Skip to main content
  • Archivaris
  • 341

Putin en de lange arm van Moskou

De Tweede Tsjetsjeense Oorlog deel 1

Nadat Jeltsin opdracht had gegeven voor een tweede oorlog in Tsjetsjenië is inmiddels de invloed van zijn opvolger, waarnemend Russisch president Vladimir Putin, onmiskenbaar. Intussen wordt er in Rusland volop gespeculeerd of Putin's invloed niet al eerder onmiskenbaar was en zijn KGB-verleden hem de vaardigheden heeft opgeleverd om via een oorlog in de Kaukasus zelf de macht in handen te krijgen.

door Bas van der Plas

Op 7 januari 2000 werd majoor-generaal Vladimir Shamanov, commandant van het westelijke Tsjetsjeense front, vervangen door majoor-generaal Aleksei Verbitskii en luitenant-generaal Gennadii Troshev, commandant van het oostelijke front, door majoor-generaal Sergei Makarov. Met het aantreden van waarnemend president Vladimir Putin is de oorlog in Tsjetsjenië in een nieuwe fase beland. Shamanov was tot 7 januari dagelijks op de Russische tv-zender ORT te zien met enthousiaste verhalen over de vorderingen van het Russische leger in de strijd tegen de 'Tsjetsjeense terroristen en bandieten'. Maar zijn enthousiasme kon niet verhullen dat er weinig vorderingen werden gemaakt en toen ook het aantal slachtoffers aan Russische zijde vele malen hoger bleek dan officieel toegegeven werd ondertekende Putin het decreet dat het vonnis over Shamanov en Troshev velde.
Shamanov was bijna een nationale held door zijn veelvuldige tv-optredens. Maar dat was voor de zender ORT, die de regeringspolitiek ondersteunt en voor het Russische volk een eenzijdig beeld schetste van de gebeurtenissen in de noordelijke Kaukasus. De onafhankelijke zender NTV toonde behalve de Russische propagandabeelden ook beelden van Tsjetsjeense zijde in samenwerking met Associated Press. Hier kreeg men een genuanceerder beeld van de strijd en werd ook duidelijk dat het enthousiasme van Shamanov een keerzijde had.
De vervanging van beide commandanten heeft nog niet tot directe militaire veranderingen geleid. Al sinds medio december wordt het Russische onvermogen in Tsjetsjenië gecamoufleerd door te stellen dat 'de troepen zich hergroeperen voor een nieuwe strategie', maar dat heeft niet kunnen verhinderen dat Tsjetsjeense strijders op 9 januari de Russen zware verliezen toebrachten bij de steden Argun, Shali en Gudermes. Volgens de Russische propaganda zouden de Tsjetsjeense strijders zich hebben teruggetrokken in de bergen in het Zuiden en op de televisie zien we dan ook beelden van gevechtshelicopters die in het wilde weg raketten afvuren op voor het oog kale berghellingen.

verschroeide aarde
Onafhankelijke journalisten en tv-ploegen hebben sinds het uitbreken van de 'Tweede Tsjetsjeense Oorlog' veel (beeld)materiaal verzameld over burgerslachtoffers, waaronder talloze vrouwen en kinderen, als gevolg van de Russische bombardementen en artilleriebeschietingen. Ook zijn er veel berichten over de verschroeide aarde-politiek die Tsjetsjeense steden en dorpen met de grond gelijk maakt. De Russische -toen nog- premier Putin kreeg in de New York Times van 14 november onder de kop 'Waarom we moeten handelen' volop de gelegenheid om te melden dat Russische militairen zich uitsluitend keren tegen militaire doelen en gewapende groepen. Bovendien meldt Putin in hetzelfde artikel dat 'de Tsjetsjeense burgers tenslotte ook burgers zijn'. Dat zijn andere woorden dan eerder, toen nog werd gezegd dat de bevolking van Tsjetsjenië de 'terroristen van de Kaukasus' zijn om hun uitroeiing te rechtvaardigen en het streven naar onafhankelijkheid de kop in te drukken.

vaardigheden
Zoals bekend begon de tweede Tsjetsjeense oorlog na een aantal bomaanslagen op flatgebouwen in Moskou en in Volgodonsk. Met een beschuldigende vinger naar 'Tsjetsjeense terroristen' als zijnde de daders van deze aanslagen raasde een ware massahysterie over de Russische Federatie. Ieder met een Kaukasisch uiterlijk werd slachtoffer van openlijke discriminatie. De basis voor de tweede Tsjetsjeense oorlog werd zorgvuldiger voorbereid dan in 1995-96 toen Jeltsin op weinig steun kon rekenen en zelfs moeders op de slagvelden ronddwaalden op zoek naar hun zoons. Door de propaganda-oorlog werd Rusland rijpgemaakt voor een tweede aanval op Tsjetsjenië, nu wel breedgedragen. Toch vinden er ook in Rusland discussies plaats en zijn er speculaties dat de geheime dienst FSB, opvolger van de roemruchte KGB, achter de bomaanslagen zou zitten. Met het aantreden van Vladimir Putin zijn deze speculaties alleen maar toegenomen. Tot 1990 was Putin werkzaam bij de eerste hoofdafdeling (buitenlandse inlichtingendienst) van de KGB in Duitsland. Vervolgens werkte hij in de veiligheidsorganen in St.Petersburg en werd op 25 juli 1998 hoofd van de FSB tot hij op 16 augustus 1999 tot regeringsleider werd benoemd door Jeltsin. Het ontbreekt Putin dus niet aan vaardigheden om geheel in de tradities van de KGB bepaalde maatregelen te forceren.
Tot op de dag van vandaag is er geen enkel bewijs dat de bomaanslagen in Moskou en Volgodonsk het werk van 'Tsjetsjeense terroristen' zou zijn, maar nemen de speculaties over een FSB-complot toe.

