Terug naar hoofdinhoud
  • Archivaris
  • 398

Reflecties bij de moord op Van Gogh

Bij geweld word de samenleving al gauw aan beide kanten naar het extremisme toegezogen. Geweld geeft volgens Martin Luther King immer een 'backlash', waar rechtse krachten garen bij spinnen.

door Hans Feddema

Eerst zijn het Hirsi Ali en Van Gogh, die door de 'vorm waarin' van hun film 'Submission' provoceren of via woorden wonden toebrengen. Het leek een beetje oorlog. Dan is er de ritueel aangezette moord van Mohammed B. Voluit oorlog. Vervolgens uitte minister Zalm expliciet het woord oorlog en verklaart de groep Wilders de islam onverenigbaar met onze rechtsstaat, terwijl tenslotte gebouwen doelwit worden van geweld. Ziedaar de vrucht van de catharsis rondom 2 november. Tel uit je winst.

Angst
De factor angst lijkt dominant hierbij, zeker bij autochtonen. Freek de Jonge typeerde in zijn VPRO-uitzending De vergrijzing vijf dagen na de moord de impasse met: Er vielen een dode en zestien miljoen gewonden. Van Gogh sprak openlijk over zijn angst voor de islam. Hij zei dat het hem ging om het behoud van de libertijnse levenshouding. Maar zijn beledigingen aan het adres van joden en vooral moslims getuigden eerder van een arrogante en zich superieur voelende houding. Een houding die nogal eens voorkomt bij mensen van een etnische meerderheid, die zich bedreigd voelt door een opkomende minderheid. 'Pooier' wordt geassocieerd met sex en prostitutie en 'geitenneuker' met de meest achterlijke onbeschaafdheid. Je hoeft geen antropoloog te zijn om te weten, dat zulke scheldwoorden bij allochtonen met hun cultuur van schaamte en eer, zeer hard aankomt. Als je dan ook nog hun complete religie ter discussie stelt, raak je hun ziel.

Angst en ziel zijn begrippen die vooral thuis horen in het onderbewuste, waarvan Carl Jung ooit zei: "We hebben vergeten dat onder de wereld van de rede een veel grotere andere wereld schuilgaat. Ik weet niet wat de mensheid nog moet mee maken voordat ze dit durft toe te geven". In dat onderbewuste zitten schaduwen die we meestal indirect waarnemen in mensen die ons tegenstaan of ons angst inboezemen. Schaduwen die ook gestalte krijgen in vooroordelen jegens derden, in wie we onszelf tegenkomen zonder dat we dat toegeven.
Van Gogh had ook een zachte en lieve kant, zeker, maar als de schaduw boven kwam kon hij gevaarlijk priemend zijn met woorden, waarvan hij de effecten nauwelijks overzag.

Botsing
Beroep op vrijheid van meningsuiting, een groot recht, is in dit geval misplaatst. Dat recht is niet bedoeld voor grof krenken en aantasten van iemands waardigheid, die grenst aan vreemdelingenhaat. Ook Wilders lijkt niet vrij van dat laatste. Zijn weerzin tegen hoofddoekendragers duidt ook op angst. Maar Wilders zal binnenkort ruimschoots tegenspel krijgen. Van Gogh kreeg dat helaas te weinig. Ik zelf heb er nu ook spijt van hem niet meer te hebben weersproken. Ik deed dat slechts een keer indirect in juni dit jaar op een symposium. Ik zei toen: "Afgeven op de islam of Aboe Jaya 'de pooier van de profeet" noemen, zoals Theo van Gogh op 8 mei deed, is spelen met vuur" (GA-Magazine, juli '04).

Had ik of hadden we niet ook meer stelling moeten nemen tegen de film 'Submission'? Volkskrantcolumnist Michael Zeeman wijst er terecht op dat er heel wat effectievere en minder confronterende methoden zijn om de achtergestelde positie van allochtone vrouwen aan de orde te stellen dan een film met koranteksten op vrouwenlichamen, verpakt in vitrage.

