Naftaniël in de bocht
Op 28 september jongstleden vond in het Amsterdamse Oosterpark een benefiet-evenement plaats ten bate van de Stichting Kifaia, een organisatie die fondsen bijeenbrengt voor medische hulp aan gewonde jongeren in de Gazastrook.
door Peter Edel
Dit culturele evenement was een zeer geslaagde gebeurtenis. diverse sprekers -waaronder Gretta Duisenberg- en muziekgroepen traden op om zoveel mogelijk geld voor Kifaia te collecteren. Er werd in totaal 6000 euro opgehaald. Dit bedrag is onlangs tijdens een speciale bijeenkomst van het organiserende platform "Stop de oorlog tegen de Palestijnen" overhandigd aan Anja Meulenbelt van de stichting Kifaia. Een andere positief punt was dat de organisatie vrijwel vlekkeloos verliep. Er heerste een ontspannen sfeer en de op de achtergrond aanwezige mobiele eenheid hoefde niet in actie te komen; ook niet toen een pro-Israëlische provocateur voor enig rumoer zorgde. Het stadsdeel Amsterdam-Oost bevestigde het succes door een gift ter grootte van de eerder afgedragen gemeentelijke leges.
Ondanks alle positieve respons zag De Telegraaf op 2 oktober jl. kans een uiterst negatief artikel te publiceren, waarin de directeur van het "Centrum Informatie en Documentatie Israël" (CIDI) Ronny Naftaniël alles uit de kast haalt om het benefiet-evenement alsnog in een kwaad daglicht te plaatsen (1). Naftaniël en De Telegraaf gingen volledig voorbij aan de doelstelling van deze manifestatie geld bijeen te brengen voor de stichting Kifaia. Aan de gewonde kinderen waar deze organisatie zich voor inzet hebben Naftaniël en De Telegraaf duidelijk geen boodschap. In plaats daarvan wekte deze krant de indruk dat het collecteren van geld voor de radicale organisatie Hamas het uitgangspunt van het benefiet-evenement was. Of zoals De Telegraaf het beschreef: "Volgens ooggetuigen gingen bij de manifestatie waar mevrouw Duisenberg als sterattractie optrad de collectebussen rond en werden acceptgiro's verspreid voor donaties aan de Stichting Al-Aqsa, die volgens inlichtingendiensten gelden zou doorsluizen naar Hamas". En daar bleef het niet bij, want de kop van het artikel "Opnieuw Palestijnenrel, tijdens 'vredesmanifestatie' geld ingezameld voor Hamas-terroristen" suggereerde dat het bijeengebrachte geld zal worden gebruikt voor gewelddadige acties tegen Israël. Dat er collectebussen rondgingen voor de in Rotterdam gevestigde stichting Al-Aqsa is een pertinente onwaarheid. Want collectebussen waren er alleen voor de stichting Kifaia. Wat betreft een eventuele inzameling door de stichting Al-Aqsa tijdens het benefiet-evenement zijn op 8 oktober jl. vragen in de Tweede Kamer gesteld door de leden Rouvoet (ChristenUnie) en Van der Staaij (SGP). In zijn antwoord van 18 november jl. bevestigde Minister Remkes van Binnenlandse Zaken de doelstelling van het benefiet-evenement. Hij sprak de bewering tegen dat er een verband zou bestaan tussen de stichting Al-Aqsa en het organiserende platform "Stop de oorlog tegen de Palestijnen". Verder is er volgens Remkes geen bewijs voor te leveren dat de stichting Al-Aqsa heeft ingezameld tijdens het benefiet-evenement: "De manifestatie in het Oosterpark in Amsterdam is georganiseerd door het Platform stop de oorlog tegen de Palestijnen. Het platform is een samenwerkingsverband van vijftig organisaties. Doel van de bijeenkomst was fondsenwerving ten behoeve van gehandicapte Palestijnen. De middelen waren met name bedoeld voor de stichting Kifaia die werkzaam is in de Gazastrook. Voor de fondsenwerving is door de gemeente Amsterdam een evenementenvergunning versterkt. De stichting Al-Aqsa maakt geen onderdeel uit van het Platform Stop de oorlog tegen de Palestijnen. Het inzamelen van geld voor deze stichting kan niet worden bevestigd".
