20 jaar na de Iraanse revolutie... (Deel 1)
Twintig jaar geleden gebeurde in Iran het ongelooflijke: de sjah, steunpilaar van het Westen en in het bijzonder van de Verenigde Staten, was weg en Khomeini kwam aan de macht. De hele wereld leek verrast te zijn.
door Ahmad Reza
Maar was het echt een verrassing? Of was het eigenlijk de meest haalbare keuze voor het Westen? Het klinkt misschien vreemd, maar als je de hele heisa in de media opzij schuift, dan merk je dat het niet anders kon. In eerste instantie moet je het jaar 1999 vergeten, teruggaan naar 1977-78 en de spelregels van die tijd bekijken.
De koude oorlog is op haar hoogtepunt, de VS likt nog steeds de wonden door het verliezen van Vietnam en het Oostblok lijkt, in ieder geval naar buiten toe, sterker dan ooit. Brezjnjev is de baas in de USSR en landen als Zuid-Jemen, Ethiopië, Angola, Mozambique en nog een paar andere sluiten zich bij het Oostblok aan. Er is geen ruimte meer voor verliezen, zeker niet in het Midden Oosten. De Yom Kipoer-oorlog en het veroveren van een deel van de Sinaïwoestijn door de Egyptenaren heeft de mythe van de onoverwinnelijkheid van Israël in groot gevaar gebracht. Kortom, het waait niet naar het Westen, maar heel sterk naar het Oosten, en in diezelfde tijd begint de regering van de sjah te wankelen.
Jarenlange protesten van studenten en intellectuelen in Iran worden met harde hand de kop ingedrukt. Door een verhoging van de produktie en verhoging van de olieprijzen wordt steeds meer geld het land ingepompt en de nieuwe middenklasse wordt groter en speelt steeds meer een rol in het dagelijkse leven van het land. De middenklasse, die over het algemeen links georinteerd was, begon deel te nemen aan de protesten en zo werd het begin van het einde van het tijdperk van de sjah ingeluid.
Iran en het Westen
Maar Iran was te belangrijk om zomaar op te geven. Kijk alleen maar eens naar de ligging van het land. In het noorden was de grens met de Sovjet-Unie en in het zuiden de Perzische Golf en de Golf van Oman. Een het Westen niet gezinde regering zou de veiligheid van het gebied in gevaar brengen en wie zou nog de olietankers beschermen? Er was geen ruimte voor verliezen en opeens begonnen heel veel bellen te rinkelen.
Het Westen kon niet gokken en hopen, na jarenlange onvoorwaardelijke steun aan de sjah, op een westers gericht systeem. De Amerikanen, Britten, Fransen en Israeli's zaten overal in Iran. Het leger, de politie, de geheime dienst, de koninklijke garde en noem maar op werden door hen getraind en bewapend. Voor het gewone volk van Iran hebben deze organisaties geen andere functie dan onderdrukking met de meest brutale methoden en de bescherming van de sjah, zijn familie en vrienden.
Toen het begin 1978 duidelijk was dat het met de sjah gedaan was brak er paniek uit. Er was geen alternatief voorhanden. Niet alleen de linkse oppositie leed onder zijn regime, maar iedereen, zelfs zijn familie, die niet voor de volle honderd procent trouw aan hem was, was allang uit de weg geruimd. Er was voor het Westen geen acceptabele oppositie meer.
Het gepraat van Carter en consorten over mensenrechten en een vrij gekozen regering kon geen rol meer spelen, er moest onmiddellijk een uitweg worden gevonden die in elk geval niet naar de Russen leidde. Vanaf de zomer van 1978 dook uit het niets de naam van Khomeini op, een naam die steeds vaker werd herhaald. Niemand wist wie hij was en wat zijn ideeën waren. Khomeini was in feite een conservatieve mollah die een belangrijke rol had gespeeld om de laatste democratisch gekozen regering van Iran ten val te brengen, de eerste succesvolle operatie van de CIA in het gebied. Tien jaar later kwam Khomeini in opstand tegen de sjah omdat deze stemrecht aan vrouwen gaf en wat gematigde hervormingen doorvoerde, zoals de afbraak van het feodale systeem, de verdeling van land onder boeren en een speciaal programma tegen het analfabetisme. Na een paar dagen van demonstraties werd Khomeini gearresteerd en het land uitgezet, eerst naar Turkije en daarna Irak. In de 15 jaar dat hij in het buitenland verbleef hoorde niemand iets van hem en was hij nergens mee bezig. Maar zijn conservatieve opvattingen waren bij belanghebbenden (lees CIA en Co) bekend en vanaf het einde van de zomer van 1978 was hij op alle radiostations die uitzonden in het Farsi aan het woord, de BBC, Voice of America, de Franse radio en zelfs Radio Luxemburg. Hij was bijna permanent te gast in alle programma's die vanuit het Westen op Iran gericht waren. Om de contacten te vergemakkelijken vestigde hij zich vanuit Irak in Frankrijk.
