Terug naar hoofdinhoud
  • Archivaris
  • 315

Links en spiritualiteit

"God is dood, het gebed een illusie. Ziet gij daar die grote akkers, omgeploegd door de wetenschap? Een hele dorre vlakte - welk een arbeid! Maar er groeit nog geen oogst. Ginds staat wel een kleurig gewas: het zijn de opzichtige, giftige bloemen van toverij en bijgeloof - raak ze niet aan. De theosofie zal de schoonste vruchten in de toekomst doen rijpen: de broederlijk verenigde mensheid. Maar waarvan zal de mens intussen leven? Zelfs de grote som van ellende in de wereld doet de theosoof niet twijfelen". (P.D. Chantepie de la Saussaye, De Moderne Theosophie - 1914)

Met enige opwinding trek ik de laatste maanden Kleintje Muurkrant als eerste uit de stapel bladen en tijdschriften die mijn brievenbus bevolken. Kleintje behoort al jaren tot mijn favoriete stadskranten - ze wordt sinds 1977 gemaakt te 's-Hertogenbosch en volgt lokale ontwikkelingen, tendenzen en gebeurtenissen op een kritische wijze. Onder het motto "weinig plaatjes, veel praatjes" brengt Kleintje maandelijks vier tot zes grote pagina's uit. Maar Kleintje biedt meer dan louter lokaal nieuws: stokpaardjes zijn onder meer kritische beschouwingen van de media en een militante afkeer van alles dat naar "new age" riekt. Zo was Kleintje paraat in het offensief tegen de antroposofische leer van Rudolf Steiner waarvan racisme een integraal bestanddeel zou zijn; en sinds enige maanden is in haar kolommen de theosofie onderwerp van verhitte discussie. Wie geïnteresseerd is in dit debat kan bij Kleintje een nog immer groeiend overzichtspakket bestellen waarin de gehele antroposofie-theosofie-discussie is opgenomen.
Terecht schrijft Herman de Tollenaere - schrijver van de prikkelende, sterk op Indonesië gerichte studie The Politics of Divine Wisdom (1996) - dat de theosofie "in Nederland geen sterke maatschappelijke kracht is". Dat de theosofische leer is doordrenkt van allerlei racistische denkbeelden van een uiterst primitief gehalte staat buiten kijf. Drijvende kracht achter de moderne theosofie was Helena Blavatsky, een blowende avonturierster die haar trips of visioenen mixte met oosterse en westerse esoterische en wetenschappelijke kennis. Het resultaat was weliswaar een filosofie op MAVO-plus-niveau, maar het bleek een 'wijsheid' die velen wist te bekoren - met name tijdens het fin de siècle en in de eerste helft van deze eeuw. Het heeft me altijd verbaasd op hoeveel sympathie deze leuterkoek kon rekenen. De tranen biggelden over mijn wangen van het lachen toen ik enkele jaren geleden een biografie van Blavatsky las, niet geschreven door een geoefend historicus, maar door Sylvia Cranston, een fervent theosofe. Haar boek, getiteld HPB: Het bijzondere leven en de invloed van Helena Blavatsky, stichtster van de Moderne Theosofische Beweging (1993), is een werkelijk schitterend staaltje van religieuze adoratie en mystieke devotie. In ruim zeshonderd pagina's vinden we geen enkele nuancering of relativering, maar louter kritiekloze hulde en bewondering. Wat mij betreft heeft de Theosophical University Press - de uitgever - met dit boek onbedoeld de meest krasse aanval op haar eigen leer geopend. Wie wil weten waarom de theosofie "geen sterke maatschappelijke kracht is" dient Cranston uit de bibliotheek te halen om eens onbedaarlijk te kunnen lachen.