Als er tijdens het benefiet-evenement toch een verdwaalde acceptgiro van de stichting Al-Aqsa is opgedoken, dan is de organisatie daar achteraf zeker niet blij mee. Niet alleen omdat Al-Aqsa geen deel uitmaakt van het platform, maar ook omdat een collecte voor een ander humanitair doel dan de stichting Kifaia voor onduidelijkheid had kunnen zorgen, niet in de laatste plaats bij het stadsdeel Amsterdam-Oost.
Dat andere organisaties van de gelegenheid gebruik zouden maken om drukwerk te verspreiden, was moeilijk te voorkomen. Daarvoor was het gebied waar het evenement plaatsvond te uitgestrekt. Maar hoe dan ook: het uitdelen van acceptgiro's door de stichting Al-Aqsa viel niet onder de verantwoording van het platform. Voor het verspreiden van dergelijk drukwerk is geen vergunning vereist. In principe had het CIDI die dag ook een inzamelingsactie in het Oosterpark kunnen houden door acceptgiro's uit te delen. Los van de vraag of er veel was opgehaald, had het platform dit niet kunnen verbieden. Het aanwezige 'vredesteam' van de politie kon het verspreiden van drukwerk evenmin verhinderen. Voor zover er al acceptgiro's van de stichting Al-Aqsa zijn aangetroffen door de politie, is daar in ieder geval niet tegen opgetreden. En dat terwijl de heren agenten erg attent waren op meegebrachte teksten in verband met niet getolereerde leuzen (2).
De AIVD
Dat de stichting Al-Aqsa de aandacht heeft van de "Algemene Inlichtingen en Veiligheidsdienst" (AIVD - de opvolger van de BVD), zoals De Telegraaf schrijft, valt niet te ontkennen. Het laatste jaarverslag van de AIVD bevestigt dat de stichting Al-Aqsa geld inzamelt voor Hamas. Toch laat de AIVD zich aanmerkelijk genuanceerder uit dan De Telegraaf en Naftaniël. Zo acht men niet bewezen dat de door de stichting Al-Aqsa ingezamelde gelden worden aangewend voor terroristische acties. Daarom was er voor de AIVD geen reden het openbaar ministerie te adviseren een strafrechtelijk onderzoek in te stellen. Dat laatste werd 14 oktober jl. nogmaals bevestigd in een brief van Minister Remkes aan de Tweede Kamer. Aanleiding tot dit schrijven waren kamervragen, gesteld door de leden Cornielje, Wilders (VVD) en Teeven (Leefbaar Nederland). In zijn antwoord schreef Minister Remkes dat een onderzoek van de AIVD naar de stichting Al-Aqsa geen "aanleiding heeft gegeven tot uitbrengen van een ambtsbericht aan het openbaar ministerie betreffend mogelijk strafbare feiten" (3). De AIVD is er zeker niet om radicale moslimorganisaties te beschermen, zoveel is duidelijk. Het ligt dan ook voor de hand dat men zeker alarm had geslagen als er de geringste reden was om de stichting Al-Aqsa in verband te brengen met de gewelddadige acties van Hamas. Maar daar is dus geen sprake van.
Geheel terecht stelt de AIVD in zijn jaarverslag vast: "Naast gewelddadige activiteiten ontplooit de Palestijnse Hamas in de Palestijnse gebieden ook veel sociaal-maatschappelijke activiteiten". Hamas is berucht vanwege zelfmoordaanslagen, maar dat is slechts één kant van deze organisatie. In de praktijk is alleen de "Izz al-Din al-Qassem" afdeling betrokken bij geweld tegen Israël. Andere afdelingen van Hamas kennen sociale doelstellingen, zoals het verstrekken van voedsel aan de door armoede getroffen bevolking in Gaza. Terwijl de kliek van Yasser Arafat de periode van de Oslo-akkoorden gebruikte om zichzelf te verrijken, bleef voor Hamas als geheel het sociale beleid voorop staan.
