Essent moet verantwoordelijkheid nemen
De energiewereld is sterk in beweging. De markt gaat steeds verder open en van links tot rechts wordt de zorg uitgesproken dat de bijna laatste fase van de operatie - 7 miljoen klanten die kunnen overstappen - niet vlekkeloos zal verlopen.
door Peer de Rijk
Natuurlijk proberen de energiemaatschappijen zelf de indruk te wekken dat het allemaal wel goed komt. Je kunt nu eenmaal niet zelf dagelijks op televisie de boodschap verkondigen dat je de keuze hebt en toch vooral bij Essent, NUON of Eneco klant moet worden en tegelijkertijd erkennen dat het wel eens een rotzooitje zou kunnen worden. Het gaat er nu om klanten binnen te halen, al was het maar om een sterkere positie te hebben als de bedrijven in de laatste fase van de liberaliseringsgolf ook nog geprivatiseerd mogen worden en de Nederlandse maatschappijen in de etalage komen te staan.
Vroeger was alles overzichtelijk. Je woonplaats bepaalde van welke stroomboer je klant was. Dat was eigenlijk nog een overheidsbedrijf en de regering bepaalde wat voor stroom er werd gemaakt en zorgde ervoor dat er voldoende stroom was. Als je een mening had over de gewenste milieukwaliteit van stroom dan moest je proberen invloed uit te oefenen op de politiek.
Nu zijn het de bedrijven zelf die dat bepalen. Omdat er klanten binnengehaald moeten worden, de markt enorm in beweging is en je dus nauwelijks kunt voorspellen hoe het er over een jaar uitziet bedenken de bedrijven zich wel tweemaal voor ze forse investeringen plegen - bijvoorbeeld om nieuw vermogen te bouwen. Veel makkelijker is het om de Europese markt af te stropen en de goedkoopste stroom in te kopen. Milieuoverwegingen spelen nauwelijks een rol en het milieu wordt al helemaal niet verdisconteerd in de prijs.
Essent is een prachtig voorbeeld van een bedrijf dat van alle walletjes mee wil snoepen; een sterke campagne om zich een duurzaam imago aan te meten maar tegelijkertijd ook spotgoedkoop atoomstroom inkopen. In een geliberaliseerde markt heeft ook een semi-overheidsbedrijf (Essent is nu nog in handen van lagere overheden) de plicht zelf initiatieven te ontplooien en risico te nemen. Essent heeft tot voor kort goede sier gemaakt met het verhaal dat al haar groene energie in Nederland wordt gemaakt. Daar werd alleen nooit bijverteld dat het overgrote deel van de benodigde brandstof uit het verre buitenland kwam. Nederlandse windmolens - te bewonderen in de spotjes - dragen maar een heel klein beetje bij. Die honderdduizenden groene stroom klanten weten niet dat vrijwel al die stroom in feite van heel ver komt; houtsnippers uit Rusland bijvoorbeeld. Een sterk winstgevend bedrijf als Essent moet en kan veel meer risico nemen en zich veel harder inzetten op vergroting van de Nederlandse productiecapaciteit voor groene stroom.
Dan de wat halfslachtige en bijna hypocriete houding ten aanzien van kernenergie. Een energiebron wordt niet half duurzaam omdat ze, ten opzichte van fossiele energiebronnen, minder broeikasgassen uitstoot. Kernenergie is gewoon niet duurzaam. Essent hecht aan de kerncentrale Borssele omdat ze er veel geld mee verdient. Afgeschreven, allang terugverdiend (onder andere door subsidies in het verleden voor atoomstroom) en nu een geldmaker. Dat de door de kerncentrale veroorzaakte problemen voor de komende generaties niet door Essent betaald of vergoed zullen worden is een te pijnlijk verhaal om aan de klanten te verkopen. Een bedrijf dat zich verantwoord zegt op te willen stellen sluit morgen nog de kerncentrale. Zonder enig probleem voor zichzelf of de energievoorziening. Wanneer Essent aangesproken wordt op deze verantwoordelijkheid verschuilt ze zich achter "de politiek" of de betekenisloze frase dat "een besluit over de toekomst van kernenergie door de maatschappij genomen moet worden". Maakt ze daar dan zelf geen deel van uit?
Ir. W. Wiechers zegt in zijn afscheidsinterview in het Brabants Dagblad dat het om een "ingewikkelde en filosofische discussie gaat". Nu benaderen wij het onderwerp al dertig jaar ook via de filosofie ("waarom denken wij nu te moeten profiteren van kenenergie als je weet dat het een levensgevaarlijk probleem oplevert voor de komende honderden generaties") maar dat is niet voldoende. We hebben het ook gewoon over vervuiling, hier en nu. Over straling, economische gevolgen als er wat misgaat en de prijs die we als maatschappij betalen door de risico's van kernenergie te accepteren. Borssele produceert elk jaar tien ton hoog-radioactief afval extra, is mede-verantwoordelijk (door haar afval op te werken in het beruchte La Hague, Frankrijk) voor zware radioactieve vervuiling van de Noordzee, mede-verantwoordelijk (uraniumwinning) voor de definitieve vernietiging van grote natuurgebieden die ook nog vaak in gebruik zijn genomen nadat de oorspronkelijke bewoners gedwongen zijn te verhuizen. Denk aan de aboriginals in Australiƫ of de indianen in Canada. Daar kun je lang over filosoferen maar je kunt ook gewoon je verantwoordelijkheid nemen.
De claim (van Essent en de kerncentrale zelf) over "kernenergie als semi-duurzame bron" en "de noodzakelijkheid atoomstroom te blijven maken als transitiebron op weg naar de werkelijk duurzame periode" is een handig verhaal maar niet meer dan een PR-praatje. Van fossiele brandstoffen kunnen we niet van de een op de andere dag afscheid nemen - van de kerncentrale Borssele nu juist wel. Maatschappelijk verantwoord ondernemen is een serieuze zaak waarvoor ook strenge criteria moeten gelden; wanneer je sterk inzet op het langer openhouden van een kerncentrale (met alle risico van dien) kun je je niet voordoen als een bedrijf dat pro-actief en uit zichzelf bereid is duurzaam te opereren. Zolang Essent dit niet beseft zullen wij ze een handje moeten helpen en campagne blijven voeren tegen dit bedrijf. Atoomstroom? Nee bedankt! Vanaf volgend jaar kunnen we immers iedereen oproepen geen klant te worden van, of weg te gaan bij, de grootste atoomstroomboer.
(Peer de Rijk is betrokken bij World Information Service on Energy (WISE), Postbus 59636, 1040 LC Amsterdam 020-6126368
Dit artikel is verschenen in Kleintje Muurkrant nr 382, 29 augustus 2003