Skip to main content
  • Archivaris
  • 309

Sociale Dienst Terreur

De kogel is nu eindelijk door de kerk: per 1 juli aanstaande wordt de 'Wet Boeten en Maatregelen en Terug- en Invordering Sociale Zekerheid' (in het vervolg Wet Boeten) ook van kracht voor uitkeringen op grond van de Algemene Bijstandswet, de IOAW en de IOAZ. De Wet Boeten is een nieuwe forse aanslag op de toch al slechte rechtspositie van uitkeringsgerechtigden.

De Wet Boeten valt - zoals de volledige naam al aangeeft - in twee hoofdonderwerpen onder te verdelen; aan de ene kant de boeten en maatregelen en aan de andere kant de terugvordering van ten onrechte uitbetaalde uitkering. Hoewel ze niet strikt gescheiden zijn behandelen we ze ter wille van de overzichtelijkheid apart.

De terug- en invordering
Voor ten onrechte betaalde uitkeringen komen dus strengere terugvorderingsregels. Bijvoorbeeld: stel dat de Sociale Dienst bij het toekennen van de uitkering een fout heeft gemaakt en je uitkering f50,- (per maand) te hoog heeft ingeschat. Stel ook dat jij niet wist dat de Sociale Dienst bij het berekenen van de uitkeringshoogte een fout heeft gemaakt en dat je dat redelijkerwijs ook niet kon weten. Na 3 jaar ontdekt de Dienst dat ze een fout heeft gemaakt. Vanzelfsprekend moet ze die fout dan herstellen en opnieuw berekenen waar je recht op hebt. Helaas houdt het daar niet mee op. De Sociale Dienst wordt namelijk ook verplicht het gehele in de loop der jaren aan jouw ten onrechte uitgekeerde bedrag terug te vorderen. In bovengenoemd denkbeeldig geval zal ze dus van jouw 3 keer 600,- = 1800,- terugeisen. In bepaalde gevallen kan het zelfs nog erger voor je uitpakken. De Sociale Dienst zal dan de brutouitkering terugvorderen. Dat wil zeggen dat ze ook de door haar afgedragen heffingen van je terugeist. Het doet er dus in het geheel niet toe of jij wist of ook maar kon weten dat je teveel uitkeringsgeld ontving. In de praktijk betekent het dat de gevolgen van elke door de Sociale Dienst gemaakte fout op jouw worden afgewenteld. Aan de gevolgen voor jouw inkomenspositie heeft het Rijk (lees: Melkert en consorten) volledig lak.

Maatregelen
Helemaal absurd wordt het wanneer het om boetes en maatregelen gaat. Een maatregel bestaat uit een (tijdelijke) gehele of gedeeltelijke weigering van de uitkering. Vroeger heette dat een sanctie, maar dat zal wel te hard klinken, zodat men nu voor het neutralere 'maatregel' heeft gekozen. Je kunt niet zeggen dat het Ministerie van Sociale Zaken zich niet bekommerd om de gevoelens van uitkeringsgerechtigden: des te harder het inhoudelijk wordt, des te milder de begrippen die gebruikt worden. 'Maatregelen' worden getroffen wanneer je één van de verplichtingen die gesteld zijn aan de verlening van de uitkering niet of onvoldoende nakomt. Het bekendste voorbeeld is natuurlijk de goede oude sollicitatieplicht, een plicht die zelfs door de meeste Sociale Diensten in den lande intern amper nog serieus genomen wordt. Officieel zullen ze het natuurlijk nooit toegeven, maar in de praktijk is het meestal zo dat de Sociale Dienst bij langdurig werklozen - waarvan iedereen buiten Den Haag weet dat ze geen schijn van kans meer hebben op de arbeidsmarkt - een oogje toeknijpt wanneer het om de handhaving van de sollicitatieplicht gaat. Wanneer je hen niet in een positie manoeuvreert waarin ze wel gedwongen zijn sancties tegen je treffen, vinden ze het vaak al lang best en zijn ze wel bereid de andere kant op te kijken. Ze hebben het per slot van rekening al druk genoeg en om nou ook nog eens onwillige werklozen die toch geen baan meer krijgenachter de broek te zitten... Vanzelfsprekend is dit Melkert en zijn collega's een doorn in het oog: 'Die Sociale Diensten snappen er ook niks van! Begrijpen ze nou niet dat het er om gaat werklozen zoveel mogelijk onder druk te zetten? Des te meer zinloze rituelen des te beter! Solliciteren tot je er bij neer valt! Straks doen die werklozen maar waar ze zin in hebben en trekken ze zich helemaal niets meer van ons aan!'. Het strakkere toezicht van het Rijk op het opleggen van maatregelen door de gemeenten moet waarschijnlijk ook gezien worden tegen de bovenstaande - ietwat gechargeerde - achtergrond. In de ogen van het rijk zijn de gemeenten vaak veel te laks in het opleggen van sancties. De verscherpte wetgeving dienaangaande en het verscherpte toezicht van het rijk zijn óók bedoeld om de gemeenten en de sociale diensten meer onder druk te zetten en te disciplineren.

