Graf 615 heeft een naam
Nummer 615 van begraafplaats Westgaarde uit de anonimiteit halen en het nalatige optreden van het Grenshospitium - waar de man begin dit jaar overleed - aan de kaak stellen. Dat was het doel van de avondwake, begin augustus, bij het graf van de West-Afrikaan Baraya.
door Robert Doggers
Het is vijf minuten lopen vanaf de ingang van begraafplaats Westgaarde. Links achterin liggen de islamitische graven. Mooie, marmeren stenen, goed onderhouden graven met bloemen. En dan ineens, een beetje weggestopt achter een berg zand van een nog leeg graf ernaast, paaltje 615. Hier ligt F. Baraya uit Burkina Faso. Ruim een half jaar geleden stierf de zieke West-Afrikaan in de cel van het Grenshospitium in Amsterdam Zuidoost, waar hij werd vastgehouden. Baraya was illegaal in Nederland en wachtte op uitzetting. Een groep van een mens of dertig hield bij het graf een wake, die was georganiseerd door politieke actiegroep Autonoom Centrum. Baraya's laatste rustplaats bleek een anonieme, kale zandbak te zijn met alleen twee kleine plantjes en dat nummer op een paaltje. Ook na zijn dood wordt de man verwaarloosd, zo leek het. Over F. Baraya (zijn voornaam is onbekend, iedereen noemde hem Baraya) is weinig bekend. Hij moet een jaar of dertig zijn geweest, vertelde een Afrikaanse medegevangene onlangs in een gesprek met iemand van de 'bezoekgroep Grenshospitium', een vrijwillige organisatie die illegale gevangenen een hart onder de riem steekt. Naar verluidt verliet Baraya vorig jaar Burkino Faso, op zoek naar adequate medische hulp in Frankrijk. Hij zou aan tuberculose en malaria leiden. Baraya was volgens de medegevangene een bemiddeld man: hij dreef handel met Ivoorkust. In Parijs werd hij beroofd door een reisgenoot, en zonder paspoort en geld werd hij in een Frans ziekenhuis geweigerd. Vervolgens wilde hij het in Duitsland proberen, maar hij werd bij de Nederlands-Duitse grens aangehouden en aan de Nederlandse justitie overgedragen. Zo kwam de man, die belijdend moslim was en volgens de medegevangene een vrouw en kinderen had, in november 2002 in het Nederlands Grenshospitium terecht. Daar moest hij zijn uitzetting afwachten, maar Baraya was verward en duidelijk te ziek om te reizen. En zijn toestand verslechterde alleen maar. Begin januari van dit jaar vroegen bewakers om een psycholoog en een psychiater, omdat Baraya zich steeds vreemder ging gedragen. De hulp kwam niet. Toen de illegaal onhandelbaar werd, plaatste de leiding hem in een isoleercel, waaruit hij twee dagen later in nog slechtere toestand werd vrijgelaten. Baraya kon daarna nauwelijks nog lopen. In de dagen die volgden, kwamen van de bewakers opnieuw verzoeken tot medische hulp en zelfs spoedopname in een ziekenhuis. De hulp bleef uit, het penitentiair ziekenhuis in Den Haag en de bijzondere zorgafdeling in Tilburg zeiden Baraya niet te kunnen opnemen. Op 14 januari werd hij dood aangetroffen in zijn cel. Het Autonoom Centrum vindt dat vluchtelingen en mensen zonder papieren niet in een gevangenis thuishoren, en dat de medische zorg verbeterd moet worden. De actiegroep weet zich inmiddels gesteund door GroenLinks en de SP. Die bemoeiden zich vorige week met de zaak nadat de Volkskrant nieuwe feiten aan het licht had gebracht over de laatste dagen van Baraya. De krant citeerde uit logboeken van het Grenshospitium, waaruit bleek dat bewakers diverse keren tevergeefs om medische hulp en ziekenhuisopname hadden verzocht. "Deze gedetineerde moet gewoon in het ziekenhuis worden opgenomen. Ik wil geen lijk zien," schreef een bewaker twee dagen voordat Baraya in zijn cel overleed. De publicatie bracht Kamerlid Femke Halsema, fractievoorzitter van GroenLinks, tot de conclusie dat de overheid tekortgeschoten is door de zieke Baraya medische hulp te onthouden. De SP en GroenLinks gaan minister Rita Verdonk van Vreemdelingenzaken om opheldering vragen. De politieke partijen lopen vooruit op de uitkomsten van een lopend onderzoek door de rijksrecherche. In opdracht van Justitie onderzoekt die of sprake is van dood door schuld. Getuigenverhoren moeten opheldering geven over hoe ziek Baraya was, wat hij onder de leden had en of hij behandeld had kunnen worden. De resultaten worden in oktober verwacht. Justitie wil niet op de zaak reageren zolang het onderzoek niet is afgerond.
Het Autonoom Centrum daarentegen weet genoeg. "Baraya is niet adequaat behandeld, dat is anderen ook opgevallen: medegevangenen en bewakers. Hij had de zorg moeten krijgen waar we allemaal recht op hebben. Maar hij moest het land uit, en dan beginnen ze liever niet aan intensieve behandeling. Hij heeft het met de dood moeten bekopen," hield Rens den Hollander van het Autonoom Centrum de toehoorders op Westgaarde voor. Een man van de bezoekgroep Grenshospitium droeg vervolgens een gedicht voor, een ander las voor uit de koran. Toen na de wake de groep langzaam wegschuifelde, lag het graf van de overleden Afrikaan er wat minder kaal bij. Tal van waxinelichtjes brandden, bloemen en wierookstaafjes vulden de zandbak. Ook een ingelijst exemplaar van het voorgedragen gedicht bleef achter. Het haalt nummer 615 definitief uit de anonimiteit: 'Maar jouw naam Baraya - Baraya. Jouw naam zal blijven zweven langs berk en els en es.'
(dit stukje stond in het Parool van 4 augustus 2003. Meer informatie via het Autonoom Centrum 020.6126172 www.autonoomcentrum.nl &
Dit artikel is verschenen in Kleintje Muurkrant nr 382, 29 augustus 2003