puntje.
Het laffe en laaghartige opportunisme waarmee onze regering buitenlandse politiek bedrijft, kwam de afgelopen maand weer eens goed uit de verf. Joegoslavië wordt rigoureus geboycot, ontmoet een oorlogszuchtige houding en wordt bedreigd met een regen van kruisraketten, maar als het een belangrijke bondgenoot en handelspartner betreft welke een volk onderdrukt en terroriseert, dan wordt die geen strobreed in de weg gelegd. Integendeel. "Holland bedankt", meldde het Turkse dagblad 'Sabah', de dag nadat Öcalan de toegang tot ons land werd geweigerd. Over hoe bepalend deze weigering was voor het lot van Öcalan, liet het dagblad geen twijfel bestaan: Öcalan zit "als een muis in de val", zo kopte het artikel. Op dezelfde dag waarschuwde de Turkse premier Ecevit dat landen die Öcalan toelaten "medeplichtig worden aan zijn misdaden" en riep het ministerie van Buitenlandse Zaken in Ankara ieder Europees land op het matje dat eventueel nog door Öcalan aangedaan zou kunnen worden (Nederland, Italië, Griekenland, Zwitserland, Joegoslavië, België en Noorwegen). De volgende dag (030299) meldt de Bolkskrant: "de Nederlandse autoriteiten gaan ervan uit dat de PKK-leider een serieuze poging heeft gedaan in Nederland te landen en dat mogelijk weer zal doen. In Europees verband wordt nu bekeken hoe kan worden voorkomen dat Öcalan een land binnenkomt." Inderdaad, 'Sabah' had gelijk: door de Nederlandse weigering was de val rondom Öcalan zich al aan het sluiten. Het feit dat zelfs Nederland, dat toch door velen in de wereld bij uitstek als 'het gidsland van de mensenrechten' wordt gezien, totaal geen boodschap had aan Öcalan, gaf de Turkse regering ijzersterke ruggesteun bij haar druk op andere landen om de deur gesloten te houden. Holland bedankt. Öcalan dacht in Nederland het Internationale Permanente Hof van Arbitrage te kunnen bereiken of, net zoals alle Koerdische vluchtelingen die in Turkije van terrorisme worden beschuldigd, hier een aanvraag voor politiek asiel in te kunnen dienen. Zijn poging stuitte echter op een politiek apparaat bestaande uit kooplui, meelopers en lafaards dat kenmerkender is voor ons landje dan het wereldwijd verspreide idee dat Nederland zich meer dan als enig ander land zou inzetten voor een internationale naleving van de mensenrechten. De verklaring van minister Korthals (het ministerie van Justitie deed namens Buitenlandse Zaken de woordvoering betreffende de zaak Öcalan) over de reden waarom Öcalan hier niet mocht landen, getuigde van die typisch Nederlandse politieke lafhartigheid: 'Schengen' was de boosdoener. Öcalan kwam voor op de Schengen-lijst van ongewenste personen en dàt heeft verhinderd dat hij kon worden toegelaten op Nederlands grondgebied. Een verklaring waar de achterbaksheid van afdruipt. Het Turkse leger vernietigde en ontvolkte tweederde van de Koerdische dorpen in Turkije, doodde als een dolle hond, martelde kinderen, verkrachtte vrouwen en wat was het signaal dat Turkije ontving van gidsland Nederland? Jongens, we hebben nog wat wapenrotzooi te koop, iets voor jullie soms? Duitsland leverde aan Turkije een dermate hoeveelheid wapens waarmee Koerdische dorpen zijn uitgeroeid, dat het land er (na verloop van lange tijd) zelfs 'spijt' van kreeg. Een Duits wapenembargo tegen Turkije was het gevolg. Niet dat dit wat hielp: de wapenverkopen gingen heimelijk door en het wapenembargo is een stille dood gestorven. Nog steeds maakt het Turkse leger zich schuldig aan moorden en martelingen, nog steeds is in Turkije een keiharde onderdrukking van Koerden dagelijkse praktijk, nog steeds wordt Koerden het recht op onderwijs in eigen taal ontzegd. Behalve het feit dat de onderdrukking door het Turkse leger van langere tijdsduur is, op