Skip to main content
  • Archivaris
  • 307

McSpy

"Ze was zo'n 1.65 meter lang en begin twintig. Ze had dik, lichtbruin haar. Ze had een mooi figuur en een fris uiterlijk, zonder enige make-up. Een aantrekkelijk type." Zo beschrijft Brian Bishop een nieuwkomer bij Greenpeace-afdeling London. Na elke vergadering van de actiegroep maakt de privé-detective rapport op. Er was iets vreemds met die vrouw. Haar spijkerbroek was gloednieuw, en toch zaten er scheuren op de knieën. De wantrouwige detective noteert: "eerder aangebracht dan van slijtage." Bishop's vermoeden klopt. Wat hij op dat moment niet weet, is dat zij - net als hij - is ingehuurd door de hamburgergigant McDonald's om de actievoerders van London Greenpeace in de gaten te houden. Michelle Hooker is een voormalig politie-agente die is overgestapt naar het particuliere recherchewerk, en haar methodes kennen geen grenzen. Om hun vertrouwen te winnen begon ze als 'Shelley' een relatie met een van de leden van London Greenpeace.

McDonald's huurde privé-detectives in om erachter te komen wie precies de verspreiders waren van het pamflet 'What's wrong with McDonald's?' Het pamflet, dat London Greenpeace al jaren uitdeelt bij vestigingen van de hamburgerketen, beschuldigt McDonald's van het promoten van junkfood, uitbuiting van de eigen werknemers, dieren en de Derde Wereld, milieuvervuiling en het kappen van het tropisch regenwoud. Dat kwam London Greenpeace te staan op een aanklacht wegens smaad (libel), de dagvaardingen werden eind 1990 verstuurd. Drie van de vijf aangeklaagde actievoerders kozen eieren voor hun geld, en boden formeel excuses aan. Helen Steel en Dave Morris besloten zichzelf te verdedigen en dat was de start van het langstlopende proces in Engeland ooit, 314 dagen in tweeëneenhalf jaar (Vrij Nederland schreef hier op 021295 al eerder over). Vlak voor Kerst vorig jaar was de laatste zittingsdag. De uitspraak wordt met Pasen (eind maart) verwacht. Nog voor de rechter spreekt, is duidelijk dat McDonald's z'n gezicht heeft verloren. Een team van topadvocaten moest het afleggen tegen twee actievoerders in spijkerbroek die hun eigen verdediging voerden. De 'McLibel 2' onderbouwden hun kritiek met feiten over de praktijken van de fastfood-keten. Zelfs door McDonald's opgeroepen getuige-deskundigen zagen zich meer dan eens gedwongen de actievoerders gelijk te geven. In de rechtszaal vond Londen Greenpeace een podium voor propaganda tegen McDonald's dat ze anders nooit gekregen hadden. De zaak kreeg in Engeland, maar ook internationaal veel aandacht. Bovendien werd Londen het 'virtuele' middelpunt van acties tegen McDonald's over de hele wereld. In het voorjaar van 1995 werd de website 'McSpotlight' gelanceerd op Internet. McSpotlight bergt alle informatie die tijdens het proces naar boven is gekomen, en meer.

