Skip to main content
  • Archivaris
  • 325

Atoompaniek aan einde van millennium (DEEL 4)

In het afgelopen half jaar heeft Peter Edel in Kleintje Muurkrant aandacht besteed aan de verschillende initiatieven tot de productie van een atoombom, zoals die tijdens en na de Tweede Wereldoorlog op gang kwamen. In dit artikel belicht hij de betrokkenheid van de familie Rockefeller bij de nucleaire industrie, maar eerst gaat hij in op recente ontwikkelingen.

door Peter Edel

Als eerste verscheen het artikel "Lippmann Rosenthal en Degussa" (Kleintje # 319). Daarin besprak ik de betrokkenheid van een aantal Nederlandse geleerden bij 'Cellastic', een onderneming die een belangrijke rol speelde bij de ontwikkeling van een atoombom voor nazi-Duitsland. Een aantal maanden later beschreef ik de geheime status van Israël als kernmacht in het artikel "Atoompaniek aan einde millennium", deel 1 (Kleintje # 322).
Er zijn sindsdien een aantal ontwikkelingen te noteren. Om te beginnen heeft de voormalige Israëlische premier Shimon Peres onlangs erkend dat de joodse staat over een nucleaire optie beschikt. Peres wist waarover hij sprak, want hij was zelf vanaf het prilste begin nauw betrokken bij het nucleaire programma van Israël. Maar het is voor het eerst dat het bestaan van het Israëlische kernarsenaal bevestigd wordt door een aan Israël verbonden politicus en dat is bijzonder hoewel het na al die jaren wel hoog tijd werd. Peres liet weliswaar weten dat de nucleaire bewapening van Israël niets anders voorstelde dan een onderhandelingsargument, maar ondertussen was het grote woord er wel uit. De reden voor de plotselinge openhartigheid van Peres ligt overigens voor de hand, want hij zal hierbij ongetwijfeld zijn gedreven door recente mediaberichten waarin op de mogelijkheid van een nucleaire samenwerking tussen Israël en India is gewezen.
Het valt te hopen dat de recente uitspraken van Peres tot gevolg zullen hebben dat de Israëlische 'atoomspion' Mordechai Vanunu binnenkort wordt vrijgelaten. Vanunu's geestelijke gezondheid is er door jarenlange eenzame opsluiting behoorlijk op achteruit gegaan. Volgens berichten van enige tijd geleden denkt hij dat hem, door de kleuren van de uniformen die zijn bewakers dragen, bepaalde berichten worden doorgegeven. Dat geeft wel aan hoe ernstig het met Vanunu is gesteld. Je zou zeggen dat het menselijke aspect nu toch zo langzamerhand de boventoon moet gaan voeren voor de Israëlische leiders, mede omdat Mordechai het langste gedeelte van zijn straf heeft uitgezeten. Maar helaas kent menselijkheid voor hen niet de grootste prioriteit. De Palestijnse bevolking kan daarover meepraten.
Als Vanunu niet wordt vrijgelaten (zie noot 1) en de Israëlische leiders zijn een beetje consequent, dan zouden ze er eigenlijk toe over moeten gaan om Shimon Peres op te sluiten. Dat klinkt natuurlijk heel erg gek. Maar wat is het verschil tussen de verhelderende uitlatingen van Peres en hetgeen door Vanunu is onthuld. Niets toch? In beide gevallen werd Israël ontmaskerd als kern(wapen)staat.
Bill Clinton liet de onthulling van Shimon Peres, rond de nucleaire politiek van Israël, ondertussen niet aan zich voorbij gaan. Ondanks alle drukte rond Monica Lewinsky en aanslagen op Amerikaanse ambassades in Afrika, wist de Amerikaanse president tijd vrij te maken om druk uit te oefenen op Bibi Netanyahu. Clinton sprak de dwingende verwachting uit dat Israël zitting zou gaan nemen in een VN-commissie waar een verdrag wordt opgesteld over de productie van plutonium en de verrijking van uranium. Tot nu toe heeft Israël dit om voor de hand liggende redenen geweigerd. Maar naar aanleiding van de recente onthullingen van Peres moest Netanyahu nu tandenknarsend toegeven aan de eis van Clinton. Het leidt weinig twijfel dat de Likud-premier Netanyahu zijn collega Peres (Arbeiderspartij) niet erg dankbaar zal zijn geweest voor diens uitlatingen over de nucleaire politiek van Israël. Daarmee zou dan gelijk een nieuwe ontwikkeling op gang zijn gekomen, want de Israëlische bom is nooit eerder de inzet van meningsverschillen tussen de (seculiere) Arbeiderspartij en de (religieuze) Likud-partij geweest. Op dit punt was men het in Israël tot voor kort roerend eens. Maar de uitlatingen van Peres geven aan dat hier recentelijk verandering in is gekomen. Tot zover de recente ontwikkelingen. Ook in historisch opzicht heb ik echter nog iets te melden.

