Tsjernobyl, acht jaar later...
De steden Prypiat en Tsjernobyl, in de omgeving van de plek waar 's werelds grootste kernramp zich voltrok, hebben veel weg van de uit cowboyfilms bekende ghosttowns. Langzaam in verval rakende gebouwen staan leeg, bijna geen venster is ongebroken. Zwerfvuil dwarrelt door de ongeveegde straten waar vrijwel niemand loopt. Vrachtwagens, die eens gebruikt werden om reddingswerkers naar en van het nucleair kompleks te vervoeren, staan nu weg te roesten in met onkruid en afval overdekte velden.
In het gebied tussen de twee steden liggen veel ontwortelde bomen; restanten van wat een grootscheepse schoonmaakoperatie had moeten worden. De bomen die nog overeind staan hebben niet meer de levenskracht in zich bladeren te laten groeien. Als spookachtige vogelverschrikkers waken ze over het troosteloze landschap. Hier en daar liggen geblakerde puinhopen in de velden, overblijfselen van wat eens huizen waren, verbrand en ingestort, ook als resultaat van de schoonmaak na de ramp. Wat eens tarwevelden waren zijn nu desolate vlaktes met wilde grassen en onkruid.
Acht jaar later is de grootste tragedie evenwel niet wat er gebeurde in Tsjernobyl in 1986, maar hoe weinig erná gebeurde. Op 26 april was het acht jaar geleden dat reaktor nummer 4 in het Tsjernobyl Atoomenergiestation, gelegen tussen Tsjernobyl en Prypiat, ontplofte en tonnen radioaktief puin in de atmosfeer kwamen. Sindsdien zijn vrijwel alle bewoners van deze rampzalige plek, gelegen op twee uur rijden van de Oekraïense hoofdstad Kiev bij de samenvloeiing van de rivieren Prypiat en Dnipro, naar elders vertrokken. Maar hun toekomst, evenals die van de reaktor die voor hun tragedie verantwoordelijk was, is onzeker. De situatie rond reaktor nummer 4 kan spoedig duidelijker worden. Het Internationaal Atoomagentschap heeft haar tweede team in twee maanden gestuurd om onderzoek te doen naar de toestand van de vier reaktoren van Tsjernobyl en om aanbevelingen te doen voor een betere analyse van de stralingsniveaus en betere veiligheidsprocedures.
Onderzoek
Volodymyr Kholosha, hoofdbestuurder van het Tsjernobylgebied en staatssekretaris voor Tsjernobylkwesties, heeft bekendgemaakt dat Oekraïne spoedig een opdracht aan een onderzoeksfirma zal verstrekken om onderzoek te doen naar de toekomst van de ingekapselde reaktor nummer 4. Richtlijnen daarvoor zouden zijn aangenomen op de maartzitting van het Internationaal Atoomagentschap, waar Oekraïne een krachtig pleidooi hield voor internationale steun bij het onderzoek. Volgens Kholosha zou er in juni duidelijkheid moeten zijn over welke firma het onderzoek gaat uitvoeren, alsmede over de onderzoeksmethoden. Mykola Maziukevich, hoofd van de afdeling straling van het gebied, heeft verklaard dat de straling in het bedreigde gebied het afgelopen jaar stabiel is gebleven. Maar hij onderstreepte dat natuurkrachten de grootste bedreiging voor het stralingsniveau zijn: 'Stormen en bosbranden, die vooral in de zomer een bedreiging zijn, vormen onze grootste zorg. Daarnaast zou alleen een nieuwe stoomwolk uit een der overgebleven centrales het stralingsniveau kunnen doen verhogen'. De direkteur van het stralingsbureau, Boris Oskolkov, verklaarde dat de straling slechts permanent gemeten wordt in het 30-kilometer rampgebied rond Tsjernobyl. 'Wat zich daarbuiten bevindt meten wij niet en kunnen we niet kontroleren'. Volgens hem wordt de atmosfeer permanent gemeten en worden water en grond gewoonlijk eens per week getest.
Evakuatie
Meer dan 50.000 mensen werden verwijderd uit de 30-kilometerzone na de ramp. Dat gebied omvat de steden Prypiat, Tsjernobyl en het dorp Zalyssia. De toekomst van de geëvakueerden blijft schimmig. Veel van de geëvakueerden hebben nog steeds geen permanente huisvesting. Achthonderd mensen zijn vrijwillig teruggekeerd naar het rampgebied. Vaak gaat het om ouderen, die het moeilijk vonden aan de omstandigheden in evakuatie te wennen. Volgens de autoriteiten worden deze mensen in het gebied met rust gelaten en de regering tracht hen steun te verlenen. Zo krijgen ze regelmatig voedselpakketten en is de elektriciteit in hun huizen weer aangesloten.