Aan deze humanitaire kant van Hamas gaan De Telegraaf en Naftaniël, in tegenstelling tot de AIVD, volledig voorbij. In plaats daarvan wordt de indruk gewekt dat een collecte voor Hamas onherroepelijk in verband staat met aanslagen op Israëlische doelen. Het staat De Telegraaf en Naftaniël vrij dit te beweren, maar de bewijsvoering is in dat geval aan hen. En daar wringt de schoen, want van bewijs dat het door de stichting Al-Aqsa ingezamelde geld wordt gebruikt voor terreurdaden van Hamas ontbreekt in het bewuste artikel ieder spoor. Bovendien kan men niet hard maken dat er een verband bestaat tussen de stichting Al-Aqsa en de organisatie van het benefiet-evenement. Zolang deze bewijzen niet zijn geleverd, behoren de verdachtmakingen van De Telegraaf en Naftaniël tot de categorie smaad, c.q. laster.
Er is voor degenen die het benefiet-evenement een succes hebben gemaakt alle reden beledigd te zijn over deze kwaadaardige roddel, want de intentie is overduidelijk. Het gaat De Telegraaf en Naftaniël er dit keer niet in de eerste plaats om de stichting Al-Aqsa door het slijk te halen, want dat heeft men bij eerdere gelegenheden al afdoende gedaan. Deze keer draait het vooral om het in diskrediet brengen van het benefiet-evenement. Dat het platform "Stop de oorlog tegen de Palestijnen" en het comité "Stop de bezetting" van Gretta Duisenberg daarbij stenen des aanstoots zijn, is zonneklaar. Momenteel gaat voor pro-Israëlische kringen geen middel te ver gaat om kritiek uit deze richting op de Israëlische regering de mond te snoeren. Dat blijkt alleen uit het feit dat dreigementen met de dood zo langzamerhand tot het dagelijks leven van het echtpaar Duisenberg behoren. De lafhartige criminalisering van het benefiet-evenement door De Telegraaf, op basis van onjuiste informatie over een organisatie die niets met het platform "Stop de oorlog tegen de Palestijnen" te maken heeft, bevestigt het beeld dat de pro-Israëlische lobby in Nederland zich niet aan fatsoen gebonden voelt.
Israël en Hamas
Eén saillant detail mag bij dit alles niet onvermeld blijven. Want Israël heeft een merkwaardige relatie met fundamentalistische moslims. De leiders van de joodse staat verklaren regelmatig -en niet ten onrechte- dat Hamas een grote bedreiging is voor de veiligheid van Israël. Waar zij niet over spreken, is dat de fundamentalistische moslimbroederschap waar Hamas uit voort is gekomen, in de jaren zeventig en tachtig gestimuleerd en zelfs gefinancierd is door Israëlische regeringen (4). Oorspronkelijk was de islamitische beweging in de bezette gebieden van weinig politieke betekenis. Maar na de oorlog van 1967 bouwden moslimorganisaties een goede reputatie op onder Palestijnen door sociaal werk in vluchtelingenkampen. Toen de Arabische liga in 1973 de PLO accepteerde als enige vertegenwoordiger van de Palestijnen, begonnen de Israëlisch leiders bruikbare kanten in de Palestijnse moslims te herkennen. De leiders van de joodse staat meenden toen dat zij het seculiere PLO nationalisme van een opponent binnen eigen gelederen konden voorzien door het religieuze leven en de sociale projecten van Palestijnse moslims te stimuleren. Dit Israëlische beleid leek enigszins op de strategie van het voormalige apartheidsregime in Zuid-Afrika. Daar steunde men de "Inkatha" beweging als tegenhanger van het ANC om de zwarte bevolking verdeeld te houden (5). In de Gaza-strook en de Westbank kwam het er op neer dat islamitische organisaties toestemming en financiële steun van de Israëlische regering kregen voor het bouwen van o.a. moskeeën, ziekenhuizen en islamitische universiteiten. Zo mocht de latere Hamasleider Sheikh al-Yassin in 1973 in Gaza een islamitisch centrum beginnen. Waar Israël toen geen rekening mee hield, was de revolutie in Iran in 1979. Daardoor kreeg de islamitische beweging een meer politiek karakter, met als gevolg dat meer Palestijnen zich erbij aansloten. Vooral naar aanleiding van de intifada eind jaren tachtig zochten veel Palestijnen aansluiting bij islamitische organisaties. Zoals bij Hamas, dat uitgroeide tot één van de belangrijkste opponenten van de PLO.
