handboek hiernamaals
Naar het Hiernamaals gaan wij allen. Dat is zo ongeveer de enige zekerheid in dit leven. Vreemd is dat er geen recente reisgids voor deze laatste reis in de boekhandel verkrijgbaar is. Het idee om een "Handboek voor het Hiernamaals" te schrijven was goed. Derksen en Van Mousch presenteren een grote hoeveelheid gegevens over de ideeën die in de loop der eeuwen en overal op de wereld ontwikkeld zijn betreffende het Hiernamaals. Dat is op zich prijzenswaardig.
door Wolter Seuntjens
De uitwerking van het idee is echter om verschillende redenen niet goed gelukt. Om te beginnen, het boek staat vol met onjuistheden en slordigheden, met hele en halve onwaarheden. Ik begin er niet aan om ze allemaal op te noemen. Ik geef er twee. De grappigste fout is wel dat de schrijvers op bladzijde 180 de naam van de beroemde Italiaanse componist als "Gioacchino Rosselini" schrijven in plaats van "Rossini". Op bladzijde 302 schrijven Derksen en Van Mousch: "Zo voerden kerkvorsten en theologen in de Middeleeuwen bijvoorbeeld in alle ernst uitgebreide debatten over de vraag hoeveel engelen er op de punt van een naald konden dansen." Ik dacht dat Hans van Maanen in zijn onvolprezen Encyclopedie van Misvattingen (Amsterdam/Meppel: Boom, 2004, blz. 51) dit verhaaltje toch definitief naar het land der fabelen had verwezen voor de Nederlandse lezers. Maar nee hoor, daar is ie weer. Moedeloos zou je ervan worden. Het register vermeldt heel veel belangrijke termen niet; zo ontbreken, bijvoorbeeld, de termen empyreum, limbus, vagevuur , aflaat, halloween, apokatastasis, chiliasme, Titivillus, Irkalla, Dis, Orcus, Ra. Daarentegen wordt in het register wel verwezen naar vele zaken of personen die volstrekt irrelevant zijn voor het onderwerp. Zo worden, bijvoorbeeld, George W. Bush, Wim Kan, Pim Fortuyn, Pierre Wind en Paul Rosenmöller wel vermeld. Als bijvoeglijk naamwoord van scholastiek geven Derksen en Van Mousch - niet eenmaal maar verschillende malen - "scholastisch" in plaats van "scholastiek". Is er bij de firma L.J. Veen geen redacteur die het boek voor publikatie doorleest?
Wat de stijl van het werk betreft kan ik kort zijn: flauw. In het voorwoord omschrijven Derksen en Van Mousch hun boek als een Hemel en Hel voor Dummies. Dat is inderdaad een rake typering. Als voorbeeld van hun stijl de volgende zin over de mysticus Swedenborg: "De knäckebrödeter kreeg meer en meer boodschappen door van geesten en engelen van gene zijde."
Een populair boek over de verschillende ideeën omtrent het hiernamaals mag best in een wat lossere trant geschreven worden. De melige stijl van Derksen en Van Mousch maakt het boek echter onverteerbaar. (Behalve uiteraard voor diegene die als dummy aangesproken wil worden)
Kortom, een goed idee wordt slecht uitgewerkt: slordig en flauw. En dat is jammer want er staan inderdaad ook een groot aantal interessante gegevens in dit boek. Het is een gemiste kans. Misschien is het werk van Derksen en Van Mousch toch nog ergens goed voor: als lesboek aan de theologische faculteiten. De opdracht aan de studenten kan dan zijn: zoek de honderd fouten.
("Handboek voor het hiernamaals: Reizen naar hemel en hel" / Guido Derksen en Martin van Mousch. - Amsterdam/Antwerpen: Uitgeverij L.J. Veen, 2004)
Dit artikel is verschenen in Kleintje Muurkrant nr 394, 27 augustus 2004