Patroon in Zimbabwaans staatsgeweld
eerst explosief, dan gedoseerd om de angst erin te houden
Op 15 april dit jaar vermoorden oorlogsveteranen in Zimbabwe de blanke boer David Stevens. Eerst wordt hij ontvoerd, vervolgens tot bloedens toe in elkaar geslagen en tenslotte door het hoofd geschoten. Stevens was actief lid van de oppositiepartij Beweging voor Democratische Verandering (MDC). Naderhand zijn nog drie andere blanke boeren gedood door aanhangers van de regeringspartij.
door Els Govers
Blanke boeren vermoordt in Zimbabwe. Het Westen reageert verontwaardigd. Het lijkt erop dat de terreur en intimidatie pas wereldnieuws worden als blanken daarvan het slachtoffer worden. Maar het georganiseerde geweld van de staat is allang aan de gang en discrimineert niet op huidskleur. Een ieder die aanhanger is van de oppositie, kan het doelwit worden. Officiële rapporten laten een dodental zien van 31 van wie vier blanken. Ook na de verkiezingen van 24 en 25 juni 2000, gaat het geweld door.
Wat voor patroon hebben de gewelddadigheden? De Zimbabwaanse organisatie Amani Trust brengt schendingen van mensenrechten in kaart, tracht de daders voor het gerecht te slepen en biedt hulp aan overlevenden van georganiseerd geweld. Een gesprek met geneeskundig directeur Tony Reeler.
Het kantoor van Amani Trust ligt in het centrum van de hoofdstad Harare, vlakbij onder het wakend oog van het hoofdkwartier van de regeringspartij ZANU-PF. Een bewaker vraagt waarvoor ik kom, en zonder me verder te hoeven identificeren stap ik het gebouw binnen. Reeler praat bewogen. Meer als een actievoerder dan als een psychotherapeut. Geweld rondom de verkiezingen. Is dat niet een normaal verschijnsel in Zimbabwe? "Ja, als je kijkt naar voorafgaande verkiezingen is het er altijd al geweest. Gewoonlijk stopt het net voor de verkiezingen. Tot de volgende verkiezingen. Maar nu startte het geweld lang voor de verkiezingen. Op zeer grote schaal; met name in de provincies Mashonaland centraal, oost en west, delen van de Midlands, en in de stad Gokwe. We verwachtten geen kleinschalige oorlog. Ook verwachtten we niet dat het door zou gaan tot na de verkiezingen."
Gelet op de verkiezingsuitslag, heeft het geweld effect gehad. In gebieden met de meeste terreur, heeft de MDC de minste zetels behaald. Reeler legt uit dat het geweld begonnen is nadat president Robert Mugabe het referendum in februari dit jaar heeft verloren. Van de bevolking zei 55 procent "nee" tegen een nieuwe grondwet die president Mugabe na 2002 nog twee ambtstermijnen zou gunnen en gedwongen landonteigeningen mogelijk zou maken. Reeler: "We zagen dat het kader van de MDC het doelwit werd. Dat was de eerste fase. Bij de daarop volgende fase voerden militante ZANU-aanhangers terreur uit vooral gericht tegen MDC leden. Honderden mensen zijn gemarteld en duizenden gedwongen deel te nemen aan nachtelijke 'heropvoedingsbijeenkomsten'. Het geweld strekte zich letterlijk uit tot de poorten van de verkiezingslokalen. De verkiezingen zelf waren grotendeels vredelievend. Geen geweld maar wèl intimidatie. Toen de uitslag bekend was, kwam het geweld weer terug, maar in mindere mate."
De ZANU-PF verliest voor het eerst na twintig jaar hegemonie bijna de helft van haar zetels, maar wint toch nog de parlementsverkiezingen met 62 zetels. De nieuwe MDC wint 57 zetels en vecht de winst van 28 ZANU zetels aan. Reeler: "In townships waar de ZANU is verslagen, valt het leger nu burgers aan. Door de huidige terreur, hoeft de regering met het oog op de presidentsverkiezingen in 2002, niet zo veel meer te doen om de angst te laten voortbestaan."
