Skip to main content
  • Archivaris
  • 341

De grijns van de Dalai Lama

In het Amsterdamse actieblad Ravage, nummer 294 - en Kleintje Muurkrant nummer 316 - verschenen kritische artikelen van Eric Krebbers en Harry Westerink over de Dalai Lama. Deze kritiek schoot Bart, medewerker van het anarchistische collectief Eurodusnie in Leiden, in het verkeerde keelgat en hij schreef als reactie "Respecteer de Dalai Lama" in Ravage nummer 296. Hij schreef onder andere: "Het mag duidelijk zijn: volgens mij gooi je je eigen ruiten in wanneer je deze opstelling ten aanzien van andersdenken (sic) staande houdt. Iets of iemand belachelijk maken, beledigen of onderuithalen is niet erg moeilijk, op deze manier worden er helaas meer bruggen vernietigd dan gebouwd. Willen we proberen van deze wereld samen een draaglijker oord te maken, dan zijn wederzijds begrip en respect volgens mij daarvoor de eerste voorwaarden". Hij besloot zijn reactie met: "Ik ben benieuwd naar reacties". Ook verscheen er in hetzelfde nummer een reactie van Roline, die de bewering van Eric Krebbers en Harry Westerink dat de Dalai Lama "goede contacten had met nazi's tijdens de Tweede Wereldoorlog" meende te kunnen weerleggen met een verwijzing naar de leeftijd van Tenzin Gyatso (1935), de veertiende Dalai Lama. Onderstaande is de reactie die ik naar Ravage stuurde. Ravage heeft mijn reactie niet geplaatst.

door Peter Zegers

In Ravage nummer 296 (26 november 1999) spreidt ene Bart vrome woorden, een bijna aandoenlijk aandoende naïviteit en een gigantische dosis onwetendheid ten toon. Op het eerste heb ik weinig te zeggen behalve dat dergelijke prietpraat serieuze politieke discussies onmogelijk maakt. Helaas blijkt dit soort gekwezel het steeds vaker te winnen van politieke analyse en discussie in linkse en activistische kringen. Bart neemt alles wat de Dalai Lama te melden heeft voor zoete koek aan. Als het opperhoofd van de Geelmutsen het zegt, dan moet het waar zijn is de impliciete boodschap. Waarschijnlijk heeft het alles te maken met zijn volslagen onwetendheid op het gebied van de daadwerkelijke handel en wandel van de Tibetaanse priesterkaste. Op zich kan ik het Bart niet eens erg kwalijk nemen, want de Westerse media doen er alles aan om een zo positief mogelijk beeld van de Dalai Lama te verspreiden. Er is heel weinig onderzoek geweest naar de activiteiten van de Dalai Lama. De weinige journalisten die de moeite hebben genomen om een en ander te checken kwam al snel tot heel andere opvattingen. In zijn boek "Dalai Lama. Fall eines Gottkönigs" (Alibri, Aschaffenburg 1999) doet de Duitse journalist Colin Goldner uitgebreid verslag van zijn bevindingen.

Om met de opmerking van Roline, wier reactie ook in Ravage nummer 296 is afgedrukt, te beginnen: Tenzin Gyatso (de veertiende Dalai Lama) (1935) ontmoette Heinrich Harrer (1912) in 1948 tijdens een officiële gelegenheid. In 1950 gaf de Oostenrijker enige tijd les aan de vijftienjarige jongen. Na de Hollywood-successen van de verfilming van Harrers boek "Zeven jaar in Tibet" herinnerde de Dalai Lama zich dat hij en Harrer "zeer goede vrienden" waren geweest. Op de vraag of hij niet enigszins gegeneerd was geweest door het nazi-verleden van Harrer, antwoordde hij: "Natuurlijk wist ik dat Heinrich Harrer van Duitse afkomst was en dat in een tijdperk waarin de Duitsers wegens de Tweede Wereldoorlog internationaal als boemannen afgeschilderd werden. Maar wij Tibetanen hebben traditiegetrouw altijd al partij gekozen voor de underdogs en wij waren van mening dat de Duitsers aan het eind van de jaren veertig al genoeg gestraft en vernederd waren door de Geallieerden. Wij vonden dat men ze met rust moest laten en helpen" (Interview met Dalai Lama in 'Playboy' (Germany) 3/1998 pagina 40, geciteerd door Goldner. Mijn vertaling uit het Duits). Hier is een duidelijke Dalai Lama truc werkzaam: de vraag naar de houding ten opzichte van de nazi's wordt beantwoord met een opmerking over de Duitsers (dat terwijl Harrer een Oostenrijker is). Hoe men Duitsland tegelijk kan helpen en met rust laten, zal wel tot de diepere boeddhistische wijsheden behoren.