Geef je door deze kanttekeningen niet een excuus voor de daad van Mohammed B.? Columnist Max Pam zal daar als vriend van Van Gogh in tegenstelling tot collega's als Remco Campert ja op zeggen. Ik niet. Die daad is te gruwelijk voor woorden. Dit geldt ook voor bedreigen. Maar daarnaast kan ik met alle respect voor betrokkenen een analyse geven van de feiten zoals ik ze zie. Ik ben het eens met Freek de Jonge's uitspraak, dat we hier te maken hebben met "een oorlog tussen boze fundamentalisten en fundamentele consumenten, die elkaars universele aanspraken op de wereld betwisten". Een botsing dus tussen aanhangers van de Verlichting en 'reborn-islamieten', die die strijd over hun beider universele aanspraken hard tegen hard uitvechten, daarbij elkaar als fundamentalisten kwalificerend. Niet dat Mohammed B. de tekst van de nagelaten brief allemaal zelf bedacht. Die lijkt eerder van het internet te zijn geplukt, volgens een arabist zelfs bijna letterlijk uit het engels vertaald van de Hamas-website. De teksten dat de 'ongelovige fundamentalisten' de strijd zijn 'begonnen', dat joden en christenen tegen de moslims samenspannen, maar dat het nu de beurt is aan 'de ware gelovigen' en dat Amerika 'ten onder gaat', wijzen op een internationale dimensie. De bezetting en onderdrukking van Palestijnen door Israël en de recente harde polarisatie tussen het Westen en de Arabische wereld ontgaan Nederlandse allochtone jongeren niet. Zodra zij identiteitsproblemen krijgen, zich vervreemd of te weinig serieus genomen voelen en geen baan kunnen krijgen, zijn ze kwetsbaar voor de religieuze geweldsideologie van Al Kaida. Ook door het zien in de media hoe hun moslimbroeders in Israël en Irak worden bejegend.

Die internationale situatie speelt dus mee. Al Kaida geeft gezien het geweldsdenken ernstig genoeg moslims nieuw zelfbewustzijn, zoals in de jaren zestig Che Guevara veel jongeren aansprak. Maar de nationale context is niettemin doorslaggevend. Omdat mensen inzake internationale gerechtigheid zich vaak zo machteloos voelen, beperk ik me nu tot de situatie hier. Men spreekt zowel van een veiligheids- als een integratieprobleem, waarbij rechtse mensen meer de nadruk leggen op het eerste en linkse op het laatste. Maar het is mijns inziens tevens een zingevingsprobleem en ook een kwestie van hoe met elkaar om te gaan. Als angst bij autochtonen de overhand krijgt en schelden een uitlaatklep wordt, schort er duidelijk iets aan de zingeving. Idem als bij allochtonen, de vervreemding doelloosheid en het zich niet geaccepteerd voelen toeslaat.

Bij het met elkaar omgaan is het de kwestie hoe hoog het geweldloosheidsgehalte van een samenleving moet zijn, wil die niet uiteen vallen. Deze is, zo blijkt uit het bovenstaande nu duidelijk lager dan gewenst. Het erge is dat dit niet een item is in de discussies. Er zijn kleine acties tegen 'zinloos geweld'. Ook uit men wel zijn zorgen over toenemende criminaliteit, maar het geweldsdenken en geweldsgedrag jegens elkaar, dus wat nog net kan en wat niet bij het omgaan met elkaar, is normaliter geen onderwerp van publiek debat. Evenmin op de scholen en in het middenveld, althans te weinig. Als de ene cultuur kritiek en beledigingen al gauw opvat als een vorm van geweld en de ander die ziet als vrijheid van meningsuiting, lijkt dit een lacune. Zeker ook, als de ene cultuur nog resten van eerwraak kent en de andere niet. Die lacune is des te schrijnender, omdat de moord van de gereformeerd opgevoede dierenactivist Volkert v.d. G. illustreert hoezeer het denken in termen van het gerechtvaardigde middel voor het goede doel nog leeft of mogelijk toeneemt. Het zal Mohammed B., geboren in Nederland, niet zijn ontgaan, hoe Volkert v.d. G. die moord ten uitvoer bracht. We worden met andere woorden nu tevens met de neus gedrukt op het feit dat we zelf als autochtonen niet klaar zijn met geweld in bredere zin.