Het theosofische wereldbeeld is pervers en parasitair, om Wouter Hanegraaffs typering te gebruiken. Parasitair, omdat geen nieuwe of originele denkbeelden worden geformuleerd, maar gebruik wordt gemaakt van gerecycelde esoterische en wetenschappelijke data; pervers, omdat de data worden losgesneden uit hun specifieke wetenschappelijke en historische contexten. Met andere 'new age-bewegingen' zocht de theosofie naar een uitweg uit de kladderadatsch van wetenschap en godsdienst, naar een derde weg, naar de gnosis, waarin kennis en geloof niet alleen werden verbonden, maar tevens overstegen in een nieuwe synthese. Ondanks dit hybridische karakter was de theosofie een bij uitstek moderne leer, net zo modern als liberalisme of socialisme. 'New Age' en theosofie zijn niet noodzakelijkerwijs irrationeel of anti-modern, maar verhouden zich tweeslachtig tot de moderne wereld. Enerzijds ageren ze tegen de moderne reductionistische wetenschap en anderzijds streven ze naar wetenschappelijke respectabiliteit door op enthousiaste wijze gebruik te maken van door de moderne natuurkunde verkregen inzichten (denk hier bij voorbeeld ook aan de Chaos Theorie). Daarbij is de theosofie net zo optimistisch in haar verwachtingen van de toekomst als het socialisme of anarchisme dat waren. Men hoopte op een toekomstige verbroedering van de mensheid; niet door maatschappelijke structuren te veranderen, maar door het bewustzijn te veranderen. Deze paradoxale verhouding van de theosofie tot de moderniteit vinden we ook bij de hyperabstracte kunstenaar Piet Mondriaan die nog op zijn sterfbed in een hypermodern atelier in New York een visioen van Blavatsky kreeg. Wellicht dat de volgend jaar verschijnende studie van Teio Meedendorp - over de relaties tussen theosofie/occultisme en beeldende kunstenaars in Nederland - meer helderheid zal verschaffen.
Al sinds de vorige eeuw waarschuwen vrijdenkers en anarchisten voor de theosofie - wat dit betreft is Kleintje geen uitzondering. Daar waren ook alle redenen toe want de moderne theosofie vindt haar oprichters vooral onder vrijdenkers en anarchisten. In de Kleintje-discussie werd al gewezen op Annie Besant, ooit een vrijdenkster van een hard atheïstisch kaliber en na de dood van Blavatsky een van de belangrijkste theosofische spreekbuizen. Maar we kunnen ook in Nederland blijven. Vrijdenkersvereniging De Dageraad kwam voort uit de vrijmetselaarsloge Post Nubila Lux waar spiritisten als Markus Polak de dienst uitmaakten. Ook een van de eerste filosofen van De Dageraad, Alexander Francois Siffle, kan een proto-theosoof worden genoemd die lyrisch sprak over de toekomstige "hereniging met het Grondwezen". Nog in de twintigste eeuw zou een theosofische loge zich overigens Post Nubila Lux noemen. Het eerste expliciet-theosofische tijdschrift, Licht en Waarheid, was begonnen als anarchistisch tijdschrift - redacteuren als Willem Meng en H.J. van Steenis werden volgelingen van het Theosofisch Genootschap in Nederland. De anarchist Bernard Damme was op zijn beurt weer een leerling van Meng. Nog in 1921 herdacht hij in De Vrije Socialist de zojuist overleden theosoof die hij een "mede-strijder die van ons heenging" noemde.
Zowel het anarchisme als de theosofie waren behoorlijke bewegingen in het Nederland van omstreeks de eeuwwisseling. De theoloog Chantepie de la Saussaye telde in 1914 ruim vijfhonderd actieve theosofen, evenveel als in het zo occult geachte Frankrijk en ruim het vijfvoudige van de aanhang in Duitsland. Ook de aanhang alhier van het anarchisme werd in West-Europa slechts overtroffen door Spanje, zo berekende Anton Constandse. Tot ver in de twintigste eeuw - toen de rol van het anarchisme al was uitgespeeld - werden anarchistische ideeën nog wel serieus genomen in theosofische bladen, zoals in Theosophia. Het moge dus geen verwondering wekken dat fanatieke anti-spiritualisten als Damme, Domela Nieuwenhuis en Constandse voortdurend waarschuwden tegen de theosofie: zij wisten dat onder hun gehoor zich potentiële kandidaten voor de theosofie bevonden.