de sjah vlucht
Later bleek dat er veel discussie en overleg was geweest tussen vertegenwoordigers van Khomeini en de V.S. Drie bekende figuren waren de wapenhandelaar Gotbzadeh (het latere hoofd van de Iraanse TV), Jazdi (later minister van buitenlandse zaken) en Banisadr, die later eerste president van de republiek werd. Het eind van de zomer van 1978 tot het begin van 1979, toen de sjah vertrok, was in feite een periode die het leiderschap van Khomeini moest bevestigen en aan de sjah en zijn leger duidelijk te maken dat zij in geen geval op ondersteuning van de V.S. konden rekenen. Toen bleek dat voor sommigen deze signalen nog niet duidelijk genoeg waren kwam een Amerikaanse generaal met de boodschap dat het met hen afgelopen was. Nog geen week later kwam een grote emigratiegolf op gang van kopstukken uit de aanhang van de sjah, burgers, zakenmensen en het leger en met hun kapitaal vluchtten zij naar hun nieuwe Mekka, Californië. In het zakenwereldje van Iran blijft een deel van de handelaren, traditioneel de Bazar genoemd, Khomeini ondersteunen en financieren. Zij hadden tijdens de periode van de sjah hun positie verloren en daarmee ook hun politieke macht. Een andere functie van deze periode was om aan eenieder die jarenlang tegen het regime had gevochten, duidelijk te maken dat er gekozen moest worden, hetgeen veel conflicten en ruzies tijdens betogingen en demonstraties tot gevolg had.
De demonstraties kregen een permanent karakter, veel mensen gingen de straat op, hier en daar braken gevechten uit waarbij doden vielen tot de sjah eindelijk naar Egypte vertrok. Een week later kwam Khomeini naar Iran, een paar weken later vlucht de laatste door de sjah benoemde premier Bakhtiar naar Turkije (later door de Iraanse geheime dienst vermoord in Parijs) en Khomeini benoemt Bazergan tot eerste minister. Iran wordt tot republiek uitgeroepen, geen gewone republiek, maar een islamitische republiek.
De laatste maanden van de regering van de sjah hadden een tot dan toe ongekende vrijheid in Iran te zien gegeven. Er konden boeken worden gekocht die altijd verboden waren geweest (in 6 maanden tijd werden meer boeken gedrukt dan in alle 20 jaar ervoor), mensen konden openlijk met elkaar praten, er werd veel muziek gemaakt, er waren voorstellingen te zien waarover men vroeger slechts kon dromen en dat alles niet alleen voor een elite, maar gewoon op straat of in een openbaar gebouw en voor iedereen. Vakbonden en politieke organisaties werden opgericht en minderheden als Koerden, Turken en Turkmenen begonnen zichzelf te organiseren. Er hing overal een sfeer van hoop en optimisme, mensen werden vriendelijker en meer behulpzaam jegens elkaar.
Maar er doemde een enorme verandering aan de horizon. Nog geen week na de machtsovername begon de islamisering van het land. In eerste instantie werd de TV opnieuw onder controle genomen en begon de censuur. Vrije berichtgeving was niet meer toegestaan en de controle strekte zich uit over alle programma's. Religieuze minderheden kregen de eerste klappen en politieke organisaties die niet aan de zijde van het nieuwe regime stonden werden dagelijks geconfronteerd met tegendemonstraties en gewelddadige acties. Alcohol werd verboden en mensen die alcohol hadden gedronken werden aangehouden. Ook werden de eerste pogingen gedaan om de vrouwen te islamiseren.
dubbelregering
Het leger bleef, op de top na, intact en werd reeds na twee manden ingezet tegen de Koerden in het westen en de Arabieren in het zuiden. Dat was het begin van een bloedige burgeroorlog die nog steeds doorgaat. De regering van Bazergan, die voornamelijk werd ondersteund door de Bazar (zie boven), probeerde normaal te regeren en begon te protesteren tegen zogenaamde onwettige daden van de Khomeini-aanhang en hen te stoppen, maar dat bleek al niet meer mogelijk.
