inhoud FOK-dossier-nummer 10 "Scientology", deel 3
Vervolg inhoud FOK-dossier-nummer 10 "Scientology"
In november 1994 diende de sekte bij het Commissariaat voor de Media een verzoek in voor het verkrijgen van radio- en televisiezendtijd. Dit in het kader van de zendtijd voor kerkgenootschappen. De sekte wilde bijna een uur televisie-zendtijd en een uur radio-zendtijd per week hebben. De sekte beweerde toen een achterban te hebben van circa tienduizend leden, maar weigerde een lijst daarvan te overleggen, op grond van de 'Wet op de Privacy' (34). Dat er geen wet met deze naam bestaat was voor de sekte kennelijk een bijkomstigheid. Tijdens een mondelinge toelichting op de aanvraag claimde Esther Rood, bestuurslid en ethiek-officier van de sekte, dat jaarlijks rond de tienduizend mensen het kantoor in Amsterdam binnen zouden lopen voor een eerste kennismaking. Dat zouden er ruim dertig per dag zijn, hetgeen een erg rooskleurige schatting is. Naast Amsterdam beweerde Rood dat er centra zouden zijn in Lelystad, Heemstede, Den Haag, Rotterdam, Ridderkerk en ergens in Zeeland (35). Op 10 mei 1995 werd de aanvraag voor zendtijd afgewezen, omdat de sekte, volgens het Commissariaat een te kleine achterban en niet het vereiste maatschappelijk draagvlak had.
Feitelijk blijken er, in tegenstelling tot wat Esther Rood verklaarde, slechts twee 'missies' te zijn en wel in Den Haag en in het Zeeuwse Oostkapelle.
Anno 1995 bestaat er naast deze twee missies nog een aantal andere punten van waaruit de leer van Hubbard, al dan niet met toestemming van de 'moederkerk' verspreid worden. In Friesland zit de Stichting Excalibur (tot 1988 de Stichting Dianetica Kortehemmen), die strijdt tegen misdaad, misdadigheid, onwetenheid en analfabetisme en die een dianetisch centrum beheert.
Ook de ex-voorzitter van de Nederlandse tak van de sekte, Bert Schwitters, heeft een eigen stichtinkje in het leven geroepen die cursussen geeft volgens de theorieën van Hubbard. Penningmeester van deze stichting Creadyn is Peter van Doorn, ex-hoofd van Bureau 1, de geheime dienst van de Nederlandse tak van de sekte.
Sekteleden in Haarlem hebben de Stichting De Weg naar het Geluk opgericht, met als doel de promotie van het gelijknamige boekje. Onder de naam Educatief Centrum Haarlem wordt het boekje op de markt gebracht. Deze stichting is een onderdeel van de Association for Better Living and Education (ABLE).
Daarnaast worden trainingen van Hubbard gebruikt door een aantal Scientology-bedrijfjes, zoals Silhouet Management Support en Silhouet Personnel Selection Services (Weesp) en U-Man (Bilthoven). U-Man heeft een deel van haar werkzaamheden ondergebracht in een aparte stichting, het Mental Training Centre. Het adres van Silhouet is tevens het Nederlandse adres van WISE, het World Institute of Scientology Enterprises, de commerciële tak van de sekte.
Het ledental van de sekte, zowel internationaal als in Nederland, is volstrekt onduidelijk. In 1976 beweerde de sekretaris van de sekte, F.A. Koster, in een brief aan de Koningin dat de sekte in Nederland 11.000 leden had (36). In 1983 had de sekte, volgens eigen opgave 725 leden, waarvan er 320 actief waren (37). Daarnaast was er een adressenbestand, waarin iedereen die ooit iets met de kerk te maken heeft gehad, met daarin zo'n 7000 personen (38). Het aantal van tienduizend leden dat de sekte tegenwoordig beweert te hebben bestaat waarschijnlijk ook grotendeels uit mensen die ooit een cursus bij de sekte hebben gevolgd.