De Dalai Lama heeft een goede verstandhouding met tal van religieuze opperhoofden. Eén daarvan is de leider van de Japanse Aum Shinrikyo sekte, Shoko Asahara. Met raad en daad heeft de Dalai Lama Asahara terzijde gestaan in zijn moeilijkheden met de Japanse justitie als gevolg van zijn wapen- en gifgasvoorraden. Ook na de gifgasaanslag in de metro van Tokio op 20 maart 1995, waarbij 12 doden vielen, weigerde de Dalai Lama zich van de sekte te distantiëren. Niet alleen met religieuze leiders, ook met wereldlijke leiders heeft de Dalai Lama goede contacten. Zo heeft hij altijd een goede verstandhouding gehad met de Indiase dictator Indira Gandhi. Deze kwam in 1974 aan de macht door een staatsgreep. Totdat zij in 1984 werd vermoord was ze een voorstander van een keihard bewind. Ondanks zijn veel geroemde geweldloosheid was de Dalai Lama een trouwe bondgenoot van de rechtse Indiase regering toen deze kernproeven deed vorig jaar. Waarschijnlijk huldigt hij hierbij hetzelfde individualistische principe als wanneer hij vlees eet: hij doodt het beest zelf niet.

Minder goed is ondertussen zijn verstandhouding met een stroming in zijn eigen Tibetaanse boeddhisme: hij verbood de verering van de demon Dorje Shugden. Dit is hem niet in dank afgenomen en er zijn ondertussen al drie monniken vermoord. Het is onduidelijk of ze door aanhangers van de Dorje Shugden-sekte zijn vermoord zoals de Dalai Lama en de Indiase politie beweren. De sekte zelf ontkent elke betrokkenheid. Als we al geloof mogen schenken aan de volgende woorden van Bart: "Veel vereerders van Dorje Shudgen (sic) zijn sinds het verbod door andere boeddhisten bedreigd, melden Eric (Krebbers) en Harry (Westerink). Deze geruchten doen al langer de ronde. Wat ik er van kan melden is dat Amnesty International in juni 1998 een onderzoek afsloot met de conclusie dat niets van de opgedane informatie mishandelingen kon bewijzen. Veel waarschijnlijker is dat China misbruik maakt van het schisma binnen de Tibetaanse gemeenschap om via deze weg vele geruchten de wereld in te helpen (om) zodoende de dalai lama in een kwaad daglicht te stellen". Nu bestaat er geen enkele twijfel dat de Chinese regering er alles aan doet om de Dalai Lama dwars te zitten en ook zwarte propaganda zal hier onderdeel van uitmaken, maar als we al geloof hechten aan een Chinees complot over deze zaak, dan moeten we de Dalai Lama zelf als onderdeel ervan aanmerken aangezien hij de berichten over gewelddadige confrontaties bevestigt. In een interview van Cokky van Limpt en Ton Crijnen met de Dalai Lama in het dagblad 'Trouw' van 18 oktober 1999 stond: "Het geweld waarvan de Shugden-factie hem beschuldigt moet volgens de Dalai Lama niet bij hem worden gezocht, maar juist bij de tegenpartij. Shugden-aanhangers zouden zelfs drie monniken in Dharamsala (hoofdkwartier van de Tibetaanse gemeenschap in India, PZ) hebben vermoord en actief samenwerken met de Chinese overheersers van Tibet". Alhoewel hij persoonlijk van mening is dat "het gebruiken van geweld totaal in strijd (zou) zijn met de leer van het boeddhisme en met de geweldloosheid die ik sinds jaar en dag predik", sluit hij niet uit dat enkele van zijn "enthousiaste aanhangers" het recht wel eens in eigen hand willen nemen. Blijkbaar baart hem dat geen al te grote kopzorgen, net zomin als het feit dat zijn broers zeer intensieve contacten onderhielden met de CIA en betrokken waren bij gewelddadige activiteiten tegen de Chinese regering. In het dagblad 'The Scotsman' verschenen kritische uitlatingen van de Tibetaanse abt Lama Kundeling. Hij schreef onder andere: "In het Westen doet hij zich liberaal voor, maar in het Oosten gedraagt hij zich als een monarch. Hij heeft het monopolie op alle spirituele en aardse zaken en zaait angst en chaos onder de Tibetanen" ('Het Parool', 2 oktober 1999). Chinese propaganda? Ik weet het niet, maar diegenen die dit durven beweren, zullen met bewijzen moeten komen. Ook de Dalai Lama laat het wat dit betreft bij wat vage toespelingen.

