Deel 2: De theorie van het marxisme
1848 COMMUNISTISCH MANIFEST 1998
Het wachten op het Manifest was de moeite waard. Het is de eerste systematische verklaring van het wetenschappelijk socialisme. Zoals Friedrich Engels in 1883, het jaar waarin Marx stierf, verklaarde was de basisgedachte van het Manifest (dat volgens Engels geheel en al het werk van Marx was) het begrip dat "de economische produktie en de daaruit noodzakelijk voortvloeiende maatschappelijke geleding van ieder historisch tijdperk de grondslag vormt voor de politieke en intellectuele geschiedenis in dit tijdperk; dat dienovereenkomstig (sinds de ontbinding van het oeroude gemeenschappelijk bezit van de grond) de gehele geschiedenis een geschiedenis van klassenstrijd is geweest, strijd tussen uitgebuite en uitbuitende, overheerste en heersende klassen op verschillende trappen der maatschappelijke ontwikkeling; dat deze strijd thans echter een trap heeft bereikt waarop de uitgebuite en onderdrukte klasse (het proletariaat) zich niet meer van de haar uitbuitende en onderdrukkende klasse (de bourgeoisie) kan bevrijden, zonder tegelijk de gehele maatschappij voor altijd van uitbuiting, onderdrukking en klassenstrijd te bevrijden". (F.Engels, Voorwoord 28 juni 1883).
materialisme
De eraan voorafgaande systemen van gelijkheid, van primitief communisme gebaseerd op distributie, van allerlei utopische en reformistische schema's van verschillende ideologieën uit het begin van de negentiende eeuw waren voorbijgestreefd. Het hele begrip van de maatschappij was door Marx van een materialistische basis voorzien. De inzichten van Marx kwamen evenwel niet rechtstreeks van hemzelf, maar waren het resultaat van studie, strijd en historische ervaring. De Russische revolutionair Lenin schreef in zijn boek over Marx dat het Marxisme was samengesteld uit drie onderdelen, namelijk de klassieke Duitse filosofie, de klassieke Engelse politieke economie en het Franse socialisme zoals het zich tot die tijd ontwikkeld had, inclusief de organisatorische modellen. Dat wil zeggen dat het Marxisme als complex van ideeën niet eerder in de geschiedenis had kunnen ontstaan, maar zich vormde uit haar historische voorgangers en de eigentijdse materiële voorwaarden en strijd, waaronder die van de nieuwe klasse van industrie-arbeiders.
Het kapitalisme had zich meer dan twee eeuwen voor het verschijnen van het Manifest in haar handelsvorm ontwikkeld, maar rond de verschijning van het Manifest begon het zich uit te breiden en zich om te vormen tot een moderne, grootschalige industriële produktievorm die gebruikmaakte van stoommachines om massaal goederen te produceren in fabrieken. Een bijbehorend distributienetwerk ontwikkelde zich eveneens in een razendsnel tempo, getuige de aanleg van vele kilometers spoorwegen in alle Europese landen.
klassenstrijd
Het Manifest stelt dat de geschiedenis van iedere menselijke samenleving, in het verleden en heden, de geschiedenis van klassenstrijd is geweest. De erkenning van de rol van de klassenstrijd was evenwel geen ontdekking van Marx. Burgerlijke historici uit de tijd van de Franse revolutie (1789) begonnen de klassenstrijd als belangrijk voor de geschiedenis te zien. In een brief aan zijn kameraad Joseph Weydemeyer uit 1852 schrijft Marx wat zijn specifieke bijdrage aan het begrip klassenstrijd was: "Wat ik deed dat nieuw was, was te bewijzen dat 1) het bestaan van klassen slechts verbonden is met specifieke historische fases in de ontwikkeling van de produktie, 2) dat de klassenstrijd onvermijdelijk leidt tot de dictatuur van het proletariaat, 3) dat deze dictatuur zelf slechts de overgang voorbereidt naar de afschaffing van alle klassen en leidt tot een klassenloze maatschappij".
Dit is een zeer beknopte samenvatting van het Manifest. Het commentaar van Lenin op deze verklaring was dat de theorie van de klassenstrijd in wezen acceptabel was voor de bourgeoisie, en dat zij die slechts de klassenstrijd erkennen geen Marxisten zijn, maar nog steeds opereren binnen de grenzen van het burgerlijke denken en de burgerlijke politiek. Wat evenwel onacceptabel is voor de bourgeoisie is de gevolgtrekking van Marx dat deze klassenstrijd moet leiden tot de dictatuur van het proletariaat en van daaruit naar de afschaffing van de klassenmaatschappij. Dit is het voornaamste onderscheid tussen de doctrines van Marx en die van de reformisten.
filosofie
Na het verschijnen van het Communistisch Manifest in februari 1848 besteedde Marx de rest van zijn leven aan de verdieping en verfijning ervan, en ontwikkelde concepten die het gevolg waren van zijn politiek-economische theorie, gebaseerd op ervaring, strijd en studie. Zo verscheen in 1859 Marx' 'Kritiek op de politieke economie', in 1867 gevolgd door het eerste deel van zijn hoofdwerk 'Het Kapitaal'. Friedrich Engels legde zich toe op de popularisering van de werken van Marx en schreef toegankelijke boekwerkjes als 'De beginselen van het communisme' (1847) en 'Over 'Het Kapitaal' van Karl Marx' (1868).
