Skip to main content
  • Archivaris
  • 332

Persweeën

Geheime geschiedenis

Het boek behandelt achtergronden van de krijgsgeschiedenis van de Verenigde Staten vanaf de opstand tegen Engeland tot Joegoslavië van nu. Zo ongeveer alle oorlogen vanaf de onafhankelijkheidsstrijd tegen Engeland, de uitroeiingsoorlogen (genocide) tegen de inheemse bevolking, de oorlogen, expedities alsmede een (beperkt) aantal geheime operaties worden behandeld. Het overgrote deel van het boek heeft echter betrekking op de periode vanaf 1914 tot nu.

De uitgever stelt dat dit boek uitgaat van bestaan en hegemonie van een (financiële) elite in de VS; gekozen presidenten zijn er in eerste instantie voor om de lange termijn belangen van die elite te dienen. Oorlogen zijn een bron van profijt, buurlanden worden bewapend en tegen elkaar opgezet, ook aan de vrede en wederopbouw wordt flink verdiend. Zo op het eerste gezicht is dit boek te plaatsen in een reeks van soortgelijke boeken, maar.... Het "is geen oppervlakkige geschiedschrijving, bezien vanuit de overwinnaars, het levert een bijdrage aan het historisch revisionisme." Aldus de uitgever, die in het boek een aantal advertenties plaats waarmee de uiterst rechterzijde van het duitstalige politieke spectrum bediend wordt.
Nu kan een publicatie gemakkelijk worden afgedaan met de politieke oriëntatie van de uitgever; of met de dooddoener: "samenzweringen". In het artikel "achter de schermen van de democratie" schreef Martin Jelsma (Konfrontatie nummer 17, januari 1993): "Onderzoek naar deze wereld van de 'parapolitiek' wordt vaak te snel afgedaan als 'samenzweringstheorieën'. Grote voorzichtigheid bij het manoeuvreren op dit onderzoeksterrein is wel degelijk geboden: de grens met paranoïde theorieën is niet altijd even scherp te trekken". De auteur Mansur Khan hanteert dit voorzichtigheidsbeginsel overduidelijk niet. Bovendien plaats hij zich impliciet binnen de postmoderne wetenschapsfilosofische benadering waar elke geschreven tekst van gelijke waarde is. Zijn literatuuroverzicht omvat een pagina of 30. Echter, een kritische waardering van de gebruikte bronnen valt buiten het blikveld van de auteur; met als uiteindelijke resultaat een hutspot van feiten, vooronderstellingen, beweringen, samenzweringen van bankiers, verwijzingen naar de invloed van vrijmetselaars, naar manipulaties van financiële elites en hun politieke marionetten.
Dit alles leidt tot op zijn zachtst gezegd vreemde situaties; zo is de Amerikaanse president F. D. Roosevelt door zijn buitenlandse politiek respectievelijk: drijvende kracht achter de westerse democratieën en zodoende architect van de tweede wereldoorlog (o.a. pag 173 e.v. ); en uitvoerder van een buitenlandse politiek gericht op het realiseren van een vrijheidsbedreigende rode wereldregering (pag 221). Het verhaal van de engelse sabotage-operatie tegen de nederlandse onderzeeër K-XVII in de Stille Oceaan, ten tijde van de Japanse aanval op Pearl Harbour wordt zonder meer kritiekloos opgevoerd, met als bron uiteraard het boek "Operation James Bond" van Christopher Creighton. En zo dendert het maar door, van manipulatie tot manipulatie. Bronnen van onduidelijke aard afgewisseld met analyses van kapitaalstromen van de VS naar het Duitsland van de Weimar republiek en Hitler-Duitsland, (waarmee een bijdrage aan de Duitse herbewapening werd gefinancierd), de handel van amerikaanse concerns met Nazi Duitsland voor en tijdens de oorlog, de amerikaanse interventies in Afghanistan, Iran, alsmede van de Golfoorlogen en Joegoslavië. Dat de buitenlandse politiek van staten niet bepaald gebaseerd is op hoogstaande ethische beginselen zal voor weinigen nieuws zijn; dat economische machten rechtstreeks, of via lobby's, onderzoeksinstituten en denktanks, politieke scenario's ontwerpen en tot uitvoering trachten te brengen ook niet. Dat er een vijand(beeld) nodig is om de investeringen met belastinggelden in de bewapeningsindustrie mogelijk te maken, tja ook dat is eerder beschreven.
Het boek behandelt wat dat betreft weinig nieuws. Dat er achter al die manipulaties elites aan het stuur staan wordt voortdurend aangenomen, maar niet hard gemaakt. Bovendien wordt door de auteur voetstoots aangenomen dat financieel economische elites voortdurend identieke belangen hebben en dat er geen onderlinge economische tegenstellingen voorkomen met de daarbij behorende strijd om macht en invloed. Ook het bestaan en de dynamiek van formele en informele circuits binnen staatssamenlevingen, (met aan de ene zijde de formele politieke en institutionele kaders en aan de andere de vele informele circuits waarbinnen aan machtsvorming en beïnvloeding gedaan wordt), onttrekt zich aan het blikveld van de auteur. Ook het gehanteerde elitebegrip zelf wordt niet theoretisch uitgewerkt, soms verschijnen geheime elitaire genootschappen op het toneel, dan weer zijn het bankiers of financiers die als elites worden opgevoerd. Eigenlijk verwart Khan gewoon de begrippen "netwerken" en "elites". Ondanks al dit soort tekortkomingen zijn met name de hoofdstukken over de Golfoorlogen en de amerikaanse politiek ten opzichte van het Joegoslavië van na Tito interessant.
"Die geheime Geschichte der amerikanische Kriege, Verschwörung und Krieg in der US-Aussenpolitiek", Mansur Kan. - Grafert-Tübingen, 1998 (isbn 3-87847-174-2) inclusief personenregister en index.

Dit artikel is verschenen in Kleintje Muurkrant nr 332, 7 mei 1999