Skip to main content
  • Archivaris
  • 307

Les 1: "Oorlogen, honger, alles is oké"

De Celestijnse Belofte voor beginners, deel 2

Saaie kantoorpikken
Afgezien van de reïncarnatie en de trillingsgetallen doet dit allemaal sterk denken aan het traditionele patriarchale christendom. Redfield gelooft daarbij ook in engelen, bidden, naastenliefde, een hiernamaals en een hel met daarin drugsgebruikers, militairen, saaie kantoorpikken en mensen die teveel vrijen. Die zullen eeuwig in dezelfde patronen moeten doorgaan, tot ze inzien dat ze fout zitten. (TI, p.148) De goede zielen zweven volgens Redfield rond in het hiernamaals. Die zijn georganiseerd per beroepsgroep - een duidelijke vooruitgang ten opzichte van het christendom - waarbij Redfield niet helemaal duidelijk is of werklozen en huisvrouwen er ook terecht kunnen. (TI, p. 189) Wellicht verblijven de werklozen in de hel.
De moderniseringen heeft Redfield her en der bij andere religies en New Age-filosofietjes weggepikt. Net als Blavatsky 100 jaar geleden met haar theosofie, meent Redfield dat "elke godsdienst een aanvulling is op de andere godsdiensten en dat ze kunnen worden geïntegreerd en tot synthese kunnen worden gebracht in een wereldwijde spiritualiteit." (TI, p.213) En zoals vrijwel alle andere religies waaruit ze is samengesteld is ook Redfields Celestijnse Belofte door en door conservatief.
Religies zijn er in de eerste plaats om mensen dom, slaafs en passief te houden, of zoals Redfield het noemt: "in een toestand van vredige heelheid". (CW, p.90) Redfield vindt dat zijn lezers zich open moeten stellen voor hun intuïtie, hun beheersing moeten loslaten, zich dan moeten overgeven en een "hogere macht" de leiding laten nemen. (CW, p.91) Overgave aan een "hogere spirituele leiding" zou de deur openen "naar niets minder dan eenwording met het universum." (CW, p.106) Volgens Redfield moet het "verzet tegen autoriteiten" tot een "zorg uit het verleden" worden. (CW, p.43) "Als je moet worstelen en je moet forceren om de dingen tot stand te brengen, volg je niet de universele stroom." (CW, p.169)

Honger is oké
"Als ons bewustzijn helder en vredig is, verdwijnt het probleem", vertrouwt Redfield zijn lezers toe. (CW, p.170) Hij citeert met instemming een vrouw die zich een droom herinnert: "Ik weet nog dat ik wist dat alles overal in het universum oké was, dat het plan volmaakt was. Alles wat er gebeurde -oorlogen, honger, wat dan ook - was oké." Gelukkig voor de slachtoffers van de oorlogen en de honger is volgens Redfield "je uiteindelijke doel niet materiële overleving." (CW, p.239) "Het enige wat telt is hoe je denkt." (CW, p.118) Hij raadt zijn lezers overigens aan zich niet met conflicten te bemoeien en in de "waarnemerspositie" te gaan zitten. (CW, p.179) Hoe dat precies moet als je het slachtoffer dreigt te worden van oorlog of honger, maakt Redfield niet duidelijk. In ieder geval kan het volgens hem geen kwaad er zo weinig mogelijk aan te denken. Men moet zich zeker niet gaan verzetten, want, zo waarschuwt hij: "Besef dat alles waaraan je aandacht besteedt zich uitbreidt." (CW, p.23) Ook zelfverdediging sluit hij uit, want: "elke vorm van geweld maakt het alleen maar erger." (TI, p. 102)
Daarbij meent Redfield dat de slachtoffers zelf de plek uitgezocht hebben waar ze gereïncarneerd zijn. Mensen die bijvoorbeeld "terechtkomen in gezinnen waar mishandeling plaatsvindt" hebben daar in het hiernamaals zelf voor gekozen. Ze wilden onder zware omstandigheden leren hun trillingsgetal te verhogen. (TI, p.152) Redfield beseft dat het voor veel mensen "die teleurgesteld zijn door hun leven, hun baan of hun financiële en gezondheidstoestand" een "verbijsterende gedachte" is dat "we onze eigen werkelijkheid scheppen". Je kunt namelijk "door je waarneming te veranderen" en je "trillingsniveau te verhogen" zelf je situatie veranderen! Doe je dat niet, dan is dat je eigen schuld (CW, p.40), want "het universum geeft ons alles wat we nodig hebben, mits we ons er voor open stellen." (CW, p.106)

