Gevolgen van uraniumwinning
De Nederlandse uraniumverrijking in Almelo en de Duitse in de grensplaats Gronau verlenen hun diensten aan diverse kerncentrales. Beide uraniumfabrieken bevinden zich nabij Enschede en zijn van de firma Urenco. Het uranium wordt onder meer gewonnen in de Verenigde Staten, ruim de helft daarvan in Indianenreservaten.
door Theo Radestra
Het land dat de Indianen aan het eind van de vorige eeuw nog in hun bezit hadden, leek in eerste instantie waardeloos te zijn. De kolonisten hadden er geen interesse in. Juist in de 20ste eeuw bleek dit land echter over enorme rijkdom te beschikken. In de tweede helft kwam de grootschalige exploitatie van uranium op gang. Cijfers uit 1988 tonen aan dat 50 tot 60 procent van de Amerikaanse voorraden aan uraniumerts zich onder de reservaten bevinden. Het Bureau of Indian Affairs heeft mijnbouw altijd aangemoedigd als bron voor inkomsten voor de reservaten. Via stamraden konden mijnbouwmaatschappijen vaak gemakkelijk toestemming krijgen voor ontginning. Voor een deel heeft de mijnbouw ook werkgelegenheid opgeleverd op de reservaten. Maar de gevolgen waren vaak rampzalig. Een voorbeeld hiervan is wat gebeurde op het land van de Dineh, beter bekend als de Navajo.
vooruitgangs-opoffering
Tijdens de Tweede Wereldoorlog begon de onderneming Vanadium Corporation met het delven van uranium op het Dineh-reservaat. In de jaren vijftig kregen ook andere ondernemingen pachtverdragen, waaronder de multinational Kerr McGee. Deze verliet in de jaren zeventig het gebied en liet daarbij een berg radioactief afval achter van zo'n 1,7 miljoen ton. De mijnwerkers die in niet-geventileerde mijnen hun werk hadden gedaan waren niet voorgelicht over de gevaren van het werk. Achteraf bleek dat de Amerikaanse gezondheidsdienst van 1954 tot 1960 een testgroep van 4.100 uraniummijnwerkers had gecontroleerd, zonder hen te vertellen waarom dit werd gedaan. Toen al bleek een groot percentage van deze mijnwerkers aan longkanker te lijden. Honderden Dineh-mijnwerkers zijn sinds die tijd aan kanker overleden. In de mijnbouwgebieden op het reservaat, zoals Shiprock en Farmington, bleek het aantal kankergevallen onder de bevolking 15 keer zo hoog te zijn als het landelijk gemiddelde. De uraniumgebieden werden in de Verenigde Staten aangeduid als National Sacrifice Areas (nationale opofferings-gebieden). Met andere woorden: men was van mening dat de Indianen zich moesten opofferen voor de Amerikaanse vooruitgang.
Herdenking slachtoffers
Jaarlijks wordt nabij de uraniumfabrieken in Almelo en Gronau de Tsjernobyl-ramp van 26 april 1986 herdacht. Wanneer de directie van Urenco geconfronteerd wordt met de situatie van inheemse volken rond uraniummijnen in Noord-Amerika, Afrika of Australiƫ, is het standaard antwoord: "Het uranium is niet van ons, maar van onze klanten." Hieruit blijkt dat Urenco nog geen enkel besef heeft van haar maatschappelijke verantwoordelijkheid. Daarom zou de herdenking in de toekomst in het teken moeten staan van alle burgerslachtoffers van de civiele toepassing van kernenergie. Zaterdag 21 april 2001 vindt om 12.00 de herdenking van 15 jaar Tsjernobyl plaats voor de poort van Urenco te Almelo.
(Tekst is gebaseerd op "DE Indiaan bestaat niet", Maria van Kints, Stichting NANAI, 1999)
Meer informatie bij het Nederlands Euregionaal Nucleair Overleg (NENO)
Dit artikel is verschenen in Kleintje Muurkrant nr 351, 15 december 2000