Het is opvallend hoe vaak kritiek op het Tibetaanse boeddhisme en de Dalai Lama wordt gelijkgesteld met Chinese propaganda. Vaak is dit het enige commentaar van verdedigers van de Dalai Lama op de kritiek. Het is een gemakkelijke manier om ongemakkelijke vragen niet te hoeven beantwoorden. De enige journalisten die niet voortdurend glimlachend onnozele vragen stelden aan de Dalai Lama, viel het al op dat zijn eeuwige grijns verdween als de vragen iets pittiger werden ('Trouw', 18 oktober 1999). Colin Goldner's boek werd al voor het daadwerkelijk verscheen door Dalai Lama fans afgedaan als een rechtvaardiging voor volkerenmoord. De Tibetaanse God-Koning staat ook bekend als een voorstander van milieubescherming, maar helaas bleek Colin Goldner daar weinig van toen hij een kijkje ging nemen in Dharamsala. Vrome woorden zoals hij die schreef in het voorwoord van een kritiekloze bewonderaar: "Ik deel de zorg van de auteur voor de bedreigde ecologie van onze planeet" (Helena Norberg-Hodge, Ancient Futures: Learning from Ladakh. Sierra Club, San Francisco 1991), kunnen niet verhelen dat het afvalprobleem dat bestaat in Dharamsala een bedreiging vormt voor het fragiele ecosysteem in de omgeving. Net als kernwapentests trouwens. De opmerking van Bart dat "de eerste verkiezingen (al in 1960) in Dharamsala werden uitgeschreven" en dat "de dalai lama op de troon bleef en hijzelf verantwoordelijk was voor een clausule waarin staat dat hij met een tweederde meerderheid weggestemd kan worden", miskent de opvolging volgens lamaïstische gebruiken. Deze is gebaseerd op het geloof in reïncarnatie en karma. De hoogste priesters bepalen door middel van een orakel wie de reïncarnatie is van de vorige Dalai Lama. Het past niet binnen deze denkwijze om een gereïncarneerde Dalai Lama weg te stemmen. Het is fundamenteel ondemocratisch. Het is dan ook volslagen onzinnig dat de Dalai Lama zegt te streven naar "democratisering" van de feodale theocratie. Hij stelt het instituut in ieder geval veilig tot aan zijn dood door er nog op zijn minst twintig jaar mee te wachten.

Dit artikel is verschenen in Kleintje Muurkrant nr 341, 11 februari 2000