Boeten
Als uitkeringsgerechtigde ben je verplicht om 'mededeling te doen van alle feiten en omstandigheden die van invloed kunnen zijn op de uitkering', de zogeheten informatieplicht (soms ook mededelingsverplichting genoemd, het betekent hetzelfde). Dergelijke feiten en omstandigheden moet je bij de eerste gelegenheid op je inkomstenbriefje (officieel heet dat ding 'rechtmatigheidsformulier'; opvallend, die creativiteit van ambtenaren bij het verzinnen van idiote namen) melden. Op zich valt daar de logica van in te zien, wanneer je inkomsten hebt gehad behoor je dat op je inkomstenbriefje aan te geven. (Waarmee we niet willen zeggen dat we iets tegen uitkeringsfraude hebben, integendeel. Fraudeer maar raak, wat ons betreft. We bedoelen dat het vanuit de overheid gezien logisch is dat het geëist wordt.) Wanneer je niet aan de mededelingsverplichting voldoet krijg je een administratieve boete opgelegd. Een administratieve boete is een boete die je wordt opgelegd door een overheidsorgaan. Dit in tegenstelling tot de boete die je wordt opgelegd door een rechtbank, de zogeheten strafrechtelijke boete. De mededelingsverplichting wordt met de Wet Boeten uitgebreid. Per 1 juli aanstaande krijg je al een boete opgelegd wanneer je je inkomstenbriefje te laat inlevert of wanneer je je kaart van het arbeidsbureau niet op tijd laat verlengen. Eén dag te laat en je hebt al een boete te pakken! Je hebt dan immers niet aan je mededelingsverplichting voldaan. Eerlijkheidshalve moet hierbij vermeld worden dat de sociale diensten nou ook niet direct staan te springen om dit onderdeel van de wet onverkort uit te voeren, al zou het alleen maar zijn omdat het een hoop administratieve rompslomp oplevert, het aantal bezwaarschriften naar alle waarschijnlijkheid fors zal toenemen en het de gemeente op kosten jaagt. Dit onderdeel van de Wet Boeten is natuurlijk voor iedereen die over gezond verstand beschikt volstrekt absurd. Ieder mens kan wel eens iets vergeten. Overigens kunnen we nu al concluderen dat het leeuwarder PvdA-gemeenteraadslid Jan van Olffen niet over gezond verstand beschikt. Terwijl het CDA-raadslid Biemans het wel wat al te grijs vond worden en de wethouder vroeg er bij Melkert op aan te dringen dit onderdeel uit de wet te verwijderen, verklaarde van Olffen tijdens een commissievergadering Economische en Sociale Zaken dat hij geen enkel bezwaar tegen deze wet had. Iedere uitkeringsgerechtigde die wat vergeet is een sukkel en verdient niet beter dan een boete aan haar/zijn kont te krijgen. Dat zal haar/hem leren. Buiten het feit dat, behalve Melkert en Jan van Olffen, iedereen wel eens iets vergeet, is er natuurlijk nog wel een half dozijn redenen te verzinnen waarom je je inkomstenbriefje niet op tijd in kunt leveren. Waar het om gaat is dat het een absurde maatregel is die geen enkel doel dient, noch voor de uitkeringsgerechtigde, noch voor de uitkerende instantie. Je denkt dat we het nu wel gehad hebben? Dan heb je de creativiteit van bureaucraten en politici bij het uitvinden van nieuwe methodes om burgers te treiteren toch echt zwaar onderschat. Een boete krijg je voortaan ook automatisch opgelegd bij onder andere de volgende afschuwelijke misdrijven:
- het onjuist invullen van het aanvraagformulier (voor een uitkering of voor b.v. Bijzondere Bijstand)
- het onjuist invullen van het inkomstenbriefje Let wel, hier staat dus niet het opzettelijk onjuist invullen (met als bedoeling de kluit te belazeren) van het aanvraagformulier of het inkomstenbriefje. Je moet dit letterlijk zo lezen, dat je bij het onopzettelijk maken van een fout bij de invulling een administratieve boete opgelegd krijgt. Dat kan nog lachen worden met al die formulieren die je tegenwoordig bij een simpele aanvraag in moet vullen. De moeilijkheidsgraad van die formulieren is momenteel al zo groot dat je bijna een universitaire opleiding moet hebben gevolgd om de eindstreep te halen. Niet onbelangrijk neveneffect voor het rijk: 90% van de door de gemeente geïncasseerde boeten wordt afgedragen aan het rijk. Dat zal een leuke inkomstenbron worden waarmee uitkeringsgerechtigden ook hun bijdrage leveren aan de daling van het financieringstekort. Het verklaart ook waarom de gemeenten niet staan te trappelen de Wet Boeten uit te voeren: zij mogen het vuile werk doen, en het rijk incasseert de winst. Goed kunnen ze het natuurlijk nooit doen: zij mogen de uitvoeringskosten dragen, uitkeringsgerechtigden zullen hen er op aankijken, en wanneer ze de wet niet fanatiek genoeg uitvoeren kunnen ze van rijkswege een lading kritiek verwachten. Niet dat we medelijden hoeven te hebben met de gemeenten. Ze mogen het dan misschien niet willen doen, maar ze doen het uiteindelijk natuurlijk wel. In principe bedraagt de hoogte van de boete 15% van het fraudebedrag met een minimum van 100,- en een maximum van 5000,-. Er kan sprake zijn van verzachtende omstandigheden, bijvoorbeeld wanneer het je niet of minder verweten kan worden dat je de mededelingsverplichting niet na bent gekomen. Ook wanneer je de fout zelf herstelt of wanneer je financiële omstandigheden uiterst beroerd zijn kan de gemeente de boete verlagen. Met ingang van 1 juli kan dus de volgende absurde situatie ontstaan: je dient een aanvraag in voor Bijzondere Bijstand. Na drie dagen hard werken is het je gelukt de twee meter papier die je daar tegenwoordig voor in moet vullen door te werken. Opgelucht gooi je de zaak bij het gemeentehuis in de brievenbus. Na twee maanden wachten (wanneer je geluk hebt tenminste, wanneer je maar twee maanden hoeft te wachten heb je te maken met een uiterst efficiënt werkende gemeente) krijg je bericht dat je het aanvraagformulier onjuist hebt ingevuld, en dat niet alleen je aanvraag wordt afgewezen, maar dat je bovendien een boete krijgt omdat je niet aan de mededelingsverplichting hebt voldaan. Op die manier zal het aantal aanvragen voor Bijzondere Bijstand binnenkort wel drastisch gaan dalen. Absurd? Ja, maar het kan dus wel voor gaan komen. Het is te hopen dat de gemeente zo humaan zal zijn het betreffende aanvraagformulier te verscheuren en je een nieuwe in te laten vullen, maar een garantie daarvoor heb je niet.

