Skip to main content
  • Archivaris
  • 336

Luistervinken

De aftapwensen van de Europese Unie

De Europese Unie heeft vergevorderde plannen om alle vormen van datacommunicatie afluisterbaar te maken voor politie- en inlichtingendiensten. Vooral nieuwe technologieën als satelliet-telefonie en het Internet hebben de aandacht. "De wettelijk bevoegde autoriteiten moeten het gehele telecommunicatieverkeer permanent en in 'real time' kunnen observeren" valt in Europese documenten te lezen. De Tweede Kamer weet van niets.

door Jelle van Buuren

"Nog geen tien jaar geleden kreeg een handjevol technici bij Motorola een visioen: ontwerp een op satellieten gebaseerd telecommunicatiesysteem dat draadloze communicatie mogelijk maakt tussen twee willekeurige locaties op de wereld" verhaalt het 'Iridium'-concern op haar webpagina's. Met de lancering van drie satellieten in mei 1998 voltooide Iridium een netwerk van 66 satellieten dat een wereldwijd telecommunicatiesysteem vormt. Als klap op de vuurpijl kreeg Iridium een eigen landennummer toegewezen van de 'International Telecommunication Union'. "Iridium is het eerste virtuele land en het eerste echt wereldwijde mobiele telefoonnet" verklaarde een tevreden Thomas Loewenthal, 'managing director' van Iridium. "We zien onszelf als het enige land ter wereld zonder grenzen, zonder obstakels en zonder handels- of valutarestricties." In persberichten wordt Iridium aangeprezen als het Walhalla voor de moderne zakenman die de wereld afreist en altijd bereikbaar wil zijn. Nu zijn er nog plekken op de aardbol waar mobiele telefonie niet mogelijk is of waar de netwerken niet op elkaar afgestemd zijn, waardoor de handbagage van de moderne zakenman onnodig verzwaard wordt met een kleine batterij mobiele telefoons. Wat Iridium niet vertelt, is dat alle gesprekken in 'real time' afgeluisterd kunnen worden door politie- en inlichtingendiensten en dat de 'datarecords' waarin wordt opgeslagen wie, wanneer en met wie heeft gebeld of contact heeft gezocht, ten alle tijde opvraagbaar zijn door diezelfde diensten. Door het continue signaaltje dat de mobiele telefoon afgeeft, waardoor het satellietnetwerk weet waar het de abonnee kan vinden, is bovendien tot op een paar honderd meter nauwkeurig te volgen welke wegen de abonnee heeft bewandeld. De zakenman - of mensenrechtenactivist, vakbondsvertegenwoordiger of diplomaat - die uit voorzorg de communicatie codeert, maakt zich blij met een dode mus. Politie- en inlichtingendiensten eisen van de telecomdienstaanbieders dat ze gesprekken in klare taal aanleveren, of de sleutel overhandigen waarmee de data vallen te ontrafelen. Want niet alleen de zakenman en mensenrechtenactivist maakt gebruik van de nieuwe communicatiemiddelen, zo wordt geredeneerd. Ook criminelen en terroristen hebben de voordelen van de nieuwste technologische snufjes ontdekt.