Rockefeller
Tijdens het onderzoek dat tot de artikelen over nucleaire politiek in 't Kleintje heeft geleid, heb ik me voortdurend afgevraagd of er een verbindende factor te vinden zou zijn tussen het nationaal-socialistische atoombomproject en het nucleaire programma dat Israël na de oorlog zo fraai geheim heeft weten te houden. Het wereldje van kernfysici was rond de Tweede Wereldoorlog namelijk erg klein, vrijwel iedereen kende elkaar. Daarom achtte ik het aanvankelijk goed mogelijk dat er sprake van overlappingen kon zijn. Dat laatste bleek niet het geval. Ik heb in ieder geval geen geleerden, of andere directe betrokkenen aangetroffen, die op een of andere manier aan beide nucleaire programma's verbonden waren. Wat dat betreft waren de zaken indertijd dus aardig gescheiden. Maar dat neemt niet weg dat ik toch een naam ben tegengekomen die aan beide nucleaire projecten kan worden verbonden. Bovendien ontstaat langs deze weg een verband met het Amerikaanse Manhattan-programma, dat tot de nucleaire holocaust van Hirosjima en Nagasaki heeft geleid.
Ik heb het hier over de Rockefellers, de Amerikaanse familie die schatrijk is geworden aan de winning van olie. In 1913 richtte John D. Rockefeller de 'Rockefeller Foundation' op. Sindsdien is de officiële doelstelling van deze "tax-exempt foundation", zoals men het zelf uitdrukt: "het bevorderen van het welzijn van de mensheid op aarde". In de dagelijkse praktijk heeft dit voornemen onder andere vorm gekregen in de financiering van wetenschappelijk onderzoek. Het klinkt allemaal om tranen van in de ogen te krijgen. Maar de werkelijkheid heeft er veel minder rooskleurig uit gezien, aangezien het wetenschappelijk onderzoek, zoals dat door de Rockefeller Foundation wordt gestimuleerd, vaak nogal dubieus van aard is geweest. En dan heb ik me nog mild uitgedrukt, want een gedeelte van het wetenschappelijk onderzoek, dat in de verleden door de Amerikaanse oliefamilie werd bekostigd, was ronduit verwerpelijk.
Neem bijvoorbeeld de 'eugenetica', het 'wetenschappelijk' project dat aan het begin van de eeuw tot het ontstaan van een geperfectioneerd ras moest leiden. Volgens de leer van de eugenetica moesten 'ongewenste elementen' binnen de bevolking op grote schaal gesteriliseerd worden, opdat zij zich niet verder voort konden planten. Verschillende bevolkingsgroepen, waaronder epileptici, alcoholici, werklozen en indianen, werden aan de hand van de eugenetica op onvrijwillige basis van hun recht op nageslacht beroofd. De Rockefeller Foundation was een groot voorstander van dit wetenschappelijk waanidee. Om die reden stimuleerde men het eugenetica onderzoek dat plaats vond in Cold Harbor Springs, New York. (Tegenwoordig vindt op die plaats een prestigieus onderzoek plaats dat zich tot doel heeft gesteld het menselijk gen-systeem volledig in kaart te brengen, het zogenaamde 'Human Genome Project').
De betrokkenheid van de familie Rockefeller bij de eugenetica hield niet op bij de Amerikaanse grenzen. Dat hoefde ook niet want het streven naar een ideaal ras stond destijds ook in andere landen in het middelpunt van de belangstelling. Eugenetica was indertijd een vrij algemeen verschijnsel, waar overal wel op een of ander manier mee werd geëxperimenteerd. Omdat het begrip rasveredeling later vooral aan de rassenwaan van de nazi's gekoppeld raakte, is er over eugenetica-projecten in andere landen nooit al te veel bekend geworden. Daarom zorgde het ook voor zo'n schok toen enige tijd geleden bleek dat in het verleden ook in Zweden eugenetica-experimenten plaatsvonden.
Toch was er in Europa maar één land dat de kroon spande wat betreft eugenetica en dat was Duitsland. Al voordat de nazi's aan de macht kwamen werd daar gezocht naar methoden om het blanke ras te veredelen. Het Duitse eugenetica-onderzoek vond vooral plaats in het 'Kaiser Wilhelm Institut' te Berlijn en werd, evenals de Amerikaanse zoektocht naar het perfecte ras in Cold Harbor Springs, door de Rockefeller Foundation gefinancierd.
Later namen de nazi's het wetenschappelijk aspect van hun rassenwaan zelf ter hand. Dat vond toen verder plaats bij instituten als 'Ahnenerbe', het wetenschappelijk bureau van de SS. Maar de eugenetica was niet het enige door de Rockefellers gefinancierde wetenschappelijk onderzoek dat aan het Kaiser Wilhelm Institut werd verricht. Tevens werd hier aan natuurkundig onderzoek gewerkt. En aan het einde van de jaren dertig vond er het wetenschappelijke onderzoek plaats, dat tot de ontwikkeling van een atoombom voor Hitler moest leiden.