Omstreeks 1900 trad de chaotische en syncretische theosofie - want van consistentie en samenhang lijkt nog nauwelijks sprake in de vroege jaren - in een tragisch huwelijk met Hegel. In Leiden orakelde de populistische autodidact en anti-democraat Gerard Bolland met veel succes over zijn hegeliaanse "zuivere rede". Volgens Hegel - en de theosofen - is al het zijnde op deze wereld van geestelijke aard (idealisme): alle dingen, wezens en natuurverschijnselen moeten worden opgevat als gedachten van de Wereldgeest of de Rede (of God). De zuivere rede leeft in het besef dat in de geschiedenis de menselijke geest zichzelf steeds meer bewust wordt van zijn vrijheid. De wereldgeest ontvouwt zich van minder bewust naar meer bewust, van minder vrij naar meer vrij. De weg die de mensheid moet doorlopen naar dat einddoel noemen we de wereldgeschiedenis: een vooruitgang van het bewustzijn van vrijheid. Om dat vooruitgangsproces te beschrijven hanteerde Hegel de dialectiek: aangezien alles dat bestaat ook in zijn tegendeel bestaat (ja/nee, groot/klein, mooi/lelijk, enzovoorts) vinden voortdurend botsingen plaats. Maar zoals in een dialoog tegenstellingen kunnen worden overwonnen in nieuwe argumenten, zo kunnen ook andere eenzijdigheden worden overwonnen in een hogere synthese. En zo dendert de geschiedenis met een ijzeren noodzakelijkheid dialectisch voort in de richting van haar einddoel: de vrijheid. Isaiah Berlin sprak van "fantasie" en "subjectieve poëzie in proza" - hij beschouwde Hegel dan ook als de eerste denker "in een lange, fatale reeks van kosmische historici die zich via Comte en Marx uitstrekt tot Spengler en Toynbee en alle anderen die geestelijk troost vinden in het ontdekken van enorme denkbeeldige symmetrieën in de onregelmatige stroom der menselijke geschiedenis".
Net zoals in het geval van de theosofie heb ik me steeds verbaasd over het enthousiasme waarmee ook deze leuterkoek in grote porties werd verorberd. In al zijn varianten doortrok het hegelianisme bijna alle grote (continentale) geestesrichtingen en ideologieën sinds de negentiende eeuw. Ook Karl Marx maakte deze denkbeelden tot uitgangspunt van zijn socialisme: de wereldgeschiedenis is het toneel van de strijd tussen kapitaal en arbeid en hun tegenstellingen zullen uiteindelijk worden overwonnen in de socialistische heilstaat. Een intuïtief inzicht wordt verheven tot wetenschap: wetenschappelijk socialisme. Nu is de dialectiek als denkspel zo gek nog niet, ware het niet dat iedereen in het kielzog van Hegel werkelijk dacht dat de geschiedenis zijn ware ontknoping zou bereiken. Hegel zelf, overtuigd van het feit dat de Wereldgeest eindelijk was aangekomen op de plaats van bestemming, presenteerde zichzelf als gezagsgetrouw ideoloog aan de Pruisische staatsmacht. De gedachte van 'het einde van de geschiedenis' - zo populair vandaag onder postmodernisten - is een vondst van Hegel. Met Karl Popper denk ik dat dit vooruitgangsdenken niet meer dan bijgeloof, tovenarij of astrologie moet worden genoemd. Er is op redelijke, wetenschappelijke gronden geen enkele reden aan te nemen dat er sprake is van een immanente logos of Rede in de natuur - zo is er ook geen enkele reden aan te nemen dat de wereldgeschiedenis zich lineair naar een einddoel beweegt, dat de mensheid zich even lineair ontwikkelt van barbarij (onvolmaakt) naar beschaving (volmaakt).
Wellicht is Murray Bookchin in anarchistische kringen één van de laatste grote mystici wiens ecologische bouwwerk volledig stoelt op de hegeliaanse vooruitgangscultus. Dat de blanke, westerse beschaving met dit einddoel werd geassocieerd moge geen verwondering wekken - die gedachte vond niet alleen steun in rechtse kringen, maar ook in linkse. Het invloedrijke werk van de communist V. Gordon Childe, The Aryans, mag wat dit betreft een absoluut dieptepunt worden genoemd. Ook het enthousiasme waarmee in de jaren dertig Rotterdamse syndicalisten middels knokploegen jacht maakten op Chinese arbeiders doet vermoeden hoezeer de idee van de blanke superioriteit overal weerklank vond.