De minister van Tsjernobylzaken, Grigori Hotovchyts, zei op een perskonferentie in Kiev op 21 april: 'We zijn momenteel niet in staat alles te doen wat we zouden moeten voor de slachtoffers van Tsjernobyl. De ekonomische situatie van Oekraïne maakt het moeilijk extra voorzieningen te treffen, zoals huizenbouw voor de geëvakueerden'. De Oekraïense staatsbegroting voor 1994 voorziet in een bedrag van 16,4 biljoen karbovyts ter dekking van de gevolgen van Tsjernobyl, zo'n 4,5% van de totale begroting. Volgens de minister kunnen daarmee slechts 60% van de werkelijke kosten gedekt worden. Op de perskonferentie werd ook bekendgemaakt dat het getroffen gebied voor 26.000 jaar onbewoond zal moeten blijven. Pas dan is de straling op een zodanig niveau dat er weer veilig kan worden geleefd. Maar volgens het Oekraïense ministerie van landbouw kan het gebied wel gebruikt worden voor de landbouw, mits het gaat om produkten die niet bestemd zijn voor menselijke konsumptie. Volgens het ministerie zouden oliezaden in aanmerking komen, die als energiebron gebruikt kunnen worden, en snelgroeiende bomen als grondstof voor de produktie van papier. 'Maar wat we nodig hebben is de technologie waardoor het mogelijk wordt dat er ook mensen in dat gebied kunnen werken,' zei landbouwstaatssekretaris Ponomarenko.
Speciale taken
De overgrote meerderheid van de huidige 13.500 bewoners van het gebied zijn arbeiders met speciale taken in het gebied. Zij dragen militaristisch aandoende olijfgroene uniformen, die aan het eind van een werkdag achter moeten blijven om te voorkomen dat radioaktief stof uit het gebied verdwijnt. Ze hebben ook speciale pasjes waarmee ze de verschillende militaire kontroleposten in het gebied kunnen passeren. De arbeiders in het gebied van dertig kilometer rond de centrale mogen daar slechts 15 dagen aanwezig zijn, waarna zij 15 dagen verlof buiten de zone doorbrengen. Het gaat vooral om arbeiders die de drie overgebleven centrales draaiende houden. Daarnaast zijn er in Tsjernobyl Oekraïense wetenschappers en vertegenwoordigers van internationale organisaties die zich bezighouden met bestudering van de ramp en haar gevolgen. Het slechtst eraan toe zijn de zogenaamde 'likwidators', arbeiders die zich nog steeds bezig houden met het opruimen van het radioaktieve afval rond reaktor 4. Volgens regeringsstatistieken is de kans dat zij kanker krijgen zes maal hoger dan het gemiddelde. Zij blijven omdat extra betalingen volgens hen het risiko waard is, maar dat wordt alleen veroorzaakt doordat de ekonomische situatie van Oekraïne hen geen andere keus laat.
Olga Safinoj, Oekraïne.
Vertaling: InSudok, informatie- en dokumentatiecentrum over de (voormalige) Sovjet-Unie, postbus 11061, 5200 EB Den Bosch.
Kinderen van Tsjernobyl
De ramp van Tsjernobyl heeft veel leed veroorzaakt en veroorzaakt nog vrijwel dagelijks nieuw leed. De kinderen die voor of in 1986 geboren werden krijgen met verschillende vormen van kanker te maken. Velen liggen in slechte omstandigheden in ziekenhuizen of in sanatoria, tenminste wanneer zij het 'geluk' hebben dat er plaats voor hen is. Kinderen die na de ramp werden geboren vertonen allerlei lichamelijke en geestelijke gebreken, hebben diverse vormen van leukemie en andere ernstige afwijkingen. Het Kinderfonds van Tsjernobyl tracht de kinderen en hun ouders waar mogelijk te helpen. Bijvoorbeeld door (korte) vakanties te organiseren, zodat het mogelijk is even uit de dagelijkse ellende te 'ontsnappen', de aanschaf van speelgoed, reisgeld voor ziekenhuis- en sanatoriumbezoek, materiaal beschikbaar te stellen voor studie, hulpmiddelen om met de lichamelijke en/of geestelijke gebreken toch te kunnen funktioneren, enzovoort. Het Kinderfonds van Tsjernobyl is een burgerinitiatief. Olga Safinoj, schrijfster van bijgaand artikel over Acht jaar na Tsjernobyl, is een der initiatiefneemsters van dit fonds. InSudok stuurt maandelijks een financiële bijdrage, maar meer geld is altijd welkom. Stort daarom bijdragen op giro 6560812 van InSudok, Den Bosch, onder vermelding van Kinderfonds Tsjernobyl.
Dit artikel is verschenen in Kleintje Muurkrant nr 274, 11 juni 1994