Narconon
In de veertien jaar dat het drugsafkickproject van Scientology, Narconon in Nederland actief is, zijn er regelmatig succesverhalen in de pers verschenen over mensen die zonder pijn en chemicaliën zoals methadon zijn afgekickt. Ongeveer even vaak verschenen er verhalen van boze ex-cliënten die vertelden dat ze al hun geld zijn kwijtgeraakt aan Narconon, die onder druk werden gezet door Narconon medewerkers en over de erbarmelijke omstandigheden waarin ze 'clean' moesten worden. Overigens worden bij Narconon ook mensen opgenomen die bijvoorbeeld verslaafd zijn aan alcohol.
De stichting Narconon Nederland is op 10 oktober 1977 te Amsterdam opgericht. Het doel van Narconon is volgens de statuten: "Het werken in Nederland teneinde druggebruikers te genezen door middel van het toepassen van de methoden, bekend als 'Narconon', ontwikkeld door L. Ron Hubbard. Verdere ontwikkeling van het 'Narconon'-programma wordt door de stichting toegepast. Afgezien hiervan kunnen er geen veranderingen worden aangebracht in de grondbeginselen van deze geneeswijze."
Ondanks deze formulering beweert Narconon zich niet op het medische vlak te bewegen, aangezien de organisatie met de geest bezig is. Daarom heeft de stichting ook geen arts of verpleegkundigen in dienst. Bij complicaties wordt een huisarts ingeschakeld. De Narconon-methode werkt in theorie als volgt: de cliënt - door Narconon steevast student genoemd - wordt allereerst onderzocht door een arts. In Fase I is de cliënt bezig met het afkicken. Hij staat vierentwintig uur per dag onder begeleiding van Narconon-medewerkers, vaak ex-clinten. Dagelijks wordt een stevige dosis vitaminen toegediend: 1000 mg vitamine C, 200 mg vitamine B50, 100 mg B6, 500 mg Niacinamide en 200 mg Pantotheenzuur. Daarnaast krijgt de 'student' elke vier uur een glas CalMag, een drankje waar calcium en magnesium in zit (39). Overigens is uit verschillende interviews met ex-cliënten gebleken dat de dosering van de vitaminen vaak verhoogd worden op bevel van de 'case supervisor'. In sommige gevallen bleek de dosis zo hoog, dat mensen last kregen van een rode, opgezette huid.
In Fase II staat reiniging of ontgifting centraal. Volgens Hubbards theorieën is afkicken alleen niet voldoende, want dan blijven restanten van de verslavende stoffen achter in het vetweefsel van de ex-verslaafde. Die restanten kunnen vrijkomen in perioden van verhoogde (in)spanning, wat een ex-cliënt zelfs nog na twintig jaar weer naar verslavende middelen kan doen grijpen. Daarom moet het lichaam bijvoorbeeld gereinigd worden door middel van grote fysieke inspanningen zoals hardlopen om de circulatie op gang te brengen, gevolgd door langdurige en veelvuldige bezoeken aan de sauna, om het gif en het 'onreine' vet eruit te zweten. In deze fase moet de cliënt naast vitaminen ook oliën innemen, om het oude vetweefsel te vervangen door nieuw.
Tot slot wordt er gewerkt aan de geestelijke stabiliteit en resocialisatie door middel van 'communicatie-oefeningen'. Deze variëren van het eindeloos herhalen van de vraag "Vliegen vogels?" tot het praten tegen een asbak in een poging die zover te krijgen dat hij opstaat. Deze communicatie-oefeningen zijn een onderdeel van de Scientology-communicatie cursus. Gedurende het hele proces wordt de cliënt regelmatig 'geauditeerd' met behulp van de E-meter, om te kijken of hij of zij wel op de goede weg is.
