Terug naar hoofdinhoud
  • Archivaris
  • 313

verdriet & chagrijn

Lijkschouwers kijken alsof ze met een potlood in hun hol lopen. Sedert de uitvaartondernemingen een uitvaartleidster hebben aangesteld, heerst er ook wat vriendelijkheid rondom begrafenissen. Een verkoopster van V&D, een taxi-chauffeur van Rutax, de BBA-er en de postbode, ze krijgen allemaal les in een klantvriendelijke benadering. Ondanks dat gesleutel hangen er boven Den Bosch volop zwarte vlekken, die je omzeilt uit angst een sneer van de verkoopster of balie-employée te ontvangen.

De dutse mutsen van de HEMA staan wijd en zijd bekend. De lokettiste van het Grenswisselkantoor en de verkoopster van de groentezaak van Stef Mulders blijven nog steeds chagrijnig kijken, tussen de telefonisten van het Grootzieken Gasthuis zit ook wat zeurderig onkruid. Het donkerharige meisje van de Hendersonkiosk op de Pensmarkt is evenmin een Fleuropje. En sommige boerenlullen op de Bossche markt mogen op zijn minst hun meeëters en rotte tanden laten weghalen.

Maar aan de top staan de bollen van Jan de Groot op de Stationsweg. de twee gepolitoerde, op leeftijddames kunnen nog niet lachen al zou je er met een drol op je hoofd binnenstappen. Wellicht is de facelift van de Stationsweg op de verkeerde plaats aangebracht. Miljoenen bollen worden bij de Groot jaarlijks in witte doosjes gepropt. Kassa, volgende klant.

Vriendelijkheid is een groot gemis, zonder een lach kun je niet door het leven, de Colgatelook overwint het steeds meer van de slechte gebitten.
Ondanks trainingen en cursussen hoop je toch nog vaak dat je iemand liever ziet gaan dan komen.

-bosch-

Dit artikel is verschenen in Kleintje Muurkrant nr 313, 26 september 1997