Meer gevangenissen
Redfield gelooft niet in georganiseerde politieke strijd om te knokken voor een rechtvaardiger wereld. Ieder voor zich bidden en samen onze trillingsgetallen verhogen is veel effectiever, meent hij, want "als we samen met anderen op dit soort niveaus resoneren, verandert de wereldopvatting vanzelf." (CW, p.110) En dat is volgens Redfield hard nodig, want de wereldopvattingen van zowel linkse als rechtse mensen zijn veel te materialistisch. Zeg maar: te realistisch.
Redfield plaatst zich boven de strijdende partijen. Immers, "in het Hiernamaals weet men dat elke partij een deel van de waarheid vertegenwoordigt, een deel dat kan worden geïntegreerd en tot synthese kan komen in een nieuw spiritueel wereldbeeld". (TI, p. 206) Hij weet dat linkse en rechtse mensen het allemaal goed bedoelen. "In werkelijkheid bestaan er geen vijanden." (TI, p. 227)
In zijn tweede boek, Het Tiende Inzicht, creëert Redfield voor zichzelf een genoeglijke underdogpositie. De heersende rechtse krachten zouden zich nog teveel laten leiden door "de Angst" en Redfields betere, Celestijnse wereld tegenhouden. Dat verhaal zal veel voormalige linksen ergens wel aanspreken. In de realiteit, echter, zien de heersende krachten de New Age wel degelijk zitten. Ze weten de vage ideeën prima voor hun eigen karretje te spannen. Nu is dat bepaald geen grote opgave: zo gauw Redfields ideeën bijvoorbeeld enigszins maatschappelijk concreet worden, blijken ze naadloos aan te sluiten bij de huidige neo-liberale economische en politieke ontwikkelingen.
Om een "maatschappelijke oorlog" (TI, p.133) te voorkomen wil Redfield bijvoorbeeld "meer gevangenissen en huizen van bewaring." (TI, p. 207) Zowel in de VS als in Nederland is Justitie daar al actief mee bezig. Redfield wil daarbij wel dat we de gevangenen meer "spiritueel te hulp komen". (TI, p.153) Verder pleit hij een CDA-achtige zorgzame samenleving', de afschaffing van alle belastingen, met uitzondering van een speciale belasting, de "tienden", voor "spirituele hulpverleners" zoals Redfield zelf.

Verlicht kapitalisme
Redfield meent ook dat "de zakenwereld tot spiritueel bewustzijn aan het komen is" (TI, p.182) en werkt aan een "waarlijk verlicht kapitalisme," (TI, p.184) "dat niet slechts gericht is op winstbejag, maar op het vervullen van de ontluikende behoeften van spirituele wezens." (TI, p.211) "Er komt een nieuw leiderschap op," dat volgens Redfield hard werkt aan automatisering, flexibilisering en schone technieken. (CW, p.232) De werknemers die daarbij door het "nieuw leiderschap" op straat gesmeten worden, "kunnen zich handhaven door te leren hoe ze intuïtief en synchroon kunnen leven." (TI, p. 183) Ook moeten alle werknemers zich in Redfields flexibele New Age-economie voortdurend bijscholen opdat "men op het juiste moment op de juiste plaats kan zijn." (TI, p.184) Deze verhalen komen bekend voor. De economische machthebbers zullen zich in de handen wrijven. Ze hebben in Redfield een ideale 'positieve' pleitbezorger gevonden voor de economische herstructureringsplannen zoals die in de jaren 90 keihard doorgevoerd worden.
Hoe de economische elite de New Age voor haar eigen doelen inzet bleek ook op grote Rio-milieuconferentie in 1992. Die werd georganiseerd door twee vooraanstaande New Agers. Onder het mom dat we allemaal schuldig zijn en allemaal bedreigd worden door de milieuvervuiling, betoogden ze dat "we elkaar niet moeten aanvallen". De milieubeweging mocht van hen meedoen aan de conferentie op voorwaarde dat men 'positief' bleef en niet de vervuilende bedrijven zou aanwijzen of de inherente vernietigingsdrang van het kapitalisme zou benoemen. Op hun eigen verbloemende manier hielden de organisatoren de milieubeweging voor dat alle partijen toch beloofden hun best te doen, óók de bedrijven en overheden. De milieu-organisaties die zich conformeerden, gaven de conferentie een groen en democratisch jasje zonder dat er ook maar één bindende afspraak werd gemaakt om het milieu te redden. (EB)
Ook Redfield idealiseert zo'n depolitiserende samenwerking: "Mensen die nooit bewust het milieu zullen vervuilen, kennen of werken samen met anderen die een onderneming of bedrijf hebben dat schade toebrengt aan de biosfeer" (TI, p.209) Ook hij wil ons doen geloven dat het bedrijfsleven wel uit zichzelf, zonder politieke druk, milieuvriendelijker zal worden. (TI, p.183) De 5 jaar na Rio laten zien dat dat niet op gaat.
Maar het kan nóg beter met de economie en het milieu, zo fantaseert Redfield nog even door. Als we maar genoeg bidden zullen er nog meer hervormingen komen, en zal alle productie automatisch worden. (CW, p.218) Er zal een wonderlijke "zeer goedkope energiebron" ontdekt worden, (TI, p.185) waarna alle ondernemers alle producten gratis gaan weggeven. De economische elite zal minder om beheersing gaan geven en vanzelf gaan democratiseren, en zo gaat Redfield nog even door. Voor alle duidelijkheid: dit is allemaal bloedserieus bedoeld.