Maar het liep anders dan de Israëlische leiders in eerste instantie voor ogen stond. Want zij hielpen op deze manier een monster te creëren dat zich later in alle opzichten tegen hen zou keren. Het oorspronkelijk uitsluitend op religieuze principes gebaseerde proces van de "jihad" -de heilige oorlog- transformeerde bij militante islamitische organisaties tot een bron van haat en geweld. Daarmee ontwikkelde zich een karikatuur van de islam, precies zoals de geloofsbeleving van joodse fundamentalisten in Israël een karikatuur werd van het oorspronkelijke judaïsme. Ook in andere opzichten is deze islamitische ideologie tot op de dag van vandaag een spiegelbeeld van met name het revisionistische en religieuze zionisme. Waar Likud en de militante kolonistenorganisatie Gush Emunim zich in essentie geen islamieten in de joodse staat kunnen voorstellen, daar streeft Hamas naar een moslimstaat in Palestina met zo min mogelijk joden. In dit kader begonnen radicale islamieten begin jaren tachtig met gewapende acties tegen Israël. Toch zou het tot 1989 duren voordat de relatie tussen Israël en de islamitische beweging drastisch verslechterde. De aanslagen van militante moslims zorgden er toen voor dat de gehate Yasser Arafat alsnog als een beter geschikte gesprekspartner voor Israël naar voren kwam.
Dat Israël in het verleden activiteiten van moslimorganisaties heeft gestimuleerd mag niet tot de gevolgtrekking leiden dat de leiders van de joodse staat verantwoordelijk zijn voor latere aanslagen van Hamas. PLO-voorzitter Yasser Arafat heeft dit weliswaar beweerd, maar hij kon daar geen bewijs voor leveren (6). Aan de andere kant is het evident dat de Israëlische regering, door het stimuleren van sociale projecten van de islamitische beweging, sterk heeft bijgedragen aan de populariteit onder Palestijnen van groeperingen als Hamas. Maar dat vertelt Ronny Naftaniël er natuurlijk niet bij als hij de humanitaire kant van deze organisatie negeert om een benefiet-evenement voor gewonde jongeren met terrorisme in verband te kunnen brengen.
1. Joost de Haas, "Opnieuw Palestijnenrel", De Telegraaf, woensdag 2 oktober 2002
2. Zie in dit verband: "Bush, Hitler en Chaplin" in Kleintje Muurkrant nummer 373
3. Remkes: "Geen verbod van Al-Aqsa", NRC Handelsblad, dinsdag 15 oktober 2002
4. Roemer van Oordt, "geloven in een Palestijnse staat: de islamitische beweging in Palestina. 50 jaar Israël, vergeten aspecten, pijnlijke feiten", Stichting Palestina Publicaties, Amsterdam, p.133-134
5. Arthur Gavshon en Enoch Mthembu, "Inkatha confirms Israeli training", The Weekly Mail, 19-3-1993
6. Israel Shahak, "Open Secrets", London: Pluto Press, 1997 (p.179)
Dit artikel is verschenen in Kleintje Muurkrant nr 374, 20 december 2002