Uit een intern rapport blijkt dat er volgens een inspecteur van Narconon-Europa veel mankeerde aan de opvang en behandeling van de cliënten bij Narconon Zutphen. Er was nauwelijks toezicht, de ruimtes waren rommelig en smerig, cursussen werden gegeven met harde muziek aan, terwijl de studenten rookten, de vitamines werden niet gekoeld bewaard en er werd geen medisch onderzoek verricht voordat aan het programma werd begonnen. "Geen van de studenten heeft dagelijkse doelen, noch worden ze dagelijks geëvalueerd (...) Er zijn geen studenten-dossiers. Administratie over de oefeningen en de praktijken waren niet te vinden in de paar dossiers die ik kon lokaliseren. (...) Er is een gebrek aan begrip bij de staf waarom het programma is zoals het is." In de aanbevelingen werd aangedrongen op de aanstelling van professionele 'auditors' en 'co-auditors' en de komst van een ethiek-officier (40).
Ook de kritiek van buitenaf op de behandelingswijze was niet mis. Vooral in de eerste jaren was die ronduit vernietigend: geldklopperij en gebakken lucht zouden de grondslagen van Narconon zijn. De Koninklijke Nederlandse Maatschappij tot bevordering van de Pharmacie bijvoorbeeld, liet in 1985 weten dat heroïne en cocaïne, maar ook bijvoorbeeld valium, niet terecht komen in het vetweefsel, maar worden verwerkt door de lever en uiteindelijk het lichaam verlaten via de urine (41). Twee jaar later sloeg de FZA (de federatie van instellingen voor alcohol en drugs) alarm, nadat Narconon aan verschillende Consultatiebureau's voor Alcohol en Drugs (CAD's) verzoeken om steun had gestuurd. Volgens de FZA was het Narconon-programma waardeloos.
Later kwam de nadruk in de kritiek te liggen op het ontbreken van enige wetenschappelijke onderbouwing van de gebruikte methode. Positieve 'wetenschappelijke resultaten' met betrekking tot de methode blijken meestal uit de hoge hoed van Scientology zelf te komen (42). Er is nog nooit een onafhankelijk onderzoek gedaan naar de effectiviteit van Narconon. Tijdens een bezoek van toenmalig CDA-kamerlid F. Borgman, liet de directeur van Narconon hem weten dat 25 procent van de bij Narconon behandelde verslaafden nog steeds 'clean' was. Een week eerder had programma-leider Ed Koning tegenover de pers verklaard dat het succespercentage op 84,6 procent lag (43). De meest recente beschikbare cijfers hebben betrekking op de periode 1987-1992. In die tijd werden 155 mensen behandeld. Volgens Narconon is van deze groep 25 procent volledig afgekickt. Dat zijn nog geen zeven mensen per jaar. De rest is voor het einde van het programma weggegaan of teruggevallen in de oude verslaving. Maar ook deze cijfers zijn niet te verifiëren.
In 1993 vroeg Narconon bij de NeVIV (Nederlandse Vereniging van Instellingen voor Verslavingszorg, de opvolger van de FZA) lidmaatschap aan. Deze aanvraag werd door het bestuur afgewezen. De belangrijkste bezwaren waren de relatie met Scientology, het ontbreken van statistieken en evaluaties over de methode en de verwachting dat er, tegen de achtergrond van de eerste twee bezwaren, misbruik zou worden gemaakt van de erkenning (44). Die vrees voor misbruik is niet ongegrond: toen in 1988 een politierechter een verslaafde veroordeelde tot verplicht afkicken bij Narconon (omdat de man daar zelf om had gevraagd), werd dat opgevat als een grote overwinning en werd direct een triomfantelijk persbericht rondgestuurd (45). Ook het Boumanhuis, het centrum voor verslavingszorg Zuid-Holland-Zuid, zegt geen mensen door te zullen verwijzen naar Narconon en potentiële geldschieters negatief te adviseren (46). De hoofdofficier van justitie Zutphen tenslotte, schreef in een brief aan alle hoofdofficieren: "het parket in Zutphen hanteert als uitgangspunt dat zij zich verzet tegen plaatsing in Narconon", omdat "het parket Zutphen een waarschuwend signaal [wil] laten horen zoals ik in het verleden via de vergadering hoofdofficieren ook gedaan heb" (47).
