En als zodanig werd hij daar ook gehaat.

In Duitsland maakte de zionist George Kareski het ondertussen mogelijk nog bonter dan Achimeir (10). In 1929 was deze bankier nog voorzitter van het centrum van de joodse gemeenschap in Berlijn. Tot zijn grote verontwaardiging werd Kareski echter door liberale joden van die positie verdreven. Nadat Hitler in 1933 aan de macht was gekomen, sloot Kareski zich aan bij het revisionisme, dat hij als de joodse variant van het nationaal socialisme zag. Het revisionisme was op dat moment echter verzwakt door interne conflicten, waardoor verschillende stromingen elkaar naar het leven stonden. Kareski slaagde er hetzelfde jaar nog in om het versplinterde zionisme bijeen te brengen binnen de 'Staatszionistisch Organisation', waarvan hij zelf leider werd.
Vervolgens ging Kareski tot actie over. Hij wilde de Duitse joden via een "revolutionaire daad" het zionisme opdringen. Daarom begon hij samen met een aantal 'Betarim' aan een bezetting van het centrum van de joodse gemeenschap in Berlijn, dat hem in 1929 de laan uit had gestuurd. Kareski wilde aan Hitler tonen dat er zionisten waren die zich de nationaal socialistische ethiek eigen hadden gemaakt (11). De 'Putsch' van Kareski leverde hem niet op wat hij ervan verwacht had. Aan de bezetting kwam snel een einde toen Kareski en zijn bruinhemdige aanhang door een aantal medewerkers van het centrum van de joodse gemeenschap in Berlijn de deur uit werd gesmeten. Ook binnen andere zionistische beweging in Duitsland schoot Kareski weinig op met zijn onbezonnen daad: de Duitse vertakking van de WZO distantieerde zich volledig van hem.
De overduidelijk sympathiebetuiging van Kareski aan het adres van Hitler was ondertussen niet aan de nazi's voorbij gegaan. Zij vonden al snel dat deze fascistisch georiënteerde jood goed bruikbaar voor hen was. En niet ten onrechte want Kareski bleek vervolgens maar al te bereid om infiltratie en manipulatiewerkzaamheden voor de Gestapo op zich te nemen. Hij liep uiteindelijk tegen de lamp toen hij, samen met een andere Gestapo agent, werd gesignaleerd op weg naar een 'Betar'-congres in Krakow (12).

Mussolini
Dat Jabotinsky er aanvankelijk weinig problemen mee had om met antisemieten en fascisten in zee te gaan, bleek al uit zijn hierboven beschreven alliantie met Simon Petlyura. Wat betreft het Italiaanse fascisme kende Jabotinsky aanvankelijk wel wat bezwaren. Die verdwenen echter als sneeuw voor de zon toen Italië een geschikte kandidaat bleek om Groot-Brittannië te vervangen als de grootmacht die de zionisten nodig hadden om tot de verwezenlijking van hun plannen te komen. Jabotinsky's revisionisten konden het goed vinden met Mussolini's fascisten. Er ontstond zelfs een militaire samenwerking, toen Mussolini in 1934 toestemming gaf om een squadron Betarim te vestigen aan de maritieme academie in Civitavecchia (13).
Met de fascisten in Italië kon volgens Jabotinsky dus gepraat worden. Over het nationaal socialisme zou hij echter heel anders denken dan de collaborerende revisionist George Kareski. Toch stond Jabotinsky in eerste instantie nauwelijks stil bij de opkomst van de nazi's. Hij ging er (zoals vele anderen destijds) vanuit dat Hitler's antisemitische politiek van voorbijgaande aard was. Toen de nazi's in 1933 aan de macht waren gekomen, realiseerde Jabotinsky zich echter plotseling dat het nationaal socialisme een ongeëvenaarde bedreiging voor de joodse gemeenschap in Duitsland met zich meebracht (14). Zijn bezwaren tegen Mussolini had Jabotinsky nog opzij kunnen schuiven; 'Il Duce' was immers niet in de eerste plaats een antisemiet. Dat zionisten met nazi's aanpapten, was voor Jabotinsky echter zonder meer onacceptabel.
Jabotinsky was zeker niet alleen bezorgd over de contacten die er vanuit zijn eigen revisionistische achterban met de nazi's waren ontstaan. Ook de collaboratie van de WZO met het nationaal socialisme, zoals die met het 'Ha'avara Abkommen' ontstond, baarde hem zorgen (15). Op zionistische congressen probeerde Jabotinsky er dan ook van alles aan te doen om de leiders van de WZO op andere gedachten te brengen. Door het openlijk fascistische karakter van zijn aanhang bevond hij zich hiertoe echter niet in een ideale positie. Zijn bezwaren tegen het 'Ha'avara Abkommen' werden dan ook telkens verworpen.
Jabotinsky kwam in 1940 te overlijden. Hij zal zich in zijn graf hebben omgedraaid toen een revisionistisch zionistische splinterbeweging, die later bekend is geworden als de 'Stern Gang', toenaderingspogingen tot de nazi's begon te doen. Gelukkig voor Jabotinsky koos een veel groter aantal revisionistische zionisten er gedurende de oorlogsjaren voor om aan de zijde van de geallieerden te strijden (16).

noten:
1. Zie "Kanttekeningen deel II(b)", Kleintje Muurkrant 326.
2. "Jewish History, Jewish Religion, the Weight of Three Thousand Years", pagina 71, Israel Shahak.
3. "Zionism in the Age of the Dictators", pagina 109-110, Lenni Brenner.
4. "Zionism: False Messiah, Lance Selfa", International Socialist Review, voorjaar 1998.
5. Het revisionisme binnen het zionisme, dat met Jabotinsky ontstond, heeft (voor alle duidelijkheid) niets te maken met het naoorlogse verschijnsel onder extreem rechts om de holocaust te ontkennen en als een joods verzinsel van de hand te doen. Ook in dat verband wordt namelijk over revisionisme gesproken. Mede om deze reden is revisionisme een nogal onnauwkeurig begrip geworden.
6. "Zionism: False Messiah, Lance Selfa", International Socialist Review, voorjaar 1998.
7. "Zionism in the Age of the Dictators", pagina 114, Lenni Brenner.
8. "The Seventh Million, the Israelis and the Holocaust", pagina 23, Tom Segev.
9. "Zionism in the Age of the Dictators", pagina 116, Lenni Brenner.
10. idem, pagina 135-140.
11. idem, pagina 126.
12. idem, pagina 137.
13 idem, pagina 117.
14. idem, pagina 127.
15. Zie "Kanttekeningen deel II(b)", Kleintje Muurkrant 326.
16. Zie "Kanttekeningen deel II(c)", Kleintje Muurkrant 327.

Dit artikel is verschenen in Kleintje Muurkrant nr 353, 9 februari 2001