Opgeleiden
Volgens Reeler is het geweld vooral gericht tegen docenten en gezondheidswerkers. Het regime stelt hen, de opgeleiden, hoofdzakelijk verantwoordelijk voor het verlies bij het referendum. Verpleegkundigen werden ontvoerd en verkracht. Personeel dat slachtoffers van politiek geweld hielp, beschouwde de geheime dienst als MDC-aanhangers. Uiteindelijk moesten sommige klinieken door de voortdurende gewelddadigheden sluiten. "Door gezondheidswerkers en patiënten aan te vallen, voelen de mensen zich niet meer veilig in een kliniek. In een samenleving is het van cruciaal belang dat een ziekenhuis een veilige plek is. Door docenten te intimideren, creëer je ook angst onder de leerlingen; de volgende generatie."
Landarbeiders zijn ook vaak slachtoffer van geweld. Zij worden de dupe van de illegale landbezettingen van ongeveer duizend commerciële boerderijen door ex-guerrilla's, militante ZANU-jongeren en sinds kort ook door militairen. Deze bezettingen worden door de president aangemoedigd. De politie grijpt nauwelijks in. De wet wordt genegeerd. In september berichtte de kritische krant The Daily News dat op sommige boerderijen landarbeiders niet meer zonder weerstand hun hutten in brand laten steken. Volgens Reeler is het huidige patroon van geweld hetzelfde als in de tachtiger jaren. Toentertijd woedde in Matabeleland, in het zuiden van Zimbabwe, een bloedige strijd tegen zogenaamde dissidenten. Ook toen was er eerst, in 1983 en 1984, een explosie van geweld uitgevoerd door een speciale legereenheid. Begin 1983 vermoordde deze beruchte Vijfde Brigade in een paar weken tijd meer dan tweeduizend burgers, duizenden werden mishandeld en honderden hutten werden in brand gestoken. Mensen werden gedwongen deel te nemen aan partij-bijeenkomsten. Zo'n 'vergadering' eindigde vaak in openbare executies. Na een paar jaar nam het geweld af en werd het zo gedoseerd dat de schrik bij de bevolking erin bleef. Amani Trust schat dat de helft van de volwassen inwoners van Matabeleland psychisch beschadigd is door die tijd. Bovendien heeft ongeveer tien procent van de groep Zimbabwanen ouder dan dertig jaar in meer of mindere mate last van trauma's opgelopen tijdens de bevrijdingsoorlog voor 1980, toen Zimbabwe nog Rhodesië heette en bestuurd werd door het minderheidsregime van Ian Smith. "We moeten constateren dat de gruwelheden een geweldig groot gezondheidsprobleem hebben veroorzaakt. Het aantal mensen dat daardoor psychische stoornissen heeft, ligt hoger dan op het epidemisch niveau van HIV. Het is een immens groot probleem."
De directeur benadrukt dat Amani Trust de slachtoffers in Matabeland anders benaderd dan de slachtoffers van de bevrijdingsoorlog. "Matabeland heeft veel meer te maken met 'vermisten' en met mensen die op onbekende plekken zijn begraven. Herbegraven is daar veel meer een issue. Er heerst daar meer saamhorigheid vanwege het eenduidig beeld van hun vroegere vijand. In Mashonaland ligt het veel gecompliceerder. Daar heb je slachtoffers van de guerrilla's èn van Rhodesiërs. Daar wonen de daders nog onder de bevolking en iedereen zwijgt. Onze taak is dat te doorbreken."
Eenmalige behandeling
Amani Trust heeft haar eigen strategie ontwikkeld om slachtoffers op te vangen. "Het westers behandelingsmodel werkt hier niet, ook gezien de armoede. Mensen hebben allereerst al een groot probleem om naar het ziekenhuis te komen vanwege de hoge transportkosten. We moeten ons concentreren op een eenmalige behandeling. We gaan niet direct met het trauma aan de slag, maar werken met andere daaruit voortvloeiende problemen zoals voortdurend geldgebrek. De meerderheid van de slachtoffers heeft op de één of andere manier grotere problemen dat hun buren. Ze zijn armer, hebben minder voedsel en slechtere huizen. We proberen hun sociaal-economische status te verbeteren. Je kunt niet genezen als je onder voortdurende stress staat door tekort aan geld en voedsel. Zo zijn we gestart met het opzetten van gemeenschappelijke moestuinen zodat ze zich beter kunnen redden." Reeler en zijn collega's geven ook workshops voor medisch personeel zodat zij patiënten die beschadigd zijn door het geweld beter kunnen herkennen en opvangen. Sommige cursussen zijn gericht op medisch forensisch onderzoek.