McSpirituality
Aan de hand van het werkboek zijn vele lezers begonnen met individuele en groepsstudie, waarbij Redfields 'avonturenromans' keer op keer herlezen worden. Er schijnen zelfs zelfbenoemde Celestijnse therapeuten rond te lopen. Het werkboek staat vol bekende psychologische trucjes, die dikbetaalde therapeuten ook uithalen op allerlei therapie-weekeinden, alleen dan meestal zonder de spirituele fastfood over energie en aura's. Zo moeten de leden van een Celestijnse studiegroep elkaar bijvoorbeeld voortdurend in de watten leggen. Men moet aardige dingen over elkaar zeggen of opschrijven om een 'positieve' sfeer te creëren. "Liefhebbende energie zenden," noemt Redfield dat. Wat zullen die bijeenkomsten saai zijn, stijfjes, humorloos en zonder relativering, voorzichtig en nooit eens lekker grof. Het idee alleen al: werkgroepen vol Celestijnse egoïsten die uitsluitend 'positief' met hun eigen "trillingsgetal" bezig zijn en elkaars "spirituele essentie" (CW, p.205) beloeren op zoek naar verborgen boodschappen.
Toch zijn veel lezers enthousiast over het werkboek. Dat komt door de vele gewone 'huis-tuin en keuken'-wijsheden die Redfield overal tussen heeft gepropt, precies zoals de meeste gewone therapeuten en psychologen dat doen. Bijvoorbeeld: Je kunt beter niet vastgeroest blijven zitten in een onbevredigende relatie. Of: Je moet af en toe eens rust nemen en de natuur ingaan. En je kunt beter eerst even nadenken voor je een belangrijke beslissing neemt. Redfield suggereert dat zo onze psychische en maatschappelijke problemen de wereld uit geholpen kunnen worden.
In werkelijkheid worden veel van onze psychische klachten veroorzaakt door de maatschappelijke omstandigheden waarin we leven. Mensen raken overspannen door het te hoge werktempo, door uitbuiting, door sexueel geweld, door een gevoel van zinloosheid en eenzaamheid veroorzaakt door de toenemende individualisering. Willen we onze problemen werkelijk aanpakken, dan zullen we het individuele psychologische niveau moeten overstijgen en samen vechten voor een betere wereld. De psychiater Franz Fanon ging op basis van zijn ervaringen in de Algerijnse vrijheidsstrijd zelfs zo ver om te zeggen dat we alleen onze geestelijke gezondheid terug kunnen winnen door het doden van onze onderdrukkers. Hoe dan ook, het is belangrijk met beide benen op de grond te blijven staan, in de modder desnoods. Solidariteit, kameraadschappelijkheid en strijdbaarheid zetten namelijk meer zoden aan de dijk dan een logischerwijs tot mislukken gedoemde poging het aardse te overstijgen.

Eric Krebbers

CB: De Celestijnse belofte, J. Redfield, 1994.
CW: Het Celestijnse werkboek, J. Redfield en Carol Adrienne, 1995.
TI: Het Tiende inzicht, J. Redfield, 1996.
HP: Op naar Utopia, J. Schilder, 16 juni 1995 in HP/De Tijd.
AT: Against Therapy, J. Masson, 1992.
EB: The Earth Brokers, P. Chatterjee en M. Finger, 1994.

Bovenstaande tekst was leidraad voor een bijeenkomst "over esoterische boeken en progressieve politiek" die werd gehouden op 28 februari jongstleden in Leiden. De organisatie was in handen van de linkse boekhandel Manifest en SIMPOS (stichting informatie over maatschappelijke problemen rond occulte stromingen: p/a Koppenhinksteeg 2, 2312 HX, Leiden 071.5127619)

begin van artikel

Dit artikel is verschenen in Kleintje Muurkrant nr 307, maart 1997