grotere schaal plaatsvindt en meer slachtoffers heeft gekost, valt de situatie van de Koerden in Turkije zeer wel te vergelijken met die van de Albanezen in Joegoslavië. Vergelijk je echter de Nederlandse en Europese inspanningen die de afgelopen decennia zijn verricht om het tragische lot van de Koerden wat te verlichten met het arsenaal van politieke verontwaardiging en dreigende maatregelen dat Joegoslavië in korte tijd over zich heen krijgt, dan is de mate van discrepantie betreurenswaardig. Aan Turkije wordt volop wapentuig verkocht. Op Joegoslavië dreigen ze te worden uitgeprobeerd. Joegoslavië wordt op alle mogelijke manieren economisch geboycot. Turkije kreeg onlangs van het IMF het groene licht voor een lening van drie miljard dollar, met als enige voorwaarde ... fiscale hervormingen. Dezelfde landen die tot nu toe Turkije met alle egards (en angsthazerij) tegemoet hebben getreden, voelen zich nu geroepen om uit naam van de democratie de Albanezen te beschermen, desnoods met oorlogsgeweld. De kruisraketten zijn geprogrammeerd en staan op scherp, net zoals het vredesleger dat gereed staat om zich à la minute te ontpoppen als een bezettingsmacht. Vooral de vingers van de Bundeswehr jeuken om na al die jaren weer eens lekker te keer te kunnen gaan tegen de Serviërs, zo bleek uit beelden van het NOS-journaal (220299). Te zien was hoe hun oefening er speciaal op was gericht om op te treden tegen (door hen zelf gespeelde) opstandige burgers. Die moesten haast wel Serviërs verbeelden, want de Albanezen willen niets liever dan een ingrijpen van de NAVO. De mate van inleving en agressie waarmee deze oefening werd uitgevoerd, deed me concluderen dat deze jongens stonden te trappelen om hun lessen in de praktijk te brengen. Het lijkt me trouwens dat de gemiddelde Servische plattelander zich een stuk soepeler laat ontwapenen door een Franse dan door een Duitse soldaat, niet? (Het verhaaltje van de rode lap en de stier, je weet wel). Ook was te zien dat de Bundeswehr het blijkbaar nodig vond om het Joegoslavische leger in Kosovo alvast maar wat te prikkelen en te verhitten in de strijd. Juist tijdens een kritieke fase van de vredesbesprekingen in Rambouillet en de meer dan ooit gespannen situatie ter plekke, vuurde de Bundeswehr vanuit Macedonië geavanceerde laagvliegende spionageraketten richting Kosovo af. Alleen het idee al. Duitse raketten die tijdens het vredesoverleg het Joegoslavische luchtruim doorkruisen: een betere provocatie om Serviërs uit de tent te lokken, valt moeilijk te verzinnen. Alsof in die fase van onderhandelingen de spionagesatellieten van de VS niet ruimschoots voldeden voor het up-to-date in kaart brengen van essentiële gegevens. Zeker valt aan de vroegtijdige actie van de Bundeswehr een opvallend groot gebrek aan tact vast te knopen en kan ik me voorstellen dat de Serviërs het zagen als een Duitse poging om de vredesbesprekingen vroegtijdig te saboteren. Het zien van bovengenoemde beelden deed me denken aan een krantebericht van vorige week waaruit duidelijk werd dat minister De Grave er geen enkel probleem in ziet om de Nederlandse artilleristen onder te brengen bij de Duitse brigade die onder NAVO-vlag naar Kosovo gestuurd zal worden. Citaat: "(...) de Nederlandse eenheid, zevenhonderd man artillerie, zal deel uitmaken van een Duitse brigade van in totaal 3000 manschappen. (...) Nederland was zowel door de Duitsers als de Britten gevraagd om in Kosovo samen te werken. (...) De mogelijk eerst uit te zenden eenheid is de afdeling artillerie uit Arnhem. Deze 'Gele Rijders' beschikken over achttien houwitsers, die granaten kunnen afschieten over een afstand van vijftien kilometer (...)". De Grave sprak van een 'stevige' Nederlandse bijdrage. Die