Skeptische notities
Nu Wolter Seuntjes tweemaal en ik eenmaal onze persoonlijk mening in eerdere Kleintjes over Harm Vissers bundel en dergelijke geschreven hebben, hebben de lezers voldoende materiaal om hun mening te bepalen.
door Jan Willem Nienhuys
Niettemin wil ik een detail in Seuntjes' reactie van 19 maart (Kleintje # 389) rechtzetten. Hij vermeldt dat hem was gevraagd het Skepsiscongres van 8 november te verslaan en dat zijn bijdrage geweigerd is voor het blad, eveneens voor de website als discussiestuk.
Dat is juist, maar de redenen daarvoor waren niet dat hij te kritisch was. Als wij om een congresverslag vragen, dan hopen we dat de auteur ten behoeve van degenen die er niet waren kan vertellen waar het over ging. Daar betalen we voor, dan mogen we ook eisen stellen. De lezing van den Enden kan iedereen inmiddels nalezen op de website van Skepsis (www.skepsis.nl). De bespreking van Seuntjes van die lezing bestond uit ".. verklaarde het geloof vanuit een orthodoxe leertheorie", gevolgd door de opmerking dat een volgende spreker, Jan van Hooff, vanuit zijn vakgebied gedragsbiologie de uitspraken van den Enden als achterhaald declasseerde. Dat is wel wat mager, en ook niet juist, want Jan van Hooff maakte een zijdelingse opmerking over een detail dat bij de discussie naar voren kwam. Iedereen kan nalezen dat in de lezing van den Enden niets over het gedrag van dieren gezegd wordt. De lezing van de classicus Anton van Hooff werd gereduceerd tot "...verhelderde het onderscheid tussen orthopraxie en orthodoxie". Had de verslaggever nou echt niets anders te zeggen?
Zo bestond dus Seuntjes' congresverslag voor minder dan tien procent uit een weergave van de inhoud van de lezingen. Dat was de hoofdreden om het te weigeren. Zijn kritiek op de organisatie vond ik mild (prettig maar toch wat magertjes). Een gelovige die zoals hij klaagde over preken voor eigen parochie heb ik wel eens gezegd dat men ruim 50 maal per jaar de gelegenheid heeft om preken voor niet-sceptische parochies te horen, mogen wij dan ook eens, één zaterdag per jaar? Een gelovige uitnodigen kan goed uitpakken, we hebben het diverse malen gedaan, maar het jaar daarvoor was dat een mislukking gebleken. Door de keuze van het thema 'wetenschappelijke verklaringen voor het verschijnsel van geloof in het bovennatuurlijke' was er weinig dat een ervaringsdeskundige had kunnen inbrengen, gesteld al dat die had willen komen.
Onze website bestaat hoofdzakelijk uit reeds gepubliceerde artikelen en dergelijke. Discussies horen in de brieven- en podiumrubriek van Skepter, eventueel met voortzetting op de website. Zo is bijvoorbeeld een discussie over een lezing van de Gentse filosoof Vermeersch over religie afgesloten met een nawoord van Vermeersch, en staat de website nog steeds open voor ieder die nog iets zinnigs heeft op te merken over 'Intelligent Design'. Dat is de reden dat Seuntjes' stuk daar niet hoort.
Is er nu ook in Skepter 'blijkbaar geen werkelijke wil tot discussie'? Misschien niet. In tegenstelling tot met name Amerikaanse bladen zoals de Skeptical Inquirer en Skeptic wordt de Skepterredactie niet overspoeld met reacties op afgedrukte artikelen, die overigens meestal niet over ongodisme gaan. Zelf verzorgde ik in het nummer van Skepter van september 2003 een badinerende column over Vissers boekje en de publiciteitsgolf eromheen (in de rubriek Parariteiten, na te lezen op de website van Skepsis). Dat leek me genoeg voor zoiets perifeers dat toch helemaal in de gevoelssfeer ligt. Daar zijn geen reacties op gekomen, of het moest een van die onbeholpen scheldpartijen zijn die Skepsis regelmatig per e-mail ontvangt, maar waarvan de auteurs veelal verzuimen aan te geven waar precies ze het niet mee eens zijn. Wij zijn er niet voor de productie van meningen, die moeten onze lezers zelf maar bedenken.
Het 'congresverslag' van Seuntjes is op mijn verzoek in het bestuur van Skepsis uitgebreid besproken. Het bestuur kon zich goed vinden in de beslissing van de Skepterredactie. Sommige bestuursleden vonden het een interessante mening, waar wel een weerwoord op zou moeten komen. Ons eerste doel is namelijk mensen te helpen bedrog te doorzien. Dat gaat het beste, denk ik, met feiten en humor (nooit boos worden! blijven lachen!), en minder goed met verhitte en helaas veelal uitzichtloze en destructieve discussies over geloofskwesties.
(Jan Willem Nienhuys is secretaris van Stichting Skepsis)
Dit artikel is verschenen in Kleintje Muurkrant nr 390, 16 april 2004