Het proces werd onverwacht een ongeëvenaarde publicitaire ramp voor de hamburgergigant. McDonald's is ondanks wereldwijde bekendheid zeer beducht voor haar reputatie. Iedereen die het waagt zich kritisch te uiten over het bedrijf kan juridische stappen verwachten, dat overkwam in Engeland ook universiteiten, de BBC en Channel 4. Het McLibel proces biedt een onthullend kijkje in de keuken van McDonald's. Om potentiële tegenstanders in kaart te brengen blijkt het bedrijf te beschikken over een compleet inlichtingenapparaat opgezet door voormalige agenten van politie. Om de identiteit van de verspreiders van het gewraakte pamflet te achterhalen werd, in de woorden van het hoofd beveiliging, "geen enkele bron geschuwd". Infiltratie door privé-detectives was slechts één van die middelen. Welk zwaar geschut McDonald's heeft ingezet tegen London Greenpeace werd duidelijk uit verklaringen van betrokkenen voor de rechtbank de afgelopen maanden. Het actiegroepje kwam in het vizier toen Sid Nicholson 'What's wrong with McDonald's?' in 1989 onder ogen kreeg. De vice-president van McDonald's werd attent gemaakt op het pamflet door de uiterst conservatieve Economic League, berucht vanwege het bijhouden van zwarte lijsten met zogenaamde 'subversieven'. De Economic League bood bestanden met bijeengesprokkelde gegevens over politieke betrokkenheid van mensen of vakbondsactiviteiten als bron voor screening bij sollicitaties. Verschillende onthullingen en schandalen zorgden begin jaren negentig voor de sluiting van de Economic League. Sid Nicholson komt er rond voor uit dat McDonald's lid was van de Economic League, volgens hem "een organisatie die opkomt voor de belangen van multi-nationals". Nicholson was van 1984 tot 1991 tegelijkertijd hoofd beveiliging en hoofd personeelszaken. Die combinatie van functies kwam goed uit bij de onderdrukking van vakbondsactiviteiten op de werkvloer; hoe dat in zijn werk ging vertelde Nicholson de rechtbank bij zijn eerste verhoor. Werknemers met belangstelling voor een vakbondslidmaatschap zocht hij - gewaarschuwd door de vestigingschef - persoonlijk op, in het gezelschap van een aantal breedgeschouderde managers. Er volgde een goed gesprek, aldus Nicholson, met de gewenste gevolgen: niemand durfde zich meer aan te melden bij de bond. "Heel goed mogelijk dat we ook rapporten over vakbondsactiviteiten kregen", zegt de vice-president als de Economic League ter sprake komt tijdens zijn tweede verhoor.

Hulp kwam ook van een andere kant, van voormalige collega's. Voor Nicholson's carrière bij McDonald's begon, werkte hij 31 jaar bij de politie in Zuid-Afrika en in Engeland. Nicholson: "De afdeling beveiliging heeft heel veel contacten bij de politie. Het zijn allemaal ex-politiemensen. Ik ga ze niet vragen wie die contacten zijn." Zelf heeft hij er geen enkele moeite mee lokale rechercheurs om inlichtingen te vragen als hij over iemand iets wil weten, zo verklaarde hij. Sid Nicholson onthulde tijdens het proces dat hij in september 1989 een geheime vergadering had met de Special Branch van Scotland Yard om het gevaar van London Greenpeace te bespreken. De rechercheurs wisten te vertellen dat de actiegroep op 16 oktober van dat jaar een picketline voor het Engelse hoofdkantoor van McDonald's zou houden. Nicholson bood hen alle faciliteiten voor het inrichten van een observatiepost. Rechercheurs van de Animal Rights National Index (ARNI), Special Branch-agenten gespecialiseerd in dierenbevrijders, identificeerden ter plekke de aanwezige actievoerders. Twee van hen kregen later een dagvaarding wegens smaad op de deurmat. Volgens Nicholson was het bij deze ene ontmoeting gebleven, maar tijdens het proces kwam bewijsmateriaal boven water waaruit bleek dat het contact nog jaren is gecontinueerd. De tweede man verantwoordelijk voor beveiliging, Terry Carrol, schreef redelijk recent: "Ik had een ontmoeting met ARNI van Scotland Yard vandaag en kreeg de bijgesloten literatuur. Sommige dingen hebben we al, een deel is nieuw". Deze memo is gedateerd 22 september 1994. Het proces was toen al een paar maanden aan de gang. Ook Terry Carrol werkte dertig jaar bij de politie in London, de laatste jaren direct onder Sid Nicholson als chef van de Londense wijk Brixton. Alle McDonald's filialen kregen van hem de opdracht zoveel mogelijk foto's te maken van de demonstranten en de uitgedeelde pamfletten te verzamelen. Letterlijk honderden exemplaren kreeg hij toegestuurd, vertelde Carroll de rechtbank, het archief was op een gegeven moment "niet meer te hanteren". De foto's hadden tot doel een 'harde kern' van activisten te identificeren die verantwoordelijk gesteld kon worden voor de protestmanifestaties door het hele land. Maar wat Terry Carrol ontdekte was dat het vooral mensen uit de lokale bevolking waren die demonstreerden bij hun plaatselijke filiaal.

