Racisme van je eige
('n Fins kerstverhaal)
Als allochtoon van weliswaar West-Europese komaf, geniet ik in Finland toch maar 'n betrekkelijke luxe. Onafhankelijk van je huidskleur, loop je hier vroeg of laat stuk op de taal en alle immigranten hebben de makke dat 'we' in aantal niemendal voorstellen. Binnen de kleine groep buitenlanders geldt het recht van de sterkste en ik moet mezelf toegeven dat ik minstens twee keer naar beneden getrapt heb om boven te blijven.
Voor de meeste Finnen is buitenland ver weg en verdeeld in twee soorten. Affiniteit wordt gevoeld met Zweden, eens de kolonisator maar sindsdien nog steeds de maat van vele dingen, of het nu de economie betreft of het onderwijs. Aan de andere grens ligt 'de vijand'. De Russen hebben het land ook ooit bezet maar mogen zich geenszins in de populariteit van de Zweden verheugen. De voormalige Sovjet Unie en haar bewoners staan voor arm, dom en zielig.
Van de nog geen honderdduizend allochtonen komt het leeuwendeel uit of via Rusland. Is het al geen pretje om met die afkomst belast te zijn, 'n regelrechte hel is deze samenleving voor de ongeveer tienduizend Roma's. En dat zijn op de keper beschouwd niet eens 'buitenlanders'. Desalniettemin is in hun gelederen de werkloosheid het hoogst (bijna 100 %, tegen ongeveer 50 % voor de vreemdelingen) en de scholingsgraad het laagst.
De vooroordelen jegens hen doen me soms de oren tuiten. Zij kleden zich hier volgens hun tradities en in het volksgeloof dragen de vrouwen de wijde, zwarte hoepelrokken om zoveel mogelijk te kunnen stelen. 'n Verlichte Fin vertelde me dat de wijdverbreide afkeer voortkomt uit jaloezie: de Roma's durven iets waarvoor de Finnen het lef niet hebben: onbekommerd van de sociale dienst leven.
Na de opheffing van onze dorpswinkel trok 'n Roma-gezin in het lege gebouw. Moeder Lindemann reed met tweedehands kledij langs de boeren, haar man was 'n muzikale duizendpoot, 's zomers trok de familie per caravan door Lapland. Drie jaar geleden raakten zij en ik betrokken bij het plaatselijke zomertheater. De eigenaar trok mij aan als regisseur en wilde voor de hoofdrol de jongste dochter van de Lindemanns.
Het toverwoord 'zomer' verzoet in dit doorgaans koude en donkere oord zelfs de bitterste pil. Het openluchttheater verschaft vooral 'n excuus om in de zon te zitten, ook aan de acteurs. Mijn meerwaarde zat alleen in mijn exotische naam. De eigenaar zaaide verdeeldheid onder mijn overige, onbetaalde spelers door geld te willen neertellen voor het meisje omdat ze ooit tweede of derde was geworden in een karaoke-wedstrijd.
Zijn moeizame onderhandelingen met de Lindemanns bliezen de geldschieter het geloof in dat de potentiële partners andere plannen hadden met het kind. 'Denk jij ook niet dat ze haar liever voor prostitutie gebruiken?' vroeg hij mij nadat wij weer 'n hele avond door de familie op eten en drinken waren onthaald. Ik walgde van de hele situatie. Maar ook voor mij zou de haan drie keer kraaien.
Op de dag van de première bleek 'n overeenkomst met gesloten beurzen bereikt. In ruil voor de medewerking van de dochter mocht moeder Lindemann haar handelswaar uitstallen op de parkeerplaats voor het theater. Het slechtst mogelijke compromis. Nadat vier, vijf auto's vaart hadden geminderd om vervolgens toch voorbij te rijden, zonk mij de moed in de schoenen.
Drie betalende bezoekers trok die eerste voorstelling, nog geen honderd bij elkaar de daarop volgende elf. Daarna haakten mijn acteurs af en vroeg de eigenaar faillissement aan. Voor het debâcle waren vele redenen, maar mijn analyse ervan voelt nog altijd alsof ik mijn ziel aan de duivel verkocht. Ik heb mijn redenering nooit ter sprake gebracht maar misschien had ik dat wel moeten doen, moeder Lindemanns prominente aanwezigheid als een geuzendaad naar de plaatselijke krant moeten brengen. In plaats van te zwijgen.
Toeristen komen hier nauwelijks en voor de meeste Finnen blijft de ervaring van het buitenland beperkt tot 'n bootreis naar Stockholm of Tallinn. Vreemde talen leert men hier dan ook vooral om er op verjaardagen en partijtjes mee te kunnen pronken. Ik heb 'n paar jaar op freelance basis Engels en Duits kunnen doceren. Maar daaraan kwam een eind toen mijn collega tuinieren en koken 'die talen er wel bij kon nemen' om haar vaste aanstelling niet in gevaar te brengen.
Omdat ik vermoedde dat het hier 'n structureel verschijnsel betrof, ging ik me omscholen in de IT-sector. Via het arbeidsbureau, omdat die werkervaringsplaatsen te vergeven hebben. 'n Andere manier om met een potentiële werkgever in contact te komen is hier voor 'n buitenlander niet. De Finse taal is in dit opzicht scherprechter. Over de telefoon kan de andere kant niet zien dat ik blank ben en voor 'n Fin gaat mijn naam evengoed door voor Somalisch.
Voor de gewenste opleiding ben ik tot nu toe niet toegelaten. Integendeel, maak ik nu weer deel uit van 'n groep lotgenoten van overal ter wereld in 'n soort inburgeringstraject: wat taallessen, veel Excel op een aftandse computer en nog meer 'vrije tijd'. Terug naar af, mag ik zonder meer vrezen. Maar wat me het meest bezighoud is de gedachte dat ik dit in eerste instantie heb willen weigeren. Weigeren niet uit trots of om 'n daad te stellen. Neen, weigeren om mijn CV niet te verknoeien.
JoopFinland
Dit artikel is verschenen in Kleintje Muurkrant nr 351, 15 december 2000