Goochelen met de realiteit
De graficus M.C. Escher liet het onmogelijke mogelijk schijnen. Museumdirecteur Wim van Krimpen, beheerder van een groot deel van Eschers artistieke nalatenschap, blijkt er daarentegen meester in het mogelijke onmogelijk te doen schijnen.
door eric zwitser
Gedurende tientallen jaren was het werk van Escher prominent aanwezig binnen het Haags Gemeentemuseum. Met de opening half november 2002 van het Museum Escher in Het Paleis aan het Lange Voorhout in Den Haag is daaraan een eind gekomen. Uit het artikel "Op stap in Eschers tovertuin" van Herman Rosenberg, Haagsche Courant 15 november 2002: "De presentatie in het oude paleis van koningin Emma is het eindpunt van een langdurige zoektocht van het Gemeentemuseum Den Haag naar een passende plaats voor zijn vermaarde Escher-collectie. Dat Escher een publiekstrekker is werd eind jaren zestig duidelijk, toen door conservator Hans Locher de eerste grote solo-expositie van het werk werd ingericht. Die aantrekkingskracht werd in 1998 nog eens bevestigd door de grote tentoonstelling in de Kunsthal. Vandaar dat Kunsthal-directeur Wim van Krimpen na zijn overstap naar het Gemeentemuseum onmiddellijk begon met het maken van plannen voor de Eschers. Zijn eerste voorstel was Escher in de Schamhart-vleugel, naast het Berlage-gebouw aan de Stadhouderslaan. Daaraan gekoppeld was de verhuizing van de muziekcollectie naar Het Paleis. In het Berlage-gebouw zou op die manier meer ruimte ontstaan voor de Haagse School, Mondriaan en de 20ste eeuw, en voor eigentijdse kunst. Maar dit 'grand design' werd geblokkeerd door de gemeenteraad, die op het Voorhout graag een publiekstrekker wilde en dat zijn de muziekinstrumenten nu eenmaal niet. Het was even slikken voor de doortastende directeur, die er niet van houdt dat de politiek hem voor de voeten loopt. Maar al snel kwam hij met een nieuw, nog grootser plan. Escher naar Het Paleis, in de Schamhart-vleugel een fotomuseum en het GEM (eigentijdse kunst) en de muziek naar de zijbeuken van de kostuumkelder. In hoog tempo is dit amper twee jaar oude totaalplan tot uitvoering gebracht, waarbij ook nog de tegenstand van de Escher Foundation in Baarn overwonnen moest worden. Deze stichting, die de rechten beheert van het werk, voelde eigenlijk niets voor het Haagse initiatief omdat ze zelf ooit een museum wil oprichten. Bovendien ging Van Krimpen wel erg makkelijk om met die rechten. Dat leidde in januari van dit jaar bijna tot een kort geding. Intussen is de hele zaak geregeld in een contract. In deze strubbelingen klinken nog steeds de echo's door van de problemen die zich rond 1972 hebben voorgedaan tussen het Gemeentemuseum en de erven Escher. Het museum had destijds de complete collectie in bruikleen. De waarde ervan was door de noeste arbeid van Locher intussen verveelvoudigd. En toen besloten de erven alles te verkopen. Met veel moeite en geld heeft het museum toen een flink deel van de verzameling weten te behouden. Maar dat is lang geleden. Van Krimpen heeft nu zowel de kunstwerken als het gebouw, dus daar valt door de Foundation weinig tegenin te brengen." En, voeg ik daaraan toe, een aantal directeursfuncties en de kennelijke zegen van VVD-cultuurwethouder drs. L.E.J. Engering-Aarts, waardoor zijn positie inmiddels meer dan alleen een zweem van onaantastbaarheid heeft gekregen.
Lof alom
Naast het zojuist geciteerde paginagrote stuk in de Haagsche Courant van 15 november 2002 verschijnen meer juichende artikelen. De door de gemeente Den Haag uitgegeven Stadskrant vermeldt: "De kunstwerken zijn afkomstig van het Gemeentemuseum", maar zwijgt zorgvuldig over de achterliggende constructie die de verplaatsing van de Escher-collectie mogelijk maakte.
Op 18 november schrijft Herman Rosenberg in de Haagsche Courant over de opening van museum Escher in Het Paleis: "(...) Het officiële deel van de plechtigheid in het voormalige paleis van koningin-moeder Emma kreeg onverwacht het karakter van een act voor twee gereformeerde jongens: Jan Peter Balkenende en Wim van Krimpen." Domineeszoon Van Krimpen blijkt voor het eerst sinds zijn achttiende weer CDA te hebben gestemd. Balkenende prijst hem vanwege "diens grote vermogen mensen enthousiast te maken. Dat moet wel met die domineesachtergrond te maken hebben, meende de CDA-premier. Ook VVD-wethouder van cultuur Louise Engering zwaaide Van Krimpen veel lof toe." Haags binnenstadwethouder Bruno Bruins, eveneens VVD, zegt een klein jaar later in het huis-aan-huisblad De Posthoorn: "De hit van 2002 is het Escher Museum." Op 20 november 2002 begon hetzelfde blad een artikel over de officiële opening van het museum met: "Hij tekende de wereld van de politicus, bedacht premier Balkenende zaterdag bij de opening van Escher in het Paleis. Al die rondlopende trappen, de vloeren die plafonds blijken te zijn en het water dat omhoog stroomt - niets is bij Escher wat het lijkt te zijn." Dat zegt meer over Balkenende dan over Escher, maar zo cynisch zal de schrijver het wel niet bedoeld hebben. In het artikel onderstreept Van Krimpen het grote belang van de Escher-collectie: "'Escher spreekt ook internationaal aan.' De graficus hoort in het rijtje van Van Gogh en Rembrandt thuis, betoogde de directeur, 'een Escher-tentoonstelling in Beijing trok 4.000 toeschouwers per dag.' Japan heeft niet voor niets al jaren een Escher Museum."
"Ja, geméén hè?!"
Een collectie dus van zelfs internationaal belang. Nog meer dan door mijn vriendin en mij wordt deze mening onderschreven door onze inmiddels twaalfjarige zoon Liam. Toen Eschers werk nog in het Gemeentemuseum woonde, moest en zou hij ook altijd even daarnaar gaan kijken. Deze zomer bezochten we met z'n drieën de vrij toegankelijke beeldententoonstelling Den Haag Sculptuur 2003 op het voor het Escher-paleis gelegen Voorhout. Toch zijn we daar, hoe graag we dat Liam ook gegund hadden, niet even binnengelopen om de Escher-collectie in de nieuwe omgeving te bewonderen. Daar hadden we namelijk het geld niet voor, want er is één klein dingetje waarover ik in al het feestgedruis niets lees of hoor: toen de collectie nog in het Gemeentemuseum hing was deze, net als al het overige daar geëxposeerde, vrij toegankelijk op vertoon van de Museumjaarkaart (sinds kort: Museumkaart, maar omdat deze naamswijziging plaatsvond in de periode dat ik met Van Krimpen en de wethouder over de onderhavige affaire contact had, schrijf ik nog over de Museumjaarkaart of afgekort: MJK).
Omdat krantenartikelen die toegangstarieven vermeldden daarbij zwegen over de al dan niet geldigheid van de MJK als entreebewijs, belde ik voor informatie daarover met het nieuwe museum in de persoon van Eucalypta van Oosten: "Nee, de Museumjaarkaart is n