Je rechten
Het is bijna niet te geloven maar je hebt nog een paar rechten, waarmee men probeert in elk geval de schijn van een rechtsstaat op te houden. Om te beginnen de hoorplicht: voordat ze je een boete oplegt moet de gemeente je vragen wat je mening daarover is. Hoera. Ten tweede het roemruchte zwijgrecht. Zoals sommige lezers van dit blad vast wel weten heb je het recht te zwijgen wanneer je door de politie verhoord wordt. Sterker nog, je mag zelfs liegen dat het gedrukt staat zonder dat je voor die leugens vervolgd kunt worden. In dit geval betekent het dat je vanaf het moment dat de gemeente van plan is je een boete op te leggen niet langer verplicht bent vragen te beantwoorden. Anderzijds ben je wel verplicht vragen te beantwoorden die tot doel hebben je recht op een uitkering vast te stellen. Concreet voorbeeld: de Sociale Dienst verdenkt je ervan dat je op enigerlei wijze gefraudeerd hebt. Je contactambtenaar roept je op voor een gesprek en stelt je hierover vragen. Je bent dan verplicht die vragen te beantwoorden, aangezien de gemeente vast moet stellen of je recht hebt op een uitkering. Je kunt natuurlijk zwijgen, maar dan raak je je uitkering kwijt, aangezien je niet aan de mededelingsverplichting voldoet. Wanneer de gemeente er van overtuigd raakt dat je wel degelijk gefraudeerd hebt wordt je opgeroepen voor een verhoor door de sociale recherche. Die moeten je de zogeheten cautie geven, dat wil zeggen dat ze je voor aanvang van het verhoor moeten wijzen op je zwijgrecht. Vraag altijd wat het doel is van het gesprek: of het gaat om het vaststellen van je recht op een uitkering of om het opleggen van een boete.
Het probleem zit hem in het volgende: wanneer er een strafrechtelijk onderzoek tegen je loopt heb je vanaf het begin zwijgrecht. Het onderzoek dat de gemeente instelt naar eventueel frauduleus gedrag wordt daarentegen in tweeën opgesplitst; tijdens het eerste deel van het onderzoek heb je geen zwijgrecht omdat het dan gaat om het vaststellen van je recht op een uitkering. Tijdens het tweede deel van het onderzoek - dat vanzelfsprekend voor een groot deel gebaseerd zal zijn op hetgeen je in het eerste deel van het onderzoek verklaard hebt - heb je wel zwijgrecht. In wezen is dit een juridisch monstrum omdat het onduidelijk is wanneer het eerste deel van het onderzoek overgaat in het tweede. Gebeurt dat pas op het moment dat je verhoord wordt door de sociale recherche of gebeurt dat al wanneer de contactambtenaar tijdens het gesprek het vermoeden krijgt dat je inderdaad gefraudeerd hebt? Het administratieve onderzoek en het strafonderzoek lopen naadloos in elkaar over; niemand kan aangeven wanneer het een ophoudt en het ander begint. Het wordt nog lastiger wanneer je je realiseert dat de gemeente lichte vergrijpen administratief af kan doen, en er dus geen sociale recherche aan te pas komt. De soosambtenaar voert dan in feite twee onderzoeken uit, eentje om je recht op uitkering vast te stellen en eentje om te bepalen of jouw een boete opgelegd moet worden. Ergens tijdens het gesprek moet die ambtenaar dan zelf maar zien vast te stellen wanneer het eerste deel van het onderzoek overloopt in het tweede. Bovendien is het zeer goed mogelijk dat de ambtenaar al voor het gesprek tot de overtuiging is gekomen dat je gefraudeert hebt en dus al vanaf het begin van plan is jouw een boete op te leggen. Formeel heb je vanaf het moment dat de gemeente van plan is je een boete op te leggen het recht om te zwijgen, maar in de praktijk gaat dat in dit geval niet op omdat de soosambtenaar doodleuk kan zeggen dat het er om gaat je recht op een uitkering vast te stellen en dat je dus verplicht bent te antwoorden. De kernvraag is dus eigenlijk: wanneer gaat het onderzoek naar de rechtmatigheid van jouw uitkering over in een strafonderzoek? Verwarrend allemaal? Dat vinden de gemeenten ook. De gemeente Leeuwarden is er tot nu toe niet in geslaagd een helder antwoord te geven op bovengenoemde vragen, en de gemeente Achtkarspelen snapt er blijkens een circulaire die ze onlangs rondstuurde aan uitkeringsgerechtigden helemaal niets van. Dat valt hen amper kwalijk te nemen, het rijk is er met haar gebruikelijke voortvarendheid in geslaagd een idioot stuk wetgeving te creëren waarmee de lagere overheden zich maar moeten zien te redden. Tenslotte moet er nog op gewezen worden dat in gesprekken en brieven een taal gebruikt moet worden die voor de belanghebbende begrijpelijk is. Let op: dat hoeft niet per definitie de moedertaal van de belanghebbende te zijn, het kan ook bijvoorbeeld Engels zijn.