Een maand na die eerste ontmoeting met de Special Branch kregen twee particuliere recherche-bureaus de opdracht inlichtingen te verzamelen over London Greenpeace.
Nicholson benaderde 'Kings Investigation Agencies' en 'Bishops Investigation Bureau', maar vertelde geen van beiden dat hij twee bureaus tegelijk had ingeschakeld. Minstens zeven verschillende 'onderzoeksagenten' infiltreerden de actiegroep van eind 1989 tot halverwege 1991, en vaak wisten de privé-detectives niet van elkaars bestaan. Drie van de geheim agenten verschenen voor de rechter als getuige voor McDonald's en lieten zich ondervragen over hun undercover-werk. Om geloofwaardig over te komen konden de infiltranten niet volstaan met het bijwonen van vergaderingen. Brian Bishop bezocht niet alleen twaalf vergaderingen in vierëneenhalve maand tijd, maar bemande - soms zelfs in zijn eentje - een informatiestand op een naar eigen zeggen "goed bezochte manifestatie". Het pamflet 'What's wrong with McDonald's?' lag op die stand om gratis mee te nemen. Zijn eerste rapport bevat een nogal gedetailleerde beschrijving van het kantoortje van London Greenpeace. "Er zitten geen extra sloten op het kozijn en het raam gaat naar buiten open." Bishop voegt daar aan toe dat in een aangrenzend kantoor in hetzelfde gebouw 24 uur per dag mensen aanwezig zijn. Op de vraag wat de relevantie is van dit soort informatie, ontkende Bishop dat het de bedoeling was om eventuele inbrekers van advies te dienen. Hij had wel een enkele keer een brief gericht aan London Greenpeace doorgegeven aan het recherchebureau. De tweede agent, Allan Clare, had een aantal keren brieven "even geleend" zoals hij zelf zei, want teruggelegd na het kopiëren. Hij verschafte zich 's nachts toegang tot het kantoor met behulp van een telefoonkaart om het slot te forceren. Inbreken wilde de privé-detective het niet noemen want "het slot van het kantoor van London Greenpeace was niet bepaald sterk, dus volgens mij was binnenkomen geen probleem". Hij nam foto's die tijdens het proces van pas kwamen. Ook Roy Pocklington, die tussen oktober 1989 en juni 1990 bij maar liefst 26 vergaderingen aanwezig was, hielp ter bevordering van zijn geloofwaardigheid mee aan het beantwoorden van brieven. Een keer bracht hij zo acht uur door op het kantoor met het versturen van het bewuste pamflet. Soms sprak Pocklington van tevoren af met wie hij de vergadering zou verlaten, zodat diegenen naar huis gevolgd konden worden. In een poging het adres van Dave Morris te achterhalen, bracht hij een pakket baby-kleertjes voor diens kleine zoontje mee. Sid Nicholson, de vice-president, gaf toe dat door McDonald's ingehuurde detectives brieven hadden gestolen. Zijn mensen kreeg categorische instructies "niets illegaals en niets onbehoorlijks te doen". Maar ja, voegde hij er aan toe, "mensen maken nou eenmaal fouten".