In de maanden dat Bazergan eerste minister was hield Khomeini zich aan zijn belofte: hij vertrok naar Ghom, een religieuze stad, en bemoeide zich officieel niet meer met de regering. Maar hij was iedere dag en overal aanwezig, zodat er in feite twee regeringen waren, een in Teheran en een in Ghom, en de regering in Ghom kreeg steeds meer macht. Toen de Amerikaanse ambassade door studenten werd bezet vond Khomeini aanvankelijk dat de ambassade moest worden ontruimd (dat was ook de lijn van Bazergan), maar een paar dagen later merkte hij dat het de beste mogelijkheid was om de macht helemaal naar zich toe te trekken en korte metten te maken met de laatste restanten vrijheid in het land. Bazergan was machteloos en gaf een ultimatum aan de studenten om de ambassade te verlaten en de gijzelaars aan de regering over te dragen, maar Khomeini steunde openlijk de studenten en Bazergan had geen andere keuze dan ontslag te nemen. De islamisering was bijna volledig en vanaf dat moment begon het fundamentalisme te heersen in Iran. De gevangenissen zaten vol en martelingen en executies begonnen onderdeel van het dagelijkse leven te worden. Minderheden, religieus of etnisch, werden met harde hand onderdrukt. De enkele malen dat er verkiezingen werden gehouden kreeg de winnaar meer stemmen dan er stemgerechtigden waren, er kwam een nieuwe -islamitische- Grondwet en Banisadr werd president.
In het voorjaar van 1980 werden op de universiteiten verkiezingen gehouden voor studentenraden en omdat deze door studenten en docenten werden gecontroleerd was er geen ruimte voor 'extra stemmen' zodat Khomeini's aanhang fors verloor. Nergens kwamen ze verder dan de derde plaats en het was duidelijk dat ze een kleine minderheid vormden. Universiteiten, met hun traditionele strijd voor vrijheid, vormden een groot gevaar, en met meer inperking van de maatschappelijke vrijheid speelden universiteiten steeds vaker de rol van ontmoetingsplaats en centrum van politieke activiteiten. Studenten werden vrijwel overal door hun docenten gesteund en toen overname van de universiteiten door verkiezingen onmogelijk bleek gaf de regering een ultimatum waarin de ontbinding van de gekozen studentenraden werd geëist. Toen de studenten dat weigerden werden alle universiteiten na twee dagen aangevallen door knokploegen, ondersteund door gardisten en studenten die aanhanger van Khomeini waren. Veel mensen werden ter plekke vermoord en gearresteerd en later alsnog geëxecuteerd of gemarteld en lang in de gevangenis gezet. Er werden boekverbrandingsfeesten georganiseerd, hele bibliotheken gingen in vlammen op en de overwinning van Khomeini's aanhang was volledig. Zoals elders werd deze actie een culturele revolutie genoemd. De universiteiten werden bijna drie jaar gesloten en er vonden grote zuiveringen plaats onder studenten en docenten. Toen de universiteiten opnieuw opengingen was er een streng toelatingsbeleid en 80% van de docenten keerde niet terug.