De bedoeling van de wet
Het officiële doel van de Wet Boeten is - hou je vast - 'een einde te maken aan de verschillen in de uitvoering bij het opleggen van maatregelen en het terugvorderen van ten onrechte betaalde uitkering'. Ontroerend toch, die plotselinge belangstelling van het rijk voor rechtsongelijkheid? Niet dus. In de eerste plaats omdat het doel van de nABW juist was meer verantwoordelijkheden en bevoegdheden aan de gemeenten te delegeren, en de Wet Boeten met haar dwingende karakter haaks op dat streven staat. In de tweede plaats omdat de Wet Boeten niet in de eerste plaats harmonisatie van bestaande praktijk nastreeft, maar een aanscherping ervan. En in de derde plaats natuurlijk omdat politici bijna altijd liegen en de officiële reden dus vrijwel nooit de werkelijke reden is. De werkelijke reden voor de Wet Boeten kan samengevat worden in een woord: terreur. Evenmin als er enige rationele reden is voor het inzage eisen in bankafschriften over een periode van drie maanden, is er enige reden mensen een boete op te leggen omdat ze het inkomstenbriefje een dag te laat inleveren. Het gaat er vooral om uitkeringsgerechtigden te vernederen, de grond in te trappen, geen moment rust te geven, te laten voelen dat ze minderwaardig zijn, kortom: het leven zo onaangenaam mogelijk te maken. Niet (of niet alleen) uit puur sadisme, maar vooral vanuit de simpele redenering dat des te onaangenamer het leven voor een uitkeringsgerechtigde is, des te minder eisen die uitkeringsgerechtigde zal stellen aan een baan. Wanneer je maar genoeg vernederd wordt - zo is althans de redenering in Den Haag - ben je uiteindelijk wel bereid alles aan te nemen, geeft niet hoe vervelend of hoe slecht betaald die baan is. Feitelijk gaat het bij al dergelijke wetgeving vooral om disciplinering van uitkeringsgerechtigden. Wanneer iemand een betere reden kan verzinnen horen we dat graag.