En de idealen van de Verlichting dan, waarvoor ook Volkert v.d. G. koos? In Al Kaida ontmoet het Westen de karikatuur van zijn eigen moderne idealen. Geweldloosheid had helaas geen prioriteit in de Verlichtingsidealen. Het ging daarin al gauw na 1789 meer om vrijheid en gelijkheid dan om broederschap. Opmerkelijk is dat 'terreur' (letterlijk:schrikbewind) niet een islamitische maar een westerse uitvinding is en wel een produkt van de Franse Revolutie, toen De Jacobijnse regering, om die revolutie te beschermen tegen reactionaire krachten, een Bewind van Terreur instelde. Het Midden-Oosten kwam in contact met onze idealen van vrijheid en gelijkheid, dus met de moderniteit, maar ook met onze westerse overheersing en uitsluiting. Het moslim-fundamentalisme is - ik zeg dat onder meer met de filosoof Peter Sas en schrijvers als Buruma en Margalit - in die context ontstaan. Moslimterreur is dus enerzijds niet wezensvreemd aan de moderniteit en houdt als zodanig het Westen een spiegel voor - we zien daarin onszelf - , ook al onderwerpt die terreur vervolgens zich paradoxaal genoeg aan een religieuze autoriteit tegen alle moderne idealen in. Gelatenheid en acceptatie stond altijd veel meer centraal in de islam dan zelfmoordmartelaarschap. Dat laatste kwam eerst recent op onder invloed van het contact met de moderniteit. De recente strijd tussen het Westen en radicale exponenten van de islam is dan ook veel meer een strijd tussen verwanten dan men denkt. Er is sprake van een Verlichtingscrisis bij ons. We zijn in verwarring, de moderniteit lijkt zichzelf in de staart te bijten. Bin Laden, Mohammed B., Volkert vd G., Van Gogh en Fortuyn zijn allen militante vertegenwoordigers van de moderne middenklasse, die nauwelijks meer weten wat tolerantie en geweldloosheid is, zij het dat de eerste drie de grens van dodelijk fysiek geweld overschreden en de laatste twee niet.

Misschien is dat zichzelf in de staart bijten van de moderniteit wel het belangrijkste signaal wat uit '2 november' naar voren komt. Niet in de laatste plaats het signaal dat we, vasthoudend aan onze idealen en grondrechten, de vraag van geweld en geweldloosheid grondig aan de orde moeten stellen, dus de vraag hoe met elkaar om te gaan. Christendom (Augustinus) en humanisme (Erasmus) deden er wat aan, maar de Verlichting liet het liggen. Het lijkt thans de uitdaging daar wat aan te doen, als geen geringe bijdrage aan wat burgemeester Cohen noemt 'de boel bij elkaar houden'. Ook via het werken aan het serieus nemen van elkaar en het zich thuis laten voelen in de samenleving. Dat is beter dan overdreven paniekreacties over moslimterrorisme. Voor de korte termijn is alert zijn en effectieve AIVD-actie geboden, zeker, maar op de langere termijn heeft de beweging van de gewelddadige islamisten geen toekomst. De Franse arabist Kepel meent dat ze nu al op de terugtocht is. Het zijn wanhoopsreacties van gefrustreerde moslims die hun 'de moderne tijd ingesleurd zijn' nog niet kunnen accepteren. Anderzijds is het verzet van moslims tegen het fundamentalisme groeiende, ook in Nederland Volgens de Syrische hoogleraar en Erasmusprijswinnaar Sadikal-Azim is de islamitische wereld 'geen partij voor het westen' en trekken de extremisten spoedig aan het kortste eind. Dat alleen al, voeg ik toe, omdat ze in de rancune zijn gaan zitten en geen positief program hebben.

(Dr Hans Feddema is publicist, antropoloog en actief in de vredesbeweging en de Linker Wang)

Dit artikel is verschenen in Kleintje Muurkrant nr 398, 17 december 2004