bezwaren tegen biometrie
Het kabinet heeft plannen om per 1 januari 2001 een nieuwe generatie paspoorten in omloop te brengen waarin een biometrische chip is verwerkt. Het ligt tevens in de bedoeling om op korte termijn in diverse gemeenten te gaan experimenteren met de zogenoemde Burger 'Service' Card, eveneens met biometrische "beveiliging". In de gemeente Delft zullen mensen die afhankelijk zijn van een uitkering als eersten met deze Burger Controlekaart worden geconfronteerd. "Biometrie" houdt in dat bijvoorbeeld elektronisch een scan wordt gemaakt van de vingerafdruk of van de vorm van de hand of van de iris. De informatie wordt opgeslagen in een chip of streepjescode die op het identiteitsbewijs wordt aangebracht. Daarmee worden de controlemogelijkheden aangescherpt en daarmee ook de mogelijkheden tot repressie en uitsluiting van bepaalde groepen en personen (denk bijvoorbeeld maar aan de reeds bestaande chipcard met vingerafdruk voor asielzoekers). Voor ons burgers zijn de bezwaren dat verplichte biometrie als identificatiemiddel een inbreuk is op de persoonlijke levenssfeer (privacy Gr.W. art 10). Wanneer we deze techniek bovendien beschouwen als een behandeling van het lichaam tegen onze wil dan staat dat ook nog eens op gespannen voet met Gr.W. art 11; de integriteit van het menselijk lichaam, men mag niet aan vernederende behandelingen onderworpen worden.
Voorstanders van biometrie beweren dat artikel 11 niet in het geding is omdat niet in het lichaam wordt ingedrongen. Deze stelling is zeer dubieus en leidt er uiteindelijk alleen maar toe dat de toepassing van deze technieken ruim baan wordt gegeven. De relatie met dit wetsartikel bestaat wel degelijk vanwege de betrokkenheid van het menselijk lichaam en de gevoelens die men daarbij kan ervaren. Bovendien mogen wij zelf wel bepalen wat wij vernederend vinden, daar hebben we geen juristen voor nodig! Aan gewetensbezwaren, ethische, emotionele en religieuze bezwaren wordt totaal voorbij gegaan. Bovendien is niet hard te maken waarom technieken die tot nu toe voornamelijk tegen potentiƫle risicogroepen worden gebruikt nu opeens tegen iedereen zouden moeten worden toegepast. Bij identificatie gaat ook het dna-patroon een grotere rol spelen, bijvoorbeeld in strafzaken. Het is niet uit te sluiten dat in de toekomst een relatie gelegd kan worden tussen dna en biometrische kenmerken, in Engeland is al een microchip ontwikkeld die in enkele minuten een ziektediagnose kan stellen. Ziektekostenverzekeraars zullen graag over dit soort informatie willen beschikken, in het licht van de huidige privatisering geeft dat een zorgwekkend perspectief.
Het verbeteren van het paspoort is op zich legitiem, maar de gevaren dan biometrie voor dit doel zijn te groot. Bovendien is biometrie niet zo onfeilbaar als het ons wordt voorgesteld. Beter is de verbetering van het paspoort na te streven met algemene niet-persoonsgebonden technieken, ook al om zo het respect tegenover burgers in het algemeen te bewaren.
We kunnen ons ernstig afvragen of politici de reikwijdte van hun beslissingen overzien. Men laat zich verblinden door pro-argumenten en de problemen die men meent te bestrijden. Als biometrie voor het paspoort wordt ingevoerd zal het door de combinatie van bestaande wetten, juridisch onmogelijk zijn zich op de lange duur aan deze techniek te onttrekken. Vanaf 1 januari 2001 zijn we in een tijdsbestek van vijf jaar allemaal aan de beurt om een vinger, de hand of een oog te laten inscannen. Zelfs indien deze informatie niet centraal wordt opgeslagen biedt dat geen enkele garantie dat de gegevens op de kaart, zelfs bij elektronische verwerking niet in verkeerde handen vallen.
Het beste is verplichte biometrische identificatie collectief van de hand te wijzen.
Wil je meer informatie? Netwerkgroep Little Brother, Postbus 738, 2003 RS, Haarlem.
Dit artikel is verschenen in Kleintje Muurkrant nr 337, 22 oktober 1999