crisis
Voor de opbouw van het land was er veel geld beschikbaar, maar zonder planning ging er veel verloren. Planning werd als iets communistisch beschouwd. Omdat Iran vooral van importen afhankelijk was en omdat dat nu werd verboden ontstond er al snel een groot tekort aan alles, van voedingsmiddelen tot medicijnen en onderdelen van apparaten. De prijzen stegen enorm en in diezelfde tijd gingen de salarissen omlaag. De waarde van de Rial (de Iraanse munteenheid) kwam in een diep dal en door sluiting van veel fabrieken en bedrijven en zuivering van zogenaamde 'ongunstige werknemers' ontstond een enorme werkloosheid. Er was bijna geen koopkracht meer en de armoede begon zichtbaar te worden. Hoe slechter het ging met de economie, des te steviger werd de greep van de islamitische garden en de geheime dienst. Ook de islamitische controle werd steeds strenger en er kwamen zelfs speciale patrouilles op straat om te controleren of mannen en vooral vrouwen wel waren gekleed conform de voorschriften en er niets van hun lichaam te zien was. Straffen op dergelijke overtredingen waren heel hoog. Als iemand was gearresteerd, zeker als het een politiek activist betrof, was er geen enkele zekerheid over zijn of haar lot. Rechtbanken waren in handen van mollahs (islamitische rechters) en daar was geen verdediging mogelijk. Advocaten waren er niet. Soms waren zelfs de beschuldigden niet aanwezig tijdens de zittingen, dan werd er in 5 minuten over de straf besloten en tot het laatste moment van executie kregen mensen niet te horen waartoe zij veroordeeld waren. Martelingen en verkrachtingen (heel vaak bij vrouwen) en schijnexecuties waren aan de orde van de dag en soms werden mensen die hun straf hadden uitgezeten niet vrijgelaten omdat iemand van de gevangenis erop tegen was. Er was geen hoger beroep en niemand voelde zich verantwoordelijk voor wat er gebeurde. Als mensen geluk hadden werd het lijk van een geëxecuteerde aan de familie gegeven, maar dan nog moest de familie een vergoeding betalen voor de kosten van de executie. Van enige zichtbare oppositie was vrijwel geen sprake meer en Khomeini veranderde van een mens tot bijna een god.
Hij was zeker heilig en kon niks verkeerds doen of zeggen. In iedere zin was hij een dictator die met harde hand regeerde en elke oppositie, zelfs in zijn eigen gezin, werd hard en meestal met de doodstraf beantwoord. Toen Banisadr probeerde een wat andere koers te varen dan Khomeini en andere mollahs moest hij (zelfs als gekozen president) het veld ruimen en uiteindelijk naar Frankrijk vluchten.
wapenleveranties
Iran verkocht olie en met de opbrengsten daarvan werd alles wat nodig was geïmporteerd. Ook na de machtsovername bleef dat zo. Duitsland blijft de grootste handelspartner en de eerste zeven handelspartners blijven dezelfde. Nederland gaat zelfs van de zevende naar de zesde plaats. Het Iraanse leger was bewapend met westerse, vooral Amerikaanse, wapens. Na de bezetting van de Amerikaanse ambassade konden er niet meer direct wapens aan Iran geleverd worden en toen de Amerikanen een mislukte poging deden om de gijzelaars te bevrijden en Carter met allerlei dreigementen kwam, betekende dat een dieptepunt in de relatie tussen de V.S. en Iran. In 1980 waren er presidentsverkiezingen in de V.S. waarin Carter tegenover Reagan stond en Khomeini kwam persoonlijk tussenbeide; wanneer er een overeenkomst was bereikt om gijzelaars vrij te krijgen hield hij dat tegen.
In de zomer van 1980 begon de oorlog tussen Iran en Irak en in eerste instantie boekten de Iraki's successen door een paar steden te veroveren en olieraffinaderijen te bombarderen. Een grote mobilisatie kwam op gang, maar zelfs in de eerste jaren van de oorlog ging de Iraanse doorvoer en export van olie gewoon door. Hoewel de oorlog op het land voor Irak succesvol was, verloor het land de slag om de zee en werden de havens geblokkeerd. In het noorden werden door Koerdische opstandelingen de oliepijpleidingen gesaboteerd, zodat Koeweit en Saoedi-Arabië begonnen om voor Irak de olie te verkopen (Dit was een belangrijke aanleiding van de Golfoorlog 10 jaar later: Koeweit eist terugbetaling en Irak valt binnen). Zo blijft Irak beschikken over genoeg geld om de oorlog voort te zetten. Vanaf het begin was het een bloedige oorlog. Aan Iraanse kant werden honderdduizenden mensen gedood en meer dan een miljoen moesten alles achter laten en vluchten naar elders. De materiële schade is zo groot dat niemand het juiste bedrag kent, maar schattingen gaan tot boven de honderd miljard. De oorlog gaf Khomeini een instrument om de bevolking nog harder te onderdrukken dan voorheen. Werden tot de oorlog circa honderd executies per maand uitgevoerd, nu verandert dat in duizend (in een jaar werden meer dan 12.000 mensen geëxecuteerd). Voor iedere tekortkoming was er het antwoord "wij zijn in oorlog en tijdens oorlog denk je niet aan jezelf". De oorlog vormde een droommarkt voor de wapenhandel. Naar schatting levert die handel zo'n honderd miljoen per jaar op en omdat het Westen (in het openbaar) duidelijk had gemaakt dat zij geen overwinnaar van de oorlog wil gaat die zo'n acht jaar door. Er vallen meer dan anderhalf miljoen doden en een onbekend aantal gewonden.