De leiding over het nucleaire onderzoek aan het Kaiser Wilhelm Institut, was in handen van de kernfysicus Werner Heisenberg (wiens beeld van het sub-atomaire overigens nog altijd in staat is om de gemiddelde New Age-aanhanger in verrukking te brengen). In het artikel "Lippmann Rosenthal en Degussa", dat in maart in 't Kleintje is verschenen, schreef ik over Heisenberg dat hij tijdens de oorlog bij het Kamerlingh Onnes Laboratorium van de Leidse universiteit verscheen, om daar Professor de Haas voor het Duitse onderzoek naar ultracentrifuge te paaien.
De Rockefeller Foundation had al eerder interesse in het nucleair onderzoek van Heisenberg. In de periode 1924 - 1927 werd het onderzoek, dat hij samen met zijn Deense collega Nils Bohr aan de Universiteit van Kopenhagen deed, al door deze 'liefdadige' instelling gefinancierd. Bij het Kaiser Wilhelm Institut zou zijn onderzoek eens te meer uit deze richting worden bekostigd. Dat dit wetenschappelijke onderzoekscentrum ondertussen in dienst was komen te staan van het nationaal-socialisme vormde voor de familie Rockefeller geen enkel bezwaar. Deze familie had eerder al laten zien dat men er in het geheel niet mee zat om de helpende hand te bieden aan nazi-Duitsland. Dit volgde onder andere uit de overeenstemming die de Standard Oil of New Jersey van de familie Rockefeller in 1929 had weten te bereiken met het Duitse IG Farben-concern. De destijds gemaakte afspraken zouden later zeer in het voordeel van nazi-Duitsland blijken. Zo leverde de Amerikaanse Standard Oil of New Jersey tijdens de oorlog olieproducten aan nazi-Duitsland, ook toen dit land in oorlog was geraakt met de VS. Verder ging er tegen het einde van de oorlog, nabij het vernietigingskamp Auschwitz, een fabriek van start, die deel uitmaakte van de 'joint venture' tussen IG Farben en Standard Oil. Concentratiekampgevangenen die gedwongen werden zich daar dood te werken, mochten zich 'gelukkig' prijzen, omdat zij in het andere geval werden vergast met het door IG Farben geleverde Zyklon-B. Niet alleen IG Farben, maar ook de Standard Oil of New Jersey van de Rockefellers, profiteerde in Auschwitz royaal van de gratis arbeidskrachten die hier uit de aard van de zaak ruim voor handen waren. Echt wat je noemt "het bevorderen van het welzijn van de mensen op aarde", zoals de officiële doelstelling van de Rockefeller Foundation ook tegenwoordig nog luidt.