Het materialisme is het centrale punt van het Marxisme. Marx verwierp alle vormen van idealisme, de doctrine waarin het denken centraal staat en de wereld slechts een reflectie van de gedachte is. Niet voor niets staat dan ook op zijn grafsteen in het Londense Highgate cemetery geschreven: "Filosofen hebben de wereld slechts verschillende geïnterpreteerd; het komt erop aan haar te veranderen". Volgens Marx zijn godsdienst, metafysisch idealisme en sociaal-Darwinisme slechts de verschillende uitdrukkingsvormen van een vals bewustzijn van de heersende klasse en haar sociale kringen. Engels vatte de anti-metafysische, dialectisch-materialistische inzichten van het Marxisme beknopt samen: "De wereld moet niet worden begrepen als een complex van kant-en-klare dingen, maar als een complex van processen waarin dingen, blijkbaar niet minder stabiel dan hun voorstelling in onze hoofden -de concepten-, gaan door een ononderbroken verandering van ontstaan en weer verdwijnen".
En Engels vervolgt: "Maar om deze fundamentele gedachte in woorden te erkennen en in werkelijkheid toe te passen op ieder onderzoeksterrein zijn twee verschillende dingen". Lenin zei het wat kernachtiger door te verklaren dat kennis van de dialectiek hulp biedt bij het denken over de wereld, zoals kennis van de fysiologie leert hoe voedsel wordt verteerd.
Om verschijnselen te begrijpen moeten zij in hun concrete vorm worden onderzocht, in hun onderlinge verhoudingen, in hun tegenstellingen en ontwikkelingen, in hun totaliteit. De dialectische filosofie die Marx en Engels van Hegel overnamen accepteert niets als eindig, absoluut of heilig. Zoals Engels opmerkte in zijn commentaar op de revolutionaire kern van de Hegeliaanse filosofie, "de dialectiek onthult het overgangskarakter van alles en in alles, en niets kan voortduren zonder het ononderbroken proces van wording en weer verdwijnen. En de dialectische filosofie zelf is niets meer dan de zuivere weerspiegeling van dit proces in het denkende brein".
produktieverhoudingen
Wat Marx zich ten doel stelde, en volbracht, was om de wetenschap van de samenleving in overeenstemming te brengen met haar materialistische fundamenten. De heersende klasse, met name in haar huidige staat van verval en wanhoop, doet er alles aan om dit punt te verdoezelen. Het is ondenkbaar dat het marxisme zou kunnen ontstaan zonder bepaalde ontwikkelingen in de moderne wetenschap en produktie. Het proletariaat is een historisch bepaalde klasse, in haar moderne vorm onbekend in eerdere historische periodes. Zoals Marx beschreef: "In de sociale produktie van zijn leven komt de mens terecht in bepaalde verhoudingen die onmisbaar en onafhankelijk van zijn wil zijn, produktieverhoudingen die overeenkomen met een bepaald stadium van ontwikkeling van zijn materialistische produktiekracht".
Marx verklaarde dat de optelsom van de produktieverhoudingen de economische structuur van de maatschappij vormt. Op deze basis ontstaat een wettelijke en politieke superstructuur en overeenkomstige vormen van sociaal bewustzijn. Dit is de fundamentele ontdekking van Marx. Het begrip voor de huidige samenleving of enige samenleving zonder het overnemen van deze inzichten levert in de uiteindelijke analyse slechts beperkingen op. De marxistische inzichten vertegenwoordigen een grote stap voorwaarts in begrip van de menselijke verhoudingen. Daarvoor had de wetenschap van de geschiedenis zich steeds geconcentreerd op de rol van individuen of ideologieën of religies. Maar dergelijke studies legden de dynamiek en de maatschappelijke processen niet werkelijk bloot. Voor de eerste maal gaf het marxisme aan de arbeidende klasse de gereedschappen om de maatschappij te begrijpen en te veranderen.
Daarom legt Marx in het Manifest uit wat kapitalisme is, hoe dit nieuwe systeem tot stand kwam, en waarom en hoe het de produktieverhoudingen veranderde, de intermenselijke relaties veranderde en uiteindelijk de hele planeet veranderde. Het Manifest belicht vooral de kapitalistische organisatie van de produktie waarin arbeidskracht beschouwd wordt als koopwaar op de markt. De arbeiders hebben slechts hun arbeidskracht als koopwaar, de kapitalisten hebben het kapitaal. Marx toont aan dat de bron van meerwaarde (winst) in werkelijkheid het zich toeëigenen van een deel van die arbeidskracht door de kapitalisten is.
Het handelen in produkten op zich levert geen meerwaarde op. Een produkt wordt geruild voor geld, wat in werkelijkheid geconcentreerde arbeidskracht is. Maar de winst die gemaakt wordt door de verkoop van het produkt komt niet uit die verkooptransaktie zelf, maar uit de waarde van de arbeid die in de produktie werd geïnvesteerd. Een arbeider die acht uur werkt per dag moet misschien vier uur werken aan de produktie van goederen die bij verkoop op de markt de kosten van zijn arbeidsreproduktie zouden dekken. De andere vier uur van zijn werk komen ten goede aan de winsten van de kapitalist die zich deze meerwaarde toeëigent.
(wordt vervolgd)
Bas van der Plas
Dit artikel is verschenen in Kleintje Muurkrant nr 315, 21 november 1997