McDonald's heeft altijd geweigerd de identiteit van de andere privé-detectives bekend te maken. Daar was een goede reden voor. Van de vier wel opgeroepen undercovers besloot er één, Frances Tiller, te getuigen voor de verdediging. Een opleiding tot diëtiste had haar gevoeliger gemaakt voor argumenten tegen fastfood. Destijds had Tiller een baantje bij één van de recherchebureaus als assistente van de directeur. Bij gebrek aan infiltranten werd ze gevraagd in te springen. De eerste aan wie ze ooit deze passage uit haar verleden opbiechtte, bleek toevallig een bekende van de McLibels te zijn. In een interview dat op de Internet-site 'McSpotlight' te vinden is, vertelt Frances Tiller hoe zwaar het was om undercover te gaan: "Ik had barstende koppijn na iedere vergadering, omdat ik me zo moest concentreren op wat er gezegd werd en door wie. Tegelijkertijd moest ik onthouden hoeveel planken er achter me waren, welke pamfletten daar op lagen en hoeveel lades er in de archiefkast zaten. Je moet zo gewoon mogelijk doen en intussen heel erg opletten dat je niet door de mand valt. Die dubbelrol was ontzettend vermoeiend." Tiller noteerde zodra ze thuiskwam alles wat ze had onthouden en maakte een rapport voor het recherchebureau. De privé-detective kan het kantoortje van London Greenpeace nog precies beschrijven: "Een smalle trap op naar een kamertje vol met mensen. Zoveel waren het er niet de eerste keer dat ik er was, een stuk of zes, maar het leken er meer omdat de ruimte zo klein was. In een hoek van de kamer waren planken tot aan het plafond, vol met pamfletten - sommige daarvan moest ik meenemen om kopieën van te maken. Aan de andere kant stond een behoorlijk wankele tafel die af en toe omviel omdat er veel te veel op stond." De vergaderingen hadden een nogal chaotisch verloop. Tiller: "Vaak was niet eens duidelijk wanneer de vergadering feitelijk aanving, het begon gewoon omdat mensen met elkaar begonnen te praten. Soms riep er iemand: "wie maakt de notulen?", dan zei iemand anders met tegenzin "dat doe ik wel" en die schreef dan in het logboek in grote lijnen waar de vergadering over ging." De actievoerders bleken allemaal hele gewone mensen, en best aardig. "Ik had te horen gekregen dat ze veganistisch waren, en ik wist niet goed wat ik me daarbij voor moest stellen. Bloedeloze figuren, geen stevige karakters." Het recherchebureau had haar gewaarschuwd dat het gevaarlijk kon worden. "Ik kon mijn adres en telefoonnummer maar beter geheimhouden, want als de actievoerders uit zouden vinden wie ik was zou het wel eens verkeerd kunnen aflopen." Of ze achteraf spijt heeft van haar infiltrantenwerk? "Nee, helemaal niet, I was just doing my job."

Frances Tiller was degene die Michelle Hooker introduceerde bij London Greenpeace, zij moest haar opvolgster worden. "Ik was nogal verbaasd de eerste keer dat ze meeging. Michelle Hooker gaf me een lift in haar zwarte BMW, die ze een paar straten verderop parkeerde. Het laatste stuk naar de vergadering deden we lopend. Zelf trok ik speciaal hippie-kleren aan en sandalen, zij deed dat niet. Desondanks werd ze geaccepteerd, sterker nog, naar ik begreep zat ze er behoorlijk diep in." Tijdens de rechtszaak bleek dat Michelle Hooker een relatie begon met één van de actievoerders. Haar opvallende verschijning werd zoals gezegd onmiddellijk opgetekend door een andere privé-detective op de vergadering. Hooker op haar beurt maakte meteen melding van een "bescheiden" jongeman, genaamd Charlie. "Hij was 1.75 meter lang, had lichtbruin haar tot op zijn schouders met een pony en hij droeg een zwarte spijkerbroek met gaten op de knieën en een punky T-shirt" schreef ze in één van haar eerste rapporten. Haar relatie met Charlie plaatste haar boven iedere verdenking. Een ander voordeel van deze intieme betrekkingen was dat ze via Charlie Brook andere dierenrechtenactivisten leerde kennen, die zich ook bezighielden met radicalere acties. Ze werd niet alleen actief in de 'Hacky and Islington Animal Rights Campaign', maar gaf ook etentjes voor deze vrienden van Charlie in zijn flat. Het was echt dik aan. Ze vierden samen kerst en gaven elkaar cadeautjes. Michelle hielp in de natuurvoedingswinkel waar Charlie werkte en bezocht zijn moeder in West Yorkshire. Haar vrienden kreeg hij echter nooit te zien, en bij haar thuis kwam hij niet. Michelle Hooker kon uit de eerste hand verslag doen van de reacties die de aanklacht wegens smaad bij London Greenpeace teweeg bracht. Maanden later, toen duidelijk werd dat het op een confrontatie voor de rechter zou aankomen, liep het werk van de detectives op zijn eind. De relatie tussen Michelle en Charlie bekoelde. Zij liet het steeds vaker afweten, met een beroep op haar drukke werk. Hij zag haar nooit meer terug nadat hij hun relatie beëindigde. De enige tastbare herinnering aan deze vreemde verhouding weet het Engelse dagblad de 'Observer', is het pluizige poesje die zij achterliet in zijn flat, en nooit meer op kwam halen.