Wat te doen?
Altijd de vraag die in dit soort gevallen om de hoek komt kijken. Op individueel niveau kun je tegen elke (nadelige) beslissing van de Sociale Dienst een bezwaarschrift indienen. Dat moet je ook altijd doen, al zou het alleen maar zijn om de gemeente te sarren. Het indienen van een bezwaarschrift is kosteloos, dus daarom hoef je het niet te laten. De afhandeling van een bezwaarschrift kost de gemeente tijd en geld, altijd een goede zaak. Voor het indienen van een bezwaarschrift heb je zes weken de tijd. Je vermeldt er minimaal in: je naam, je adres, het besluit waartegen je bezwaar aantekent en de reden waarom je bezwaar aantekent. Niet vergeten te ondertekenen. Bezwaar aantekenen doe je bij B&W. Je bezwaarschrift wordt dan afgehandelt door een zogenaamd onafhankelijke commissie, waarin meestal onder andere de wethouder zitting heeft. Ook de ambtenaar die de beslissing genomen heeft is meestal aanwezig (maar heeft geen zitting in de commissie). Stel je van die onafhankelijkheid niets voor, mensen die in een bezwaarschriftencommissie zitten behoren allemaal tot het ons-kent-ons circuit en de wethouder zal vrijwel altijd haar/zijn ambtenaren dekken. Wanneer 1 op de honderd bezwaarschriften toegekend wordt is het veel. In de praktijk heb je alleen een kans om te winnen wanneer de Sociale Dienst een zeer grove fout heeft gemaakt, en dan nog zul je de commissieleden met hun neus in die fout moeten wrijven. Een bezwaarschrift indienen doe je in de eerste plaats om de gemeente te pesten, en in de tweede plaats omdat je niet naar de rechter kunt stappen wanneer je niet eerst de bezwaarschriftprocedure hebt doorlopen. Let op: tijdens de behandeling van het bezwaarschrift mag er alleen gesproken worden over de inhoud van het bezwaarschrift. Het wil nog wel eens gebeuren dat iemand begint te zeuren over iets anders, bijvoorbeeld de beslissingsambtenaar wanneer zij/hij het gevoel krijgt dat de zaak verkeerd gaat lopen. Wanneer je een boete hebt gekregen omdat je je kaart van het arbeidsbureau niet op tijd hebt laten verlengen en je daartegen een bezwaarschrift hebt ingediend, mogen ze er niet over beginnen te zeuren dat je eigenlijk ook te weinig solliciteert of iets dergelijks. Altijd meteen afkappen en er op wijzen dat het daar niet over gaat. Laat je niet overbluffen!

Momenteel zijn we bij het PEL bezig een 'uitkeringenwerkgroep' op te zetten, die in elk geval één of meer discussieavonden gaat organiseren rond de thema's 'Wet Boeten' en 'Melkertbanen'. Verder zijn we van plan rond deze thema's een aantal opruiende pamfletten te verspreiden. Heb je zin deel te nemen aan bovengenoemde werkgroep, neem dan contact met ons op.

Pyt

Vereniging PEL, Postbus 939, 8901 BS Leeuwarden. 058.2671636 Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.(Bovenstaand artikel is verschenen in Funest # 47 - Postbus 224, 8901 BA, Leeuwarden)

Dit artikel is verschenen in Kleintje Muurkrant nr 309, mei 1997