De hermetische logica van Hegel sterkte de geloofwaardigheid van het einde van de geschiedenis: het geloof dat er een andere, hogere of betere wereld voor de deur stond. Veel theosofen waren diep onder de indruk van Bollands colleges en visioenen en integreerden de ontwikkelingsgedachte in hun levensbeschouwing. Bolland op zijn beurt oreerde uitvoerig over de theosofie in de hoop zijn gehoor op de ongerijmdheid daarvan te wijzen en hen tot de zuivere rede te brengen. Hij was daarin zeer succesvol. Theosofische verenigingen liepen leeg en men startte een campagne om Hegel binnen de theosofie te trekken. Zo organiseerde de Amsterdamse Theosofische Vereniging in 1907 en 1908 een cursus over Theosofie & Hegel. Als docent werd Rudolf Steiner aangetrokken die het debat tussen hegelianisme en theosofie nieuwe impulsen gaf. Ook Jacob Hessing, aanvankelijk theosoof, koos voor de zuivere rede en zou na Bollands dood in 1922 uitgroeien tot de voornaamste hegeliaanse filosoof in Nederland. Jannes Wattjes, een andere hegeliaan, volgde dezelfde route. Zij die de theosofie trouw bleven maakten meer ruimte voor het hegeliaanse denken. Een voorbeeld vinden we in J.J. Poortman, een niet-onverdienstelijk filosoof die het beroemde Repertorium der Nederlandse Wijsbegeerte (1948) publiceerde.
Bijna alle ideologische randgroepen - theosofen, spinozisten, christenanarchisten, idealisten, hegelianen enzovoorts - hadden zich in hun afkeer van de moderne, maar mechanische en "kultuurlooze" samenleving gericht op gene zijde van de mainstream. Van deze beweging profiteerde het anarchisme, maar ook andere heterodoxe stromingen zoals het actualisme, het fascisme en het nationaal-socialisme: revolutionaire bewegingen die de bestaande orde wensten te ondermijnen. De combinatie Blavatsky-Hegel bleek een funeste. In 1933, enkele weken nadat Adolf Hitler in Duitsland de macht greep, schreef de theosoof Poortman een lange beschouwing in het blad Theosophia. Alhoewel hij het anti-semitisme van de nazi's hekelt is zijn oordeel over het nationaal-socialisme erg positief. Het artikel is van belang omdat hier de hegeliaans-theosofische leuterkoek een tragisch dieptepunt heeft bereikt. Ik vat Poortmans gedachtengang even kort samen: Blavatsky had al ooit ergens een grote Europese Revolutie voorspeld die een einde zou maken aan de vele kibbelende en versnipperde staatjes die universele broederschap in de weg stonden. Hegelianen als Balthus Wigersma hadden hem ervan overtuigd dat de geschiedenis zijn voltooiing naderde en dat Europa net als Amerika zou uitmonden in de Verenigde Staten van Europa. Ook Poortman voelde zich - net als de meeste hegelianen - uitverkoren, hij stond op de drempel van een nieuwe tijd en zag Hitler als de voorbode van die Grote Europese Revolutie. In de jaren twintig en dertig duiken dan ook overal denkers van dit type op rondom nieuwe fascistische partijen: parapsycholoog K.H.E. de Jong neemt zitting in het bestuur van het Verbond van Actualisten (de eerste fascistische partij in Nederland); de metafysica van Emile Verviers wordt tot grondslag van Arnold Meijers Zwart Front; mystici als J.H. Carp en T. Goedewaagen roeren zich in de NSB - Carp schopt het zelfs tot nazistisch opperrechter; Poortman looft de machtsovername van Hitler; de hegelianen Wigersma en Hessing nemen zitting in de denktank van de nationaal-socialistische beweging; de joodse filosofen Herman Wolf en Leo Polak worden door pro-nazistische collega's uit de redactie van het Tijdschrift voor Wijsbegeerte gemieterd en sterven in Duitse concentratiekampen... In de eerste week van de Duitse bezetting neemt een woedende menigte wraak en wordt menig hegeliaan gemolesteerd.
Overigens had ook Anton Constandse in 1921 te Den Haag een cursus over Hegel gevolgd bij de ex-theosofen Hessing en Wattjes en was hij sindsdien genezen van allerlei hegeliaanse aandoeningen. Volgens Constandse zouden de hegelianen streven naar een aristocratische "Junkerskaste" die de bevolking onder de duim wenste te houden dankzij beelden, vlaggen, emblemen, gestalten en vurige godsdiensten.