De vraag blijft waarom McDonald's de zaak tegen London Greenpeace überhaupt heeft doorgezet. Privé-detective Frances Tiller zegt dat de anti-McDonald's campagne niet bepaald prioriteit had in de tijd dat zij de vergaderingen bezocht. "Ik kreeg de indruk dat het misschien in het verleden een belangrijk onderwerp was geweest, en daarna nooit helemaal was verdwenen." En dan te bedenken dat de vergadering soms voor een flink deel uit infiltranten bestond. Frances Tiller reconstrueerde achteraf dat bij één vergadering drie infiltranten waren op in totaal zeven of acht mensen. Helen Steel weet van een bijeenkomst in 1990: vier aanwezigen waarvan er drie werkten voor twee verschillende detective-bureaus. Het kwam regelmatig voor dat de vergaderingen van London Greenpeace bezocht werden door minder dan tien mensen. Sid Nicholson wil niet horen van een overkill. Het aantal detectives dat vergaderingen bijwoonde was volgens hem niet van invloed op de richting van de groep, zo verklaarde de vice-president voor de rechtbank. Het argument dat McDonald's via de activiteiten van de ingehuurde detectives medeverantwoordelijk is voor de verspreiding van het gewraakte pamflet, werd door de rechter als aanvullende verdediging geaccepteerd. Dat het ook anders kan, bewijst de affaire met 'Veggies Ltd. of Nottingham'. Eind jaren tachtig kreeg deze engelse actiegroep, de belangrijkste verspreider van 'What's wrong?' destijds, te maken met juridische dreigementen van McDonald's. Na onderhandelingen tussen de respectievelijke advocaten, ging McDonald's akkoord met een aantal kleine wijzigingen in de tekst. De Veggies bleven het pamflet in grote oplagen ronddelen. Waarom kon de zaak met London Greenpeace niet op vergelijkbare wijze worden afgehandeld? Misschien was er, eenmaal zoveel tijd en geld in deze actiegroep geïnvesteerd, voor het bedrijf geen weg meer terug. Het onheil dat McDonald's daarmee over zich afroept, kent zijn weerga niet. Het voor het imago van het bedrijf zo catastrofaal verlopen proces zal dienen als schoolvoorbeeld van hoe-het-niet-moet in de communicatiewetenschappen. Het lesmateriaal is al klaar, en gratis ter beschikking op de Internet-site McSpotlight. Daar zijn alle bewijsstukken keurig op onderwerp gerangschikt te vinden, naast de biografieën van alle getuigedeskundigen en de verslagen in de pers over het proces. Voor actievoerders overal ter wereld zijn er vertalingen van het gewraakte pamflet, klaar om uit te printen. Zeer ingenieus is de rondleiding op de site van McDonald's, via zogenaamde frames voorzien van de McLibel- argumenten. Op McSpotlight zijn bovendien alle procesverslagen te lezen: ieder woord dat er gezegd is voor de rechtbank, 314 zittingsdagen lang. McDonald's heeft - wijs geworden? - niets ondernomen tegen McSpotlight. Nog niet tenminste.
Meer informatie: http://www.mcspotlight.org

Eveline Lubbers

Dit artikel is verschenen in Kleintje Muurkrant nr 307, maart 1997