Institute for Advanced Studies
Ook in de VS was ondertussen een atoombomproject op gang gekomen. In voorgaande artikelen heb ik hier niet al te veel woorden aan besteed. Dat was ook niet direct nodig, want er zijn over het Manhattan-project dikke stapels boeken geschreven. Bovendien zijn er tal van (speel)films over gemaakt, waarvan er ieder jaar rond de herdenking van de bombardementen van Hirosjima en Nagasaki, wel weer één wordt uitgezonden. Ook dit jaar was dat het geval. Iedere keer als ik zo'n film zie verbaas ik me erover dat men de wereld nog altijd wil laten geloven dat de VS de oorlog met Japan niet had kunnen beëindigen, als daar geen 'bom' aan te pas was gekomen. De capitulatie van Japan was op dat moment echter niet meer dan een kwestie van tijd. Amerika had dan ook veel eerder behoefte aan een atoomwapen om zijn superioriteit ten aanzien van de Sovjet Unie en de rest van de wereld duidelijk te maken. Hier waren zulke grote belangen mee gemoeid, dat men bereid was om de geschiedenis op een aantal punten "aan te passen".
Toen Samuel Goudsmit van de Amerikaanse contraspionagedienst 'Alsos' aan het einde van de oorlog ontdekte dat nazi-Duitsland nooit op tijd klaar zou zijn met de ontwikkeling van een kernwapen, werd dit nieuws angstvallig geheimgehouden. Generaal Groves was er in de laatste fase van het Manhattan-project bang voor dat de (joodse) geleerden, die voor hem werkten, niet langer meer geïnspireerd zouden zijn om een Amerikaanse atoombom te voltooien, als die niet langer tegen Hitler gericht zou zijn. Groves probeerde de moed erin te houden door te wijzen op de aanhoudende oorlog met Japan, die ondanks het bommentapijt op grote Japanse steden, maar niet tot een einde wilde komen. Alleen het inzetten van een atoombom kon dat volgens hem bewerkstelligen. Toch zijn de bommen op Hirosjima en Nagasaki, achteraf geredeneerd, volstrekt overbodig tot explosie gebracht en zijn er voor niets tienduizenden mensen vermoord.
Groves vertelde er namelijk niet bij dat de Japanners destijds best bereid waren geweest om de wapenen neer te leggen. De enige reden waarom zij zich bleven verzetten was het gedwongen vertrek van hun keizer, hetgeen een volledige capitulatie van Japan met zich meegebracht zou hebben. Het Japanse leger, dat trouw had gezworen aan zijn keizer, kon zich hier niet mee verenigen en bleef daarom doorvechten. Uiteindelijk zou het er op neer komen dat het aanblijven van Hirohito helemaal niet zo'n probleem was voor de Amerikanen. Toen het Japanse leger zich eenmaal had overgegeven kon Hirohito wat Generaal McArthur betrof gewoon in zijn paleis blijven zitten. Zolang de oorlog met Japan voortduurde, bleven de Amerikanen echter aan volledige capitulatie vasthouden omdat op deze manier de tijd gevonden werd die men nodig had.
Waar het op neer kwam was dat de Amerikanen tijd nodig hadden omdat hun kernwapens nog niet voor gebruik beschikbaar waren. Zo lang dat punt nog niet was bereikt, waren de Amerikanen niet geïnteresseerd in een wapenstilstand met Japan. Miklos Racz beschrijft in "De atoombom als politiek wapen - Hirosjima en Nagasaki: het begin van de kernwapenwedloop" hoe de onderhandelingen met Japan door de Amerikanen werden ontweken, om de laatste fase van de Tweede Wereldoorlog te kunnen vertragen. Door dergelijke maatregelen was de Amerikaanse bom toch nog op tijd klaar. Daarmee kon de Koude Oorlog gelijk een aanvang nemen, want dat was natuurlijk waar het allemaal om begonnen was.
Hoewel Japan het uiteindelijke slachtoffer werd, ging het Manhattan-project in de eerste plaats vanwege nucleaire ontwikkelingen in nazi-Duitsland van start. Nadat de Duitse kerngeleerden Hahn en Strassmann er voor het eerst in geslaagd waren om een kernsplitsing tot stand te brengen, was het niemand minder dan Albert Einstein die de Amerikaanse regering er eind jaren dertig voor waarschuwde dat de nazi's binnen niet al te lange tijd over een atoomwapen konden beschikken. Einstein was eerder directeur van het Kaiser Wilhelm Institut in Berlijn geweest. Later raakte hij verbonden aan het Institute for Advanced Studies, een postdoctoraal onderzoekscentrum dat ook tegenwoordig nog deel uitmaakt van de Princeton Universiteit. Op speciale uitnodiging werken hier zo'n 160 eminente geleerden uit de gehele wereld aan wetenschappelijk onderzoek op verschillende gebieden. Tijdens de Tweede Wereldoorlog waren veel kernfysici die voor de Amerikanen aan het Manhattan-project werkten, afkomstig van het Institute for Advanced studies. Ook de leider van het Amerikaanse atoombomproject, Robert Oppenheimer deed onderzoek aan dit instituut. Evenals het Kaiser Wilhelm Institut in Berlijn, kon ook het Institute for Advanced Studies in verband gebracht kon worden met de familie Rockefeller. De verbindende factor bestond uit Abraham Flexner. Hij had de organisatie in handen van de afdeling van het Institute for Advanced Studies, waar geleerden als Oppenheimer en Einstein hun werk deden. Daarnaast was Flexner verbonden aan de 'Rockefeller Education Board', een andere charitatieve instelling van de familie Rockefeller, naast de Rockefeller Foundation.