Amerikaanse machtspolitiek
Toen de verkiezingen in de V.S. dichterbij kwamen namen de Republikeinen contact op met Iran en beloofden minder sancties, in ruil waarvoor de gijzelaars werden vastgehouden, hoewel er al overeenkomsten waren bereikt. Dat gaf de Republikeinen het beste wapen tegen Carter en hij verloor dan ook flink. De gijzelaars werden op hetzelfde tijdstip op het vliegtuig gezet dat Reagan de eed aflegde en naar Duitsland gestuurd. De gijzeling had Iran 12 miljard dollar in contanten gekost, geld dat al op Amerikaanse banken stond voor bestellingen die al betaald, maar nooit naar Iran werden gestuurd. Tijdens de periode werd de situatie in Iran steeds slechter. Na een jaar oorlog veroverde Iran bijna al het verloren gebied terug en tot het einde van de oorlog blijft de frontlinie vrijwel onveranderd. Maar iedere poging om de oorlog te beëindigen werd tegengehouden, een groot tegenstander van het einde van de oorlog was Khomeini zelf. Nieuw in deze periode was het ontstaan van het verschijnsel vluchtelingen, iets dat bijna onbekend was. Omdat de normale kanalen voor emigratie geblokkeerd waren en heel veel mensen ook geen paspoort konden krijgen, kwam een vluchtelingenstroom op gang. In eerste instantie waren dat mensen die ondergedoken hadden gezeten (politieke of religieuze minderheden) en veel jonge mensen die naar de oorlog werden gestuurd, veel intellectuelen en goed opgeleide mensen. Na 20 jaar is deze golf van emigratie nog steeds in volle gang.
Gedurende de hele oorlog ging de wapentoevoer uit de V.S. en andere westerse landen naar Iran gewoon door. Amerikaanse wapens kwamen meestal via Israël (vijand nummer één!) en omdat de wapens niet rechtstreeks kwamen waren ze meteen een stuk duurder. De relatie van Iran met Rusland was heel slecht en deze verslechterde alleen nog maar na de Russische inval in Afghanistan. Het Afghaanse verzet werd door de V.S. gesteund en bewapend, hun kampen bevonden zich in het noorden van Pakistan en het oosten van Iran, en de Amerikaanse wapens werden onder begeleiding van de Islamitische garden aan hen afgeleverd.
Medio 80 deden de Amerikanen pogingen om rechtstreeks met Iran in contact te komen. Dat leek in eerste instantie te lukken, maar toen deze pogingen openbaar werden gemaakt door het Amerikaanse Congres en de media ging alles mis. De laatste jaren van de oorlog deed Irak pogingen om olietankers te bombarderen als vergelding voor de Iraanse blokkade van de Iraakse havens. Toen Iran hetzelfde ging doen verschenen er Amerikaanse oorlogsschepen in de Golf om de tankers te escorteren, hetgeen leidde tot directe Amerikaanse betrokkenheid in de regio. Toen de Iraanse marine begon met het leggen van mijnen in zee bombardeerden de Amerikanen enkele olieplatforms en Iraanse oorlogsschepen. De situatie liep steeds verder uit de hand en Reagan, die na de Iran Contragate affaire zijn gezicht had verloren moest bewijzen dar er niets bijzonders aan de hand was tussen de V.S. en Iran. Toen een Iraanse lijnvlucht boven de Golf door de Amerikaanse marine werd neergehaald vond Khomeini dat het genoeg was en gaf toe, zodat de oorlog kon worden beëindigd.
(wordt vervolgd)
Dit artikel is verschenen in Kleintje Muurkrant nr 330, 5 maart