Met het Ministerie van Justitie werd eind 1992 door Narconon afgesproken gemiddeld vier en niet meer dan zes cliënten via justitie te plaatsen. Uit het jaarverslag over 1993 blijkt dat er dat jaar tien van deze reclassenten opgenomen zijn geweest. Justitie betaalde daarvoor een vergoeding van ruim 360.000 gulden. Het ministerie blijkt in tegenstelling tot de Zutphense officier van justitie geen problemen te hebben met plaatsing in Narconon. Ambtenaren van het ministerie hebben onder meer tegen de sociale dienst van Purmerend verklaard dat Narconon goedkoper zou zijn dan andere afkickcentra; dat Narconon een hoog percentage geslaagde en afgeronde behandelingen zou hebben; dat er verpleging en verzorging plaats zou vinden onder leiding van medisch personeel en dat Narconon regelmatig financieel en medisch gecontroleerd wordt. Uit navraag bij Justitie blijkt dat Justitie geen cijfers heeft over het percentage afgeronde en geslaagde behandelingen; dat medische controle niet plaats vindt en dat de informatie over verpleging en verzorging van de clinten onder leiding van medisch personeel niet door het Ministerie is vastgesteld, maar "het staat in de folder van Narconon".
Sinds de oprichting was Narconon vier jaar lang een papieren organisatie, totdat in augustus 1981 projectleider Paul Rood aankondigde dat een maand later begonnen zou worden met de activiteiten. Zes maanden later al claimde Narconon haar eerste succes. Twee Amsterdamse junks zouden vrijwel zonder pijn en vooral zonder medicijnen zijn afgekickt. De opvangcapaciteit bedroeg indertijd twee 'studenten'. In haar zoektocht naar een grotere ruimte belandde de stichting in 1984 in de Amsterdamse Bijlmermeer. Drie jaar later werd het monumentale pand De Witte Toren, een voormalig bejaardentehuis, in Zutphen gekocht. De meerderheid van de Zutphense gemeenteraad was tegen de komst van het afkickcentrum. Ook werd nog voordat de akte tot levering van het pand was ondertekend, een comité van verontruste buurtbewoners opgericht. Het protest mocht niet baten: Narconon vestigde zich in Zutphen, met een gemiddelde bezetting van toen vijftien verslaafden (48).
Tijdens de procedure voor de aanvraag van een gebruiksvergunning controleerde op 4 februari 1994 de brandweer van Zutphen de veiligheid van het pand. Het rapport dat werd opgesteld was vernietigend. Het pand, waar inmiddels gemiddeld 20 à 25 cliënten en 10 à 12 personeelsleden verbleven was uit oogpunt van brandveiligheid een ramp. Op veertien punten werd het pand uit oogpunt van brandveiligheid afgekeurd:
- met het oog op vluchtwegen moest de maximale capaciteit mensen die tijdelijk onderdak kunnen krijgen teruggebracht worden van 34 naar 19;
- de vluchtdeuren waren zodanig aangetast dat ze niet meer goed functioneerden;- de vluchtdeuren waren permanent op slot en alleen te openen door het personeel, waardoor de vluchtwegen van de tweede naar de eerste etage, die van de eerste etage naar de begane grond en de vluchtwegen naar buiten afgesloten waren;
- de vluchttrap buiten was onveilig;
- er was geen brandmeldinstallatie, vluchtwegen waren niet aangegeven; brandslanghaspels ontbraken, er was geen brandweertoegang enzovoorts (49). Daarop besloot Narconon om te zien naar een ander pand. In het nabijgelegen Lochem werd op 4 mei 1994 een voormalig verpleegtehuis gekocht. Volgens het geldende bestemmingsplan was in dat pand geen mogelijkheid voor het vestigen van een afkickcentrum. Omwonenden daagden de verkoper en Narconon voor de rechter. Uiteindelijk verloor Narconon de procedure en mocht, op straffe van een dwangsom van 5000 gulden per dag, geen afkickcentrum in dat pand vestigen (50). De koop van het pand werd ongedaan gemaakt. Narconon zelf zag af van de koop van een voormalig ziekenhuis in Almen, omdat de investering van ruim 10 miljoen gulden te duur zou worden. Uit het advies over de aanschaf van dit complex blijkt dat Narconon uit ging van een opvangcapaciteit van 200 verslaafden (51). Uiteindelijk besloot Narconon het pand in Zutphen te verbouwen en aan te passen aan de eisen van de brandweer en bouw- en woningtoezicht. Inmiddels is deze verbouwing afgerond en is Narconon weer in het pand getrokken.