rechtvaardigde hij door erop te wijzen dat de Nederlandse regering 'nadrukkelijk' is betrokken bij het vinden van een oplossing voor Kosovo. "Dan mag je niet weglopen als er een beroep op je wordt gedaan." (Bolkskrant 170299). Voor het gemak was De Grave met zijn bekendmaking alvast maar vooruitgelopen op het nog te nemen kabinetsbesluit over deze deelname. Hij had er tot dan toe alleen nog maar met collega Van Aartsen over gesproken, zo lezen we. Een vreemde gang van zaken naar mijn mening, maar voor het huidige kabinet klaarblijkelijk de normaalste zaak ter wereld. Toch moet De Grave zich een beetje ongemakkelijk hebben gevoeld bij de bewuste bekendmaking. Waarom anders de toevoeging dat de Tweede Kamer de Nederlandse inspanning rond Kosovo altijd zeer breed heeft gesteund en dat er alleen verzet is geweest tegen de uitzending van ongewapende waarnemers naar Kosovo? Alsof daaruit óók een brede steun van de Tweede Kamer voor zijn besluit afgeleid kon worden. Gelukkig voor De Grave, de 'Gele Rijders' en de hele Balkan is het (nog) niet tot NAVO-bombardementen en vervolgens de inzet van het NAVO-grondleger in Kosovo gekomen. Op het moment dat ik dit schrijf (230299) maakt de Contactgroep bekend dat de ondertekening van het vredesakkoord is opgeschort tot 15 maart. Door de media wordt dit gezien als een mislukking van 'Rambouillet'. Dat gaat nogal ver. Naar mijn mening lag het succes van 'Rambouillet' alleen al in het feit dat beide partijen dichter bij elkaar zijn gebracht dan ooit. Als het tot vandaag met veel moeite bereikte resultaat teniet was gedaan door geforceerde beslissingen die alleen gewapenderhand hadden kunnen worden gerealiseerd, dan pas had 'Rambouillet' een mislukking genoemd kunnen worden. Toch leek het alsof iedereen dat scenario verkoos. Het wordt tijd dat de Nederlandse politici de oorlogszucht ten opzichte van Joegoslavië wat temperen en zich eens wèrkelijk gaan inzetten voor de Koerden in Turkije. Misschien worden ze er wel een beetje geloofwaardiger op als ze ooit weer over mensenrechten praten. Om ze daarin te stimuleren leek me een aangepaste versie van ons volkslied uitstekend geschikt. Er hoefde trouwens verrassend weinig aan het 'Wilhelmus' te worden veranderd om het weer actueel te maken:
Wilhelmus van Nassouwe
Dient nu den Duitsen knoet,
Den NAVO zo getrouwe
Blijft hij tot in den dood;
Een ware Gele Rijder
Is hij, vrij onverveerd,
De wegen van den strijder
Heeft hij altijd geëerd.
Om zonder vrees te leven
Heeft hij altijd betracht,
Daarom is hij gedreven,
Naar land, met kruit en macht;
De NAVO zal hem regeren
Als oorlogsinstrument,
Dat hij zal wederkeren
In Duitsen regiment.
En u, o bomfanaten,
Van politieke aard,
Schuld zal u niet verlaten,
Al zijt gij nu vermaard;
Die bars begeert te leven,
Bidt Bill nacht ende dag,
Dat hij missiles zal geven,
Dat hij zo helpen mag.
Van lijf en goed tesamen
Bent u nog niet verschoond,
Uw broeders hoog van namen
Hebben u ervoor beloond;
Dat Jantje is gedreven
Naar Balkan in den slag,
Zijn ziel in 't eeuwig leven
Verwacht den jongsten dag.
IJdel en hoog verkoren,
Van politieke stam,
Integriteit verloren,
Als vrome handelsman,
Voor mammons woord geprezen
Heeft hij vrij onversaagd,
Als een held zonder vrezen,
Jantje zijn bloed gewaagd.
Zijn schild ende betrouwen
Zijt gij, Euro zijn heer,
Op jou zo wil hij bouwen,
Verlaat je nimmermeer;
De meelopers die blijven
Je dienaars t'aller stond,
Die tirannie bedrijven
Uit naam van een verbond.
Van al die strijd bezwaren,
Maar zelf vervolgers zijn,
Die strijd willen bedaren
Met bommen bij de wijn;
Het zal mij niet verrassen
Als in hun bozen moed,
Zij handen zullen wassen
In meer onschuldig bloed.
Dit artikel is verschenen in Kleintje Muurkrant nr 330, 5 maart 1999