Alhoewel Reeler opgeleid is als psycholoog, is hij geen uitvoerende therapeut. Als blanke komt hij toch uit een andere cultuur. Hij vindt het effectiever om zijn kennis en vaardigheden door te geven. "Alleen kan ik maar veertig tot zestig mensen per week zien. Door tien verpleegkundigen te scholen kan ik me ervan verzekeren dat wekelijks rond de vijfhonderd mensen geholpen worden."
Voor overlevenden van het huidige geweld heeft Amani Trust een medisch fonds opgericht. Vele gewonden moeten namelijk in een privé-ziekenhuis behandeld worden. En dat kost veel geld. In een overheidsziekenhuis lopen zij immers gevaar vanwege de geheime dienst (CIO), licht Reeler toe. Hij geeft een voorbeeld: de geheime politie had een man in elkaar geslagen en vervolgens fietsspaken in zijn anus en penis geduwd. Het slachtoffer verklaarde dit aan de pers. Later kreeg hij een abces aan zijn nieren. De zwaargewonde werd naar een overheidsziekenhuis gebracht waar de CIO hem bezocht en hem bedreigde. "Van alle martelingen zijn de psychische gevolgen het ergst", stelt Reeler. "Een arm geneest, een brandwond geneest, maar psychische verwondingen genezen nauwelijks. Dat is het erge van deze campagne. Ze zijn zo slim. Bovendien hebben wij, door het uitbrengen van al die mensenrechtenrapporten, uit de doeken gedaan hoe erg hun psychologische oorlogsvoering is. Door hun gewelddadigheden en de gevolgen daarvan vast te leggen, bevestigen we voor hen dat hun methode werkt, en wel op zeer grote schaal."
Preventie
Samen met acht andere niet-gouvernementele organisaties heeft Amani Trust een mensenrechtenforum gevormd. Het forum legt het accent op het straffen van de schenders van mensenrechten en schadeloosstelling voor de slachtoffers. Zo wil zij druk uitoefenen op de staat en het geweld een halt toeroepen. Zij heeft voor deze preventieve benadering gekozen vanwege de straffeloosheid in de jaren zeventig en tachtig. Zowel diegenen die zich schuldig hebben gemaakt aan gewelddadigheden in de bevrijdingsoorlog als in de dissidentenoorlog in Matabeleland, hebben gebruik kunnen maken van amnesty-wetten. "Je kunt niets tegen deze daders doen. Je kunt ze niet vervolgen en je kunt ook geen schadeclaim indienen," zegt een verontwaardigde Reeler. "Nu zagen we de kans om aan preventie van politiek geweld te werken omdat op dit moment geen amnesty-wet van kracht is." Door de recente beslissing van de Zimbabwaanse regering is deze hoop op gerechtigheid ook weer de grond ingeboord. Mugabe heeft 10 oktober besloten om algemene amnesty te verlenen voor alle misdaden met een 'politiek' motief die dit jaar voorafgaand aan de verkiezingen zijn gepleegd. Wederom ontspringen de daders de dans. Amani Trust coördineert nu bijeenkomsten van slachtoffers waarin zij hun eisen kunnen formuleren bijvoorbeeld inzake compensatie. Het leger en de politie zijn inmiddels aangeklaagd voor gewelddadigheden tijdens het voedseloproer in 1998. In vijf dagen tijd zijn toen acht mensen vermoord, duizenden gearresteerd en vielen er vele gewonden. Er lopen nu 41 zaken waarvan bijna de helft is voorgekomen voor de rechter. In zestien gevallen zijn de aanklagers in het gelijk gesteld.
Volgens Reeler hebben deze bijeenkomsten van slachtoffers een genezende werking. "Het stilzwijgen kan zo doorbroken worden. Ze zijn geïsoleerd geraakt. Als ze hun lot in eigen hand nemen, worden ze sterker en zullen ze in staat zijn om voor zichzelf op te komen."
Dit artikel is verschenen in Kleintje Muurkrant nr 351, 15 december 2000