En hoe zit het nu met de Israël? Want aan het begin van dit artikel schreef ik dat ook de atoombom van de joodse staat met de familie Rockefeller in verband gebracht kan worden. De schakel ligt in dit verband bij de vader van de Israëlische atoombom: Ernst Bergmann. Evenals zijn collega's die voor het Manhattan-project werkten, raakte ook hij in 1966 verbonden aan het Institute for Advanced Studies. Hij kwam daar terecht op voorspraak van de uiterst pro-Israëlische Lewis Strauss, een voormalig hoofd van de Amerikaanse 'Atomic Energy Commission'. Een gedeelte van de technologie die de Israëliërs nodig hadden voor het produceren van een atoombom is dus uit de VS afkomstig. En dat ondanks de protesten tegen een Israëlisch kernarsenaal die geuit zijn door Amerikaanse presidenten, zoals Kennedy en, meer recentelijk, Clinton. Het is de vraag wat precies de rol van de Rockefellers in dit geheel is geweest. Aangezien de naam van deze familie aan verschillende kanten opduikt waar het over nucleair onderzoek gaat, lijkt in ieder geval vast te staan dat de toepassing van kerntechnologie vanuit deze richting is gestimuleerd. In dit verband kan er nauwelijks over toeval gesproken worden dat de Standard Oil van New Jersey van de familie Rockefeller in de naoorlogse periode, grote belangen in de nucleaire industrie heeft gekregen. Zo was de Standard Oil-dochteronderneming Gelsenkirchener Bergwerke A.G. in de jaren zeventig, samen met ondernemingen als Degussa, nauw betrokken bij het West-Duitse Ultracentrifuge-project. Het is duidelijk dat het bij de investeringen, die de familie Rockefeller in Werner Heisenberg heeft gedaan, niet draaide om "het bevorderen van het welzijn van de mensheid op aarde", zoals de Rockefeller Foundation het zo mooi uit weet te drukken. De kille waarheid is dat de Rockefellers, door hun betrokkenheid bij de nucleaire industrie, nog rijker zijn geworden dan ze voor die tijd al waren. De zo ontroerende 'filantropische' doelstelling van de Rockefeller Foundation kan aan die conclusie niets veranderen.

noot 1: Het is wellicht een goed idee om Mordechai Vanunu te laten weten dat de wereld hem niet vergeten is. Het tijdschrift De Brug, dat onder verantwoordelijkheid verschijnt van het Steuncomité Israëlische Vredesgroepen en Mensenorganisaties (SIVMO) en Joods-Palestijnse Dialoog (JPD), heeft in het verleden al eens een oproep geplaatst om hem post te sturen. Die oproep wil ik hierbij graag herhalen. Houdt er wel rekening mee dat de post er lang over doet en gecensureerd wordt. Als er eventueel een reactie van Mordechai mocht volgen, laat mij dit dan via het Kleintje even weten. Post dient gericht te zijn aan: Mordechai Vanunu, Ashkelon Prison, P.O. Box 17, Ashkelon Israël. Het contactadres van het Mordechai Vanunu Comité is: Vanunu Solidarity Committee, P.O. Box 7323, Jerusalem 91072, Israël
bronnen:
The Samson Option / Seymour M. Hersch. London: Faber and Faber Limited, 1991.
Ultracentrifuge / Wim Klinkenberg. Amsterdam: Van Gennep, 1971. Prins Bernhard - een politieke biografie / Wim Klinkenberg. Haarlem: Onze Tijd/In de Knipscheer, 1979.
Eugenetica / Stefan Kühl (verdere gegevens ontbreken helaas).
"Tragedy and Hope, a History of the World in Our T