Skip to main content
  • Archivaris
  • 309

Subversief toen, subversiever nu...

Uit kleintje 2035

Als ik vanuit het monorailstation Parade op het rollend trottoir richting Stadsmarkt stap zie ik vanuit mijn rechterooghoek nog net hoe de laatste restanten van de gesloopte Sint Jan op de vrachtrail worden geladen. Het gewestbestuur Brabant is voortvarend te werk gegaan en naar verwachting zal hier binnenkort de dubbelgesyncopeerde lasercentrale in gebruik genomen kunnen worden om het gewest van energie te voorzien.
Nu het stadsgewest geheel overdekt is met een costadyne koepel, naar het voorbeeld van Tokio en Mexico Stad, om de straling vanuit het niet meer door een ozonlaag gehinderde heelal te antivibreren, doen zich klimatologische problemen voor die een nieuwe aanpak van klimaatbeheersing vergen. Staande op het rollend trottoir voel ik dan ook de benauwdheid in mij opkomen en tast in de zak van mijn univeral op zoek naar een klimatablet die de benauwdheid wel snel zal doen verdwijnen. Op het Adr. Heinenplein stap ik van het trottoir om bij Nedalbert Herveyn mijn inkopen voor de komende maand te doen. Het is altijd weer een verademing om het laatste stenen gebouw in deze stad binnen te kunnen stappen en menigmaal werd ik daar getroffen door een aanval van nostalgie naar 'de oude tijden', totdat mijn geheugenchip opnieuw werd geprogrammeerd volgens de 'look only forward'-methode en ook dit ongemak uit de wereld was.

eurokaart
Bij het binnengaan van het NH-filiaal doe ik mijn eurokaart in de saldo-automaat, die mij na een korte controle het groene licht geeft. Snel loop ik naar de afdeling overleving en pak de potjes tabletten die ik voor de komende week nodig denk te hebben. Axeroftol, aneurine, lactoflavine en ascorbine zitten in de combipot, dan zoek ik nog tocopherol en biotine. Een buisje aminoproteïne en mineraalconcentraat gaan er ook nog bij voordat ik weer naar de uitgang loop. Ik doe mijn eurokaart in de saldo-exit-automaat, houd de pictogrammencode van mijn boodschappen in het syntherlum venstertje, en krijg weer het groene lichtje te zien. Alles nog in orde en gelukkig heeft het ministerie van sociale oppressie bijtijds mijn eurokaart opgesaldeerd.
Ik stap weer op het trottoir en laat mij naar de Stadsmarkt rollen. Teveel inwoners van de buitengewesten hebben hier hun indivimobiel geparkeerd en tot mijn genoegen zie ik de Melkertbrigade in hun bekende zwarte uniformen met oplosvloeistof aan de gang om ruimte te creëren. Vanuit de hoge toren die in 2015 op de plaats van het oude stadhuis werd gebouwd houdt de Central Security een oogje in het zeil over het gewest. De schotelantennes van de toren zullen binnenkort door unvisual beamdetectors worden vervangen, las ik in het vorige nummer van het illegaal verschijnende Kleintje Muurkrant, zodat Big Brother een nog grotere controle kan uitoefenen.

voortplanting
Wanneer ik, los van het trottoir, een diagonale wandeling over de Stadsmarkt wil maken schrik ik van een scherpe fluittoon in mijn attentiechip. Schichtig kijk ik om mij heen om te zien waar ik in de fout ben gegaan. Vanuit de hoge toren wordt een ultrageel straal op mij gericht en in mijn gedragchip krijg ik de boodschap door dat ik hier niets te zoeken heb. IJlings begeef ik mij weer naar het rollend trottoir en ga via Heinenplein terug naar het monorailstation Parade. Ik hoef niet lang te wachten om in de monorailcabine te kunnen stappen. Na drie stations stap ik uit bij de halte Kagiegetto. Hier woon ik nu al twintig jaar, vanaf het moment dat de sociale dienst werd opgeheven en alle maatschappelijk onproductieven (zoals dat destijds heette) hier werden samengedreven. Via de authenticity indicator loop ik ongehinderd het getto binnen om naar mijn dagverblijf te gaan. Dan word ik teruggeroepen door iemand van Medserv. Of ik vandaag mijn non-amfigonie tablet al ingenomen heb, is de vraag, die een onverwachte steekproef blijkt. Ja hoor, dat heb ik, antwoord ik enigszins opstandig, maar in de wetenschap dat ik voldaan heb aan de richtlijnen om mij niet voort te planten, omdat ik natuurlijk weet dat inwoners van het Kagiegetto dat recht niet hebben. Ik mag doorlopen.

tweedimensionaal
In het dagverblijf is het rustig. Ik kijk op de nieuwe euthanasielijst om te zien vanaf wanneer het ministerie van sociale oppressie mij niet meer ondersteunt conform de nieuwste algemene bijstandswet, maar ik zie dat ik nog een paar jaar te gaan heb. Dan ga ik op een bankje zitten en sluit mijn virtual-input aan op het Boschtion realitychannel. Leuk, ze herhalen wat oude afleveringen van het journaal, maar natuurlijk alleen die welke goedgekeurd zijn door Glavpict. Toch aardig om die oude tweedimensionale beelden nog eens te zien.Als ik genoeg heb van het kijken loop ik maar weer eens de gettotuin in. Enkele medebewoners zitten onder de simisun-lamp. Ik ga er even bij zitten, maar het gesprek interesseert mij niet. Bovendien ben ik te onrustig, ondanks mijn door de Europese veiligheidsdienst overgeactiveerde tranquillitychip. Dan geeft de atoomklok het signaal dat we naar de, in kamptaal 'varkenspesthal' genoemde ruimte moeten komen voor het ritueel innemen van onze dosis overleeftabletten. Dat is het moment waarop ik gewacht heb...

subversief
Nu iedereen in de hal is zie ik mijn kans om ongemerkt weer het getto te verlaten. Omzichtig vermijd ik alle detectoren waarvan ik precies weet waar ze staan. Mijn nervenchip bonkt tegen mijn slapen als ik het getto verlaat via een oude rioolbuis die geen dienst meer doet nu het toiletgebruik tot eenmaal per maand is gereduceerd. Nostalgische stank teistert mijn reukorgaan als ik de buis verlaat in de naast het getto gelegen Romboutswijk. Ik neem natuurlijk niet het rollend trottoir, maar sluip van straat naar straat in een lopende beweging. Ik weet exact wat te doen, omdat het een wekelijks ritueel is. Over de precieze details van de route kan ik uit veiligheidsoverwegingen niets zeggen, maar uiteindelijk kom ik bij de redactievergadering van Kleintje Muurkrant, waar we de inhoud van de 56e jaargang gaan bespreken. Iemand heeft zelfs voor koffie gezorgd en een kameraad die niet in het getto verblijft, en dus het recht heeft zich elders in het stadsgewest te begeven, komt triomfantelijk met enkele sigaretten naar de vergadering. De nostalgie viert hoogtij, en onder het genot van koffie en tabak dementeren we wat over vroeger tijden toen het natuurlijk allemaal zoveel beter was.
Aan het eind van de avond sluip ik weer terug naar het getto en weet nog net voor het ingaan van de nachtklok mij aan de somnambulecomputer te koppelen. Met een tevreden glimlach over zoveel subversieve daden op één dag val ik snel in slaap.

basz

Dit artikel is verschenen in Kleintje Muurkrant nr 741, mei 2035