Losgeslagen medicijnen
De maand juni begon slecht voor het grootste farmaceutische-concern ter wereld, GlaxoSmithKline. Haar bekende antidepressie-middel Seroxat is onderwerp van grote schandalen en rechtszaken in Italië, GrootBrittanië en de staat New York.
door Herman van Wietmarschen
"Glaxo faces criminal action in Britain over 'suicide' pills," kopte de TimesOnline van 6 juni 2004. De Guardian van 27 mei 2004: "Over 4,000 doctors face charges in Italian drugs scandal". "New York sues GlaxoSmithKline over Paxil," meldt de Associated Press op 18 mei 2004. Pijnlijke berichten over een farma-gigant die zich naar eigen zeggen toelegt op het "verbeteren van de kwaliteit van leven door mensen in staat te stellen meer te doen en langer te leven".
Het probleem van Glaxo is geen incident, zo blijkt als je het pas verschenen boek "Medicines out of control? Antidepressants and the Conspiracy of Goodwill" (Aksant 2004) leest. De farmaceutische industrie heeft een enorme invloed op het leven van mensen vanwege hun rol in de gezondheidszorg sector. Zoals in ieder bedrijf vinden de meeste ontwikkelingen en discussies achter gesloten deuren plaats: de concurrentiepositie moet optimaal blijven. Artsen, patiënten en anderen komen gewoonlijk alleen in aanraking met de producten die dan ook zo effectief en geweldig mogelijk worden afgeschilderd. De laatste decennia zijn er steeds meer scheurtjes gekomen in het bastion van de farma-giganten. Het spreekt niet meer voor zich dat de industrie medicijnen maakt die mensen werkelijk helpen. Controle mechanismen zijn noodzakelijk maar blijken slecht te werken. Charles Medawar en Anita Hardon bieden een kijkje in de keuken van deze industrie en alles eromheen met hun nieuwe - zojuist genoemde - boek. "medicines out of Control?" was voor mij een ideale inleiding in de geschiedenis en de werking van de farmaceutische industrie. Op een goed leesbare manier wordt uitgelegd hoe de farma-reuzen zijn geworden wat ze zijn. Het toenemende graaigedrag van farmaceuten blijkt niet zozeer een kwaadwillend complot te zijn alswel een logische, haast niet te voorkomen geleidelijke ontwikkeling. In het boek wordt de industrie zelfs nog het voordeel van de twijfel gegeven door de veranderingen vooral te zien als een "conspiracy of goodwill". Artsen, farmaceuten, overheidsmedewerkers, controlerende instituten geloven allen het beste voor de patiënten te doen. Toch gaat er een hele hoop fout. Het boek is niet alleen een inleiding maar geeft een zeer gedetailleerde beschrijving van de contacten en verbanden tussen farmaceuten, overheden, artsen, regulerende instanties, media en gebruikers. Medicijnen tegen depressies, zoals Paxil/Seroxat van GlaxoSmithKline, worden als voorbeeld gebruikt. Om de felle concurrentiestrijd te overleven proberen farmaceuten medicijnen voor een breder indicatiegebied voorgeschreven te krijgen. Medicijnen die goedgekeurd zijn voor gebruik bij volwassenen worden bijvoorbeeld zonder verder onderzoek aan kinderen voorgeschreven. Bekend is reeds dat farmaceuten het voorschrijfgedrag van artsen beïnvloeden met reclame, kadootjes, snoepreisjes en andere steekpenningen en ze proberen zelfs het publiek zelf om de medicijnen te laten vragen. Een succesvolle methode is het publiek ervan te overtuigen dat ze een ziekte hebben, waarna mensen vervolgens naar artsen hollen voor een medicijn. Zo heeft GlaxoSmithKline een grootschalige publiciteitscampagne uit de grond gestampt om het 'Sociale Angst Syndroom' aan de mens te brengen. Leuzen in de trend van "voelt u zich soms ook ongemakkelijk in groepen?" maakten mensen 'bewust' van hun 'ziekte' waarna ze om Seroxat gingen vragen bij hun arts. Meer winst wordt soms ook in de hand gewerkt door definities van woorden te veranderen om aan de wensen van de farmaceuten te kunnen blijven voldoen. Zo is er een heel gestoei geweest rond de term "dependence" ofwel afhankelijkheid. Farmaceuten wilden kost wat kost voorkomen dat hun medicijnen als verslavend te boek zouden staan. De enige manier waarop ze dat konden voorkomen was de term verslaving zo te definiëren dat de reacties op hun medicijnen er niet meer onder zouden vallen. In DSM-IV (Diagnostic & Statistical Manual, internationaal erkend als de primaire richtlijn voor het herkennen van depressie en hoe en wanneer het te behandelen) stelt de nieuwe definitie van 'dependence' dat de aanwezigheid van onthoudingsverschijnselen - in afwezigheid van minstens twee duidelijke kenmerken van een medicijnprobleem - in het geheel geen 'dependence' meer is. Natuurlijk was de praktijk geheel anders, gebruikers ervoeren aan den lijve de reacties op het stoppen met een medicijn. Gebruikers merken vaak als eerste de effecten van medicijnen en zijn de beste onderzoeksgroep om kennis uit te vergaren. Klinische studies met beperkte en geselecteerde patiënten groepen van farmaceuten kunnen hier nooit tegen op. De schrijvers pleiten in hun boek voor meer aandacht voor de -zogenaamd niet wetenschappelijke- ervaringen van gebruikers. Het lijkt niet de bedoeling van de schrijvers te zijn geweest bepaalde medicijnen af te kraken. De lezer krijgt juist bewijzen in handen om zelf te kunnen oordelen wat ze van bepaalde medicijnen vinden. Maar nog belangrijker voor de lezer is in aanraking te komen met een degelijke kritische houding tegenover medicijnfabrikanten, en de mogelijkheid om zelf een kritische houding aan te leren. Ook al zullen sommige lezers soms verdwalen in de details, het blijft een opzienbarend boek van een grote waarde. Het verhaal is natuurlijk nog niet ten einde en kan gevolgd worden op de website www.socialaudit.org.uk
Dit artikel is verschenen in Kleintje Muurkrant nr 394, 27 augustus 2004