De nieuwste eisen die worden gesteld aan de telecomindustrie om hun installaties aftapbaar te maken en te houden staan te lezen in uitgelekte documenten van de Werkgroep Politiële Samenwerking (1). De ambtelijke werkgroep valt onder de Europese Raad voor Justitie en Binnenlandse Zaken, waarin de politie- en justitiesamenwerking tussen de Europese Lidstaten plaatsvindt.
Uit de documenten blijkt dat de Europese landen het zekere voor het onzekere nemen: àlle vormen van communicatie moeten aftapbaar zijn. Telefoongesprekken, email, versleutelde berichten, biepers, doorgeschakelde nummers, faxen, ISDN-lijnen, mobiele telefoons, satellietverbindingen, voicemail, tele-vergaderingen - het moet direct afluisterbaar zijn. Ook verbindingen die niet tot stand komen worden geregistreerd. Binnen 'milliseconden' moet het dataverkeer doorgeschakeld zijn naar de tapkamers. Als het nodig is moeten meerdere diensten uit verschillende landen tegelijkertijd kunnen meeluisteren. Extra aandacht wordt besteed aan Internet. 'Passwords', de wegen die op het Internet bewandeld worden, de email-correspondentie, informatie die wordt 'gedownload' - justitie wil erover kunnen beschikken. Telecombedrijven die encryptie als dienst aan hun abonnees aanbieden worden verplicht bij justitie de sleutel in te leveren, of de getapte gesprekken in klare taal door te geven. "De wettelijk bevoegde autoriteiten moeten het gehele telecommunicatieverkeer permanent en in 'real time' kunnen observeren" valt in het document te lezen. De harmonisering van technische vereisten is een van de stappen die worden gezet om wereldwijd datacommunicatie af te kunnen luisteren. Sinds een bijeenkomst op het hoofdkwartier van de FBI in 1993 werken de Europese Unie, Amerika, Canada, Nieuw-Zeeland en Australië nauw samen op dit gebied. Door hun gezamenlijke gewicht in de schaal te gooien denken de westerse landen genoeg druk uit te kunnen oefenen om de geprivatiseerde telecom-industrie de - zeer kostbare - voorzieningen aan te laten brengen die de aftapwensen met zich meebrengen. Tegelijkertijd worden de politieke en juridische barrières geslecht die vergaande samenwerking in de weg kunnen staan. "Een verdachte woont in land A, heeft een mobiel abonnement in land B, belt weleens vanuit land C via een steunzender die in land D staat, met iemand die in land E woont en wordt verdacht van een misdrijf in land F", gaf de Werkgroep Politiële Samenwerking in 1995 als voorbeeld van de dreigende justitiële nachtmerrie. "Dit biedt de georganiseerde misdaad unieke mogelijkheden en leidt tot nieuwe bedreigingen voor de nationale veiligheid. Deze nieuwe telecommunicatiesystemen ontwikkelen zich in snel tempo tot een globaal probleem, dat alleen gecontroleerd kan worden door een globale samenwerking van een tot nu toe ongekend hoog niveau." (2)

Over de preciese aard van de westerse samenwerking op het gebied van afluisteren blijft een sluier van geheimzinnigheid rusten. De samenwerking krijgt vorm in een groot aantal intergouvernementele fora, die zich onttrekken aan democratische controle. Een kleine inventarisatie leert dat de Europese Raad van Justitie en Binnenlandse Zaken, de P8, de Raad van Europa, de OESO, de Wassenaar-groep, de Transatlantische Dialoog, de Europese Telecom-Raad, Europol, de Europese Commissie en de Internationale Organisatie van Computerdeskundigen zich allen buigen over de aftapbaarheid van datacommunicatie, encryptievraagstukken en de juridische regels op dit gebied. Uit de schaarse informatie die naar buiten komt, blijkt dat vooral grootschalige 'datasurveillance' de belangstelling heeft van de autoriteiten. De P8 (de club van rijkste industrielanden) instrueerde haar ambtenaren in een Actieplan bijvoorbeeld om "uitvoerbare oplossingen" te zoeken voor "het met behulp van computers zoeken naar gegevens wanneer niet bekend is waar de gegevens zich bevinden." Ook moeten er "versnelde procedures" worden ontwikkeld voor het "verkrijgen van verkeersgegevens van alle communicatiedragers in een communicatieketen" en moeten er manieren worden verzonnen om "het internationaal doorgeven van die gegevens te versnellen." Dit Actieplan is vervolgens weer overgenomen door de Europese Unie, dat zelf ook een een actieplan tegen 'high-tech' criminaliteit in voorbereiding heeft. De Multidisciplinaire Groep Georganiseerde Criminaliteit (MDG), wederom een ambtelijke werkgroep van de JBZ-Raad, meldt dat in november 1997 een "zeer geslaagde studiebijeenkomst over dit onderwerp heeft plaatsgevonden met de Verenigde Staten, de Raad van Europa en andere deelnemers." (3) De MDG toont zich groot voorstander van "niet-bureaucratische, informele praktische regelingen" om de samenwerking gestalte te geven.
De pogingen van de westerse landen om alle vormen van datacommunicatie aftapbaar te maken heeft tot wantrouwen geleid. Onduidelijk in alle plannen blijft namelijk hoe misbruik kan worden voorkomen en hoe de privacy van burgers wordt gewaarborgd. Door de vergaande digitalisering van de samenleving wordt een steeds groter deel van het (privé)leven controleerbaar. Met elk telefoontje, fax, email, surftocht over het Internet, bijdrage aan een discussiegroep, of girale betaling wordt een digitaal spoor achtergelaten, dat wordt opgeslagen in 'datarecords' en opvraagbaar danwel direct aftapbaar is. Bovendien wordt de informatie steeds makkelijker over de grenzen heen uitgewisseld tussen politie- en veiligheidsdiensten. Het zal steeds moeilijker worden te controleren waar, hoe en op welke rechtsgronden politie en justitie aan hun informatie zijn gekomen, vrezen critici. Advocaten klagen al regelmatig dat ze in toenemende mate worden geconfonteerd met oncontroleerbare informatie "afkomstig van buitenlandse politiediensten". De meerderheid van de Europese Lidstaten vindt het echter niet nodig om in het Verdrag inzake wederzijdse hulp in strafzaken (zie kader), het raamwerk waarbinnen het aftappen plaats krijgt, bepalingen over de bescherming van persoonsgegevens op te nemen.