Vanaf haar oprichting is Narconon vaag geweest over de band met Scientology. Initiatiefnemer Paul Rood gaf bij de presentatie toe: "Als je over Scientology begint schrikken de mensen zich dood." Daarom verzweeg hij in interviews de achtergrond van Narconon. Enkele jaren later was Rood kennelijk nog banger geworden voor de schrikreactie van het publiek; hij verzweeg niet alleen de band met Scientology, hij ontkende deze zelfs (52). Vanaf dat moment bleek ontkenning van de banden met Scientology verheven te zijn tot beleid. Toegegeven wordt slechts nog dat stichting Narconon in de beginfase dankbaar gebruik heeft mogen maken van de Scientology-telefoon en het briefpapier, maar dat is alles. Narconon zou nu geheel zelfstandig draaien. Dat L. Ron Hubbards ideeën de grondslag vormen voor beide organisaties wordt louter toeval genoemd, evenals het feit dat een aantal Narconon-kopstukken tegelijkertijd vooraanstaande posities binnen de sekte bekleden. Enkele namen: Paul Rood, initiator en voormalig penningmeester van Narconon, is binnen Scientology opgeklommen tot de Senior Honor Role van de International Association of Scientologists (IASA) (53). Deze positie is alleen bereikbaar voor scientologen die minimaal honderd leden hebben aangebracht of die zich op andere wijze buitengewoon verdienstelijk hebben gemaakt voor de sekte; Patrick Peperstraete, hoofd juridische zaken bij Narconon, is tevens hoofd externe zaken van Scientology; Joanna Kluessien, sinds 1 januari 1987 voorzitster van Narconon, stond in datzelfde jaar in de ledenadministratie van de sekte te boek als 'Operating Thetan' en 'clear'. De huidige penningmeester Dirk Oostenburg en bestuurslid Engelina van Loon zijn 'patron' van de International Association of Scientologists. Zij hebben allebei minimaal 40.000 dollar aan deze organisatie gegeven. Op dit moment zijn negen Nederlanders 'patron' van de IASA.
Een ander bewijs voor de band tussen Narconon en Scientology is te vinden in een brief van Jan Bertz, staflid van Scientology. Begin 1995 had hij een alcoholprobleem en stond op het punt een tweede keer door de rechter veroordeeld te worden wegens het veroorzaken van ongevallen als gevolg van zijn drankmisbruik. Hij wilde afkicken bij Narconon.In een poging om van zijn verzekering de kosten vergoed te krijgen schreef hij: "Ik heb inmiddels heel goede contacten met de Scientology Kerk Amsterdam. Deze werkt samen met Stichting Narconon Nederland in Zutphen. Narconon Nederland verzorgt drugs run-down programma's voor alcohol (en andere zware drugs). Programma's duren 6 maanden. Door hoge(re) doses vitaminen, saun[a]baden, sport en mentale training(en) wordt de patiënt 'schoongemaakt' en op een taak in de Scientology Organisatie voorbereid" (54).Ook uit het al eerder geciteerde interne onderzoeksrapport van Narconon-Europa blijken de overeenkomsten met de sekte duidelijk. Studenten worden 'geauditeerd', ze dienen gebruik te maken van het Scientology-handboek en ze moeten Scientology-cursussen volgen, zoals de communicatie-cursus.
| begin van brochure | vervolg van brochure |
Deze brochure is verschenen als speciale bijlage in de digitale versie van Kleintje Muurkrant, maart 1997