Terug naar hoofdinhoud
  • Archivaris
  • 315

Sifilis en hondenriempjes

Ik heb het druk. Heel druk. Nauwelijks vrije tijd. Ik zie door de drukte geen rechte levenslijn meer lopen. Mijn leven is een zooitje. En dan dat winterse weer erbij, ik word er reuze depressief van. Niet suf en in mezelf gekeerd maar opgejaagd, ontevreden, agressief. Zo kan het niet langer, dacht ik een paar weken geleden. Ik moet rustiger aan gaan doen, niet teveel tegelijk willen. Hobbies nemen, uitslapen, lekker weekendjes gaan vissen. Maar het wilde niet lukken. Ik kwam niet uit de stress. Ik had hulp nodig. Hulp. Ik ga liever niet naar m'n huisarts. Voor de eerste paar consulten moet ik tegenwoordig een eigen bijdrage betalen. Zonde van het geld. Kan ik mooi m'n abonnement van m'n mobiele telefoon en m'n sema-nummer van betalen. Maar ik moest wel, dit keer, dan maar op de zwarte libertel-ptt-lijst. "Jij moet het echt rustiger aan gaan doen!" zegt die schattige oude man tegen me. Want mijn huisarts is een schattige oude man. Nog een van de oude stempel. Heb je iets, dan heeft hij er wel een pilletje of zalfje voor. Dus het recept voor een valiumkuurtje had ik binnen twee minuten in m'n hand. Dankuwel dokter, zei ik nog nederig maar hij had al op de dingdonger voor de volgende patiënt gedrukt. Die dag vergat ik door de drukte m'n potje pilletjes te gaan halen. Ai ai ai. Ik zat er echt om verlegen. De volgende morgen voordat ik weer naar m'n eerste zakenafspraak moest snel even langs de apotheker. Ik was daar zo vroeg dat ik een klein kwartier voor openingstijd al onrustig voor de schamel verlichte apothekersdeur heen en weer ijsbeerde. Het was koud en ik had haast. Diep in m'n jas weggekropen, slenterend heen en weer. Ik was niet alleen. Een drentelige man die zich gedroeg of hij hoognodig naar een toilet moest en een vrouw met drie jengelende kinderen en een kefferige poedel aan de riem, stonden ook voor de deur te wachten. Alle drie keken we naar elkaar, zorgvuldig elkaars blikken ontwijkend. Wat zou zij nodig hebben, dacht ik, vast iets voor een van de kinderen, want die druktemakertjes zijn om 't niks of nimmer doodziek. En die gozer, die zal wel met de een of andere geslachtsziekte staan te dralen. Juist terwijl ik me op stond te winden over het feit dat de poedel gewoon tegen de muur stond te pissen en dat de apotheker noch diens assistent(e) al beschikbaar waren hoorde ik het geluid van een grommende automotor en zag ik uit m'n ooghoeken de felle lampen in de ochtendschemering de hoek om draaien. Snel en blauw. ... blauw? Ja, blauwe lampen, en ze flikkeren. "Zou er een ambulance om medicijnen komen" flitste 't door m'n gestresste kop. Maar voor ik een stap opzij kon zetten voor de verwachte haastige ziekenbroeders kreeg ik in de gaten dat de bestuurders ook blauwe pakken droegen en politiepetten op hun hoofd hadden staan. "Om welke reden houdt u zich hier op?" schreeuwt één van de jonge agenten. Jezus! Die had vanochtend z'n tanden wel mogen poetsen, denk ik terwijl ik schichtig om me heen kijk om vast te kunnen stellen tot welk persoon deze wetsdienaar zich richt. Ik zie aan de overkant van de straat licht branden achter een weggeschoven gordijn. De bewoner van het huis gluurt naar buiten. Zou die op de zwaailichten hebben gereageerd of de politie hebben gebeld? Wat is hier eigenlijk aan de hand, vraag ik me af, maar de collega van de slechtriekende agent klopt al op mijn schouder en vraagt me om het doktersrecept. Gezagsgetrouw als ik altijd al ben geweest denk ik geen moment na en tover het onleesbaar beschreven papiertje van m'n huisarts uit mijn jaszak. Het papiertje was helemaal warm. Ik liep er immers al bijna 10 minuten mee in mijn hand te ijsberen, klaar om het direkt bij aankomst van de apotheker onder zijn verslapen neus te houden. Ongetwijfeld heeft de agent Gymnasium gedaan want hij knikt zachtjes terwijl hij het receptje leest. "U bent in overtreding, mijnheer!" Pardon? Dit begrijp ik niet. Ik ben niet met de auto, dus ik sta als vanzelf niet fout geparkeerd. "Het is verboden, op of aan de weg post te vatten of zich daar heen en weer te bewegen, indien redelijkerwijs kan worden aangenomen, dat dit gebeurt om middelen als bedoeld in de artikelen 2 en 3 van de Opiumwet of daarop gelijkende waar dan wel slaap- of kalmeringsmiddelen of daarop gelijkende waar, te kopen of te koop aan te bieden, artikel 10B, lid 2 van de APV mijnheer", zegt de diender snel maar kordaat. Hoewel ik in een gemiddelde zakelijke onderhandelingssituatie scherp en snel kan reageren ben ik perplex en stamel ik slechts de vraag waarom die syfilisklant en die mevrouw met kroost niet in overtreding zijn... "Die zijn ook in overtreding mijnheer, lid 1 van hetzelfde artikel, mijnheer, het is verboden op of aan de weg of in een voor publiek toegankelijk gebouw harddrugs te gebruiken of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen openlijk voorhanden te hebben." Heeft die smeerlap drugs bij? Roep ik de agent toe, terwijl ik me boos tot de dralende man richt die - nou ja zeg! - inmiddels ook tegen de muur staat te pissen. "Nee mijnheer, de mevrouw zou haar hondenriem ten behoeve van het zetten van een shot heroïne kunnen gebruiken, mijnheer." Het tolt inmiddels in mijn hoofd. "Wat met mij dan?" denk ik? En het is alsof de agent mijn gemoedstoestand ruikt. "Kijk, mijnheer, u bent hier om valium te kopen. Ik begrijp dat wel, u ziet er gestresst uit. De aders knappen bijna uit uw ogen, maar APV is APV mijnheer, het is verboden zich heen en weer te bewegen om slaap- of kalmeringsmiddelen te kopen. Ik kan er niks aan doen. De bewoners van dat pand hebben een samenscholing van meer 3 personen of meer gemeld, zodoende." Ik volg de vinger van de agent die naar het pand wijst waar twee minuten geleden nog door de ramen werd gegluurd. Aldaar heeft men het in de gaten en het gordijn valt met een snelle beweging dicht. Op dat moment open ik mijn ogen. Ik wrijf ze uit, geeuw, en realiseer me slaperig dat het zondag is, lekker een dag vrij. Terwijl de koffie pruttelt blader ik door de Bossche Omroep op Zondag. De gemeentepagina. Ah, een wijziging van de APV. "Het is verboden, op of aan de weg post te vatten of zich daar heen en weer te bewegen indien redelijkerwijs...." Trillend pak ik drie van m'n valiumpjes en gooi ze met een ferme slok koffie door mijn keel.

Gé Odé

Dit artikel is verschenen in Kleintje Muurkrant nr 315, 21 november 1997