In hun bestrijding van de theosofie en het rechts-hegelianisme maakten ook marxisten gebruik van hetzelfde hegeliaanse denken. Beide stromingen meenden zonder een spier te vertrekken dat de geschiedenis met een schier ijzeren noodzakelijkheid afstormde op haar ontknoping. We noemen dit historicisme - het ontdekken van een logische, en dus noodzakelijke gang in de geschiedenis en het trachten ook daarnaar te handelen. "Moderne historicisten waren zich niet bewust van het antieke karakter van hun doctrines en dachten werkelijk dat hun variant voldeed aan de meest revolutionaire prestatie van de menselijke geest" (Popper). Hegelianisme, marxisme, theosofie, Thatcherisme...allemaal varianten van historicisme waarin een noodzakelijke loop der dingen wordt voorondersteld. Het is zinvol en belangrijk dat dergelijke concepten voortdurend worden opgeblazen - want maar al te vaak verschijnen ze in het gewaad van een of andere 'noodzakelijke logica'.
Ook de polemieken in Kleintje Muurkrant gaan soms mank aan een kritiek die in zichzelf historicistisch is. Zo biedt Eric Krebbers een uiterst leesbaar en helder betoog tegen de gekte rondom De Celestijnse Belofte (maart 1997), maar ontkomt hij ook zelf niet aan het mechanisme dat juist de aantrekkingskracht van de new age bepaalt: "Willen we onze problemen werkelijk aanpakken, dan zullen we het individueel-psychologische niveau moeten overstijgen en samen vechten voor een betere wereld. Solidariteit, kameraadschappelijkheid en strijdbaarheid zetten namelijk meer zoden aan de dijk dan een logischerwijs tot mislukken gedoemde poging het aardse te overstijgen". Krebbers gaat - net als in de oude beweging - de concurrentie aan met de new age en belooft "meer zoden aan de dijk" dan zijn tegenvoeters. Werd ons al niet meer dan genoeg beloofd?
Net als de moderne politieke filosofieën, gaan ook de new age en de theosofie uit van een geloof in beheersing en maakbaarheid - "we zijn allen automobilisten geworden", schreef Henk Oosterling ooit, we willen onszelf volledig besturen. De politieke ideologie, maar ook de theosofie willen verklaringen voor alles, willen alles begrijpelijk maken, en beweren in de onstuitbare gang van de geschiedenis rechtvaardiging voor hun denken en handelen te vinden. En dat uiteraard in de hoop dat een toekomstige werkelijkheid een weerstandsloze werkelijkheid zal zijn. In 1911 nam de anarchiste Clara Wichmann afscheid van Bolland en van de illusie dat de toekomst bevrijd zou zijn van alle weerstanden en tegenstellingen: "En indien we ons afvragen of de toekomst een wereld zal brengen zonder misdaad, zonder ellende en zonder leed, dan moeten we antwoorden: nee. Want deze worden niet door uitwendige, maatschappelijke omstandigheden alleen bepaald - het leven kan eenvoudigweg niet zonder zonde en verdriet. Van die toekomst weten we niet of ze ooit zal aanbreken en in laatste instantie doet dat er ook helemaal niet toe. Laten we ons in het denken over de toekomst met een meer milde blik tegenover het heden plaatsen; laten we begrijpen dat alle woelingen en dwalingen niet zonder reden zijn - dat ze fasen, wegen, doorgangen zijn".
Bijna twee eeuwen lang domineerde een hegeliaans vooruitgangsgeloof - ongeacht haar linkse, rechtse of theosofische karakter - en sedertdien werd bijna alles geliquideerd dat de weg versperde van de 'noodzakelijke' loop van de geschiedenis: jagers & verzamelaars, tribale samenlevingen, armeniërs, berbers, joden, zigeuners, koerden, indianen, ishmaëlieten, de eilandbewoners van Schokland, anarchisten, moslims... Is het verwonderlijk dat Hegels grootste opponent destijds, de pessimist Arthur Schopenhauer, zich op een filosofie van het lijden en de pijn stortte? De laatste dominante vorm van historicisme lijkt de ideologie van de vrije markt. Vandaag de dag zijn het vooral de economen die zich schuldig maken aan leuterkoek van de eerste orde. Hun werk komt hoofdzakelijk neer op het voorspellen van de toekomst, een bezigheid die eerder door astrologen, hegelianen en theosofen werd beoefend. De laatsten vormen wellicht "geen sterke maatschappelijke krachten" (meer), maar laten we huiveren voor de econoom: "Het liberaal-economisch determinisme vindt zijn wortels in de negentiende eeuw, maar werd gerevitaliseerd in het Thatcherisme - het beschouwt de competitie op de markt als de motor van iedere vooruitgang en menselijke lotsverbetering" (Campion). De Heilige Economie, opnieuw gerechtvaardigd door mystieke leuterkoek die staat & kapitaal & arbeid ongelimiteerd vrijbrieven verstrekt om iedereen over de kling te jagen die weigert te geloven in De Florijnse Belofte.