De autoriteiten wapperen kritische vragen over deze materie tot nu toe weg. Begin 1998 werd in een rapport voor het Europees Parlement het bestaan van het Echelon-netwerk bevestigd. Echelon is een wereldwijd afluistersysteem dat onder supervisie staat van de Amerikaanse 'National Security Agency'. In samenwerking met Engeland, Australië, Nieuw-Zeeland en Canada - dezelfde landen waar de Europese Unie op aftapgebied mee samenwerkt - wordt stelselmatig alle datacommunicatie over de hele wereld afgetapt en gescreend. Uit tal van onthullingen bleek dat onder de noemer van 'nationale veiligheid' het afluistersysteem ook werd gebruikt voor economische spionage, wetenschappelijke spionage en het afluisteren van vakbonden, diplomatieke onderhandelaars, mensenrechtenorganisaties en politieke tegenstanders.
Het met spanning afgewachte debat in het Europees Parlement, september 1998, werd een deceptie. Europees Commissaris Bangemann ontkende simpelweg het bestaan van Echelon. "Wij kunnen ons niet baseren op vermoedens, verdachtmakingen, boeken of rapporten. Officieel is ons niets van een dergelijk systeem bekend" zei Bangemann en weigerde verder op de materie in te gaan. Over iets dat niet bestaat, kun je ook niet discussiëren, redeneerde hij.
Ook het D66-Kamerlid Bakker, die in november 1998 vroeg wat er waar was van de samenwerking tussen de Verenigde Staten en de Europese Unie op afluistergebied, kreeg nul op rekest. "Er bestaat, voor zover ons bekend, geen EU-FBI Surveillance Plan" antwoorde minister van Justitie Korthals. Amerika heeft slechts haar steun uitgesproken voor de Europese aftapeisen om de acceptatie ervan door de internationale telecommunicatie-industrie te stimuleren. "De op Europees niveau geharmoniseerde aftapeisen betreffen slechts het bevoegd aftappen van telecommunicatieverkeer." Niets nieuws onder de zon dus, vond de minister. De Tweede Kamer heeft de Europese documenten, waarin de technische eisen staan geformuleerd, ook niet onder ogen gekregen. Het heeft wel de ontwerp-teksten over het Verdrag inzake wederzijdse hulp in strafzaken gekregen, waarbinnen de Europese technische en juridische samenwerking op het gebied van het aftappen wordt geregeld. Dat verdrag moet de Tweede Kamer ter ratificatie worden voorgelegd. De Tweede Kamer kan echter geen komma aan het verdrag veranderen. Het moet het in zijn geheel accepteren of verwerpen. Ook deze formele mogelijkheid tot controle en invloed wordt steeds meer uitgehold. In de begeleidende tekst bij het ontwerp-verdrag waarschuwen de onderhandelaars ervoor dat het verdrag pas in werking kan treden als het door alle Lidstaten bekrachtigd is - en dat kan jaren duren. "Derhalve moet worden overwogen hoe op het gebied van interceptie efficiënt kan worden samengewerkt voordat de overeenkomst van toepassing is", schrijven de ambtenaren. (4) Dat betekent in gewone taal dat de afspraken uit het verdrag al toegepast gaan worden, voordat het verdrag is geratificeerd. Voor de Tweede Kamer dreigt de situatie dat ze achteraf mag goedkeuren wat in ambtelijke achterkamers is uitgedacht en in de praktijk al wordt toegepast.