toen en nu
Vanuit een historisch perspectief bekeken is de huidige Russische politiek ten aanzien van Tsjetsjenië niets nieuws. Reeds in het begin van de 18e eeuw trokken de Russische troepen van Peter de Grote de noordelijke Kaukasus in om het gebied te koloniseren. Voor Peter de Grote was het gebied slechts een tussenstation voor zijn militaire expedities tegen het Perzische Rijk. Dit Russisch expansionisme bleef niet zonder gevolgen. De Tsjetsjenen en naburige volkeren verzetten zich hevig tegen de Russische imperialistische ambities. Dit leidde tot een aantal oorlogen die uiteindelijk na een moeizame strijd door de Russen werden gewonnen. Een interessante parallel met de situatie toen en nu kan men lezen in het boek van professor Smirnov 'De politiek van Rusland in de Kaukasus in de 17e-19e eeuw' (Moskou 1958) wanneer hij schrijft dat 'bloedbaden onder de lokale bevolking en grootschalige vernietiging van de landbouwgronden waren de gebruikelijke middelen om af te rekenen met rebellerende volkeren'. Vooral in de 19e eeuw werd er zeer hard opgetreden door de Russen in de noordelijke Kaukasus. Generaal A. Ermolov liet dorpen en steden tot de grond gelijk maken en de lokale bevolking uitroeien om, zoals hij zei, 'de wilde stammen aldaar te intimideren'. Hij en zijn opvolgers deden dit in de hoop de volkeren van de noordelijke Kaukasus, die zij beschouwden als rebellen tegen de tsaar, te kunnen onderwerpen. Hun methoden bleken evenwel contraproduktief: de bevolking verenigde zich in het verzet, zodat er in de eerste helft van de 19e eeuw een voortdurende strijd bleef bestaan tussen het Russisch imperialisme en de volkeren van de noordelijke Kaukasus. Men kan zich afvragen of de Russische tactieken en doelen in de afgelopen 200 jaar in het gebied wezenlijk zijn veranderd.

nieuw trauma?
Tijdens de topconferentie van de Europese Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Istanbul werd president Jeltsin door westerse landen ter verantwoording geroepen over het Russische militaire optreden. Jeltsin brandmerkte de Tsjetsjeense strijders als 'terroristen en bandieten'. "Wij accepteren geen adviezen van zogenaamde objectieve critici die Rusland de les willen lezen," verklaarde hij. "Deze mensen begrijpen niet dat wij eenvoudigweg de verspreiding van kanker moeten stoppen en haar groei moeten voorkomen voordat de hele wereld ermee besmet raakt," zo vervolgde hij.
De oproepen uit verschillende delen van de wereld, waaronder van VN secretaris-generaal Kofi Annan, om af te zien van geweld zonder onderscheid en terreur tegen de burgerbevolking hebben niet gebaat. Integendeel: na de top in Istanbul werd de strijd in verhevigde mate gevoerd en lijkt er sprake van genocide onder de Tsjetsjeense bevolking. De Russen sluiten nu alle Tsjetsjeense mannen in de leeftijd van 10 tot 60 jaar op in zogenaamde 'filtratiekampen', waar onderzoek wordt gedaan naar hun vermeende steun aan de Tsjetsjeense strijders. Ook tijdens de Eerste Tsjetsjeense Oorlog waren er dergelijke kampen en uit latere verklaringen is gebleken dat een groot deel van de er gevangen gezette mannen er fysiek of psychisch gebroken uitkwam. Ook nu zal hetzelfde gebeuren, wellicht nog in heviger mate, omdat de Russen een nieuw Tsjetsjeens trauma niet zullen willen of kunnen accepteren. Maar uit talloze berichten van het front blijkt dat het Russische enthousiasme over een snelle overwinning op de 'bandieten en terroristen' weleens kan uitmonden in een langdurige guerrillastrijd, waarmee de oorspronkelijke steun onder de bevolking snel zal afnemen.
Voor de positie van Putin betekent dit op den duur een sterk dalende populariteit. Hetzelfde overkwam Jeltsin na de eerste oorlog in de noordelijke Kaukasus. Maar of dit op korte termijn politieke consequenties heeft is niet te verwachten. Op 26 maart zijn er presidentsverkiezingen in de Russische Federatie, met Putin als belangrijkste kandidaat. Er zijn geen serieuze tegenkandidaten die Putin's positie kunnen bedreigen, zodat het vrijwel zeker is dat Putin de nieuwe president wordt. In de republieken die een zekere autonomie binnen de Russische Federatie genieten (Tatarstan, Bashkortistan) wordt dit met vrees tegemoet gezien. Wanneer Putin erin slaagt Tsjetsjenië onder het juk van Moskou te brengen, kan inperking van de relatieve autonomie weleens een volgende stap zijn in de wederopbouw van het Russisch Imperium.
In het volgende nummer van Kleintje Muurkrant zullen we nader ingaan op de strategische belangen die van de noordelijke Kaukasus een oorlogsgebied maken.

Bas van der Plas is coördinator van InSudok, informatie- en dokumentatiecentrum over de voormalige Sovjet-Unie en het GOS.
Bezoek ook onze internet-site www.stelling.nl/insudok

Dit artikel is verschenen in Kleintje Muurkrant nr 341, 11 februari 2000