bronnen:
* Nicolas Campion, The Great Year. Astrology, Millenarianism and History in the Western Tradition (London 1994)
* P.D. Chantepie de la Saussaye, Geestelijke stroomingen (Haarlem 1914)
* Chrysostomos. Mitteilungen fur die Mitglieder der Anthroposofischen Gesellschaft Christian Rosenkreutz Zweig Hamburg-Rotterdam-Norrkoping. Wordt periodiek uitgegeven door uitgeverij Cagliostro te Rotterdam. Cagliostro geeft anarchistische en antroposofische literatuur uit, waaronder werk van Max Stirner en Rudolf Steiner. Deze scène bestaat uit geroyeerde en dissidente antroposofen die zich onder meer keren tegen de antroposfische uitgeverij Vrij Geestesleven en de Vrije Scholen. Hierover ook, Siebe Thissen, Vervalsing van de bovenzinnelijkheid? Iets over de antroposofische zuil in Nederland, in: Buiten de Orde (1, 1992)
* Sylvia Cranston, HPB. Het bijzondere leven & de invloed van Helena Blavatsky, stichtster van de moderne theosofische beweging (Theosophical University Press, Pasadena-Den Haag-Munchen 1993)
* De Federatieven. Beweging voor sociale vernieuwing en bewustwording. Ook de Federatieven huldigen een mix van ecologie, antroposofie en anarchisme (Kropotkin). Federatieven: Buntlaan 11, 3941 MG Doorn.
* J. Flentge, Hegeliaansche Theosofie, in: Licht en Waarheid (1914)
* Joscelyn Godwin, The Theosophical Enlightenment (New York 1994)
* Joscelyn Godwin & Mike Jay, Licked by the Mothertongue: The Connections Between UFO-magazines, Theories About the Hollow Earth and the Theosophical Society, in: Fortean Times (#97, mei 1997)
* W.J. Hanegraaff, New Age Religion and Western Culture. Esoterism in the Mirror of Secular Thought (Utrecht 1996)
* Waldemar Januszczak, All Mod Cons. Seduced by Dark Age Hocus Pocus of Theosophy, in: The Guardian (supplement) 20-10-1995. Artikel naar aanleiding van de televisieserie Hidden Hands uitgezonden in 1995 door Channel 4. Welke omroep schaft die serie nou eens aan?
* Kleintje Muurkrant. Maandblad, slechts dertig gulden per jaar op giro 5349231 t.n.v. muurkrantkollektief Den Bosch. Postbus 703, 5201 AS Den Bosch - email: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. en op internet www.stelling.nl/kleintje
Een up-to-date "Sofenpakket" met alle polemieken rondom de antroposofie & theosofie kan je bestellen voor 15 gulden (inclusief verzendkosten) naar bovenstaand gironummer.
* Sjoerd de Jong, De kosmische knuffelcultuur, in: NRC-Handelsblad (wetenschapsbijlage) 14-3-1996
* Jason McQuinn, An Interview with Jay Kinney - the publisher of Gnosis, in: Alternative Press Review (winter 1996). Kinney was eerder uitgever van anarchistische bladen als Young Lust Comics, Anarchy Comics en Co-Evolution Quarterly/Whole Earth Review en maakt nu het kwartaalblad Gnosis dat inmiddels een oplage van 20.000 exemplaren heeft bereikt. Gnosis bestudeert westerse esoterische tradities. Alternative Press Review: POBox 1446, Columbia, MO, 65205-1446, USA.
* M.W. Mook, Theosofisch-Hegeliaansche opstellen (Amsterdam 1913)
* J.J. Poortman, Eenige beschouwingen over het Nationaal-Socialisme, in: Theosophia (7/8, 1933)
* Karl Popper, The Poverty of Historicism (New York 1957)
* Heleen Pott, Woedend op de wereld, in: NRC-Handelsblad (boekenbijlage) 23-5-1997
* A.J. Resink, Theosofie & Hegel, in: Tijdschrift voor Wijsbegeerte (1909)
* A.J. de Sopper, Hegel en onze tijd (Leiden 1908)
* Rudolf Steiner, Filosofie en theosofie (Amsterdam 1909)
* Siebe Thissen, De reddingssloep Nede