Het Europese verdrag inzake wederzijdse hulp in strafzaken
Sinds 1997 onderhandelen de Europese Lidstaten over een Verdrag inzake wederzijdse hulp in Strafzaken. Naast afspraken over het grensoverschrijdend toepassen van bijzondere opsporingsmethoden, zoals gecontroleerde aflevering van drugs en infiltratie, wordt het grensoverschrijdend aftappen van telecommunicatie geregeld. Binnen dit kader wordt ook gewerkt aan de technische eisen die aan de Telecom-industrie worden gesteld. Met het 'Iridium'-consortium zijn goede zaken gedaan. Iridium heeft in Italië, nabij Rome, één grondstation dat de Europese schakel vormt met haar satellietnetwerk. Deze 'gateway' is technisch klaar voor de interceptie van alle inkomende of uitgaande communicatie, liet Iridium weten aan de Groep Wederzijdse Rechtshulp in Strafzaken, die de onderhandelingen voert. In elk land is een dienstenverstrekker gevestigd, die het signaal van het Italiaanse grondstation doorsluist naar de abonnee. Het is technisch mogelijk dat deze dienstverstrekker via een afstandsbediening de communicatie bij het grondstation onderschept. De Nederlandse justitie bijvoorbeeld, hoeft dan niet via een rechthulpsverzoek aan Italië te vragen de knop om te zetten, maar kan rechtstreeks bij de Nederlandse dienstenverstrekker aankloppen. "Zo wordt de moeizame en tijdrovende omweg via het land waar het grondstation zich bevindt overbodig", vermeldt het verslag. (5)
De Europese landen moeten echter nog een interessant probleem zien op te lossen. Engeland beschikt dankzij haar deelname aan het Echelon-netwerk over de technische mogelijkheid om rechtstreeks verdachten in andere landen af te luisteren. Een aantal landen wil in het verdrag vastleggen dat dit voortaan gemeld moet worden. Het land op wiens grondgebied wordt afgeluisterd kan eisen dat het afluisteren gestaakt wordt. Hier wil Engeland echter niets van weten. In de laatste versie van het ontwerp-verdrag wordt een compromis voorgesteld. De verplichting om landen op de hoogte te brengen van het afluisteren over de grenzen heen geldt alleen in 'criminele onderzoeken.' Als het gaat om afluisteren door inlichtingendiensten geldt de verplichting niet. Maar Engeland geeft zelf aan hoe dun de grens is. Haar inlichtingendiensten luisteren soms ook af in het kader van criminele onderzoeken. De Engelse geheime dienst (maar bijvoorbeeld ook de Franse) heeft namelijk ook 'georganiseerde criminaliteit' in haar portefeuille. Ook in dat geval wil Engeland niet verplicht zijn dit andere landen te melden.
Een laatste eis die Engeland op tafel heeft gelegd vormt ook een uitzondering op de meldplicht. Soms, zeggen de Engelsen, heb je niet onmiddellijk door dat een verdachte over de grens is gegaan en zich op het grondgebied van een andere staat bevindt. Of is de verdachte slechts voor een paar uur over de grenzen. Voor de eerste 24 uur dat een verdachte zich op ander grondgebied bevindt, wil Engeland de handen vrij houden. (6) Volgens de laatste verslagen sleept de controverse zich voort.

noten:
1. 10951/98 ENFOPOL 98, 3 september 1998
2. 4118/95 ENFOPOL 1, 9 januari 1995
3. 13539/97 CRIMORG 38, Brussel 19 december 1997
4. 10702/98 JUSTPEN 79, Brussel 31 juli 1998
5. 11173/98 JUSTPEN 87, 15 september 1998
6. 13144/98 JUSTPEN 108, Brussel 19 november 1998

Dit artikel is verschenen in Kleintje Muurkrant nr 336, 24 september 1999